Meer dan 63.000 rijksmonumenten


De Haar, tuin- en parkaanleg in Haarzuilens

Tuin Park Landgoed

Kasteellaan 1
3455RR Haarzuilens (gemeente Utrecht)
Utrecht

Bouwjaar: 1894-1910


Beschrijving van De Haar, tuin- en parkaanleg

Omschrijving onderdeel 2: HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG. De historische parkaanleg van kasteel de Haar is in grote lijnen ontworpen ten tijde van en kort na de restauratie van het hoofdgebouw (1894-circa 1910). Het concept van het park van kasteel de Haar was oorspronkelijk veel groter dan het park dat daadwerkelijk is uitgevoerd; ook het huidige open land ten westen van de Rijndijk, die nu de westgrens van een groot deel van de aanleg markeert, zou deel uitmaken van de parkaanleg. In dit oorspronkelijke concept zou het kasteel een centrale plaats innemen in een ontworpen landschap met verschillende zichtlijnen op punten in de omgeving. Onderdelen van de toenmalige bestaande infrastructuur, daterend uit de vijftiende en latere eeuwen, zijn ingepast in de nieuwe landschappelijke transformatie van het gebied. Aan de aanleg van het groots opgezette tussen 1894 en circa 1910 gerealiseerde park ligt een intensief en langdurig ontwerpproces ten grondslag dat tot een groot aantal afwijkende ontwerpen en schetsen heeft geleid en in de ontwerpfase en erna verschillende wijzigingen heeft ondergaan. De tot stand gekomen aanleg is te onderscheiden in een Noorderpark en een Zuiderpark, die compositorisch met elkaar zijn verbonden maar door de openbare weg (Bochtdijk) worden gescheiden. Een belangrijk motief dat beide parken met elkaar verbindt is de uitgestrekte vijverpartij, door de tuinarchitect Copijn in 1894 in zijn bij de uit dat jaar daterende overzichtskaart behorende "Description" een "rivierarm" genoemd "die het park van voor tot achter doorstroomt". De compositie van het park bestaat voorts uit een waaiervormige structuur van zichtassen geconcipieerd vanuit het kasteel, met name vanaf de entree, verder vanuit de torens en vanaf de zuidgevel. Deze zichtassen strekken zich uit over de coulissen van het ontworpen en vormgegeven parklandschap, over de meer in formele trant aangelegde tuinen direct rond het kasteel en over de lange oprijlaan (aan weerszijden met dubbel beuk en eik beplant), de Zuylenlaan. Vanuit het kasteel liep een aantal zichtlijnen in noordoostelijke en noordwestelijke richting oorspronkelijk door tot over de grenzen van het park. Zij waren onder andere gericht op kerktorens van dorpen in de omgeving. Het merendeel van deze zichten is thans dicht gegroeid. Het Noorderpark, waar zich het kasteel en bijgebouwen bevinden, kent de grootste variëteit aan doorzichten en in formele trant aangelegde deeltuinen. Het Zuiderpark, dat qua oppervlakte ongeveer even groot is als het Noorderpark, is voor een groot deel gemodelleerd rond een enkel doorzicht vanuit de zuidzijde van het kasteel: het doorzicht bestaat uit een ruime en diepe parkweide in landschapsstijl met boomgroepen als coulissen, met glooiend bodemprofiel en geflankeerd door een grootschalige vijverpartij in landschapsstijl en stroken parkbos (sinds 1974 doet een groot deel van het Zuiderpark dienst als golfterrein). Tevens is het Zuiderpark een wandelpark: een wandeling van serpentinevormig verlopende wandelpaden voert langs de randen van het park en deels door het open parkgedeelte en rondom de vijverpartij. Deze wandeling is verbonden met de wandeling door het Noorderpark via de rustieke brug in beton met hek over de Bochtdijk (zie complexonderdeel 28). De werkzaamheden aan de aanleg van het Zuiderpark begonnen in circa 1905 en het park kreeg pas in 1909 zijn huidige gedaante. De bonnekaart uit 1908 laat zien dat in dat jaar alleen het oostelijke deel van het Zuiderpark nog in een staat van wording verkeerde. Een belangrijk karakteristiek van de aanleg van het Noorder- en Zuiderpark is verder de beslotenheid van het park naar het omringende landschap. Copijn zegt hierover in zijn "Description": "Boven alles moet het kasteel omringd worden door een forse groenmassa, die het een achtergrond geeft en