Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Dubbele villa gebouwd in de stijl van de 'Amsterdamse School' in Amsterdam

Woonhuis

Albert Hahnplantsoen 21
1077BM Amsterdam
Noord Holland

Bouwjaar: 1930
Architect: J.J. Eyrond


Beschrijving van Dubbele villa gebouwd in de stijl van de 'Amsterdamse School'

Inleiding Dubbele VILLA in 1930 gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School in opdracht van J.J. Eyrond. Het ontwerp van architect E. Nijsten stamt uit 1928. De villa is met de achterzijde - in een ruime tuinaanleg - aan de Apollolaan, één van de hoofdassen van Berlages Plan Zuid gelegen. Tot de dubbele villa behoren ook de erfafscheidingen aan de Apollolaan en het Albert Hahnplantsoen en de twee tuinhuisjes die door middel van de erfafscheiding met het huis verbonden zijn. N.B. Een derde tuinhuisje, onlosmakelijk verbonden met de andere twee behoort tot de kavel van Apollolaan 166. Omschrijving Op een samengestelde rechthoekige plattegrond in rood-grauw bakstenen noors verband met verdiepte voeg, opgetrokken dubbele villa onder met gesmoorde holle pannen gedekte zadeldaken. De onderkelderde villa heeft twee bouwlagen, een hoge zolder en toren. De gevels hebben vlechtingen, de dakschilden eindigen op overhoekse en overkragende luifels. De kap is aan de kant van huisnummer 21 (links) doorgetrokken tot aan de ingangsportiek. Rondom loopt een, in hoogte verspringend, in een paarse steen gemetseld trasraam. De asymmetrische voorgevel heeft centraal twee samengestelde ramen met afgeschuinde zijlichten in het metselwerk met daartussen een uitgemetseld sierverband op de scheidingswand van de woningen. Rechts van de centrale vensters bevinden zich een rondboogportiek en een eenvoudig venster. De overwelfde portiek, waarvan de rondboog in het uitspringende metselwerk geaccentueerd is, heeft hardstenen stoeptreden en een rondboogdeur omlijst door een smalle vensterstrook, op halfronde delen met een brievengleuf. De deur is plastisch vormgegeven in de stijl van de Amsterdamse School. Boven de portiek bevindt zich de borstwering van het binnen de rooilijn gelegen balkon. De balkonramen en -deuren hebben een horizontale roedenverdeling. Het balkon wordt ingeklemd door het trappenhuis links en de toren rechts en heeft tussen de twee woningen een gemetselde scheidingsmuur met bolornament. Rechts op het balkon bevindt zich een uitbouw met onder de rand van het platte dak gepotdekselde delen en een vijftienruits venster dat doorloopt tot de verlaagde borstwering. Het trappenhuis heeft drie lichtsleuven met bouwglas boven kleine, smalle vensters met luifeltjes en glas-in-lood. De toren rechts heeft een samengestelde plattegrond met een hoger en een lager deel. Bovenin het lagere deel bevindt zich een klein overhoeks venster tusen twee smeedijzeren ornamenten. Het smalle geveldeel rechts van de toren heeft een doorgetrokken dakschild dat eindigt bij een overhoekse luifel met op de hoekpijler het metselwerk in banden uitgemetseld. Ook de pijler op de linker hoekportiek is in banden uitgemetseld. Deze portiek (nummer 21), ook met een vlakke luifel onder het doorgetrokken dakschild, is bereikbaar via een gemetselde trap met hardstenen treden. In de portiek bevinden zich een gedeelde deur en een venster. De luifel loopt door naar de eigenlijke voordeur, met rechts smalle zijlichten, in de portiek links van het trappenhuis. Ook de voordeur is bereikbaar via hardstenen treden. Onder de luifel bevindt zich een plank met haaks geplaatste, halfronde schijven. De linker zijgevel (oost) heeft op de begane grond centraal twee kleine gekoppelde vensters, draairamen met twaalfruits roedenverdeling, op de verdieping vensters met horizontale roedenverdeling en op de zolder een klein driehoekig licht. Een overhoekse luifel bevindt zich links boven een geometrisch versierd houten deel. Aan de achtergevel (zuid) bevinden zich onder de luifel draairamen met twaalfruits roedenverdeling, grenzend aan een hoog oprijzende, taps toelopende schoorsteen met in de top uitgemetselde banden. Aan de linkerzijde een hoge, schuine steekkap boven een licht risalerend geveldeel. Tussen deze steekkap en de schoorsteen bevinden zich bordessen met op de begane grond samengestelde vensters en tuindeuren en op de verdieping een balkon als aan de voorzijde, waarvan het gedeelte tegen de risaliet over één bouwlaag is uitgebouwd. Op het balkon bevindt zich een gemetselde muur tussen de woningen. Boven het balkon, in de kap, bevinden zich dakkapellen met vlakke luifeldaken en horizontale roedenverdeling. De gevel van de risaliet, evenwijdig aan de achtergevel van de dubbele villa heeft tuindeuren, daarboven een venster met horizontale roedenverdeling en in de top een liggend kozijn. De westelijke zijgevel heeft op de begane grond een gebogen erker, waarvan het metselwerk doorloopt in dat van de risaliet van de achtergevel. In het gebogen venster van de erker bevindt zich boven een reeks in stevig raamhout geplaatste, kleine raampjes, een fijnere horizontale roedenverdeling. Boven de erker bevindt zich een balkon met de gemetselde borstwering in het muurvlak. De erker is door middel van een strook van zes twaalfruits ramen en een decoratieve plank verbonden met een deur. Hierboven zijn drie gekoppelde kleine vensters geplaatst, de buitenste liggend. In de top bevindt zich een driehoekig licht. De tuinmuur heeft twee oorspronkelijke lage hekjes, in de Albert Hahnstraat geometrisch gedecoreerd en aan de Apollolaan met een V-vorm. De drie gekoppelde éénlagige tuinhuizen aan de Albert Hahnstraat, op een nagenoeg rechthoekige plattegrond maar de middelste teruggelegen, hebben met gesmoorde holle pannen gedekte schilddaken. Op de straat komen dubbele deuren uit, met Amsterdamse Schoolmotieven. Waardering De dubbele villa met bijbehorende onderdelen naar ontwerp van E. Nijsten uit 1930 is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als gaaf en markant voorbeeld van een zorgvuldig gedetailleerde woning voor de gegoede stand in de stijl van de Amsterdamse School met door Frank Lloyd Wright beïnvloede beeldbepalende elementen en als stedenbouwkundig element in Berlages Plan Zuid. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 527849
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Bioscoopjournaal uit 1976 over de Amsterdamse School. Met commentaar van architect Hendrik Wijdeveld.
Het Schip in Amsterdam, 1917-1920 (Michel de Klerk).

