Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Kasteel de Haar in Haarzuilens

Kasteel Buitenplaats

Kasteellaan 1
3455RR Haarzuilens (gemeente Utrecht)
Utrecht

Bouwjaar: 13e/14e eeuw (oorsprong) 1892 (herbouwd)


Beschrijving van Kasteel de Haar

Omschrijving onderdeel 1: HOOFDGEBOUW KASTEEL DE HAAR. Middeleeuws geheel omgracht rode bakstenen kasteel op vijfhoekige grondslag, circa 1400, waarschijnlijk de opvolger van een ouder versterkt huis, in de periode 1892-1912 in neogotische en neorenaissance stijl gerestaureerd en gedeeltelijk herbouwd door Dr. P.J.H.Cuypers, waarbij van veel oorspronkelijk muurwerk gebruik werd gemaakt. De in neorenaissance stijl opgetrokken voor- of oostgevel naar ontwerp van Dr. P.J.H.Cuypers ter vervanging van de oorspronkelijke lage muur, die tot de restauratie de open binnenplaats afsloot. Baksteen muurwerk met houten kruiskozijnen en glas-in-lood vensters. De voorgevel wordt aan de linkerzijde afgesloten door een ronde toren, de z.g. Gevangenistoren en de zijgevels van de middeleeuwse zaalvleugel. Deze Gevangenistoren van zes bouwlagen met achthoekig, met leien gedekt spitsdak, is voorzien van torenspits/windwijzer. Onder de daklijst bruin geschilderde houten, omgaande weergang met heraldische afbeeldingen met de wapens van de Haar [drie ruiten] en Zuylen [drie zuilen] en luiken met de heraldische kleuren zilver en keel [gekeperd]. Vensters gedeeltelijk met houten luiken geschilderd in de kleuren zilver en keel. De muren van de Gevangenistoren opgemetseld met baksteen van diverse grootte, waaronder oorspronkelijk muurwerk. De zijgevel van de Zaalvleugel, die de vijfde hoek van de oorspronkelijke middeleeuwse plattegrond vormt, met trapgevel, kruiskozijnen en weergang in vakwerk en baksteen. Later toegevoegde verbindingsgang tussen Gevangenistoren en Zijgevel Zaalvleugel waarschijnlijk aanvang 20ste eeuw. Voorgevel van drie bouwlagen boven de kelderverdieping met hoofdentree in de vorm van een poorttoren met spits, met bakstenen toegangsbrug 'de Welkom', voorzien van natuurstenen balustrades en decoratie [griffioenen, leeuwen] en piëdestals. Houten klapbrug op ijzeren leggers tussen 'De Welkom' en de hoofdentree. Hoofdentree afgesloten met smeedijzeren dubbele poortdeur, gedecoreerd met heraldische motieven [zuilen, ruiten] gedateerd 1900. Hiernaast kleine smeedijzeren poortdeur. Bovenste bouwlaag met links uitgebouwd torentje en gedeeltelijk voorzien van gekanteelde muur [uitgekraagd]. Rechts van poorttoren erkervormige uitbouw met trapgevel over tweede en derde bouwlaag. De voorgevel wordt aan de rechterzijde afgesloten door een ronde toren, de z.g. Riddertoren. De Riddertoren van zes bouwlagen met achthoekig, met leien gedekt spitsdak voorzien van dakvensters met de heraldische kleuren zilver en keel [gekeperd] en torenspits/windwijzer op de plaats van de oorspronkelijk heraut als torenbekroning. Onder de daklijst bruinhouten, omgaande weergang met heraldische afbeeldingen met de wapens van de Haar [drie ruiten] en Zuylen [drie zuilen] en luiken met de heraldische kleuren zilver en keel [gekeperd]. Aan de noordzijde van de Riddertoren een torenvormig uitgebouwde traptoren met zeshoekig leiengedekt spitsdak. De muren van de Riddertoren opgemetseld met baksteen van diverse grootte, waaronder oorspronkelijk muurwerk. Vensters gedeeltelijk met houten luiken geschilderd in de kleuren zilver en keel. Noordgevel, oorspronkelijke voorgevel, onderbroken door uitgebouwde rechthoekige toren naast voormalige hoofdingang, over drie bouwlagen boven kelder, aan de linkerzijde afgesloten door de Riddertoren. Onder rondgaand schilddak een bruinhouten weergang langs de onderste helft van de derde bouwlaag met heraldische afbeeldingen met de wapens van de Haar [drie ruiten] en Zuylen [drie zuilen] en luiken met de heraldische kleuren zilver en keel [gekeperd]. Deze weergang onderbroken door de rechthoekige toren en zich voortzettend langs de westelijke gevel tot aan de z.g. Duiventoren. Houten kruiskozijnen en glas-in-lood vensters [ramen] met houten luiken, in heraldische kleuren beschilderd [zilver en keel]. Westgevel over drie bouwlagen boven kelder, onderbroken door de z.g. Duiventoren. Houten kruiskozijnen en glas-in-lood vensters [ramen] met houten luiken, in heraldische kleuren beschilderd [zilver en keel]. Onder rondgaand schilddak aan de noordzijde van de Duiventoren een bruinhouten weergang langs de onderste helft van de derde bouwlaag met heraldische afbeeldingen met de wapens van de Haar [drie ruiten] en Zuylen [drie