Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Vrijland Noord, Terrein in Arnhem

Militair Object


6800AB Arnhem
Gelderland


Beschrijving van Vrijland Noord, Terrein

Omschrijving TERREIN met AANLEG. De bodem van Vrijland-Noord en omgeving bestaat uit zand en maakt deel uit van een relatief vlak deel in de door gletscherijs opgestuwde zuidelijke Veluwe. Vrijland(-Noord) is gelegen aan de noordzijde van de langs de zuidzijde van de Kemperberg globaal oost-west lopende kaarsrechte Koningsweg, die in rudimentaire vorm zou dateren uit het laatste kwart van de 17e eeuw - de tijd dat stadhouder Willem III koning van Engeland was. De Koningsweg is nog steeds als een belangrijke verbinding en als een ruimtelijk structurerend element aanwezig, mede doordat hij als ontginnings- en nederzettingsbasis fungeerde. Oostelijk van de Kemperberg werden vanaf het midden van de 19e eeuw aan weerszijden van de Koningsweg, met name op gronden van de locale adel en / of grootgrondbezitters, ontginningslandgoederen gesticht met daarop (pacht)boerderijen, waaronder ook het particuliere Vrijland. Vrijland was al vroeg scherp 'afgetekend' in het landschap op het vrijwel rechthoekige, ca. 800 x 500 m grote terrein tussen de Koningsweg (z), de hiermee evenwijdig gerooide achtergrens van de ontginningen (n), de Oost-Vrijlandweg (nu Hoenderloseweg) (o), de West Vrijlandweg (grens met de ontginning 'Petersburg') (w). In de praktijk bleek het boeren op de schrale Veluwegronden niet gemakkelijk en al spoedig werd de bosbouw dominant en bleven slechts op vrij beperkte schaal akkers en weiden in het gebied in gebruik, en dan met name in de nabijheid van de boerderijen. Als nevenverschijnsel van de bosbouw verscheen een net van onverharde, elkaar overwegend rechthoekig kruisende boslanen in het gebied ten noorden van de Koningsweg, een ontwikkeling die goed te volgen is op topografische kaarten uit de jaren ca. 1870-1930. In het geval van Vrijland werd het terrein vanaf 1871 door een houthandelaar ingericht met een ten dele symmetrisch en - vooral in de noordelijke helft - voor een belangrijk deel tevens (vrijwel) haaks op elkaar staande lanen. Deze meestal kaarsrechte lanen, beplant met hoog opgaand loofhout, omsloten enige tientallen percelen productiebos en akkerland, vormden zowel in het veld als in het kaartbeeld en later vooral ook vanuit de lucht en op luchtfoto's een 'niet te missen' schaakbordpatroon. De boslanen bleven onverhard, de centrale noord-zuid en oost-west lopende assen uitgezonderd. Inmiddels was het terrein in 1897 alsnog overgegaan in handen van een adellijke eigenaar, Baron Van Heeckeren van Enghuizen, die er een ruim landhuis liet optrekken. Dit in vergrote vorm nog bestaande witte huis ligt aan de zuidzijde van Vrijland langs de Koningsweg. Ruim 20 jaar later kwam Vrijland opnieuw in de verkoop en ditmaal kwam het in handen van de Engelse rooms-katholieke congregatie 'St. Joseph's Foreign Missionary Society, Trustees Cardinal Vaughan and others' - een brede vakopleiding voor missionarissen. Een deel van het toenmalige Vrijland - en met name het zuidwestelijk deel - werd in de jaren 1924-1928 onder leiding van architect A. Vosman bebouwd met een kapel en met enige vrijstaande kloostergebouwen, die zich merendeels goed voegden in het bestaande lanenstelsel. In 1934 werd de villa uitgebreid, en verder werden meer en meer bospercelen gerooid om ruimte bieden voor oefening in akkerbouw en veeteelt op schrale gronden. Het kaartbeeld en de veldaanblik zijn in de eerste helft van de 20e eeuw dan ook sterk gewijzigd: rond 1930 was in het noordelijk deel van Vrijland buiten de boslanen amper meer opgaande begroeiing aanwezig; en opmerkelijk genoeg is er ook een duidelijk reliëf ontstaan: een deel van de agrarische gronden is enige tientallen centimeters afgezand. (Een datering hiervoor is overigens niet bekend en valt ook niet uit de topografische kaart af te leiden). In de nazomer van 1940 werden de eerste Duitsers in de gebouwen