Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Vliegbasis Deelen/Klein-Heidekamp: Terrein met aanleg in Arnhem

Militair Object

Deelen/Klein-Heidekamp
6800AB Arnhem
Gelderland

Bouwjaar: 1940-1941


Beschrijving van Vliegbasis Deelen/Klein-Heidekamp: Terrein met aanleg

Omschrijving TERREIN met AANLEG. De bodem van het Klein-Heidekamp en omgeving bestaat uit zand en maakt deel uit van een relatief vlak deel in de door gletscherijs opgestuwde zuidelijke Veluwe. Het kamp ligt zuidelijk van de langs de zuidzijde van de Kemperberg, globaal oost-west lopende, rechte Koningsweg. Deze weg zou in rudimentaire vorm dateren uit het laatste kwart van de 17e eeuw - de tijd dat stadhouder Willem III koning van Engeland was. De Koningsweg is nog steeds als belangrijke verbinding en als een ruimtelijk structurerend element aanwezig, ook doordat hij als ontginnings- en nederzettingsbasis functioneerde. Oostelijk van de Kemperberg werden vanaf het midden van de 19e eeuw aan weerszijden van de Koningsweg, met name op gronden van de locale adel en / of grootgrondbezitters, (ontginnings)landgoederen gesticht met daarop (pacht)boerderijen. In de praktijk bleek het boeren op de schrale Veluwegronden niet gemakkelijk en vooral aan de zuidzijde van de Koningsweg werd de bosbouw al direct dominant en tevens werd hier de op ruime schaal wildjacht uitgeoefend. Klein Heidekamp werd aangelegd op de flauw naar het zuidwesten hellende zandgronden van de voormalige wildbaan ten zuiden van de ontginningsboerderij Dresden, tussen de Deelensche Weg en de huidige Clément van Maasdijklaan. Terwijl het noordelijk én het zuidelijk deel van dit terrein rond 1940 werden doorsneden door een aantal boslaantjes, werd gekozen voor het relatief dun begroeide hart van het terrein. Hier kwam een slechts ten dele op de bestaande boslanenstructuur aansluitend wegenpatroon tot stand, dat wordt gekenmerkt door de flauw gebogen, meest vloeiende lijnen en de soms abrupte knikken. Het totale netwerk heeft dankzij twee min of meer parallelle assen een overwegend grootste uitstrekking van noord naar zuid, wat mogelijk een gevolg is van gerealiseerde verbindingen tussen de bestaande boslaantjes. Haaks op de beide globaal noord-zuid lopende assen is er een via enkele 'bajonetachtige' verspringingen verlopende oost-westverbinding en verder zijn er wat tussenlaantjes en - met name in het noorden enige geknikte 'achterommetjes'. De nieuw aangelegde wegen werden vrijwel integraal (en vermoedelijk in verschillende patronen) beklinkerd, terwijl moeite werd gedaan de inrichting verder zo veel mogelijk te doen aansluiten bij het omringende landschap, onder meer door aanplant en plaatselijke verdichting van groen en de ruwe suggestie van een brinkstructuur. Deze inpassing maakte deel uit van de camouflagestrategie van de bezetter, die poogde wegen, groen en bebouwing zo veel mogelijk te doen opgaan in de bestaande of de voor de locatie kenmerkende vormen en structuren. Er werden tegelpaadjes van 30 x 30 cm betontegels naar en rond de bebouwing aangelegd. Het kamp werd omheind met in betonnen paaltjes aangebrachte draadversperringen, maar op enkele plaatsen zijn (al dan niet permanente) toegangen tot het terrein gerealiseerd. De echte ingang was die aan het oosteinde van de dwarsverbinding over het terrein, waar via de huidige Clément van Maasdijklaan een directe verbinding bestond met Groot-Heidekamp. Vermoedelijk mede als gevolg van de camouflage als villadorpje is een duidelijke, uit de Duitse tijd stammende appèlplaats nauwelijks aan te wijzen, maar tussen gebouw 1-3 (het commandogebouw) en gebouw 1-5 (het poortgebouw) bevindt zich thans nog een groen open terrein dat op de topografische kaart van omstreeks 1955 in een in het zuidoosten afgeronde ruimere vorm voorkomt, en dat als zodanig gefunctioneerd kan hebben. Zowel het patroon van wegen en paden als een deel van het oorspronkelijk toegepaste materiaal is nog in het veld aanwezig of herkenbaar, terwijl ook het beoogde karakter van de aanleg nog goed herkenbaar is. Een deel van de hoofdverbindingen is voorzien van een asfaltslijtlaag, maar de kleinere wegen en de paden verkeren nog in een toestand die aan die van de jaren 1940-1945 herinnert. De hoofdtoegang, die wordt gekenmerkt door bakstenen hekpijlers en een muur, is nog aanwezig terwijl andere - al dan niet gewijzigde - toegangen nog goed als zodanig zijn te herkennen. Klein-Heidekamp was in de eerste plaats bedoeld voor de huisvesting van (onder)officieren en het werd ingericht met enkele tientallen grotere en kleinere woningen, die in verschillende dichtheden waren bezet en die in een aantal gevallen als dubbele woningen waren uitgevoerd. De gebouwen