waartegen de contouren van het slot zich kunnen aftekenen en waardoor deze imposante bouwmassa als het ware omkadert wordt. Het bos te noorden van het kasteel ondersteunt dit ontwerp terwijl het tegelijkertijd de Noord- en Noordwestenwinden opvangt". De scheiding tussen het Noorder- en Zuiderpark door de Bochtdijk kreeg in het Noorderpark het profiel van een aarden schutterswal, die net hoog genoeg was "om een knielende boogschutter bescherming te bieden" (Joseph Cuypers); tegelijkertijd maakt deze wal het mogelijk de openbare weg aan het gezicht te ontrekken, waardoor het Noorder- en Zuiderpark ongemerkt in elkaar over lijken te gaan. Architect van het totaalconcept van het park was Henri G. Copijn, die hiervoor op 3 februari 1896 het contract ondertekende. Dit contract vermeldt ondermeer: "De werkzaamheden starten op 1 maart 1896 volgens het getekende plan van H.G. Copijn, onder de directie van de restauratie-architect P.J.H. Cuypers". Twee jaar eerder, in 1894, had Copijn al het basisontwerp gemaakt en verwerkt tot een grote overzichtskaart (Coll. J. Copijn, Groenekan). In de bij de kaart behorende "Description" geeft Copijn een indruk van de achterliggende gedachten voor het ontwerp en voor het verschil in karakter tussen het Noorder- en Zuiderpark: ".... Het ontwerp geeft een helder beeld van de diverse uitgangspunten met betrekking tot de onmiddellijke omgeving van het kasteel, de openbare weg en het dorp en met behulp van de grote geplande laan, de Zuylenlaan. Het verschil in karakter kan men op de kaart zien. Het zuidelijke deel, met zijn grote waterpartij, zijn bebossing en omsloten plekken, vormt een park in landschapsstijl op de wijze, die de Engelsen met 'pleasure-ground' aanduiden. Het noordelijke deel aan de oost- en noordzijde van het kasteel is een groot 'parc à bétail' (een aanleg met veeweiden), een echt Engels park waar de eentonigheid van de weiden wordt onderbroken door bosquetten, boomgroepen en solitaire bomen. De bomen, verspreid geplant in de weiden zijn Iepen, Eiken, Linden, Notenbomen en Esdoorns. De kleine slootjes zijn zoveel mogelijk verborgen door beplanting en een onregelmatige aanleg. Een kleine beek of rivier kabbelt rustig door het landschap en lijkt zich te verbinden met de waterpartijen in het andere deel van het park. Deze continuïteit wordt onderbroken door het verschil in niveau (meer dan een meter) van het waterpeil tussen beide delen. Toch wordt zij wel gesuggereerd door de waterloop met beplanting te verbergen. De verschillende pachtboerderijen, zichtbaar vanuit het kasteel, verlevendigen de kleuren of nuances in het landschap. Enkele slingerpaden maken het mogelijk om dat deel van het park te doorkruisen. De vergezichten vanuit het kasteel, geleid door de beplanting, lijken zich te verliezen in de verte. Dit deel van het park is op deze wijze practisch geheel bestemd voor economische doelstellingen, terwijl tegelijkertijd het landschap verfraaid wordt.....". Het Zuiderpark omschrijft Copijn als een "parc paysager" en als "pittoresque" waarvan de zanderige bodem de gelegenheid geeft om heldere waterpartijen en droge wegen en paden aan te leggen en waar alles weelderig zal groeien: "...ook kan het terrein heel goed heuvelachtig worden vormgegeven...", hetgeen ook is gebeurd. Ongetwijfeld hebben P. Cuypers en zijn zoon J. Cuypers een stempel op het ontwerp van Copijn gedrukt. Van de laatste twee zijn een aantal ontwerpen voor het park bekend, met name van de in geometrische stijl aangelegde deeltuinen rond het kasteel, die in het algemeen slechts in afgeleide vorm in het ontwerp van Copijn zijn terug te vinden. In ieder geval hebben P. en J. Cuypers een indringende rol gespeeld bij het ontwikkelen van het concept voor het ontwerp door Copijn en wellicht ook op de invulling daarvan. De diverse fortificatie-elementen rond en langs de deeltuinen van het Noorderpark zijn van hun hand. Uit de onderlinge correspondentie van Copijn, vader en zoon Cuypers en de eigenaar zou de gevolgtrekking gemaakt kunnen worden dat bij de schepping van het Noorderpark een soort stalenboek van