zuilen] en luiken met de heraldische kleuren zilver en keel [gekeperd]. Deze weergang is de voortzetting van de weergang langs de noordelijke gevel tot aan de z.g. Duiventoren. Weergang lopend vanaf de zuidzijde [rechts] van de Duiventoren tot over de gehele zuidgevel, vervaardigd van vakwerk met baksteen met houten kruiskozijnen en glas-in-lood vensters [ramen] met houten luiken, in heraldische kleuren beschilderd [zilver en keel]. Westelijke muur onderbroken door de Duiventoren van zes bouwlagen met achthoekig, met leien gedekt achthoekig spitsdak, voorzien van dakvensters met de heraldische kleuren zilver en keel [gekeperd] en torenspits/windwijzer. Onder de daklijst van de Duiventoren omgaande weergang van vakwerk opgevuld met baksteen; vensteropeningen met luiken met de heraldische kleuren zilver en keel [gekeperd]. Op de derde bouwlaag, aan de zuidzijde van de Duiventoren een torenvormig uitgebouwde erker met leiengedekt dak en opengewerkte torenbekroning. De muren van de Duiventoren opgemetseld met baksteen van diverse grootte, waaronder oorspronkelijk muurwerk. Vensters gedeeltelijk met houten luiken geschilderd in de kleuren zilver en keel. Zuidgevel, over drie bouwlagen boven kelder, aan de rechterzijde afgesloten door de Riddertoren. Onder rondgaand schilddak een weergang langs de onderste helft van de derde bouwlaag vervaardigd van vakwerk met baksteen met houten kruiskozijnen en glas-in-lood vensters met houten luiken, in heraldische kleuren beschilderd [zilver en keel]. Deze weergang onderbroken door een torenvormig uitgebouwde erker met leiengedekt dak en opengewerkte torenbekroning. Houten kruiskozijnen en glas-in-lood vensters met houten luiken, in heraldische kleuren beschilderd [zilver en keel]. De muren van de Zuidgevel opgemetseld met baksteen van diverse grootte, waaronder oorspronkelijk muurwerk. Inwendig. Kelderverdieping c.q. onderhuis gedeeltelijk uitgegraven en van deels nieuwe steunbogen en gewelven voorzien. In het souterrain verschillende keukens en andere dienstruimten gelegen rond centrale ruimte [o.a. de kookkeuken, de spoelkeuken, de groentekeuken, de zuivelkeuken, de slagerij en de bloemenkelder.] De grote kookkeuken als meest oorspronkelijke ruimte van het huis met massief gemetselde bakstenen muren van 1.40 dikte, daterend uit de vijftiende eeuw. Centraal hierin een dubbel steenkolenfornuis van Drouet, Parijs met roodkoperen waterreservoirs en messing aftapkranen. Voorts verschillende containers voor sauzen ['au bain Marie']. Onder het fornuis verbinding met rookkanaal, ter afvoer van lucht en koolmonoxide via de schouw in de keuken. In de schouw een schoepenrad, door een open vuur onder de kap van de schouw in beweging gebracht ter luchtverversing. Verbonden via katrollen en kettingen met 2 spitten. De wanden van deze keuken afgebiesd met tegels voorzien van zuilen en ruiten, welke motieven ook in de schoorsteenmantel. Rechtstreekse verbinding met trap en oorspronkelijke dienstlift van de kelder naar het naast de Eetzaal gelegen 'Office' of dienkamer. Verder in het souterrain, de Kindereetkamer met houtsnijwerk, fresco's en lambrisering, betegelde Wijnkelder, betegelde Bloemenkelder, diverse keukens en kelders deels met tegelwanden, deuren lambriseringen en fresco's. Bel-étage Representatieve gedeelten van het huis, gegroepeerd rond de oorspronkelijke binnenplaats, bij de restauratie overdekt. Deze vertrekken kennen een rijk uitgevoerd decoratieprogramma, gewijd aan verschillende aspecten van het middeleeuwse leven volgens de opvattingen van Cuypers en van Zuylen met talrijke verwijzingen naar de familiegeschiedenis uit de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw. Thema's in iconografie en decoratie Hal, Balzaal en Ridderzaal: de 'Ridderschap' in dienst van Christendom en de Vrouw. Voorts vele details uit de middeleeuwse dierenwereld en het plantenrijk uitgebeeld, met fabeldieren en gestileerde planten en bloemen. In de Hal hangt ook een tapijt, Brussels, zestiende eeuw, dat tot dezelfde serie behoort als de beide tapijten in de Balzaal; het stelt de strijd tussen het goede en het kwade voor met in het midden de gekruisigde Christus, omgeven door 'apocalyptische' strijders. Hal De Hal werd gesitueerd ter plekke van de oude binnenplaats, gedeeltelijk verkleind ten behoeve van kamers aan de (onvoltooide) noordkant. Door Cuypers met een z.g. Monierconstructie overdekt. Gekleurde glas-in-loodvensters op de derde verdieping. Idee van buitenruimte uitgedrukt in grijs geschilderde muren met imitatievoegwerk. Zeer