Meer dan 63.000 rijksmonumenten


militair object in Bunnik

Militair Object

Marsdijk 2
3981HE Bunnik
Utrecht


Beschrijving van militair object

Cluster 42. Inleiding BOMVRIJE REMISE S, als gebouwd onderdeel van het Fort bij Vechten en van een type dat aan drie zijden en bovenop is voorzien van een aarden dekking en dat alleen een gevel aan de keelzijde bezit. Remises zijn gebouwen voor opslag / berging van materieel en buskruit e.d. Afhankelijk van de periode van ontstaan - en daarmee van de te verwachten inslagkracht van projectielen - werd van 'bomvrije gebouwen' gesproken, wanneer ze werden geacht bestand te zijn tegen een van tevoren gedefinieerd aantal inslagen van zwaar kaliber. Omschrijving Op het zuidwestelijke keelbastion gelegen (brikken)betonnen BOMVRIJE REMISE S, oorspronkelijk uit 1881, bestaande uit twee ruimten achter een gemetselde gevel met afgeschuinde bovenhoeken. De gevel is aan de bovenzijde met een iets uitstekende rollaag afgemetseld. Op de middenas bevindt zich een dubbele schuifdeur. De gevel is vermoedelijk in de jaren dertig van de 20ste eeuw vernieuwd. Waardering De BOMVRIJE REMISE S is van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw) - en op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw). Het betreft hier een voorbeeld van een remise uit 1881, die enige tientallen jaren later een wijziging in de gevel onderging. * Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex. * Het bouwwerk is representatief (karakteristiek) omdat het nog steeds enige fysieke kenmerken vertoont die destijds tot de bouw aanleiding waren. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de eeuw) - en op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (19de eeuw). Het betreft hier een voorbeeld van een remise uit 1881, die enige tientallen jaren later een wijziging in de gevel onderging. * Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex. * Het bouwwerk is representatief (karakteristiek) omdat het nog steeds fysieke kenmerken vertoont die destijds tot de bouw aanleiding waren. * Het bouwwerk is tamelijk gaaf bewaard omdat qua structuur en fysiek voorkomen de hoofdzaken van de toestand in de jaren '80 van de 19de eeuw zijn bewaard. Inleiding DRIE GIETSTALEN KOEPELKAZEMATTEN TYPE G, als onderdeel van de aangepaste verdedigingsmiddelen in de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog. In 1936 is, als aanvulling op de gewapend betonnen kazemat, in Nederland de zogenoemde gietstalen koepelkazemat geïntroduceerd, die was gebaseerd op een al in 1917 in Frankrijk toegepast systeem. De gebruikte pantserkoepels waren gering van omvang (gunstig i.v.m. zichtbaarheid en trefkans), rond van vorm (gunstig i.v.m. sterkte en afschampen treffers), relatief eenvoudig in serie te produceren en ze hadden een 'externe' schietopening (gunstig i.v.m. gassen en geluid). Bovendien konden ze in Nederland worden vervaardigd, wat afhankelijkheid van het buitenland belangrijk verkleinde. Een eerste bestelling van 100 stuks in Nederland (bij DEMKA) werd gevolgd door een tweede van 50 stuks bij de Belgische Soc. Anonyme John Cockerill. In totaal moeten er in korte tijd ruim 700 zijn gegoten, maar hiervan zijn er slechts enkele overgebleven. De gietstalen koepels, met een doorsnede van 1,75 m en dikten van 10-14 centimeter, zijn geïnstalleerd in meerdere kazemattypen met weerstandsklasse W 12-15 tot W 21-28. Kort voor het begin van de Tweede Wereldoorlog zijn op verschillende plaatsen in de Nederlandse linies zogenoemde gietstelen koepelkazematten Type G tot stand gebracht, met name in de IJssellinie, de Maaslinie, de Grebbelinie (elk circa 150) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (circa 80 in een verzwaarde uitvoering van 14 centimeter dikte). De gebruikelijke constructie van gewapend beton met één of meer vaste schietgaten was hierbij verlaten ten gunste van een systeem dat een binnen variabele grenzen (tot 270 0) te projecteren schootsrichting, binnen een gietstalen cilinder met koepeldak bezat. Standaard Koepelkazematten konden onder meer worden uitgerust met een zware mitrailleur als bewapening. De meeste koepels zijn geplaatst in Standaard Koepelkazematten Type G. Standaard koepelkazematten zijn onder meer toegepast ter verdediging van 'nieuwe of verbeterde accessen', dat wil zeggen op plaatsen waar nieuwe (auto)wegen of elektrificatie van spoorwegen waren gepland of gerealiseerd. De frontzijde kon worden voorzien van een aarden dekking en camouflage. De koepelkazematten Type G waren meestal benaderbaar en toegankelijk via loopgraven; in de nabijheid lagen gewoonlijk groepsschuilplaatsen type P. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn veruit de meeste koepels in het binnenland door de bezetter uit de kazematten gesloopt - ten dele door opblazen - met het doel ze om te gieten voor andere staalbehoeften. Aan de kust werden ze deels in de verdediging opgenomen, maar zijn ze na de oorlog vaak alsnog gesloopt. Hierdoor zijn complete koepelkazematten zeldzaam; ze komen in elk geval nog voor op Fort Vechten. De betonnen constructies waarin ze waren geplaatst, komen vaker voor - maar meestal in beschadigde vorm. Omschrijving De DRIE GIETSTALEN KOEPELKAZEMATTEN TYPE G zijn gebouwd naar een gestandaardiseerd ontwerp en bestaan uit een gietstalen koepel, die is verankerd in een gewapend betonnen werk. Anders dan op vrijwel alle andere plaatsen waar ze zijn toegepast in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (en elders in Nederland) zijn de koepels en de stalen afsluitdeuren van de kazematten op het Fort bij Vechten niet verwijderd, waardoor deze exemplaren aanzienlijk completer zijn dan vrijwel alle andere. De gietstalen koepelkazematten op het Fort bij Vechten zijn, doordat ze vrijwel compleet bewaard zijn, zeer zeldzaam. De koepels zijn manshoog, met een doorsnede van 1,75 meter en een wanddikte van 0,14 meter. Aan de frontzijde is om het schietgat, ter bescherming van het wapen, bevindt zich een meegegoten, uitkragende rand. Standaard bestond de bewapening in de NHW uit een zware mitrailleur; de mitrailleurs zijn niet meer aanwezig. Het betonnen werk bestaat uit een relatief laag rechthoekig bouwwerk, met een afgeschuind gedeelte aan de frontzijde, om maximaal schootsveld te bereiken en om eventuele vijandelijke treffers te doen afketsen. Aan de achterzijde, bij de ingang van de koepel is een uitsparing in het beton om de koepel te kunnen betreden. Het schietgat en de toegang tot de kazemat konden van binnenuit 'gasvrij' worden afgesloten. Waardering De DRIE GIETSTALEN KOEPELKAZEMATTEN TYPE G op het Fort bij Vechten zijn van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is op het systeem van: - het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), - de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) - het systeem van 'levende' veldversterking in de diepte (20ste eeuw) Het betreft hier onderdelen uit de periode 1939-1940, namelijk drie vrijwel compleet bewaard gebleven, en daarmee zeer zeldzame, standaard gietstalen koepelkazematten. * Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het algemeen en vanwege de onderlinge functionele, functioneel-ruimtelijke en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en met het acces van de Houtense Vlakte en de Kromme Rijn. * De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar zijn als later aan het bestaande fortificatiestelsel toegevoegde onderdelen en omdat ze ook duidelijk als zodanig herkenbaar in het veld bewaard zijn gebleven. Tevens omdat ze als enig ensemble van dit type kazematten compleet bewaard zijn gebleven. * De onderdelen zijn tamelijk gaaf bewaard omdat de belangrijkste fysieke kenmerken herkenbaar en in situ aanwezig zijn gebleven. * De onderdelen zijn zeer zeldzaam omdat ze tot de weinige compleet bewaarde voorbeelden van standaard gietstalen koepelkazematten type G behoren. Inleiding HOUTEN LOODS X, als niet bomvrij, later aan het fortcomplex toegevoegd onderdeel voor het onderbrengen van materieel of manschappen. Op verschillende plaatsen zijn binnen en buiten fortterreinen in de loop der decennia houten, stenen en metalen ('blikken') loodsen tot stand gekomen om te dienen als (provisorische of permanente) bergruimte, opslag, onderkomen voor mensen of materieel, hospitaal, brandweer, paardenstal, wachthuis, enz. Een groot deel van deze loodsen is inmiddels vergaan, gesloopt