internationale en historische tuinen en tuintypen voor ogen stond. Het verband tussen de tuinen en lanen moest gemaakt worden door een "Engelsch park". Het kasteel diende omgeven te worden door "Middeleeuwse tuinen en wel volgens de regelmaat van de 15de eeuw". Onder laatstgenoemde tuinen worden de tuinen in Renaissance tuinstijl terzijde van de laan van het poortgebouw naar het chatêlet bedoeld. Deze tuinen bevatten een 'Oosterse tuin' oftewel een Palmentuin. Intermediair tussen kasteel en Zuiderpark werd de zogenaamde Romeinse tuin aangelegd. Ten westen van het naar de regels van de Frans classicistische tuinarchitectuur aangelegde 'Grand Canal', de menagerietuin, een kleinschalige aanleg in Franse vroeg landschappelijke stijl. Aan de westzijde van het park, op ruime afstand van het kasteel werd op bestaande tuinbouwgronden aan de Eykstraat, tussen de nieuw aangeplante bosrand en het nieuw aangelegde dorp Haarzuilens, de grote moestuin aangelegd, met ten noorden daarvan een boomgaard. De moestuin herbergde een zeer ruime wintertuin, waarvan de gietijzeren omkassing in 1996 werd afgebroken. Er was bij de tennisbaan een doolhof naar voorbeeld van het doolhof op Hampton Court (gereconstrueerd in 2001) en een "Monticule en spirale", een serpentine-heuvel van 8 à 9 meter hoog met hagen en rozen. Beide onderdelen werden door Copijn ("Description") als voorbeelden van Middeleeuwse tuinkunst beschouwd. Even voor het einde aan de westzijde van de grote en opmerkelijke brede oprijlaan met een laanbeplanting van dubbele beuk aan weerszijden, de Zuylenlaan, werd aan de oever van de aldaar gelegen waterpartij de rotstuin aangelegd, die nog grotendeels bewaard is gebleven. Het ontbreken van de in die tijd populaire Japanse of Chinese tuin geeft echter aan dat volledigheid van tuinstijlen en typen niet de overwegende ambitie was. Waarschijnlijk was evenals bij het kasteel een demonstratie van de invloedrijkheid, rijkdom, glorie, legendarische afstamming en ouderdom van de dynastie van de Van Zuylens een van de motieven voor deze gevarieerde gelaagdheid en uitgestrektheid van het park. Voorts speelde oorspronkelijk ook het idee een rol om het park, evenals het kasteel, gedeeltelijk te restaureren volgens toenmalige romantisch-historiserende restauratie-opvattingen. De tuinarchitect Leonard Springer die in 1893 als eerste voor een ontwerp voor het park werd uitgenodigd, kreeg ondermeer de instructie mee om de openbare wegen (Bochtdijk) en lanen te eerbiedigen. Uiteindelijk bleef alleen het tracé van de Bochtdijk bewaard en de karakteristiek van het verloop van de Haarlaan, die als 'tweede' oprijlaan aan het noordelijk einde haaks omgaat naar het chatelet; wel werd de Haarlaan gedurende het uitvoeringsproces een stuk in westelijke richting verlegd. In de directe nabijheid van het kasteel werden geometrische tuinen met een decoratief karakter aangelegd. Zij kwamen tot stand gedurende een periode van ruim twintig jaar en werden in die periode verschillende malen gewijzigd. Hun tegenwoordige vorm werd rond en na 1910 gerealiseerd. Ontwerp en uitvoering stammen van H. Copijn, mede op basis van verschillende ideeën van Dr. P.J.H. Cuypers en zijn zoon Ir. Jos.Cuypers, die hiervoor ook schetsen leverden. De volgende geometrisch deeltuinen zijn te onderscheiden: - Romeinse tuin, aangelegd door H. Copijn mede op basis van ideeën van Dr. P.J.H. en Ir. Jos. Cuypers; de Romeinse tuin direct ten zuiden van het kasteel ontleent zijn naam aan de vorm van zijn hoofdstructuur, een Romeinse renbaan. Geometrische tuin met paden, grasparterres, gazons, vazen, tuinornamenten en historische beplanting. Het gazon ligt verdiept. Oorspronkelijk was in het midden een vierkant, verhoogd beplantingsvak met een rond, verhoogd vak aan de noord- en zuidzijde. Halverwege de tuin leiden stenen trappen naar twee symmetrisch gespiegeld gekandelaberde lindenbomen, die nog dateren uit de tijd van het hier gesitueerde oude dorp Haarzuilens. De in de tuin geplaatste monumentale kapitelen van klassieke zuilen verwijzen naar de Romeinse tijd en de legendarische afstamming