De Amsterdamse School is een stijl in de bouwkunst, te plaatsen in de periode van de Moderne Bouwkunst, waartoe ook onder meer De Stijl, het Nieuwe Bouwen, de Chicago School en het expressionisme gerekend worden, die als reactie op de zogenaamde neostijlen te zien zijn.

De Amsterdamse School kenmerkt zich door gebruik van expressieve en fantastische vormen, verwant aan het expressionisme. Ze is in zekere zin ook een reactie op het rationele werk van H.P. Berlage en dan in het bijzonder op de Beurs van Berlage (1898-1903), die dus uitdrukkelijk niet tot de Amsterdamse School behoort maar gezien kan worden als het begin van het Nederlandse traditionalisme. Ook kan de ontwikkeling verklaard worden uit de overgang van Nieuwe Kunst en de buitenlandse varianten als jugendstil en art nouveau naar wat later – zeker wat betreft de decoratieve kunsten ook wel tot de art deco wordt gerekend. In 1916 bekritiseerde Michel de Klerk de werkmethodiek van Berlage en beschreef daarmee indirect op welke manier de nieuwe beweging zich hiervan distantieerde.[1]

Voornaamste architecten

De belangrijkste architecten van de Amsterdamse School waren Michel de Klerk, Piet Kramer en J.M. van der Meij, die allen gewerkt hebben op het bureau van Eduard Cuypers in Amsterdam. Rond 1910 begonnen zij voor zichzelf en ontwikkelden samen een nieuwe bouwstijl. In 1923 overleed De Klerk. De Amsterdamse School verloor hiermee haar belangrijkste boegbeeld, al zou de bouwstijl nog meer dan een decennium blijven voortbestaan. Ook veel andere architecten die later tot andere richtingen gerekend worden begonnen in de trant van de Amsterdamse School te bouwen zoals bijvoorbeeld J.B. van Loghem.

Zo werd in 1925 op de wereldtentoonstelling in Parijs het Nederlands Paviljoen in Amsterdamse Schoolarchitectuur uitgevoerd naar een ontwerp van Jan Frederik Staal. Ook de inrichting van dit paviljoen was geheel in de stijl van de nieuwe kunst waaronder ook de Amsterdamse School nog werd gerekend. Ook de architect Jan Gratama heeft gebouwen in de Amsterdamse Schoolstijl gebouwd en was de eerste bouwkundige die deze term gebruikt heeft.