of verplaatst, maar andere bestaan nog in situ. Soms gaat het om bijzonder eenvoudige bouwwerkjes van geringe omvang, maar er zijn ook meer complexe en grotere exemplaren. Omschrijving Iets ten zuiden van het midden, op het fort gelegen HOUTEN LOODS X. De loods is vrijwel identiek met de nabij gesitueerde Loods Z. Beide zijn gebouwd op een rechthoekige plattegrond van circa 35 x 8 m. De loodsen hebben één bouwlaag onder een met gesmoorde, holle pannen gedekt zadeldak. De loodsen zijn na 1910 gebouwd en vervingen een exemplaar uit 1891. Loods X heeft een bakstenen plint waarop een houten opbouw van messing en groefdelen. In de gevels voornamelijk vensters met dubbele, negenruits draairamen. In de dakschilden een aantal dakkapellen. Waardering HOUTEN LOODS X op het Fort bij Vechten is van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde bebouwing, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw). Het betreft hier een onderdeel van na 1910, namelijk een bergloods, die - samen met een nabijgelegen, vergelijkbaar exemplaar (Loods Z) - als vervanging van één ouder exemplaar is gebouwd. * Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder met de vergelijkbare, nabije Loods Z. * Het onderdeel is representatief omdat het een voorbeeld is van een op een verdedigingswerk ingerichte loods. * Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard omdat hoofdvorm en bouwkundige detaillering, alsmede diverse onderdelen intact zijn gebleven. Inleiding HOUTEN LOODS Z, als niet bomvrije, later aan het fortcomplex toegevoegd onderdeel voor het onderbrengen van materieel of manschappen. Op verschillende plaatsen zijn binnen en buiten fortterreinen in de loop der decennia houten, stenen en metalen ('blikken') loodsen tot stand gekomen om te dienen als (provisorische of permanente) bergruimte, opslag, onderkomen voor mensen of materieel, hospitaal, brandweer, paardenstal, wachthuis, enz. Een groot deel van deze loodsen is inmiddels vergaan, gesloopt of verplaatst, maar andere bestaan nog in situ. Soms gaat het om bijzonder eenvoudige bouwwerkjes van geringe omvang, maar er zijn ook meer complexe en grotere exemplaren. Omschrijving Iets ten zuiden van het midden, op het fort gelegen HOUTEN LOODS Z. gebouwd op een rechthoekige plattegrond van circa 35 x 8 m. De loods is vrijwel identiek met de nabij gesitueerde Loods X. Beide zijn gebouwd op een rechthoekige plattegrond van circa 35 x 8 m. De loodsen hebben één bouwlaag onder een met gesmoorde, holle pannen gedekt zadeldak. De loodsen zijn na 1910 gebouwd en vervingen een exemplaar uit 1891. Loods Z heeft een bakstenen plint waarop een houten opbouw van messing en groefdelen. In de gevels voornamelijk dubbele vierruits draairamen met tweeruits bovenlichten. In de dakschilden een aantal dakkapellen. Waardering HOUTEN LOODS Z op het Fort bij Vechten is van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar is versterkt en verbeterd. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van een aan de militair-strategische bouwkunde gerelateerde bebouwing, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw). Het betreft hier een onderdeel van na 1910, namelijk een bergloods, die - samen met een nabijgelegen, vergelijkbaar exemplaar (Loods X) - als vervanging van één ouder exemplaar is gebouwd. * Ensemblewaarde en situationele waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en in het bijzonder met de vergelijkbare, nabije Loods X. * Het onderdeel is representatief omdat het een voorbeeld is van een op een verdedigingswerk ingerichte loods. * Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard omdat hoofdvorm en bouwkundige detaillering, alsmede diverse onderdelen intact zijn gebleven. Inleiding WACHTGEBOUW W, aan de toegangsweg naar het fort als toevoeging aan het Fort bij Vechten. Militaire terreinen en gebouwen zijn van oudsher afgesloten, moeilijk of niet toegankelijk en / of bewaakt. De bewaking van toegangen tot militaire terreinen en gebouwen vergde speciale voorzieningen, waaronder wacht- of waakhuizen, poortgebouwen, hekwerken en wachtgebouwen. In het laatste geval gaat het om sterk uiteenlopende bouwsels, die kunnen variëren van zware