Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Koninklijk Instituut voor de Tropen / Tropenmuseum in Amsterdam

Gebouw

Mauritskade 62
1092AD Amsterdam
Noord Holland

Bouwjaar: 1913-1926
Architect: J.J. van Nieukerken


Beschrijving van Koninklijk Instituut voor de Tropen / Tropenmuseum

Inleiding In 1926 geopend WETENSCHAPPELIJK INSTITUUT met MUSEUM, genaamd Koninklijk Instituut voor de Tropen en Tropenmuseum, tot stand gekomen op een deel van het terrein van de oude Oosterbegraafplaats en gelegen tussen de Mauritskade, het Oosterpark en de Linnaeusstraat. Aanvankelijk gevestigd in Paviljoen Welgelegen te Haarlem. In 1910 namen dr. J.T. Cremer, oud-minister van koloniën en erevoorzitter van het bestuur van het museum, en het Tweede-Kamerlid dr. H.F.R. Hubrecht het initiatief tot verplaatsing naar Amsterdam van het 'Koloniaal Instituut' ter huisvesting van volkenkundige collecties en ter verzameling en verspreiding van kennis over de voormalige Nederlandse koloniën en de tropen. Met vele prominenten richtten zij hiertoe de 'Vereeniging Koloniaal Instituut' op. Het definitieve ontwerp van het gebouw met een vloeroppervlak van twaalfduizend vierkante meter, waarin behalve een museum (met afdeling volkenkunde en afdeling handelsmuseum) ook laboratoria, gehoorzalen en kantoorruimten moesten worden gehuisvest, werd in 1913 gemaakt door de architecten J.J. en M.A. van Nieukerken. Het ontwerp is traditioneel en historiserend, waarbij gebruik is gemaakt van een rijke neo-renaissance in Hollandse stijl. Begin 1915 gingen de bouwwerkzaamheden van start, maar de eerste wereldoorlog en financiële problemen veroorzaakten langdurige vertragingen. In 1926 werd het instituut geopend door koningin Wilhelmina. Opvallend aan en in het gebouw zijn de vele decoraties. Een speciale Commissie voor de Symboliek heeft zich hiermee bezig gehouden. Het meeste beeldhouwwerk is van de hand van J.L. Vreugde. Verder werkten de kunstenaars: J.A.H. Alexander, J. Bronner, A.S.N.L. Dupuis, J. Kaas, W.O.J. Nieuwenkamp, H. Paulides, N.J. van Ravensteijn, W.M. Retera en J.C. van der Ven aan de verfraaiing van het gebouw. Ondanks latere wijzigingen in verband met de veranderde opvattingen over presentatie en functie, is nog veel van de oorspronkelijke opzet bewaard gebleven, vooral in het rijk met beeldhouwwerk gedecoreerde exterieur (zoals ondermeer W.A. Retera, L.J. Vreugde en W.O.J. Niewenkamp). De compositie van alle onderdelen van de royaal gedecoreerde hal van het Instituutsgebouw werd verzorgd door E. Quagligno. Omschrijving Het Koninklijk Instituut voor de Tropen bestaat uit verschillende aaneengesloten en verbonden delen die als bouwvolumina toch een hoge mate van gescheidenheid behouden hebben. Met uitzondering van het zogenaamde kwadrant onder plat dak, dat de verbinding vormt tussen het instituutsgebouw en het museum, zijn de afzonderlijke eenheden op rechthoekige grondplannen tot stand gekomen. Grotendeels laten zich een souterrain en een bel-etage en twee verdere bouwlagen onderscheiden. Het geheel wordt gedekt door een samenstel aan zadeldaken, schilddaken, tentdaken, spitsen en 'toits en pavillon' met grijsblauwe leien in Maasdekking. De tentdaken hebben een zwenking aan de onderzijde van de schilden. Op de noklijn gemetselde schoorstenen met accenten in natuursteen en in verschillende uitvoering. Verschillende pirons en smeedijzeren bekroningen en koperen torenhelmen op spitsen, tentdaken en 'toits en pavillon'. Dakkapellen in verschillende uitvoering en afmeting en met kruisvenster of kleiner venster en onder kleine ingestoken kap met in- en uitzwenkende top met fronton of met halve spits onder piron. Met uitzondering van de geveltoppen worden de gevels recht afgesloten met een uitkragende geprofileerde gootlijst op deels gemetselde en gelede consoles. De gevels zijn