Kenmerken

De Bijenkorf in Den Haag, 1924-26 (Piet Kramer).

Kenmerkend voor de Amsterdamse School is het gebruik van veel baksteen en het toepassen van versieringen in de gevels, in baksteen of gebeeldhouwd natuursteen. De vaak plastische gevels zijn meestal gevuld met laddervensters en worden bekroond met steile daken en soms met torentjes versierd. Het plastische karakter en de soms zelfs symbolisch aangebrachte draagconstructie veroorzaakten soms problemen bij het aanbrengen van de werkelijke draagconstructie.

Hendrik Wijdeveld gaf destijds de volgende omschrijving:

"De verschijning der Fantasievollen, die argeloos spelen met de schatten van het rationalisme. Opofferend de praktische indeling en de belangstelling voor het constructieve element voor een ver doorgevoerd principe, namelijk het principe van de tevoren vastgestelde vorm."

Gebouwen uit de Amsterdamse Schoolperiode zijn met name grote (sociale) woningbouwprojecten, scholen en enkele utilitaire werken. Door de plastische gevels en de speelse indeling hiervan is er binnen deze stijl zelden sprake van massiviteit in de gebouwen. Zij zijn wel groot, maar ogen toch menselijk.

Het expressionisme van de Amsterdamse School was de tegenpool van het Nieuwe Bouwen.

Wendingen

Karel de Bazel. Omslag januarinummer 1919.

Een belangrijke rol binnen de Amsterdamse School speelde het maandblad Wendingen. Toch werd niet uitsluitend architectuur getoond die nu tot de Amsterdams School te rekenen valt. Zo werd ook een van de boegbeelden van het Nieuwe Bouwen, de Van Nellefabriek te Rotterdam, uitgebreid afgebeeld. Het blad ontstond in januari 1918 op initiatief van enkele leden van het genootschap Architectura et Amicitia, een vereniging van architecten, beeldend kunstenaars, bouwkundigen et cetera, die, in tegenstelling tot het meer vaktechnische Bouwkundig Weekblad, meer aandacht wilden besteden aan de volgens hen verwaarloosde esthetische aspecten van de architectuur.

Een van de oprichters was Hendrik Wijdeveld, die tot 1925 de leiding had en tevens de typografie verzorgde, totdat het blad eind 1931 werd opgeheven. Erg veel zorg werd besteed aan typografie en vormgeving. Het ontwerp voor het vierkante omslag werd steeds door een andere kunstenaar verzorgd. De redactie wisselde vaak van leden. In de eerste redactie zaten onder anderen C.J. Blaauw, Piet Kramer, Mathieu Lauweriks en Richard Roland Holst.

Wendingen was geenszins alleen een architectuurtijdschrift. Er werd aandacht besteed aan vele vormen van kunst, zoals bouwsculptuur, uitheemse kunstuitingen, muurschilderingen, vroeg-Italiaanse schilderkunst, boekverluchting, affiches, toneel en dans, maskers, marionetten, interieurs, grafiek en schelpen. Ook beperkte het blad zich niet tot de Amsterdamse School: verschillende stromingen in binnen- en buitenland kregen ruimschoots aandacht.

Voorbeelden

Klokkentoren op de leeszaal te Coöperatiehof 16.

De grootste concentratie van Amsterdamse Schoolgebouwen vindt men in Amsterdam, zoals het Plan Zuid naar ontwerp van Berlage, het Olympisch Stadion (naast Plan-Zuid) van Jan Wils, het Scheepvaarthuis van J.M. van der Meij, de woningbouw in de Spaarndammerbuurt van Michel de Klerk en schoolgebouwen van onder andere Cornelis Kruyswijk en Nicolaas Lansdorp. In Tuindorp Oostzaan en Tuindorp Nieuwendam in Amsterdam-Noord manifesteert de Amsterdamse School zich in een landelijke variant van onder andere Berend Tobia Boeyinga. Boeyinga bouwde ook een aantal gereformeerde kerken in deze stijl.

In Amsterdam zijn ook veel bruggen uitgevoerd in de stijl van de Amsterdamse School. Veel van deze Amsterdamse bruggen zijn ontworpen door Piet Kramer.

Sinds 2001 is in een woningblok van Michel de Klerk aan het Spaarndammerplantsoen op nr. 140 Museum Het Schip gevestigd, waarin veel informatie te vinden is over de Amsterdamse School. Hier is ook een collectie Amsterdams straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse School te bezichtigen.