metselwerken en / of bomvrije onderkomens tot eenvoudige houten huisjes. Het wachthuisje langs de toegangsweg van het Fort bij Vechten is een eenvoudig bakstenen pandje, zonder verdedigende functie. Omschrijving Ten zuiden van het fort, langs de toegangsweg van het Fort bij Vechten gelegen WACHTGEBOUW W, gebouwd op een vierkante plattegrond van circa 7 x 7 m. Het wachtgebouwtje is pas toegevoegd na de opheffing van het fort als verdedigingswerk, vermoedelijk in verband met de opslag van munitie na 1945 en stamt uit of van kort na 1955. Het huisje telt één bouwlaag onder een met gesmoorde, holle pannen gedekt tentdak. De gevels zijn in baksteen opgetrokken en voorzien van getoogde tweelichts vensters. De hoeken van het bouwlichaam zijn verrijkt met gemetselde en geblokte lisenen. De ingang bevindt zich in de tweeassige zuidoostgevel en bestaat uit een getoogde deur met vierruitsraam. Waardering Het WACHTGEBOUW W is van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van een van een nieuwe functie - opslag van munitie - voorzien fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, als in of kort na 1955 toegevoegd en niet versterkt onderkomen voor een (permanente) bewaking van het als munitieopslag fungerende fort. * Ensemblewaarde en situationele waarden vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex. * Het onderdeel is representatief (karakteristiek) omdat het goed herkenbaar als wachtgebouwtje is toegevoegd aan het bestaande fort. * Het onderdeel is tamelijk gaaf bewaard, omdat het zich als gebouwd onderdeel nog goed in het veld laat herkennen. Inleiding SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I in het glacis of de buitenwal van het Fort bij Vechten, als onderdeel van de aanpassing van het fort aan veranderde krijgstechnieken. Schuilplaatsen type 1918/I en type 1918/II zijn volgens min of meer uniform of standaardontwerp in 1918 op meerdere plaatsen in West-Nederland gebouwd. Beide typen komen in ieder geval voor binnen de Stelling van Amsterdam (onder meer bij Spaarndam) en op diverse plaatsen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (onder meer bij Naarden, in het gebied tussen Fort bij Rijnauwen en Fort bij Vechten (= de Houtense Vlakte) en bij Fort Everdingen. Het totaal aantal gebouwde exemplaren in de Nieuwe Hollandse Waterlinie bedraagt ongeveer 225; het merendeel (ca. 165) hiervan bestaat nog. De grootste concentratie van schuilplaatsen Type 1918/I en II bevindt zich nog steeds op de Houtense Vlakte, waar er 147 zijn gerealiseerd. De schuilplaats Type 1918/I (ca. 125 stuks) kwam gewoonlijk tot stand aan de buitenste van dubbele loopgraafstelsels. De schuilplaats Type 1918/II (ca. 100 stuks) is meestal gebouwd langs de achterste loopgraaf. Doordat de loopgraven en andere aardwerken later vrijwel overal zijn geëffend, liggen de betonnen schuilplaatsen tegenwoordig bijna altijd voor een deel beneden het maaiveld. De van oudsher geheel gesloten voorzijde of frontzijde van de schuilplaatsen was gewoonlijk gedekt door aardwerken die deel uitmaakten van een glacis ter bescherming van de loopgraaf of een gedekte weg. Deze aardwerken zijn thans meestal niet meer aanwezig of slechts met moeite herkenbaar. In een aantal gevallen (totaal 35 stuks) is de aanaarding aan de frontzijde in de jaren 1936-1938 (ten dele) bewust verwijderd of niet weer aangebracht om de toen 20 jaar oude schuilplaatsen Type 1918/I om te vormen tot mitrailleurkazematten. Van deze omgebouwde exemplaren zijn er nog 25 aanwezig in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, waaronder ook enige op het Fort bij Vechten. Omschrijving SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I zijn éénlaagse, gewoonlijk in ca. 1,00 m dik gewapend gietbeton uitgevoerde, granaatvrije, militaire onderkomens, die beschutting konden bieden aan 4 manschappen infanterie / artillerie, bij dekkingsklasse W 15-21. De schuilplaatsen 1918/I zijn gebouwd op een rechthoekig grondplan, bij maten van ongeveer 5,00 x 5,50 x 3,70 m, (b x d x h) waarvan de basis zelden zichtbaar is. De zichtbare hoogte boven het maaiveld varieert. De beide blinde zijgevels en de gesloten voorzijde / frontzijde zijn verticaal uitgevoerd, om