rijke iconografie in de vorm van beeldhouwwerk en geschilderde motieven en voorstellingen hoofdzakelijk met betrekking tot familiegeschiedenis in historisch perspectief, gecombineerd met allerlei aspecten van het leven in de middeleeuwen. De belangrijkste personen en thema's in de Hal: In voorhal beeld van Jan van de Haar. Noordwand [direct rechts vanaf de vestibule] van boven naar beneden: I. A t/m E. Het grote gebrandschilderde raam met presentatie van het Grote Charter in 1375 aan het Sticht door Arnold van Hoorne, vijftigste Prins-bisschop van Utrecht aangeboden. Heraldische afbeeldingen van de bisschop, de Utrechtse steden: Amersfoort en Rhenen en die van de kapittels van de Dom, St. Pieter, Oud-Munster, St. Jan en St. Marie. II. Hieronder de wapenschilden van de 37 edelen die het charter ondertekend hebben, waaronder ook die der van Zuylens en van de Haar. III. Hieronder rechts een reliëf van St. Joris, de patroon van de ridders met rechts zijn monogram en het schild van Zuylen. In de drie timpanen: in het midden de H. Maagd Maria met het kindeke Jezus. In de hoeken twee engelen in aanbidding. Links de H. Steven (St. Etienne). IV. Voor het traceerwerk: A. meest links: Elias van de Haar, Baljuw van het Sticht, B. Jacob van Zuylen van de Vecht, C. Zijn vrouw Christine van Zuylen van Nijevelt. D. Boekel van de Haar. E. Diederica van Maerssen, vrouw van F. Frederik van Zuylen van Nijevelt, kastelein van Vreeland, op de hoek bij de andere galerij. V. Eerste rij hoofdzakelijk in beslag genomen door dierfiguren. De volgende rij met fabels van Aesopus. De derde rij met motieven van Dierenwereld en Plantenrijk; in de onderste rij vier gebeeldhouwde hoofden van de vier maatschappelijke standen arbeider, burger, soldaat en wetenschapper. Oostwand, [van boven naar beneden] I. A. t/m C. Gebrandschilderde ramen met een aantal figuren uit geslacht van Zuylen. [het verbond van de Nyevelts, 1482]. II. Hieronder een viertal beelden, van links naar rechts: A. Steven van Zuylen van Nijevelt, heer van Maarssen, Landscommandeur van de Duitse Orde van den Lande van Utrecht (1498-1527). B. Dirk van Zuylen van de Haar, eerste burgemeester van Utrecht. C. Zijn echtgenote Josyna van Drakenborch. D. [Meest rechts] Willem van Zuylen van Nijevelt, staatsman, militair, literator en ondertekenaar van de Pacificatie van Gent. III. Op de borstwering tussen de zes arcades: reliëfs met scènes uit de Hoofse wereld. Valkenjacht, tournooi, dans, schaakspel, hofleven en schaking. Zuidwand Gebrandschilderd raam met afbeelding uit kruistocht. [Warnald van Zuylen van Abcoude] Westwand Drie gebrandschilderde ramen met: A. Dirk van Zuylen van de Vecht en Sweder van Zuylen van Beverweerd. B. In het middenraam Etienne van Zuylen van Anholt C. Rechter raam met Frederik van Zuylen van de Vecht en zijn zoon Etienne van Zuylen III. Over de gehele zuid- en oostwand ter hoogte van de eerste verdieping een galerij waarvan op de balustrade een achttal muzikanten; de 'dirigerende' figuur met gelaatstrekken Dr. P.J.H. Cuypers. Hier linksonder de toegangsdeur tot de Bal- of Feestzaal geflankeerd door bijna levensgrote beelden van Dirk van Zuylen van Nijevelt en zijn vrouw en nicht Elisabeth van Zuylen van Nijevelt. Links en rechts van de toegang tot de Bibliotheek de beelden van Josyna van de Haar en Dirk van Zuylen van Nijevelt. Beeldhouwwerk en houten wandbekleding van de Hal met vele fabeldieren en onderwerpen ontleend aan het planten- en dierenrijk afgebeeld. In de Biljartzaal op de kapitelen van de pilaren zes wapens of blazoenen van zes verschillende takken van de van Zuylens. Een Biljartruimte met lambrisering met diermotieven. Bank gedecoreerd met de beeltenissen van Herodotus, Homerus en Dante. De hal is belegd met een vloer, deels van marmer en deels van mozaïek met geometrische figuren, cirkels, halve cirkels, gecombineerd met vierkanten. Ridderzaal Gebrandschilderd raam boven toegangsdeur tot de Ridderzaal met beeltenis van Frank van Borsselen, geflankeerd door twee ridders. Zaal met oorspronkelijke afmetingen, volgens oude opzet gerestaureerd als trapeziumvormige ruimte met nauwe vensters met spitsbogen. Wanden behangen met donkergroen fluwelen behang met heraldische motieven in zilverdraad [de Haar en Zuylen]. Op de oorspronkelijke afmeting een schildering van een ridder aangebracht, klaar voor de aanval. Op het fries drie figuren als typische representanten van de Ridderschap: koning David, Keizer Karel de Grote en Roomskoning Willem II, graaf van Holland en Zeeland. Balken van