Honderd jaar Amsterdamse School

In 2016 wordt het eeuwfeest gevierd van de Amsterdamse School. Het Scheepvaarthuis, beschouwd als eerste hoogtepunt van deze stijl, gebouwd in 1916, bestaat honderd jaar. Gedurende 2016 worden diverse activiteiten georganiseerd om aandacht te schenken aan dit jubileum.[2]

Buiten Amsterdam

Ook buiten Amsterdam werd in de stijl van de Amsterdamse School gebouwd. Dit is onder meer te zien aan gebouwen van Willem Dudok in Hilversum, Park Meerwijk in Bergen (Noord-Holland) (Jan Frederik Staal, Cornelis Blaauw met het Schip van Blaauw in Wageningen, Piet Kramer, Margaret Staal-Kropholler, Ad van der Steur in Rotterdam, Guillaume la Croix), en het werk van Siebe Jan Bouma en Egbert Reitsmain Groningen.

In de stad en provincie Groningen waren diverse architecten actief. Anders dan in andere middelgrote steden, waar het vaak een éénling was die er de Amsterdamse School op de kaart zette, waren het in Groningen meerdere namen die gezamenlijk de beweging vorm gaven. Berend Jager, Willem Reitsema, Egbert Reitsma, Siebe Jan Bouma, Evert van Linge, J.A. Boer, Albert Wiersema en Kuiler en Drewes zijn enkele Groninger architecten.

In de Overijsselse plaats Kuinre is de watertoren gedeeltelijk in deze stijl gebouwd. De Bijenkorf in Den Haag van Piet Kramer uit 1924-1926 wordt beschouwd als het laatste grote voorbeeld van deze stijl.

Amsterdamse School in andere toepassingen

Huisnummers in Amsterdamse Schoolstijl.

Niet alleen de architectuur was stijlbepalend voor de Amsterdamse School maar ook in andere toepassingen werd deze stijl gebruikt. Bekende ontwerpers zoals W. Retera Wzn, J.J. Zijffers, K.P.C. de Bazel, Paul Bromberg en Anton Kurvers – om maar enkele te noemen – ontwierpen ook meubelen, zoals tafels, stoelen, fauteuils, klokken, lampen, behang, boekbanden en textiel. Een belangrijk verkoopadres voor sommige van de genoemde producten was Metz & Co in Amsterdam.

Straatmeubilair in Amsterdam

Verschillende soorten straatmeubilair in de gemeente Amsterdam zijn ontworpen in de stijl van de Amsterdamse school, veel hiervan sinds 1918 door Pieter Lucas Marnette, zoals de staande blauwe Gemeentegiro-bus, brandmeldpalen (de 'rode wachter') en lantaarnpalen (de 'frontsoldaat'). Van de elektrische verdeelkasten en splitskasten staat er nog een groot aantal verspreid door Amsterdam: deze zijn gedurende zeker dertig jaar in nagenoeg dezelfde vorm geplaatst. De hangende brievenbussen van de Gemeentegiro werden ontworpen door Anton Kurvers. Een collectie straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse School is te bezichtigen bij Museum Het Schip aan het Spaarndammerplantsoen.

Een aantal bouwwerken van de Amsterdamse school

Aalsmeer

Amsterdam-Centrum

Amsterdam-Noord

  • Voormalige politiepost (1916), Buiksloterweg 9b

Tuindorp Nieuwendam

Tuindorp Oostzaan

Amsterdam-West

Spaarndammerbuurt

Amsterdam-Zuid

De Pijp

Rivierenbuurt

Andijk

Appingedam

Bergen (Noord-Holland)

Park Meerwijk

Bergen op Zoom

Bilthoven

Breda

  • Watertoren (1934, ir. P.A.H. Hornix), Speelhuislaan 158, huidige functie: kantoor

Brussel

  • Burgerhuizen en garages, Auguste Reyerslaan 203, 205 en Generaal Gratrystraat 122, 112, 116, Schaarbeek

Bussum

  • Burgerhuizen: Mecklenburglaan 3, 16-18, 24, 31-33, 35-37 en 39-41 (G.F. Mastenbroek)
  • Burgerhuizen: Ruthardlaan 2-4, Groot Hertoginnelaan 10-12 en Groot Hertoginnelaan 16-18 (G.F. Mastenbroek)
  • Villa: Groot Hertoginnelaan 28a (G.F. Mastenbroek)

Den Haag

Delfzijl

Deventer

  • Bioscoop Luxor / Luxor Theater (1918, J.D. Postma en B. Hoogstraten), Brink 20

Diemen

  • Burgemeester de Kievietstraat

Dordrecht

  • Julianakerk (1928, Bakker & Van Herwijnen), Mauritsweg 286

Enschede

Groningen (stad)