gelegerd van wat inmiddels Oud-Vrijland was gaan heten en vanaf 1941 werd het hele bestaande complex gevorderd door de Luftwaffe. De kapel werd bioscoopzaal, de andere gebouwen werden als onderkomen van het vliegveldcommando benut, en in de loop van het jaar werden - met name in het noordwestelijk deel van Vrijland - het gebied van het in de voorafgaande jaren grotendeels gerooide productiebos - verscheidene gebouwen opgetrokken, die deel zouden gaan uitmaken van het technische hart van Deelen: 'die Werft'. Bovendien werd de hoofdingang van het vliegveld op Vrijland gebouwd: het nog bestaande pand op de hoek van de Koningsweg en de huidige Hoenderloseweg. Het aanwezige lanenstelsel en ook de erbinnen liggende percelen agrarische gronden werden hierbij 'gerespecteerd' - of liever: vanuit strategische motieven gehandhaafd, daar ze uitstekend als camouflage van de merendeels als boerderijen uitgedoste werkplaatsen en onderkomens konden dienen. Zonder morfologisch belangrijke wijzigingen te ondergaan kreeg het noordwestelijk deel van Vrijland aldus binnen zeer korte tijd, functioneel beschouwd, een geheel ander karakter. Zelfs het lanennetwerk werd niet noemenswaardig veranderd, zij het dat er opstelplaatsen voor (rollend) materieel en vliegtuigen moesten worden gerealiseerd. Wel werd een aantal verbindingen op het terrein nader verhard met 'typisch Nederlands' baksteenklinkerwerk, dat in verschillende patronen werd gelegd, terwijl de paadjes naar en rond de gebouwen op het terrein met 30 x 30 cm betontegels werden belegd. Verder werd het rechthoekige terrein geheel door in beton en draad uitgevoerde paal- en hekwerken omsloten. Vermoedelijk mede uit oogpunt van camouflage is een duidelijke, uit de Duitse tijd stammende, versteende centrale appèlplaats nauwelijks aan te wijzen, maar het op de kaart van omstreeks 1955 groene middenterrein tussen de zuidelijke en de centrale oost-west gerichte wegen bood hiervoor wellicht gelegenheid, maar eventueel ook de opstelplaats ten oosten van de bebouwing. Zowel het patroon van wegen en paden als een deel van het oude verhardingsmateriaal is nog in het veld aanwezig of herkenbaar, terwijl vooral de in eerste aanleg uit het derde en vierde kwart van de 19e eeuw daterende, in rechthoekig geometrisch patroon uitgevoerde inrichting nog tot in detail aanwezig of herkenbaar is. Een belangrijk deel van de lanen is nog over volle lengte aanwezig en strekt zich uit van de Koningsweg tot aan de in de Tweede Wereldoorlog langs de noordgrens van Vrijland aangelegde rolbaan, en van de huidige Hoenderloseweg tot de huidige westelijke toegangsweg tot het terrein, terwijl ook een deel van de bos-, weide- en akkerpercelen nog aanwezig is. Een deel van de hoofdverbindingen is inmiddels voorzien van een asfaltslijtlaag, maar de kleinere wegen en de paden verkeren nog in een toestand die aan die van 1940 herinnert. Zo zijn er bij de meeste gebouwen betontegelpaden aanwezig, terwijl een groot deel van Vrijland het zelfs nog moet doen met onverharde boslanen. Ook van de in de oorlog aangelegde omheining zijn gedeelten van de paalwerken nog min of meer intact. Bij de inrichting van het noordelijk deel van 'die Werft' werd doelbewust gebruik gemaakt van de bestaande vakkenstructuur en werden de gebouwen keurig in het gelid binnen de vakken opgericht, vrijwel zonder uitzondering in de nabijheid van een van de lanen. Dit betekende niet alleen dat ze enigszins gecamoufleerd werden door de bomen, maar ook dat de desbetreffende vakken open bleven en een al dan niet geënsceneerde agrarische functie konden houden. Ondanks het feit dat de gebouwen ordelijk werden gepositioneerd maakte hun concrete situering echter toch een ad hoc indruk. Ze werden op verschillende afstanden van de lanen geplaatst, met de daknok in verschillende richtingen, en ook waren ze verschillend van plattegrond en volume. De gebouwen werden zodanig uitgevoerd dat ze door hun dakvorm, beschilderde luiken, bijgebouwen en erven voor inheemse