werden vooral langs de speciaal hiertoe aangelegde wegen gesticht, maar hun concrete situering maakte een ad hoc indruk. Ze werden op verschillende afstanden van de wegen geplaatst, werden met de daknok in verschillende richtingen gepositioneerd en waren ook verschillend van plattegrond en volume. Tevens zijn de gebouwen zodanig uitgevoerd dat ze door hun dakvorm, beschilderde luiken, bijgebouwen en erven voor inheemse woningen en - beperkt - voor boerderijen konden doorgaan. Met name de verschillend uitgevoerde dakvormen - er werden vooral zadeldaken, wolfsdaken en schilddaken toegepast - en de niet uniforme kleurstelling van de pannendekking zorgden voor bouwwerkgebonden camouflage. Hiernaast werden ook esthetische aspecten niet vergeten. Enkele van de meest opvallende - en vermoedelijk met opzet in het oog springende - hiervan waren de ten dele in metselwerk uitgevoerde tuinaanleggen, zoals die aan de oostzijde van het hoofdgebouw op het kamp, de 'Geschwaderbefehlsstelle' en de als onderdeel van 'onschuldigheid' opgenomen tegelpaadjes en gazons. Vele voor functionele doeleinden en / of als onderdeel van camouflage op het kamp tot stand gebrachte artefacten zijn nog in het terrein herkenbaar of zo goed als ongeschonden aanwezig. Het betreft hier uiteraard in de eerste plaats de gebouwen, maar ook de tuin- en terrasaanleg bij het hoofdgebouw en de tegelpaadjes vormen nog markante facetten van de uit 1940 daterende detailinrichting van Kleines Heidelager. Midden op het terrein werd het ketelhuis van een centraal wijkverwarmingssystemen tot stand gebracht, dat als een van de oudste in Nederland kan gelden. Het kamp is hiertoe ondergronds voorzien van een netwerk van verwarmingsleidingen, waarvan op verscheidene plaatsen de putdeksels zichtbaar zijn. Additionele verwarming kon op locatie plaatsvinden via normale kachels of haarden. De elektriciteitsdistributie vond plaats vanuit het ongeveer tegenover het hoofdgebouw gelegen transformatorhuis; het verbruiksstroomtransport verliep - afwijkend van wat tegenwoordig gangbaar is - bovengronds. Voor wat betreft de (afval)waterlozing werd het septicsysteem gehanteerd: via een buizenstelsel met overloop- en bezinkputten, uitgevoerd in gietijzer, grespijp, metselwerk en beton, werd voor elk gebouw afzonderlijk een afvoer aangelegd. Het kamp omvatte een aantal ondergrondse bluswaterbunkers - dit laatste om ook bij vorst bluswater beschikbaar te hebben. De verschillende oorspronkelijk ondergrondse systemen zijn in meer of minder complete en originele vorm nog aanwezig en deels ook nog operationeel; van de bluswaterkommen zijn er enkele nog goed herkenbaar, met water gevuld en dus bruikbaar. Het elektriciteitsnetwerk is - op het trafohuis na - na de oorlog echter vervangen; hier en daar resteert nog wel schakel- en bevestigingsmateriaal dat uit de bouwtijd zou kunnen stammen. Waardering TERREIN met AANLEG van Klein-Heidekamp, van algemeen belang als relatief gaaf onderdeel van een uit de Tweede Wereldoorlog stammend en door de Duitse bezetter opgezet groot militair vliegveld, vanwege: architectuurhistorische, stedenbouwkundige, historisch-geografische, techniekhistorische, krijgs- en cultuurhistorische en complex- en ensemblewaarden, die onder meer kunnen blijken uit de overwegend op locale vormen geïnspireerde traditionalistische bouwtrant, uit de voor de bouwtijd kenmerkende onderdelen en details, uit de in het concept verwerkte, deels reeds in het landschap aanwezige en deels daarop geïnspireerde elementen, uit het quasi-authentieke beloop en de dito uitvoering van wegen en paden, uit de relicten van technische innovatie, uit de in een kunstmatig opgezette villadorpachtige structuur met lineaire en brinkvormkenmerken en met tot in detaillering doorgevoerde camouflage, uit de samenhang van en met het totale militaire vliegveldconcept en de ruimtelijke hoofdlijnen en onderdelen van het kampement, en uit de onderlinge verwantschap van de hierbij toegepaste vormen. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 529662
Laatste wijziging: 2014-10-12 10:13:45.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Militair Luchtvaart Terrein Deelen
IATA: ICAO: EHDL
Algemene informatie
Opgericht 1913
Type forward operating base
Eigenaar ministerie van defensie
Plaats Deelen, Ede/ Arnhem
Coördinaten 52° 4′ NB, 05° 52′ OL
Openingstijden gesloten voor alle vliegverkeer; alleen open na vooraankondiging tbv oefeningen
Locatie in Nederland
Vliegbasis Deelen
Vliegbasis Deelen
Startbanen
   Baan      Lengte   Materiaal
02-20 2400 m beton
Lijst van luchthavens
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart
Junkers Ju 88
RF-84F Thunderflash
Hiller Raven
Alouette II