de zoldering met wapenschilden en tekens [Davidster] verwijzend naar van Zuylens en verwante geslachten. Twee monumentale Luchters, met galopperende ridders omstreeks 1910 geplaatst. Ontwerp ontleend aan Viollet-le-Ducs "Dictionnaire raisonné du mobilier français". Boven dubbele deur naar Bibliotheek de wapenschilden van de van Zuylens en de Rothschilds. In de lambrisering Vlaamse wandtapijt [Doornik], eerste helft van de zestiende eeuw, voorstellende een Romeinse Zegetocht. Feest- of Balzaal Feest- of Balzaal met beeldhouwwerk in reliëf 'Le Château de l'Amour', het Kasteel van de Liefde met minstreelgalerij rustend op marmeren zuilen met gebeeldhouwde figuren [deugden van de vrouw]. Naar voorbeeld van minstreelgalerij uit Viollet-le-Duc's Dictionnaire Raisonné. Decoratieve muurschilderingen met gotische en Jugendstilmotieven. Onderdeel van de wanden twee zestiende-eeuwse Brusselse wandtapijten, de 'Schepping van de wereld in zes dagen met de Zondeval' en 'de Triomf van Christus'. Bovenlangs de twee lange zijden van de zaal gebeeldhouwde reliëfs in Renaissancestijl met dansende paren, musici en jachttaferelen. Zeer rijk gecassetteerd plafond met decoratie in Jugendstilmotieven met oorspronkelijke elektrische verlichting. Parketvloer met Davidsterren. Aansluitend authentieke kapsalon 'Toilette des Dames'. Bibliotheek Bibliotheek of 'Boekerij'. Oorspronkelijk als eetkamer bedoeld; ook 'Salle de Famille' genoemd. Op de schouw is van linksboven naar rechts beneden de directe afstamming of genealogie van baron Etienne van Zuylen afgebeeld. Zuid-Nederlandse of Vlaamse wandtapijt in lambrisering mogelijk met geschiedenis van Jephta. In lambrisering eveneens een deur, oorspronkelijk voor de archiefkast met afbeeldingen van het scheppingsverhaal. Eetzaal Eetzaal met grote haardpartij, waarop Adam en Eva in het Paradijs afgebeeld. Voorts links het huwelijk van Tobias en Sara en rechts dat van Isaac en Rebecca. Door Cuypers ontworpen eettafel en daarbij behorende stoelen met oorspronkelijke bekleding. Twee dientafels met smeedijzeren onderstel met heraldische zuil en marmeren dekbladen. Hierboven twee Vlaamse wandtapijten, voorstellende een Vlaams dorpstafereel en de Zomer naar schilderijen van David Teniers de Jongere. Wandbekleding en gordijnen oorspronkelijk uit de tijd van de restauratie. Kroonluchter naar 17de-eeuws model. Eerste en tweede verdieping Slaapkamers, badkamers en dienstruimten, gedeeltelijk met lambriseringen, houtsnijwerk, geschilderde decoraties, fresco's, ingebouwde hemelbedden in internationale neostijlen. Gordijnen gedeeltelijk origineel uit de tijd van de restauratie. De verschillende verdiepingen worden verbonden door een lift, tijdens de restauratie geïnstalleerd bij de diensttrap in de noordvleugel. Heteluchtverwarming met leidingen en radiatoren, geïnstalleerd tijdens de restauratie (circa 1900) door Ingenieursbureau Huygen te Rotterdam. Installatie verbonden met ketelhuis in Châtelet via speciaal vervaardigde gang door de gracht. Waardering Het HOOFDGEBOUW KASTEEL DE HAAR is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang: - als markante uiting van internationaal romantisch-historiserende restauratie-opvattingen van een middeleeuws kasteel uit het einde van de 19de eeuw; - als gaaf intact gebleven uitdrukking van een adellijke wooncultuur van rond 1900, die zijn weerga slechts in een aantal internationale voorbeelden vindt; - als hoogtepunt uit het oeuvre van de architecten Dr. P.J.H. en Jos. Cuypers; - als rijke en gaaf bewaarde uitdrukking van Nederlandse toegepaste interieurkunsten rond 1900 met vaste decoratieve elementen als beeldhouwwerk, houtsnijwerk, lambriseringen, behangsels, marmeren en natuurstenen vloeren, tegeltableaus, glas-in-loodramen, smeedijzer, brons- en koperwerk; - vanwege de zeldzaamheidswaarde; - vanwege de gaafheid; - vanwege de hoge industrieelarcheologische waarde (keukeninrichting, inrichting badkamers, hete luchtverwarming); - vanwege de hoge ensemblewaarden. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 527892
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Kasteel De Haar
De Haar castlle.jpg
Locatie Haarzuilens, Nederland
Coördinaten 52° 7′ NB, 4° 59′ OL
Algemeen
Stijl Neogotiek
Bouwmateriaal Baksteen
Eigenaar Stichting Kasteel De Haar
Huidige functie Woning, museum
Gebouwd in 14e eeuw, mogelijk 13e eeuw[1]
Herbouwd in 1892 - 1912
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  527891
Website www.kasteeldehaar.nl
Plattegrond van het hoofdgebouw
Plattegrond van het hoofdgebouw