met een scherpe knik over te gaan in het naar achteren iets oplopende dakvlak. Dit dakvlak daalt na een stompe hoek onder een helling van ongeveer 45 0 naar de vaak niet, of maar ten dele zichtbare, lage, verticale gevel aan de keelzijde. Een variant van Type 1918/I kent hier een minder steile helling. In een aantal gevallen zijn in de gevels ijzeren haken meegegoten die konden dienen ter bevestiging van camouflagemateriaal. De schuilplaatsen Type 1918/I zijn als monolithische betonnen werken geconstrueerd en zijn slechts via één toegangsopening, aan de loopgraafzijde - de keelzijde - toegankelijk geweest. Deze excentrisch, rechts in de gevel gelegen toegangen zijn omgeven door een verdikte betonnen omlijsting, die in hetzelfde vlak als het achterste, schuin verlopende dakvlak is aangebracht. In deze omlijstingen komen variaties voor, onder meer met een verzwaring aan de bovenzijde. De laag uitgevoerde toegangen zijn later meestal dichtgezet door middel van metselwerk of beton, maar ook met puin volgestopte exemplaren komen voor. In enkele gevallen zijn de schuilplaatsen nog open of opnieuw geopend. (Resten van) deuren of luiken zijn niet aangetroffen en zijn in elk geval uiterst schaars; wel bevinden zich nog ijzeren haken in de plafonds bij de toegangen, waarin vermoedelijk ijzeren luiken konden worden gehangen. In een aantal gevallen is in de jaren 1936-1938 aan de voorzijde, overhoeks of opzij een extra gevelopening gemaakt om als schietgat voor een mitrailleur te dienen. Hiermee veranderde de functie van zo'n werk van schuilplaats in die van mitrailleurkazemat. Het interieur van de schuilplaatsen Type 1918/I bestaat uit een ongeveer voor de helft beneden het huidige maaiveld gelegen, rechthoekige ruimte, die in gebukte houding via de in de hoek gelegen betonnen trap van enkele treden bereikbaar is. De op circa twee meter boven vloerniveau gelegen, ongeveer een meter dikke plafonds lopen aan de voorzijde iets gebogen af. Waardering SCHUILPLAATSEN TYPE 1918/I zijn van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), - op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) - op het systeem van levende verdediging in de diepte (20ste eeuw). Het betreft op en rond het Fort bij Vechten gelegen voorbeelden van schuilplaatsen van het Type 1918/I, waarvan ten minste een deel met oorspronkelijke aarden dekking. * Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex en met enige tientallen in de nabijheid van het fort gelegen identieke en vergelijkbare (Type 1918/II) exemplaren. * De onderdelen zijn representatief (karakteristiek) omdat ze duidelijk herkenbaar als onderdeel van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel. * De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard omdat ze zich als gebouwde elementen nog goed in het veld laten herkennen. Inleiding SCHUILPLAATSEN TYPE 1915 in het glacis of de buitenwallen van het Fort bij Vechten, als onderdeel van de aanpassing van het fort aan veranderde krijgstechnieken. (Betonnen) schuilplaatsen vormden een antwoord op de komst van zware projectielen en brisante granaten. Deze laatste hadden een hoogexplosieve lading en zorgden voor een regen van metaalscherven, die vele slachtoffers kon maken. Naar gelang de zwaarte van de granaat en de bescherming daartegen bestaat een classificatie in weerstands- of dekkingsklassen, bestaande uit twee getallen, bv. W 12-15. Het eerste geeft aan dat de dekking voldoende is voor inslagen van projectielen tot dat kaliber (in cm); het tweede dat ook bescherming bestaat tegen één of ten hoogste enkele inslagen tot dit hogere kaliber. De vroegste typen schuilplaatsen boden slechts bescherming tegen granaatscherven en werden 'scherfvrij' genoemd. Vanaf het begin van de 20ste eeuw is er geëxperimenteerd met gedeconcentreerde, kleine (betonnen) (groeps)schuilplaatsen. Hierbij is soms ad hoc gebruik gemaakt van bestaande, voor handen zijnde materialen als spoorrails, puin, houten balken en betonplaten, maar hiernaast zijn geprefabriceerde onderdelen gemonteerd of werd ter plaatse beton gestort. Zo zijn nog op verschillende plaatsen binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie diverse - al dan niet