Vliegbasis Deelen ligt iets ten noorden van de stad Arnhem in de provincie Gelderland. Het is een voormalig Nederlands militair hulpvliegveld dat vlak voor de Eerste Wereldoorlog werd opgeleverd. In de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld ten behoeve van de Luftwaffe grondig verbouwd tot Fliegerhorst en werd Fliegerhorst Deelen het grootste Duitse vliegveld van Nederland.[1] Na de bevrijding werd het een vliegbasis van de Koninklijke Luchtmacht. Het terrein ligt voor het grootste deel op het grondgebied van de gemeente Ede en voor een kleiner deel op dat van Arnhem.

Bijzonderheden

  • Startbaan 02-20; 50m breed en 2400m lang uit beton en asfalt. De asfalt toplaag van de baan is verwijderd waardoor deze ongeschikt is geworden voor gebruik door zware vliegtuigen.
  • Het verkeersleidingsgebied van Deelen (de "Controlzone") strekt zich boven het veld uit tot 3000 voet boven zeeniveau. Naar het noorden tot Apeldoorn Zuid, naar het zuiden tot Elst, naar het westen tot Ede en naar het oosten tot Dieren.
  • Zweefvliegactiviteiten en activiteiten met modelvliegtuigjes vanaf de grasdelen van het veld. Ca. 2 NM (4 km) oostelijk van Deelen ligt het zweefvliegveld Terlet.
  • Navigatiebaken: het militaire TACAN baken is nog steeds in gebruik.
  • Instrument Landing System: De ILS van de gesloten basis Soesterberg EHSB is opgesteld op baan 20.
  • Communicatie; torenfrequenties: VHF 129.925 122.1 MHz en UHF 279.925 en 257.8 MHz

