Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Keuterij in Augustinusga

Boerderij

Legeloane 6
9284XN Augustinusga (gemeente Achtkarspelen)
Friesland

Bouwjaar: 19e eeuw 1900 19e eeuw


Beschrijving van Keuterij

Keuterij van het kop-romptype. Voorhuis onder zadeldak tegen topgevel eindigend in schoorsteen met bord. Kleine lichtopening in de top; omgaande houten goot op klossen. Schuur met riet gedekt. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 7034
Laatste wijziging: 2014-10-12 19:38:37.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
19e-eeuws arbeidershuis in het dorp Midwolda in de Nederlandse provincie Groningen

Een keuterboer is een boer met een zodanig klein bedrijf dat hij zijn inkomsten moet aanvullen met loondienst.

Al in de middeleeuwen werd er onderscheid gemaakt tussen de eigenerfde die een volledig erf (waardeel) bezat, en eigenaren van keutersteden (Nedersaksisch köter), kleine "onvolledige" goederen (vergelijk kot). Dit woord heeft een gemeenschappelijke stam met het Franse coterie en het Engelse cottage. In tegenstelling tot de eigenerfden hadden ze geen stemrecht in de buurschap marke.

Keuterboeren bewerkten een stukje grond en hadden wat (klein)vee maar waren meestal niet in staat daarmee volledig in hun eigen onderhoud te voorzien. Daarom werkten veel keuterboeren als aanvulling op hun inkomen als landarbeider bij herenboeren of in fabrieken.

Keuterij

Op de armere zand- en veengronden had de boerderij van een keuterboer dikwijls alleen een stenen voorgevel terwijl de rest bestond uit houten planken of zelfs plaggen. Het gezin en het vee verbleef onder hetzelfde dak. Dankzij de invoering van de aardappel rond 1750 kregen veel arme dorpsbewoners de kans een boerenbedrijfje te beginnen op uithoeken van ontgonnen heidevelden. Zo'n bedoening wordt in Oost-Nederland een keuterij of katerstede genoemd.

In Salland, aan de IJssel, Twente en de Achterhoek werd met een katerstede een kleine hutachtige boerderij met enig land bedoeld. Kleine percelen land werden hier verpacht aan keuterboeren, die er een eenvoudig huisje bij bouwden. Een dergelijk huisje werd een kot of kate genoemd. Bij de verdeling van de gemeenschappelijke gronden kregen deze keuterboertjes vaak de gelegenheid om de stukjes grond, die ze geleidelijk bij hun katerstede hadden getrokken, te kopen.

In Oost-Groningen en de Drentse Veenkoloniën bewerkten de landarbeiders dikwijls een perceel grond en hielden ze enig vee; hun woningen werden als arbeiderswoning (aarbaidershoes) betiteld, maar hadden de vorm van een verkleinde kopie van een grote boerderij.

In Brabant werden keuterboeren traditioneel kosaarden (cossaerten) genoemd.[1]

Koemelker

Een keuterboer met één of twee koeien werd ook wel koemelker genoemd. Een deel van zijn inkomsten kwam uit de opbrengst van de melk die hij vaak direct aan particulieren verkocht.

Gardenier

In Friesland en Groningen kwamen vanaf het einde van de achttiende eeuw kleine boeren op, die voornamelijk leefden van de teelt van aardappelen, grove groenten, bessen en handelsgewassen als cichorei. In Friesland heetten deze keuterboeren gardenier ('tuinder'); rond de stad Groningen sprak men van moeskers. Veel tuinders kregen nieuwe mogelijkheden dankzij de kredieten in het kader van de Landarbeiderswet van 1918. Hun producten werden op lokale veilingen verhandeld. Tussen 1950 en 1970 werden de meeste bedrijfjes beëindigd.

Wupkoareboeren

In Groningen werd de term keuterboer soms met een negatieve connotatie gebruikt. Herenboeren van het Hogeland spraken in de negentiende en begin twintigste eeuw geringschattend over wupkoareboeren. Een wupkoar of kiepkar is een driewielige boerenwagen.

Trivia

Namen die eindigen op -cate of -kate verwijzen naar een 'keuterverleden'.

Literatuur

  • Eric le Gras en Hans Ladrak, Keuterijen in Drenthe. Monumenten van bescheidenheid, Assen 2008.
  • Joop Tilbusscher, Zestien vierkante meter. Arbeiderswoningen op Groninger dorpen, 1900-1950, Feerwerd 2015.

Referenties

  1. WEIJNEN, A.A., Etymologisch dialectwoordenboek, 'kossaard', Assen, 1996, 102.

Monumenten in de buurt van Keuterij in Augustinusga

Villa Woudenhof

Skoalikkers 25
Augustinusga (Gemeente Achtkarspelen)
Inleiding Het WOONHUIS annex notariskantoor is in opdracht van notaris Harterink in 1915 in Interbellum-architectuur gebouwd naar ontwerp v..

Augustinuskerk (Hervormde kerk)

Geawei 15
Augustinusga (Gemeente Achtkarspelen)
N.H.Kerk en Toren op Kerkhof. Rechtgesloten in steen overwelfd vroeg 14e eeuws schip, later opnieuw van gewelven voorzien. Gesloten bakstene..

Boerderij met dwarsgeplaatst voorhuis

Skoalikkers 19
Augustinusga (Gemeente Achtkarspelen)
Inleiding De BOERDERIJ met dwarsgeplaatst voorhuis en korte schuur is in ambachtelijk-traditionele trant gebouwd in het derde kwart van de ..

Wagenmakerij

Geawei 20
Augustinusga (Gemeente Achtkarspelen)
Hoog schuurgedeelte tot bedrijfsruimte ingericht voor wagenmakerij. Achterzijde met houten voorschot, langs de zijgevel met pannen belegd ov..

Stelpboerderij

It Noard 5
Surhuizum (Gemeente Achtkarspelen)
Inleiding De STELP met aan de Z-zijde een aangebouwde BIJSCHUUR werd in 1933 in Interbellum-architectuur gebouwd ongeveer ter plaatse van e..

Kaart & Routeplanner

Route naar Keuterij in Augustinusga

Foto's (7)