Kasteel De Haar (vroeger Het Huys te Haer) is een monumentaal kasteel in het Utrechtse dorpje Haarzuilens. Het is het grootste kasteel van Nederland. Het werd vanaf 1892 op de ruïne van het oude kasteel herbouwd in neogotische stijl.

De Haar bestaat uit een omvangrijk terrein waarin zich naast het hoofdgebouw onder meer bijbehorende tuinen en gebouwen zoals een kapel bevinden. Het naastgelegen dorp heeft verder een sterke relatie met het kasteel en het geheel valt onder beschermd dorpsgezicht.

Geschiedenis

Eerste eeuwen

Hoe de eerste bebouwing er precies uitzag is niet met zekerheid te zeggen. Vermoedelijk ging het om een versterkte woontoren op een omgracht perceel, gebouwd in de 12e eeuw.

Kasteel De Haar in 1646/1647 getekend door R. Roghman

De oudste vermelding, een akte, dateert van 1391.[2] Destijds kreeg Boekel van de Haar het huis in leen van Hendrik van Vianen. Het kasteel bestond toen uit niet meer dan een versterkte woontoren. Deze toren was gebouwd op een stroomrug langs een dode arm van de rivier de Rijn. De naam is afgeleid van het Oergermaans *Haru, zandige heuvelrug.[3] In de loop van de jaren breidde het kasteel uit. Door het huwelijk van Yosina van de Haar met Dirk van Zuylen van Harmelen kwam het slot in het jaar 1449 in het bezit van de familie Van Zuylen.