Geschiedenis

In juli 1913 kreeg de in Soesterberg opgerichte Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht (LVA) als taak het patrouilleren langs de landsgrenzen ter handhaving van de neutraliteit. Voor de uitvoering van die taak was het vliegveld Soesterberg niet toereikend. Daarom werden hulpvliegvelden ingericht bij Arnhem, Nieuw-Milligen, Gilze-Rijen, Venlo en Vlissingen.
Het vliegkamp van de LVA lag pal ten noordoosten van landgoed Vrijland in de gemeente Arnhem. De onverharde startbanen ervan werden in april 1940 omgeploegd om gebruik door de Duitsers te beletten.[bron?]

Voor de Luftwaffe werd tussen mei 1940 en september 1944 ten noordwesten van Vrijland - in de gemeente Ede, deels op 2.000 ha van park De Hoge Veluwe - een nieuw vliegveld van 4.000 ha met een omtrek van 25 km gebouwd onder de naam Fliegerhorst Deelen (codenaam: Alster). Dit werd het grootste Duitse vliegveld van Nederland, maar stond hiërarchisch onder 'Leithorst' Schiphol. Nederland - door de Luftwaffe aangeduid als 'Luftgau Holland'. Nederland vormde een van de voornaamste uitvalsbases van de Luftwaffe voor de aanvallen op Engeland en de eerste verdedigingslinie tegen de geallieerde luchtaanvallen op nazi-Duitsland.

Duitse inrichting

Het ontwerp was naar de toen modernste Luftwaffe maatstaven, waaronder bombescherming en verregaande geïntegreerde camouflage. Ook op Deelen werd het verharde startbanenstelsel aangelegd in de vorm van de hoofdletter A: één baan van 1.700, en twee banen van 1.300 m.[2] Er kwamen 60 overdekte opstelplaatsen voor vliegtuigen en 100 andere gebouwen, onder meer in twee dorpen. Verder ook twee 'Werfte', verwarmde reparatiehallen voor uitgebreide reparaties, zoals vervanging van complete motoren. Deze gebouwen werden door Nederlandse aannemers en (vrijwillige) Nederlandse arbeiders gebouwd[2], overigens in strijd met het geldende Landoorlogreglement. De bouw werd voor een groot deel uitgevoerd door de CONBA (Combinatie Barakkenbouw Arnhem), een samenwerkingsverband van Arnhemse aannemers. De gebouwen kregen veelal het uiterlijk van boerderijen, maar hadden muren van 50 cm beton.[3] Ook een echte boerderij voor de voedselvoorziening en de kweek van o.m. angorakonijnen voor bontvoering werd opgericht.

Later werd zuidelijk van het vliegveld ook de grote bunker Diogenes gebouwd, het operationele vluchtleidingscentrum voor Nederland, België en Noord-Frankrijk, terwijl in de richting van Terlet de eerste Duitse radiopeilstations (Teerose I, II en III) werden gebouwd. Vanwege deze inrichtingen kwamen er 3 groepen luchtafweergeschut.[2] Op het hoogtepunt van de luchtoorlog boven Nederland in 1943 waren hier 110 Duitse toestellen gestationeerd, meer dan op welk ander Duitse vliegveld in Nederland ook. Er werkten toen op de basis tegen 3.000 Duitse militairen.[2]