van het geslacht van Zuylen (Colonna). Aan de zuidzijde wordt de tuin afgescheiden door de schutterswal, die aan de oostzijde uitmondt in een bakstenen bastion met schietgleuven; - Rozentuin en Palmentuin: een in de hoek van de haaks verlopende oprijlaan en kasteelgracht gelegen ensemble van deeltuinen in neorenaissance stijl bestaande uit de in 4 vakken verdeelde rozentuin aan de zuidzijde en de in twee vakken verdeelde Palmentuin (ook wel Buxustuin genoemd). De tuinen worden van elkaar gescheiden door een berceau met in het midden een gebroken zuil ter nagedachtenis aan de overleden zoon Hélin (zie onder). De huidige kruisvormige indeling van de Rozentuin, met in het hart het prieel uit circa 1910, dateert uit 1965 en werd aangelegd in opdracht van Gabriëlle van Zuylen onder instructie van de Engelse tuin- en landschapsarchitect Russel Page. Ook de rozenboog in het midden van de rozentuin dateert uit deze periode. Aan de zuidzijde een herinneringsmonument, opgericht in 1912-1913 naar aanleiding van de dood van de zoon van het echtpaar van Zuylen, Hélin. Bij deze gelegenheid werd de oorspronkelijke aanleg van de Rozentuin, die uit een patroon van 3 lobben bestond, veranderd in een stervorm met in het hart een cirkel; dit patroon bleef tot in 1965 bewaard. Enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog werd de beplanting van de Palmentuin vernieuwd. De huidige indeling van de Palmentuin dateert uit 1914. De door een pad en pergola omgeven tuin bestaat uit twee gelijke vakken met een patroon van guirlandes en voluten in buxus, waartussen steenslag. De delen worden gescheiden door een pad dat in het centrum een rond rozenperk met vaas als gedenkteken voor de in 1997 overleden baronesse Marie-Helène de Rothschild-van Zuylen. De in 1900 aangelegde Rozen- en Palmentuin vervingen het complex van moestuinen dat door vader en zoon Cuypers in de jaren '90 van de 19de eeuw hier was aangelegd. - Tussen de Rozentuin en Romeinse tuin is aan de oprijlaan, tegenover de stalgebouwen, de buitenmanege gesitueerd, omgeven door stroken heesterbeplanting en parkbos met linden, beuk, kastanjes en plataan. Deze manege is in feite de oudste aan de laan gelegen 'deeltuin'. De baan staat aangegeven op de bonnekaart uit 1908; in dit jaar waren de rozen- en palmentuin nog met bos beplant. Overige deeltuinen in het Noorderpark: - 'Grand canal'; het kanaal dat naar afmeting on-Nederlands van allure is werd op de as van de noordelijke toren van het kasteel aangelegd en tussen 1912 en 1915 tot zijn huidige proportie verlengd. Het vormt het centrale motief in deze zogenaamde Franse tuin. Joseph Cuypers merkt hier in 1902 het volgende over op: "De gezichts lijn vanuit het eindpunt Noordelijk in den Franschen tuin naar den hoofdtoren gericht, loopt bijna zuiver Noord-Zuid en deelt het kasteel zoowel in plan als in opstand in twee deelen van gelijken in houd, maar niet volkomen gelijk van vorm; de toren zelf is het toppunt van beide driehoeken (...) Omgekeerd is nu vanuit het kasteel het uitzicht naar den grooten vijver met de daarin springende fontein vrijgebleven". Omstreeks 1965 werd in opdracht van Gabriëlle van Zuylen onder instructie van Russel Page de bosvakken aan weerszijden van het kanaal omlijst door rechte hagen met haagbeuk. - In 1904 werd ten westen van het 'Grand canal' in de Franse tuin de huidige tennisbaan aangelegd onder supervisie van Copijn. - Gebastioneerde tuinen ten oosten van het Chatelet en ten oosten van het kasteel, genaamd respectievelijk de Kleine en Grote Cour; omstreeks 1894 gereedgekomen door keermuren en bastions en gracht omgeven deeltuinen tussen het Chatelet en het kasteel. De Kleine Cour werd door Copijn in Middeleeuwse trant aangelegd met spaarzame beplanting, gazon, eenvoudige bloemborders en waterput; de huidige inrichting van de kleine cour met borders met ondermeer Dahlia's dateert uit omstreeks 1965 naar ontwerp van Gabriëlle van Zuylen en Russel Page. - Centraal op de Grote Cour een grote wagenwielvormige border als zodanig daterend uit het einde van de 19de eeuw: voor de doorsnede van de