Na herhaalde aanvallen en verwoestingen, onder andere in 1482 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten[4] door de pro-Bourgondische Kabeljauwen werd het kasteel telkens hersteld en uitgebreid totdat de laatste bewoner overleed. Schade werd ook veroorzaakt in 1674 door een noodweer dat ook onder meer de Domkerk in Utrecht beschadigde.[5]

Ruïne van Kasteel de Haar in april 1887.

Het kasteel en de bijbehorende landerijen en rechten bleef in de katholieke tak van de familie Van Zuylen van Nyevelt, waarvan een deel zich in de Zuidelijke Nederlanden en meer bepaald in Brugge had gevestigd. De laatste Noord-Nederlandse eigenaar, de vrijgezel Anton-Martinus van Zuylen van Nijevelt (1708-1801) duidde als zijn legataris de Brugse burgemeester en Tweede Kamerlid Jean-Jacques van Zuylen van Nyevelt (1752-1846) aan. Hoewel hij en zijn erfgenamen banden bleven behouden met hun Nederlandse bezit, werd het niet opnieuw bewoond en raakte het nog meer in verval. Aan het einde van de 19e eeuw restte er niet meer dan een romantische ruïne.[6]

Herbouw vanaf 1892

Kasteel met de entreepartij
Châtelet uit 1910
Kerk bij het Kasteel De Haar
De keuken in het kasteel met het fornuis

In 1890 erfde baron Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar (1860-1934) de kasteelruïne van zijn vader Gustave van Zuylen (1818-1890). Étienne was op 16 augustus 1887 in Parijs getrouwd met barones Hélène de Rothschild (1863-1947), een erfgename uit de Franse tak van de rijke bankiersfamilie De Rothschild. Mede dankzij haar fortuin had Étienne de middelen om het voorvaderlijk kasteel op een grandioze manier te laten herbouwen.

Voor de herbouw van het kasteel werd de beroemde architect Pierre Cuypers ingeschakeld, die er in nauwe samenwerking met zijn zoon Joseph Cuypers 20 jaar mee bezig was (van 1892 tot 1912). Op 3 juli 1893 vond de ‘voorloopige inwijding’ plaats. De herbouw was toen zover gevorderd dat de vlaggen wapperden vanaf de torenspitsen en ook konden enkele zalen ingericht aan de opdrachtgever getoond worden.[7]

Hoewel de baron en barones nooit van plan waren om het kasteel permanent te gaan bewonen, werd het toch van alle gemakken die aan het einde van de 19e eeuw in Europa leverbaar waren, voorzien. Het kasteel moest zeer comfortabel worden om er in ieder geval in de nazomer, in augustus en september, op grootse wijze gasten te kunnen ontvangen. Voor Nederlandse begrippen was de inrichting van het kasteel met deze moderne snufjes opzienbarend. Er kwam elektrische verlichting met een eigen generator, en centrale verwarming met behulp van een lage-druk-stoom-systeem. Deze installatie is inmiddels internationaal erkend als industrieel monument. De keuken was voor die periode eveneens zeer modern en heeft nog steeds een grote collectie koperen potten en pannen en een enorm fornuis van de firma Drouet van ongeveer 6 meter lang, dat met kolen werd gestookt. De tegels in de keuken zijn voorzien van de familiewapens van de families Van de Haar en Van Zuylen; de tegels waren speciaal bij de firma Van Hulst in Harlingen gebakken.

Omstreeks 1911 werd het châtelet verbouwd: er werd een verdieping op een deel van het gebouw geplaatst, als onderkomen voor de oudste zoon Hélin die de volwassen leeftijd had bereikt. Na zijn dood ten gevolge van een noodlottig ongeval in 1912 werd deze ruimte door zijn broer als werkruimte in gebruik genomen. Sinds deze verbouwing zijn er aan het complex geen grote verbouwingen meer uitgevoerd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde de familie in ballingschap in New York. Vlak na de bevrijding was op het kasteel een militair commissariaat gevestigd die onder meer de terugkeer van vluchtelingen regelde.[8]

Na de oorlog werd de traditie van de 'septemberbewoning' voortgezet. Zo verbleef de kleinzoon van Étienne en Hélène, Thierry van Zuylen van Nyevelt van de Haar, iedere septembermaand met zijn familie en personeel op het kasteel. Het was dan niet toegankelijk voor publiek. De familie verbleef niet in het kasteel zelf, maar in het châtelet. Dit gebouw, dat losstaat van het kasteel, was bij de verbouwing bedoeld als technische ruimte en onderkomen voor het personeel. Desondanks is het rijkelijk versierd in dezelfde stijl als het kasteel. Het is niet toegankelijk voor het publiek, behoudens een eenmalige opening van maart tot en met mei 2015, na een ingrijpende restauratie.[9]