Spoor

Vanaf 1942 was de Fliegerhorst ook bereikbaar per spoor, wat een eis was voor Duitse hoofdvliegvelden. Vanaf Wolfheze (beginpunt op het westelijke deel van het spoorwegemplacement) werden volspoor rails aangelegd, het zogeheten bommenlijntje. Aan de zuidkant van het vliegveld waren rangeersporen, meerdere laad- en losperrons en twee grote opslagloodsen (Hobaghalle en Junckershalle).
Er werd vanaf het rangeerterrein in Arnhem dagelijks naar het vliegveld gereden met een diesel-elektrische locomotor van het type Sik. Voor zwaar transport werden stoomlocomotieven gebruikt.
Eén aftakking van de spoorlijn liep noordwaarts tot in het park De Hoge Veluwe. Daar bevonden zich brandstof- en munitiedepots met eigen laadperron. Een ander aftakking liep naar het zuiden tot de (ontginnings)boerderij Rijzenburg en diende voor de bouw van de Grossraum-Gefechtsstand: de enorme, nog bestaande Diogenesbunker. Hier werden de operationele gegevens van geallieerde en Duitse vliegtuigen gecoördineerd en bevelen gegeven.

Eenheden

Van 1940 - 1945 waren diverse Luftwaffe eenheden op de Fliegerhorst Deelen gelegerd[4]. Hier werd ook het eerste eskader van de Luftwaffe voor de gespecialiseerde nachtjagers met 36 toestellen gevestigd en was tevens de staf van de nachtjagers in Nederland gevestigd.

Eenheden:

Een deel van de voormalige Duitse baan (gekenmerkt door de bakstenen) is nog steeds goed zichtbaar en werd tot in de jaren tachtig voor scholing en training gebruikt door de afdeling Rapid Runway Repair.

Voorafgaand aan Operatie Market Garden werd Deelen op 15 augustus en op 3 september 1944 zwaar gebombardeerd waarna de Luftwaffe eenheden de basis verlieten. Het bleef open als hulpvliegveld en als V1 opslagplaats. Dit duurde tot maart 1945 waarna alle Duitse militaire activiteiten rond Deelen werden gestaakt.

Vanaf 1946-1950 werd Deelen gebruikt als opslagplaats voor allerlei onbruikbaar defensie materieel. In die periode stond letterlijk van alles op het veld gestald, variërend van buitgemaakt Duits materieel tot overtollige Engelse en Amerikaanse voorraden. Daaronder het gehele voertuigenpark van de Canadese militairen in Nederland. In totaal ging het om 37.000 voertuigen: motoren, jeeps, lichte en zware vrachtwagens, geschut, tanks[5]

Na 1950

Na 1950 wilde men het vliegveld weer gereedmaken voor gebruik en werd het oude materieel van het vliegveld verwijderd; een deel ligt echter nog steeds begraven in stortplaatsen.

  • In 1951 werd 298 squadron (sqn) van de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV) op de basis gelegerd; men vloog met De Havilland Beavers.
  • In 1955 werd 298 sqn uitgebreid met de eerste helikopters van het type Hiller-23B Raven.
  • In 1956 werd 299 sqn opgericht en ging opereren met Piper Super Cubs en Hiller-23B Ravens.
  • In 1957 werden beide sqns overgeplaatst naar Vliegveld Ypenburg in verband met de komst van 306 sqn.
  • Van 1957-1963 was 306 sqn met RF-84F Thunderflash fotoverkenners op de basis gelegerd.
  • In 1963 werd 306 sqn overgeplaatst naar de vliegbasis Twenthe en keerde de GPLV terug uitgerust met de Aérospatiale Alouette II.