Gouda

Grijpskerk

Haarlem

Hoorn

Hilversum

  • Pompgemaal Laapersveld en vijver (1919, W. Dudok)
  • Politiepost Kleine Drift (1919, W. Dudok)

Kollum

Kuinre (Steenwijkerland)

Leiden

  • Voormalig Politiebureau (1927, Jan Neisingh), Zonneveldstraat

Nieuw-Amsterdam

Oostvoorne

Paramaribo, Suriname

  • Politiebureau, Waterkant 64 (1925, W.E. Sniphout, verwoest tijdens staatsgreep in 1980)[3][4]

Radio Kootwijk

Schimmert

Sneek

Ter Apel

  • Regionale Scholengemeenschap Ter Apel

Utrecht (stad)

Velp (Gelderland)

  • Landhuis Maliehoeve (1923, G.L. van Straaten)

Wageningen

Weesp

  • Roeivereniging

Zeist

  • Conferentiecentrum Woudschoten

Zwolle

  • ABN Amro bankgebouw, Geldersche Credietvereeniging (1926, G.L. van Straaten), Melkmarkt

Literatuur

  • Amsterdamse bruggen. 1910-1950. Wim de Boer en Peter Evers. Uitgave Amsterdamse Raad voor de Stedebouw, 1983. ISBN 90-70665-02-6
  • De Amsterdamse School. Maristella Casciato. Uitgeverij 010, Rotterdam, 1991. ISBN 90-6450-116-5
  • Amsterdamse School. Architectura & Natura, Amsterdam, 1991. ISBN 90-71570-06-1
  • Straatmeubilair Amsterdamse School 1911-1940. Kasper van Ommen. Stadsuitgeverij Amsterdam, 1992. ISBN 90-5366-050-X
  • Amsterdamse School. Textiel 1915-1930. Ingeborg de Roode en Marjan Groot. Tentoonstellingscatalogus Nederlands Textielmuseum Tilburg/Uitgeverij THOTH Bussum, 1999. ISBN 906868-233-4
  • De Amsterdamse school. Annuska Pronkhorst en Sophie van Ginneken, Atrium, 2003. ISBN 90-5947-014-1
  • Versteende welvaart, (Amsterdamse School op het Groninger Hoogeland) 2007. Anja Reenders. ISBN 978-90-330-0653-1
  • Wendingen 1918-1932. Martijn F. Le Coultre, 280 pagina's Librero 2009. ISBN 978-90-5764-441-2
  • De Amsterdamse School verbeelde idealen, Museum het Schip 2011. ISBN 978-90-814397-0-1
  • Piet Kramer, Bruggenbouwer van de Amsterdamse School. Sebas Baggelaar en Pim van Schaik. Stokerkade Cultuurhistorische Uitgeverij, Amsterdam; 2016. ISBN 978-90-79156-31-3

Monumenten in de buurt van Dubbele villa gebouwd in de stijl van de 'Amsterdamse School' in Amsterdam

Villa met aangebouwde garage

Apollolaan 166
Amsterdam
Inleiding Een in 1925-1927 tot stand gekomen en geheel vrijstaand op de hoek van de Apollolaan en het Albert Hahnplantsoen gelegen villa me..

Dubbele villa

Albert Hahnplantsoen 25
Amsterdam
Inleiding Een in 1925-1928 tot stand gekomen geheel vrijstaand aan het Albert Hahnplantsoen en Apollolaan gelegen dubbele VILLA. In opdrach..

Appartementengebouw

Apollolaan 191
Amsterdam
Inleiding APPARTEMENTENGEBOUW uit 1928-30, gebouwd naar ontwerp van architect H.A. van Anrooy in een strakke trant van de Amsterdamse Schoo..

Villa met aangebouwde garage

Apollolaan 178
Amsterdam
Inleiding Een in 1926-1928 tot stand gekomen en geheel vrijstaand aan de Apollolaan gelegen VILLA met aangebouwde garage. Achtertuin grenst..

Van Heutszmonument (voor J.B. van Heutsz)

Apollolaan 180
Amsterdam
Inleiding Een op 15 juni 1935 onthuld GEDENKTEKEN voor de gouverneur generaal van het voormalig Nederlands-Indië, J.B. van Heutsz. Het sta..

Kaart & Routeplanner

Route naar Dubbele villa gebouwd in de stijl van de 'Amsterdamse School' in Amsterdam

Foto's (4)