Nieuwe eigenaars

Kasteel De Haar is geen eigendom meer van de familie Van Zuylen. In 2000 werd het kasteel en het direct daar rond gelegen park (55 hectare) eigendom van Stichting Kasteel De Haar en het landgoed Haarzuilens (350 hectare) van de Vereniging Natuurmonumenten. Alleen het châtelet is nog eigendom van de familie Van Zuylen.[10]

De familie Van Zuylen bleef nog eigenaar van de meubel- en kunstcollectie en gaf ze in 30 jaar durende bruikleen aan de Stichting. Nochtans, na het overlijden van Thierry van Zuylen in 2011, waren zijn dochters van oordeel dat een definitieve regeling te verkiezen was. In 2012 werd een overeenkomst ondertekend waarbij de Stichting Kasteel De Haar eigenaar werd van de volledige kunstcollectie in het kasteel.

De collectie bestaat uit een groot aantal waardevolle objecten en verzamelingen, zoals tapijten, schilderijen, zilverwerk, livreien etc. De waarde van de collectie wordt geschat op een bedrag dat de 10 miljoen euro ruim overschrijdt.

Stichting Kasteel De Haar kon het overnamebedrag bijeenbrengen door de steun en medewerking van onder meer BankGiro Loterij, Vereniging Rembrandt, VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, K.F. Heinfonds, Mondriaan Fonds, Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, SNS REAAL Fonds, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting en de Gemeente en Provincie Utrecht.

De overdracht voorkwam dat de collectie verspreid werd over de wereld en integraal behouden blijft in Kasteel De Haar.

Interieur

Deel van de centrale hal in het kasteel

Het interieur van het kasteel is zeer rijk gedecoreerd in 'eclectische stijl' waarbij de hoofdmoot is ontworpen in de neogotische stijl. Het beeldhouwwerk in kalkzandsteen, het schrijnwerk in voornamelijk eiken, de geschilderde en gesjabloneerde decoraties, het glas-in-lood en smeedwerk is met de hand vervaardigd in de ateliers van Cuypers in Roermond of door specialisten waar Cuypers al vaker mee had gewerkt.

Het interieur van de Centrale hal, met zijn gotische vensters, rozetten, pinakels en grote beelden doet sterk denken aan het interieur van een katholieke kerk. Niet verwonderlijk want Cuypers ontwierp tientallen kerken in neogotische stijl, en daarnaast, Etienne had specifiek gevraagd om een centrale hal in 'style cathédrale'.

Naast de nagelvaste decoraties in het kasteel en de bijgebouwen ontwierp Cuypers ook een aantal 'roerende zaken', zoals meubilair, de eettafel met bijpassende stoelen en dientafels, tafels en stoelen, omkeerbanken, een secretaire, kathedertje, en een zilveren bestek speciaal voorzien van de familiewapens. Het kasteel, de bijgebouwen, de poorten, bruggen en de parkinrichting alsmede de inboedel kunnen samen gezien worden als een uniek ensemble.

In het kasteel ziet men slechts enkele verwijzingen naar de joodse origine van de familie De Rothschild terug, waaronder de davidsterren op de balken van de ridderzaal en het familiewapen, de hand met de vijf pijlen boven de deur tussen de ridderzaal en de bibliotheek.

De verwijzingen naar de families Van de Haar en Van Zuylen zijn veel talrijker. Overal in het interieur zijn de wapenschilden en de alliantiewapens terug te vinden. In de decoratieve motieven komen regelmatig het zuiltje (Van Zuylen) of de ruitvorm (Van de Haar) voor. Op de schouw in de Ridderzaal staan de deviezen van de families Van Zuylen en Van de Haar: 'A majoribus et virtute' en 'Non Titubans', te vertalen als: "In grootsheid en deugd niet aarzelend".

De rijkgedecoreerde vertrekken beschikken tevens over een bonte verzameling kunstobjecten, antiek Chinees en Japans aardewerk, een drietal 16e-eeuwse wandtapijten van topkwaliteit, een 17e-eeuws tapisserie met daarop een volkstafereel naar een karton van David Teniers en diverse schilderijen en panelen met religieuze afbeeldingen. Een bijzonder stuk in Nederland is een draagkoets van het hof van een van de laatste shoguns uit Japan. Vele Japanse toeristen komen naar De Haar om juist deze draagkoets en het Imari-porselein te bezichtigen.