unieke - sporen van dergelijke experimenten in beton te vinden. Schuilplaatsen van het Type 1915 zijn op verschillende plaatsen toegepast; er resteren nog ongeveer 25 exemplaren, waaronder ook in het glacis van het Fort bij Rijnauwen en het Fort bij Vechten. Omschrijving Scherfvrije SCHUILPLAATSEN TYPE 1915, zijn eenlaagse, naar een gestandaardiseerd ontwerp gebouwde, in vrij dun gewapend beton uitgevoerde onderkomens, die geschikt zijn voor een bezetting van 16 man. De schuilplaatsen deden dienst als onderkomens (afwachtingsdekking) voor een manschappengroep en waren geïntegreerd in loopgravenlinies. De afmetingen van de op een rechthoekige plattegrond gebouwde en vlak gedekte werken bedragen circa 10,90 x 1,40 x 1,80 meter. De schuilplaatsen waren bovenop en aan de frontzijde voorzien van een gronddekking; deze is ten dele nog aanwezig of weer aangebracht. Een tweetal rechthoekige toegangen, links en rechts in de keelzijde en een vijftal, hiertussen gelegen, horizontale spleetvensters kon door middel van stalen luiken worden afgesloten. Voor zover bekend ontbreken deze luiken alle. Waardering De SCHUILPLAATSEN TYPE 1915 op het Fort bij Vechten zijn van algemeen belang vanwege: * Cultuurhistorische waarden als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, zoals deze is ontworpen door C.R.T. Kraijenhoff en in eerste aanleg vanaf 1815 door hem, Jan Blanken en majoor-ingenieur Willem Offerhaus is gerealiseerd en daarna door anderen gedurende ongeveer 125 jaar versterkt en verbeterd. * Krijgshistorische waarden als onderdeel van een aaneengesloten militaire verdedigingslinie tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Deze bestond hoofdzakelijk uit een samenhangend systeem van inundatievelden en bijbehorende inundatiemiddelen en van schootsvelden. Dit systeem werd aangevuld met diverse, uit verschillende perioden daterende typen gebouwde of aangelegde (verdedigings)werken die dienden tot of bijdroegen aan afsluiting van niet te inunderen terreinen of andere accessen. * Architectuurhistorische waarden, in het bijzonder als uiting van de militair-strategische bouwkunde, die gebaseerd is - op het systeem van inundatie en accesverdediging (19de en 20ste eeuw), - op de wedloop met de zich versterkende offensieve middelen (20ste eeuw) - op het systeem van levende verdediging in de diepte (20ste eeuw). Het betreft hier enige voorbeelden van in vrij dun, gewapend beton gebouwde schuilplaatsen uit de periode 1914-1918. * Ensemblewaarde en situationele waarden, als onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Tevens vanwege de functionele en fysieke samenhang met de overige onderdelen van het complex. * De onderdelen zijn relatief zeldzaam als voorbeelden van naar een gestandaardiseerd ontwerp uitgevoerde militaire onderkomens en ze zijn representatief (karakteristiek) omdat ze goed herkenbaar als onderdelen van een gedeconcentreerde verdedigingslijn zijn toegevoegd aan het bestaande fortificatiestelsel. * De onderdelen zijn redelijk gaaf bewaard omdat ze zich als gebouwde elementen nog goed laten herkennen. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 531270
Laatste wijziging: 2015-04-18 11:03:51.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Monumenten in de buurt van militair object in Bunnik

Fort Vechten

Marsdijk 2
Bunnik
Cluster 42. Inleiding FORTAANLEG MET AARDWERK EN HOOFDWAL, WAARIN (RESTEN VAN) GESCHUTSOPSTELPLAATSEN, FLANK-EN REVERSBATTERIJEN EN REMISE..

militair object

Marsdijk 2
Bunnik
Cluster 42. Inleiding BOMVRIJ REDUIT V van het Fort bij Vechten, als zeldzaam gebouwtype binnen het stelsel van de Nieuwe Hollandse Water..

militair object

Marsdijk 2
Bunnik
Cluster 42. Inleiding BRUG, als enig resterende van oorspronkelijk vier exemplaren, en leidend naar de toegang tot het reduit van het Fort..

militair object

Marsdijk 2
Bunnik
Cluster 42. Inleiding BOMVRIJE KAZERNE U, FLANKBATTERIJEN A EN B, POTERNES EN REMISES / BERGPLAATSEN als geschakelde en gestapelde onderd..

militair object

Marsdijk 2
Bunnik
Cluster 42. Inleiding BOMVRIJE FLANKBATTERIJ C MET POTERNE als onderdeel van de nabijverdediging van het Fort bij Vechten. Flankbatterije..

Kaart & Routeplanner