border was de mogelijkheid om met een zesspan rond de Cour te kunnen gaan bepalend. De inrichting van de border werd omstreeks 1965 enigszins gewijzigd naar ontwerp van Gabriëlle van Zuylen en Russel Page. - Ten westen van het 'Grand Canal' de zogenaamde Menagerietuin; in historiserende Franse vroeg landschappelijke stijl door Copijn aangelegd parkgedeelte met een kleinschalig patroon van vijvers en slingerpaden. Cuypers vermeldt over dit parkgedeelte: "Noordelijk een bosch en vijvers bewoond door watervogels". De hokken voor watervogels werden omstreeks 1980 verwijderd; toen werd de aanleg van de Menagerietuin ook enigszins vereenvoudigd. - Het noordelijke gedeelte van het Noorderpark, gelegen tussen de elkaar snijdende wegen Rijndijk en Polderweg, werd als open landschap ingericht en kreeg de naam Klein Limburg. De Polderweg stamt uit de tijd van de parkaanleg en is schuin over de strokenverkaveling aangelegd. Met boomgroepen langs de beide wegen en op het open land en met laanbeplanting in het verlengde van het centrale padenstelsel vanaf het kasteel is het bestaande landschap van de slagenverkaveling getransformeerd tot één grote landschappelijke open eenheid, die een verwijzing inhoudt naar de toenmalige beeldvorming van het Limburgse landschap en die de noordelijke afronding vormt van de grootse aanleg van De Haar. Omstreeks 1965 werd in het Noorderpark op de plaats van de zogenaamde ossenwei een tweede hertenkamp, de zogenaamde Grote Hertenkamp aangelegd. Een deel van het Zuiderpark werd toen als ossenwei ingericht tot 1974, toen dit park deels als golfterrein in gebruik werd genomen. Tussen de Bochtdijk en de hoofdoprijlaan, de rechte Zuylenlaan, vanouds de zogenaamde Kleine Hertenkamp. Het Noorder- en Zuiderpark wordt doorsneden door een patroon van wandelpaden en lanen deels met halfverharding en deels verhard. Al naar gelang het gebruik dit voorschreef is er een verschil in de breedte van de paden: de wandelpaden zijn relatief smaller dan de lanen en de paden die ook geschikt moesten zijn voor wagens en werkverkeer. Het padenpatroon van het Zuiderpark verloopt voornamelijk in curven. Het padenpatroon in het Noorderpark kenmerkt zich door een variatie van rechte lanen en in curven verlopende paden. Het paden- en lanenpatroon is niet alleen het element dat de hoogtepunten die het park biedt verbindt, maar vertegenwoordigt ook een grote sierwaarde. Met name geldt dit voor de wandelpaden die zich als een sierlijk lint door het park slingeren. Het park van De Haar kent een rijk assortiment aan bomen en heesters. De lanen zijn voorzien van een laanbeplanting van beuk, eik, kastanje en linde. In de parkweiden solitairen en 'clumps' met ondermeer eik, beuk, kastanje, linde, acacia, es en els. In de nabijheid van de vijverpartijen tevens moerascypres en rododendrons. In de bosvakken een gevarieerde beplanting van ondermeer eik, beuk, kastanje, naaldhout, taxus en hulst. Waardering De HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG van Kasteel De Haar is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang: - vanwege de ontstaansgeschiedenis; - als zeldzaam gaaf bewaard voorbeeld van een aanleg in landschapsstijl van Hendrik Copijn, aansluitend op de geometrische delen van de aanleg en liggend in het landgoed van De Haar; - vanwege het belang van de aanleg voor de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur; - vanwege de, ook in detail, gaaf bewaarde structuur; - vanwege de voor Nederland ongebruikelijke omvang; - vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 527893
Laatste wijziging: 2014-10-26 19:16:13.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Kasteel De Haar
De Haar castlle.jpg
Locatie Haarzuilens, Nederland
Coördinaten 52° 7′ NB, 4° 59′ OL
Algemeen
Stijl Neogotiek
Bouwmateriaal Baksteen
Eigenaar Stichting Kasteel De Haar
Huidige functie Woning, museum
Gebouwd in 14e eeuw, mogelijk 13e eeuw[1]
Herbouwd in 1892 - 1912
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  527891
Website www.kasteeldehaar.nl
Plattegrond van het hoofdgebouw
Plattegrond van het hoofdgebouw