Park en tuinen

Vijverpartij

Rondom het kasteel liggen het park en de tuinen. Deze zijn ontworpen door de tuinarchitect Hendrik Copijn in nauwe samenwerking met Pierre Cuypers. Omdat baron Etienne direct wilde genieten van een volgroeid park, liet hij omstreeks 1895 circa 4-7 duizend volwassen bomen aanvoeren en planten in het park in wording.[11] De bomen werden op mallejannen naar De Haar vervoerd om herplant te worden. Rondom de hele exercitie bestaan legendes. Onder andere dat er in opdracht van de baron zelfs een pand in de binnenstad van Utrecht werd gekocht en afgebroken zodat zijn bomen 'de lastige bocht' makkelijker konden nemen.

Het park is aangelegd in Engelse landschapsstijl, met waterpartijen, boomgroepen, romantische paadjes, bruggetjes en doorkijkjes. De formele tuinen rondom het kasteel zouden zijn geïnspireerd door de tuinen van Versailles. Deze bestaan uit een buxustuin of palmentuin met berceau (aangelegd in 1919),[12] een Romeinse tuin en een Rozentuin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn, in tegenstelling tot het kasteel, de tuinen verwaarloosd geraakt omdat men de grond nodig had om groenten te verbouwen en het hout als brandstof gebruikte. Na de oorlog zijn de tuinen weer in oude luister hersteld. Begin 21e eeuw werd een grootscheepse restauratie van park en tuinen, ondernomen, deels teruggrijpend naar de oorspronkelijke ontwerpen van Copijn, deels aangepast aan de wensen van deze tijd, weinig arbeidsintensief en geschikt voor het houden van evenementen.

Dorp Haarzuilens

1rightarrow blue.svg Zie Haarzuilens voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Toen de baron en barones in 1891 de ruïne bezochten troffen zij in de directe omgeving van het kasteel een dorpje aan: het oude Haarzuilens. Op de plaats van de huidige Romeinse tuin, ten zuiden van het kasteel, lag een brink met een dorpspomp en stonden diverse huizen, een herberg en boerderijen. Daarnaast lagen verspreid nog diverse boerderijen. De baron vond met veel moeite alle eigenaars bereid om hun huis en grond te verkopen. Voor hen heeft hij een kilometer naar het oosten nieuwe woningen gebouwd. Zo verrees het nieuwe Haarzuilens, met drie horecavergunningen, een raadhuis, brink etc. waar de inwoners als pachters van de slotheer leefden. Later zijn de landerijen deels eigendom geworden van Natuurmonumenten.

Wapen

De kleuren van de familie Van Zuylen zijn rood en wit. Het wapen bestaat uit drie rode zuilen op een wit veld. De diverse takken van deze familie hebben varianten op deze kleuren. Dit wapen leeft niet alleen voort in de kleuren van het kasteel, maar ook in vrijwel alle woningen van Haarzuilens, zelfs in de recente nieuwbouwwoningen.

Trivia


Monumenten in de buurt van Kasteel de Haar in Haarzuilens

De Haar, entreehek van de Zuylenlaan

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 17: ENTREEHEK TER AFSLUITING VAN DE ZUYLENLAAN. Siersmeedijzeren spijlenhek ter afsluiting van de Zuylenlaan (oostz..

Lindenhoeve

Bochtdijk 2
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
"lindenhoeve". Boerderij, langhuis, fraai 19e eeuws type met gesneden dakrand, riet gedekt.

De Haar, toeganspoort met brug

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 3: TOEGANGSPOORT MET TOEGANGSBRUG. Rode bakstenen TOEGANGSPOORT geflankeerd door twee ronde torens met achtzijdige ..

De Haar, brug over noordelijke vijver

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 31: BRUG. Over de noordelijke vijver ligt een brug met ornamentele smeedijzeren leuningen, bestaande uit een vakkeni..

De Haar, bank bij tennishuisje

Kasteellaan 1
Haarzuilens (Gemeente Utrecht)
Omschrijving onderdeel 32: BANK bij het tennishuisje. Bij het tennishuisje staat een bank van Franse kalksteen, met een verfijnde vormgevin..

Kaart & Routeplanner

Route naar Kasteel de Haar in Haarzuilens