Van 1964-1995 werd Vliegbasis Deelen weer gebruikt door de GPLV en waren 298, 299, 300 en het logistiek squadron op de basis gehuisvest (298 en het Logistiek SQN werd in 1966 overgeplaatst naar vliegbasis Soesterberg met alleen Alouette III. Het 300 Sqn kwam vanuit Ypenburg (dat werd gesloten) naar Deelen en zette aldaar de operationele taak alsmede de opleiding tot helikoptervlieger voort. Tevens werden de Piper Super Cubs van 298 en 299 Sqn aan 300 Sqn toegevoegd. Het 300 Sqn bevatte een bijzondere vlucht met mobilisabele Piper Cub Vliegers, die in oorlogstijd het 301 en 302 Sqn zouden bemannen. Naast de AL III en de Piper Super Cub werd er tot 1974 ook gevlogen met De Havilland Beaver. Later schakelde 299 sqn over op de BO-105 van Messerschmitt-Bölkow-Blohm.
Tussen 1973 - 1995 was Deelen thuisbasis van het helikopter demoteam The Grasshoppers. Ook verleende de basis ondersteuning aan de nabijgelegen voormalige Luchtmacht Electronische en Technische School (LETS).

In februari 1992 kwam Deelen in het nieuws doordat een actiegroep op de vliegbasis BO-105 helikopters in brand stak en er een deel van verwoestte. Er werd grote schade aangericht maar niemand raakte gewond.

Het einde van de Koude Oorlog resulteerde in sluiting van de vliegbasis in 1995. Deelen werd herbestemd als Militair Luchtvaartterrein (MLT) en werd incidenteel gebruikt als Forward Operating Base (FOB). Na de sluiting van vliegbasis Soesterberg werd deze herbestemming ongedaan gemaakt en werd Deelen weer een vliegbasis echter zonder permanent gelegerd vliegende eenheden.

De Apache, Chinook en Cougar helikopters van de Koninklijke Luchtmacht bezoeken Deelen regelmatig voor training voor uitzending van het Koninklijke Landmacht personeel van de Luchtmobiele Brigade. Tevens vindt ook de afstemming van het KL personeel plaats op de operaties met de KLu tactische aanvals en transporthelicopters. MLT Deelen ligt even ten noorden van Schaarsbergen, waar 11 en 12 Luchtmobiele bataljon in de Oranjekazerne zijn gelegerd, en ligt op korte afstand van de oefenterreinen Ederheide en Ginkelse Heide.

Architectuur

Een van de toegepaste architectuurstijlen op de Fliegerhorst is de zogenaamde Heimatschutz Architektur, een klassieke architectuurstroming verwant aan de Delftse School. Voor de boerderijachtige bebouwing is gebruikgemaakt van rode baksteen, met zadel- schild- en wolfsdaken. De Duitse bebouwing is ingepast in het landschap. Betonnen bunkers en hangars zijn vermomd als stijlvolle boerderijen langs bochtige weggetjes, en gebouwencomplexen zijn als brinkdorpjes in het bos gebouwd. Versterkte muren van 1 meter dik, geschilderde nepvensters, plaatstalen luiken en Duitse teksten verraden echter hun geschiedenis. Van deze bebouwing is relatief veel intact gebleven en dit alles verleent Deelen een unieke structuur.

In januari 2007 wees de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) het vliegveld, met in totaal 191 objecten en structuren verdeeld over 9 complexen aan als Rijksmonument.