Kasteel De Haar (vroeger Het Huys te Haer) is een monumentaal kasteel in het Utrechtse dorpje Haarzuilens. Het is het grootste kasteel van Nederland. Het werd vanaf 1892 op de ruïne van het oude kasteel gebouwd in neogotische stijl.

De Haar bestaat uit een omvangrijk terrein waarin zich naast het hoofdgebouw onder meer bijbehorende tuinen en gebouwen zoals een kapel bevinden. Het naastgelegen dorp heeft verder een sterke relatie met het kasteel en het geheel valt onder beschermd dorpsgezicht.

Geschiedenis

Eerste eeuwen

Hoe de eerste bebouwing er precies uitzag is niet met zekerheid te zeggen. Vermoedelijk ging het om een versterkte woontoren op een omgracht perceel, gebouwd in de 12e eeuw.

Kasteel De Haar in 1646/1647 getekend door R. Roghman

De oudste vermelding, een akte, dateert van 1391.[2] Destijds kreeg Boekel van de Haar het huis in leen van Hendrik van Vianen. Het kasteel bestond toen uit niet meer dan een versterkte woontoren. Deze toren was gebouwd op een stroomrug langs een dode arm van de rivier de Rijn. De naam is afgeleid van het Oergermaans *Haru, zandige heuvelrug.[3] In de loop van de jaren breidde het kasteel uit. Door het huwelijk van Yosina van de Haar met Dirk van Zuylen van Harmelen kwam het slot in het jaar 1449 in het bezit van de familie Van Zuylen.

Na herhaalde aanvallen en verwoestingen, onder andere in 1482 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten[4] door de pro-Bourgondische Kabeljauwen werd het kasteel telkens hersteld en uitgebreid totdat de laatste bewoner overleed. Schade werd ook veroorzaakt in 1674 door een noodweer dat ook onder meer de Domkerk in Utrecht beschadigde.[5]

Ruïne van Kasteel de Haar in april 1887.

Het kasteel en de bijbehorende landerijen en rechten bleef in de katholieke tak van de familie Van Zuylen van Nyevelt, waarvan een deel zich in de Zuidelijke Nederlanden en meer bepaald in Brugge had gevestigd. De laatste Noord-Nederlandse eigenaar, de vrijgezel Anton-Martinus van Zuylen van Nijevelt (1708-1801) duidde als zijn legataris de Brugse burgemeester en Tweede Kamerlid Jean-Jacques van Zuylen van Nyevelt (1752-1846) aan. Hoewel hij en zijn erfgenamen banden bleven behouden met hun Nederlandse bezit, werd het niet opnieuw bewoond en raakte het nog meer in verval. Aan het einde van de 19e eeuw restte er niet meer dan een romantische ruïne.[6]

Herbouw vanaf 1892

Kasteel met de entreepartij
Châtelet uit 1910
Kerk bij het Kasteel De Haar
De keuken in het kasteel met het fornuis

In 1890 erfde baron Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar (1860-1934) de kasteelruïne van zijn vader Gustave van Zuylen (1818-1890). Étienne was op 16 augustus 1887 in Parijs getrouwd met barones Hélène de Rothschild (1863-1947), een erfgename uit de Franse tak van de rijke bankiersfamilie De Rothschild. Mede dankzij haar fortuin had Étienne de middelen om het voorvaderlijk kasteel op een grandioze manier te laten herbouwen.

Voor de herbouw van het kasteel werd de beroemde architect Pierre Cuypers ingeschakeld, die er in nauwe samenwerking met zijn zoon Joseph Cuypers twintig jaar mee bezig was (van 1892 tot 1912). Op 3 juli 1893 vond de ‘voorloopige inwijding’ plaats. De herbouw was toen zover gevorderd dat de vlaggen wapperden vanaf de torenspitsen en ook konden enkele zalen ingericht aan de opdrachtgever getoond worden.[7]

Hoewel de baron en barones nooit van plan waren om het kasteel permanent te gaan bewonen, werd het toch van alle gemakken die aan het einde van de 19e eeuw in Europa leverbaar waren, voorzien. Het kasteel moest zeer comfortabel worden om er in ieder geval in de nazomer, in augustus en september, op grootse wijze gasten te kunnen ontvangen. Voor Nederlandse begrippen was de inrichting van het kasteel met deze moderne snufjes opzienbarend. Er kwam elektrische verlichting met een eigen generator, en centrale verwarming met behulp van een lage-druk-stoom-systeem. Deze installatie is inmiddels internationaal erkend als industrieel monument. De keuken was voor die periode eveneens zeer modern en heeft nog steeds een grote collectie koperen potten en pannen en een enorm fornuis van de firma Drouet van ongeveer zes meter lang, dat met kolen werd gestookt. De tegels in de keuken zijn voorzien van de familiewapens van de families Van de Haar en Van Zuylen; de tegels waren speciaal bij de firma Van Hulst in Harlingen gebakken.