boerderijen konden doorgaan. De verschillend uitgevoerde dakvormen - er werden vooral zadeldaken, wolfsdaken en schilddaken toegepast - en de niet uniforme kleurstelling van de pannendekking zorgden voor bouwwerkgebonden camouflage van deze - objectief bezien - 'opmerkelijk' gesitueerde militaire nederzetting. De rond 1945 en later toegevoegde gebouwen en hangars brachten uiteraard wel verdichting van het bebouwingsbeeld, maar van een aantasting van het karakter van Vrijland-Noord was hierbij niet of nauwelijks sprake. Vele voor functionele doeleinden en / of als onderdeel van camouflage op het kamp tot stand gebrachte artefacten zijn nog in het terrein herkenbaar of zo goed als ongeschonden aanwezig. Het betreft hier uiteraard in de eerste plaats de gebouwen, maar onder meer ook de als onderdeel van erfinrichting tot stand gekomen tegelpaadjes vormen nog markante facetten van de uit 1940 daterende detailinrichting van Vrijland-Noord. Het ketelhuis, gebouw 14, was - samen met andere op verschillende kampementen van Vliegveld Deelen - het hart van een der eerste wijkverwarmingssystemen in Nederland. Het kamp is hiertoe ondergronds voorzien van een netwerk van verwarmingsleidingen, waarvan op enige plaatsen de putdeksels en leidinggoten zichtbaar zijn. Additionele verwarming kon op locatie plaatsvinden via normale kachels of haarden. De elektriciteitsdistributie vond plaats vanuit het noordelijk van de huidige ingang gelegen transformatorhuis (15); vermoedelijk vond het stroomtransport naar de verbruiker - anders dan tegenwoordig gebruikelijk is - integraal bovengronds plaats. Voor wat betreft (afval)waterlozing werd het septicsysteem gehanteerd: via een buizenstelsel met overloop- en bezinkputten, dat was uitgevoerd in gietijzer, grespijp, metselwerk en beton, werd voor elk gebouw een afzonderlijke afvoer aangelegd. Het kamp omvatte verder een aantal bluswaterbunkers - ondergronds, om ook beschikbaar te zijn bij vorst. De verschillende oorspronkelijk ondergrondse systemen zijn in meer of minder complete en originele vorm nog aanwezig en deels nog operationeel; van de bluswaterbunkers zijn er enkele nog goed herkenbaar, met water gevuld en dus bruikbaar. Het elektriciteitsnet is - op het trafohuis na - na de oorlog vervangen; hier en daar resteert nog wel schakel- en bevestigingsmateriaal dat uit de bouwtijd zou kunnen stammen. Waardering TERREIN met AANLEG van Vrijland-Noord, van algemeen belang als relatief gaaf onderdeel van een uit de Tweede Wereldoorlog stammend en door de Duitse bezetter opgezet groot militair vliegveld, vanwege: architectuurhistorische, stedenbouwkundige, historisch-geografische, techniekhistorische, krijgs- en cultuurhistorische en complex- en ensemblewaarden, die onder meer kunnen blijken uit de overwegend op locale vormen geïnspireerde traditionalistische bouwtrant, uit de voor de bouwtijd kenmerkende onderdelen en details, uit de in het concept verwerkte, deels reeds in het landschap aanwezige en deels daarop geïnspireerde elementen, uit de handhaving van het authentieke beloop en de ten dele dito uitvoering van wegen en paden, uit de quasi-agrarische functies van de bebouwing en de gehandhaafde en quasi-agrarische gronden binnen de bospercelen, uit de relicten van technische innovatie - in dan het bijzonder die van het leidingennetwerk en van de constructietechniek - uit de binnen een eeuw eerder planmatig tot stand gekomen extensief-agrarische, landelijke schaakbordpatroon ingepaste militaire nederzettingsstructuur, waarin tot in detaillering doorgevoerde camouflage voorkomt, uit de samenhang van en met het totale militaire vliegveldconcept en de ruimtelijke hoofdlijnen en onderdelen van het kampement, en uit de onderlinge verwantschap van de hierbij toegepaste vormen. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 529715
Laatste wijziging: 2014-10-12 10:13:45.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Kaart & Routeplanner

Route naar Vrijland Noord, Terrein in Arnhem