Complexen rond de basis

Museum Deelen, in de voormalige onderofficiersmess.
  • Klein-Heidekamp (tijdens WOII Klein-Heidelager)
Diende als officierskamp. Daarna waren Leger Lucht Waarnemer School (LLWS), later Opleidings Centrum Grond-Lucht Samenwerking (OCGLS) en de Kon. Marechaussee Brigade Schaarsbergen er gevestigd. De overige gebouwen waren verhuurd aan particulieren - vnl van defensiepersoneel. In 2008 werd het Klein-Heidekamp totaal verbouwd tbv legering voor de Luchtmobiele Brigade en daarna samengevoegd bij de Oranjekazerne.
  • Groot-Heidekamp (tijdens WOII Gross-Heidelager)
Diende als manschappenlegering. In 1952 werd de Radio Radar School (RRS) van de luchtmacht hier gevestigd. Na de samenvoeging in 1957 met de Luchtmacht Technische School (LTS), ging het complex Groot Heidekamp verder als Luchtmacht Electronische en Technische School (LETS). Door bezuiniging werd de LETS medio jaren 90 geïntegreerd in de KMSL te Woensdrecht. Het vrijgekomen Groot Heidekamp is samengetrokken met de Oranjekazerne en huisvest het schoolbataljon Luchtmobiel van het OCIO.
  • Vrijland
Huisvestte in en na WOII technische en logistieke werkplaatsen. Als onderdeel van de LTS en LETS waren hier leslokalen voor theorie en praktijk gehuisvest (onder andere Elektriciteit- en Instrumenttechniek). Het complex is nu in gebruik door de Staf Luchtmobiele Brigade en het kerndetachement van Vlb. Deelen.
  • Kop van Deelen
Tijdens en ook na WOII commandocentrum van de vliegbasis. Was vanaf midden jaren 90 tot 2004 asielzoekerscentrum. De oude onderofficiersmess is nu Museum Vliegbasis Deelen . De gehele Kop van Deelen is verkocht aan de jeugdzorg instelling Hoenderloo Groep.
Nu in gebruik als depot van het Rijksarchief
  • meerdere Wärmehalle (verwarmde werkplaatsen)
  • meerdere Splitterboxen (opstelplaats met aarden wal tegen granaatinslag)
  • meerdere Flakstelle (bunkers voor luchtafweer)
  • een Compenseerschijf (draaischijf voor ijking boordkompas)
  • Teerosen I, II en III maakten geen deel uit van de fliegerhorst Deelen maar waren veldstellingen op Terlet, de Rheder- en Worth-Rheder heide en de Imbosch. Dit waren radiopeilstations om geallieerde bommenwerpers richting het Ruhrgebied te lokaliseren waarna deze werden onderschept.
  • Kaderschool (aan de Koningsweg). Initieel legering voor Duitse Luftnachrichtenhelferinnen die gedurende de oorlog in de commandobunker Diogenes werkten. Na de oorlog werd er de Radio Radar School van de Luchtmacht gevestigd. Vervolgens werd het de Luchtmacht Kaderschool (LKS) en de Koninklijke Kaderschool Luchtmacht (KKSL). Na een kortstondig gebruik door de Staf Luchtmobiele Brigade is het kamp, samen met gebouwencomplex "Zeven Provinciën", nu tijdelijk in gebruik als "kunstenaars-kolonie KKN23" en staat te koop. Tevens is dit momenteel de thuisbasis van de Arnhemse Hackerspace.
  • Zeven Provinciën. Gebouwencomplex gebouwd in de Tweede Wereldoorlog en daarna onderdeel van de KKSL waar onder andere de medische dienst was gehuisvest. Dit complex is nu, samen met de voormalige kaderschool, tijdelijk in gebruik als "kunstenaars-kolonie KKN23" en staat te koop.

Actualiteit

Na de sluiting van de Vlb. Soesterberg op 1 januari 2009 werd de status van MLT weer gewijzigd in Vliegbasis Deelen en valt de basis nu onder commando van het Defensie Helikopter Commando gevestigd op de Vliegbasis Gilze-Rijen. Deelen is weer beschikbaar als vliegbasis en dit houdt in dat het veld periodiek wordt gebruikt met een kernbezetting van de verkeersleiding, brandweer en MGD. Tevens is er een permanent detachement, hoofdzakelijk bewaking, aanwezig. De uren van openstelling (oefenen van DHC en 11 Luchtmobiele Brigade AASLT) zijn vaak 's avonds en worden via de lokale media bekend gesteld.

Externe links


Kaart & Routeplanner

Route naar Vliegbasis Deelen/Klein-Heidekamp: Terrein met aanleg in Arnhem