Omstreeks 1911 werd het châtelet verbouwd: er werd een verdieping op een deel van het gebouw geplaatst, als onderkomen voor de oudste zoon Hélin die de volwassen leeftijd had bereikt. Na zijn dood ten gevolge van een noodlottig ongeval in 1912 werd deze ruimte door zijn broer als werkruimte in gebruik genomen. Sinds deze verbouwing zijn er aan het complex geen grote verbouwingen meer uitgevoerd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde de familie in ballingschap in New York. Vlak na de bevrijding was op het kasteel een militair commissariaat gevestigd die onder meer de terugkeer van vluchtelingen regelde.[8]

Na de oorlog werd de traditie van de 'septemberbewoning' voortgezet. Zo verbleef de kleinzoon van Étienne en Hélène, Thierry van Zuylen van Nyevelt van de Haar, iedere septembermaand met zijn familie en personeel op het kasteel. Het was dan niet toegankelijk voor publiek. De familie verbleef niet in het kasteel zelf, maar in het châtelet. Dit gebouw, dat losstaat van het kasteel, was bij de verbouwing bedoeld als technische ruimte en onderkomen voor het personeel. Desondanks is het rijkelijk versierd in dezelfde stijl als het kasteel. Het is niet toegankelijk voor het publiek, behoudens een eenmalige opening van maart tot en met mei 2015, na een ingrijpende restauratie.[9]

Nieuwe eigenaren

Kasteel De Haar is geen eigendom meer van de familie Van Zuylen. In 2000 werden het kasteel en het direct eromheen gelegen park (55 ha groot) eigendom van Stichting Kasteel De Haar. Het Landgoed Haarzuilens (350 ha) kwam in het bezit van de Vereniging Natuurmonumenten. Alleen het châtelet bleef eigendom van de familie.[10] Wel neemt de familie nog steeds de traditie van semptemberbewoning in acht, zij behouden het recht die maand het kasteel te bewonen.

De familie Van Zuylen bleef aanvankelijk eigenaar van de meubel- en kunstcollectie en gaf deze in bruikleen aan de Stichting voor een periode van 30 jaar. Maar na het overlijden van Thierry van Zuylen in 2011 waren zijn dochters van oordeel dat een definitieve regeling te verkiezen was. In 2012 werd een overeenkomst ondertekend waardoor de Stichting Kasteel De Haar eigenaar werd van de volledige kunstcollectie in het kasteel.

De collectie bestaat uit een groot aantal waardevolle objecten en verzamelingen, zoals tapijten, schilderijen, zilverwerk, livreien etc. De waarde van de collectie wordt geschat op ruim 10 miljoen euro.

Stichting Kasteel De Haar kon het overnamebedrag bijeenbrengen door de steun en medewerking van onder meer BankGiro Loterij, Vereniging Rembrandt, VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, K.F. Heinfonds, Mondriaan Fonds, Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, SNS REAAL Fonds, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting en de Gemeente en Provincie Utrecht. Met de overdracht van de collectie naar de Stichting werd bereikt dat deze integraal behouden blijft binnen het kasteel.

Interieur

Deel van de centrale hal in het kasteel

Het interieur van het kasteel is zeer rijk gedecoreerd in 'eclectische stijl' waarbij de hoofdmoot is ontworpen in de neogotische stijl. Het beeldhouwwerk in kalkzandsteen, het schrijnwerk in voornamelijk eiken, de geschilderde en gesjabloneerde decoraties, het glas-in-lood en smeedwerk is met de hand vervaardigd in de ateliers van Cuypers in Roermond of door specialisten waar Cuypers al vaker mee had gewerkt.

Het interieur van de Centrale hal, met zijn gotische vensters, rozetten, pinakels en grote beelden doet sterk denken aan het interieur van een katholieke kerk. Niet verwonderlijk want Cuypers ontwierp tientallen kerken in neogotische stijl, en daarnaast, Etienne had specifiek gevraagd om een centrale hal in 'style cathédrale'.

Naast de nagelvaste decoraties in het kasteel en de bijgebouwen ontwierp Cuypers ook een aantal 'roerende zaken', zoals meubilair, de eettafel met bijpassende stoelen en dientafels, tafels en stoelen, omkeerbanken, een secretaire, kathedertje, en een zilveren bestek speciaal voorzien van de familiewapens. Het kasteel, de bijgebouwen, de poorten, bruggen en de parkinrichting alsmede de inboedel kunnen samen gezien worden als een uniek ensemble.

In het kasteel ziet men slechts enkele verwijzingen naar de joodse origine van de familie De Rothschild terug, waaronder de davidsterren op de balken van de ridderzaal en het familiewapen, de hand met de vijf pijlen boven de deur tussen de ridderzaal en de bibliotheek.

De verwijzingen naar de families Van de Haar en Van Zuylen zijn veel talrijker. Overal in het interieur zijn de wapenschilden en de alliantiewapens terug te vinden. In de decoratieve motieven komen regelmatig het zuiltje (Van Zuylen) of de ruitvorm (Van de Haar) voor. Op de schouw in de Ridderzaal staan de deviezen van de families Van Zuylen en Van de Haar: 'A majoribus et virtute' en 'Non Titubans', te vertalen als: "In grootsheid en deugd niet aarzelend".

De rijkgedecoreerde vertrekken beschikken tevens over een bonte verzameling kunstobjecten, antiek Chinees en Japans aardewerk, een drietal 16e-eeuwse wandtapijten van topkwaliteit, een 17e-eeuws tapisserie met daarop een volkstafereel naar een karton van David Teniers en diverse schilderijen en panelen met religieuze afbeeldingen. Een bijzonder stuk in Nederland is een draagkoets van het hof van een van de laatste shoguns uit Japan. Vele Japanse toeristen komen naar De Haar om juist deze draagkoets en het Imari-porselein te bezichtigen.

Park en tuinen

Vijverpartij

Rondom het kasteel liggen het park en de tuinen. Deze zijn ontworpen door de tuinarchitect Hendrik Copijn in nauwe samenwerking met Pierre Cuypers. Omdat baron Etienne direct wilde genieten van een volgroeid park, liet hij omstreeks 1895 circa 4-7 duizend volwassen bomen aanvoeren en planten in het park in wording.[11] De bomen werden op mallejannen naar De Haar vervoerd om herplant te worden. Rondom de hele exercitie bestaan legendes. Onder andere dat er in opdracht van de baron zelfs een pand in de binnenstad van Utrecht werd gekocht en afgebroken zodat zijn bomen 'de lastige bocht' makkelijker konden nemen.

Het park is aangelegd in Engelse landschapsstijl, met waterpartijen, boomgroepen, romantische paadjes, bruggetjes en doorkijkjes. De formele tuinen rondom het kasteel zouden zijn geïnspireerd door de tuinen van Versailles. Deze bestaan uit een buxustuin of palmentuin met berceau (aangelegd in 1919),[12] een Romeinse tuin en een Rozentuin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn, in tegenstelling tot het kasteel, de tuinen verwaarloosd geraakt omdat men de grond nodig had om groenten te verbouwen en het hout als brandstof gebruikte. Na de oorlog zijn de tuinen weer in oude luister hersteld. Begin 21e eeuw werd een grootscheepse restauratie van park en tuinen, ondernomen, deels teruggrijpend naar de oorspronkelijke ontwerpen van Copijn, deels aangepast aan de wensen van deze tijd, weinig arbeidsintensief en geschikt voor het houden van evenementen.

Dorp Haarzuilens

1rightarrow blue.svg Zie Haarzuilens voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Toen de baron en barones in 1891 de ruïne bezochten troffen zij in de directe omgeving van het kasteel een dorpje aan: het oude Haarzuilens. Op de plaats van de huidige Romeinse tuin, ten zuiden van het kasteel, lag een brink met een dorpspomp en stonden diverse huizen, een herberg en boerderijen. Daarnaast lagen verspreid nog diverse boerderijen. De baron vond met veel moeite alle eigenaars bereid om hun huis en grond te verkopen. Voor hen heeft hij een kilometer naar het oosten nieuwe woningen gebouwd. Zo verrees het nieuwe Haarzuilens, met drie horecavergunningen, een raadhuis, brink etc. waar de inwoners als pachters van de slotheer leefden. Later zijn de landerijen deels eigendom geworden van Natuurmonumenten.

Wapen

De kleuren van de familie Van Zuylen zijn rood en wit. Het wapen bestaat uit drie rode zuilen op een wit veld. De diverse takken van deze familie hebben varianten op deze kleuren. Dit wapen leeft niet alleen voort in de kleuren van het kasteel, maar ook in vrijwel alle woningen van Haarzuilens, zelfs in de recente nieuwbouwwoningen.

Trivia

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Hoofdportaal:Kasteel de Haar op Wikisource

Monumenten in de buurt van De Haar, tuin- en parkaanleg in Haarzuilens

De Haar, duiventoren met brug

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 6: DUIVENTOREN MET BRUG. Rode bakstenen neogotische toegangspoort met houten brug (oorspronkelijk ophaalbrug) met o..

De Haar, Franse brug

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 7: FRANSE BRUG. Rode bakstenen brug onder doorgang met houten kap met zadeldak (leien) in neogotische stijl. De bru..

De Haar, Grote voorburcht

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 8: GROTE VOORBURCHT (GROTE COUR/COUR D'HONNEUR). Voorburcht met verschillende rode bakstenen bastions met schietsleu..

De Haar, kapel op kapeleiland met twee bruggen

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 9: KERK OF KAPEL OP KERKEILAND MET TWEE BRUGGEN. Kerk of Kapel van rode baksteen, gesticht in de veertiende eeuw al..

De Haar, tuinsieraden in rozentuin

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 10: TUINSIERADEN IN DE ROZENTUIN. A. Aan de zuidzijde van de rozentuin gesitueerde natuurstenen HALFRONDE BANK met g..

Kaart & Routeplanner


Foto's (5)