opgebouwd uit bakstenen in staand verband en accenten en cordon- en gevellijsten in Franse kalksteen. De gevels hebben een symmetrische opbouw en ritmische verdeling van de vensters. Vensters hebben natuurstenen dorpels en kraag- en hoekstenen en kader met middenstijl met kolonnet en kalf en ramen met roedenverdeling. In het basement zijn de vensters enkelvoudig of paarsgewijs geplaatst en eenvoudiger en halfrond getoogd. Op de verdiepingen bevinden zich vensters in verschillende uitvoeringen als kruisvensters en smalle vensters met bovenlicht en brede vensterpartijen met meervoudige geleding en brede vensters met getoogd en geleed bovenlicht. Het instituutsgebouw: Ten opzichte van het geheel bevindt het instituutsgebouw zich in het westen. Het instituutsgebouw bestaat uit een centrale en zeer monumentale hal met entree en waaraan in het oosten de vleugel met de oorspronkelijke burelen, studiekamers met entresol voor de handbibliotheken en cursuslokalen van het instituut. Ten noorden van de hal bevindt zich de bestuursvleugel waarboven de grote aula (oorspronkelijk voor 680 toehoorders) met koninklijke ingang. Ten westen van de hal bevindt zich de kleine aula (oorspronkelijk voor 120 toehoorders) met aangrenzend boekenhuis met bibliotheek en leeszaal. De voorgevel van het instituutsgebouw heeft de imposante hoofdtoegang rechts van het midden. Bordes en hoge trap met natuurstenen hoekposten met gedragen globes en natuurstenen leuning. Tripartite toegangspartij met zeer rijk geornamenteerde zandstenen kaders met pilasters, segmentvormige frontons met reliëfs en beeldhouwwerk in de timpanen. De centrale sluitsteen boven de hoofdingang draagt de beeldtenis van Jan Pieterszoon Coen, eerste gouverneur- generaal van het voormalig Nederlands-Indië. De vulling van het centrale timpaan symboliseert de doelstelling van het toenmalige Koloniaal Instituut. Smeedijzeren traliewerken voor het glas van de toegangsdeuren. Het hekwerk voor de hoofdingang dateert uit 1770 en was als Muiderhek geplaatst op de brug bij de Muiderpoort. Alle beeldhouwwerken aan deze voorgevel wijzen op de fundatie van de koloniën en op het wetenschappelijk contact tussen Nederland en het voormalig Nederlands -Indië. Boven de hoofdtoegang een geveldeel onder in- en uitzwenkende geveltop. Dit geveldeel wordt geflankeerd door twee hoge hoektorens op rechthoekig grondplan en met zes bouwlagen boven het maaiveld. Links van de hoofdtoegang een vleugel met zowel aan de voorzijde (Mauritskade) als achterzijde (Oosterpark) een gevel met acht traveeën. Deze vleugel van het instituutsgebouw wordt risalerend afgesloten met een dwarsvleugel of paviljoen van vier traveeën breed en onder in - en uitzwenkende geveltop aan voor- en achterzijde. Aan de achter- of parkzijde bevindt zich rechts van de gevel nog een traptoren. De gevels van de bestuursvleugel onder zadeldak zijn zeven traveeën breed en hebben hoge vensters op begane grond en verdieping. De gevel wordt geleed middels steunberen met verjonging en verbinding met gedrukte bogen. In het zuiden bevindt zich de koninklijke entree als grote portiek onder in- en uitzwenkende geveltop en met zes treden hoge trap naar bordes en centrale dubbele toegangsdeur met lichten, pilasters, kalf, bovenlicht en twee getoogde zijdeuren onder rond venster. In de geveltop een grote vensterpartij met tien ramen. De bestuursvleugel heeft vier octogonale traptorens. Verder vergaarbakken en sierankers. In het westen een grote maar lagere vleugel waaraan traptoren en driezijdig uitgebouwde abside van de kleine aula en waaraan een zich naar het noorden toe uitstrekkend boekenhuis van zes minder hoge bouwlagen boven het maaiveld. De regelmatig onderverdeelde gevels hebben kleinere vensters. Aan de oostzijde bevinden zich twee series kleine, rechthoekige en gestapelde balkons op alle bouwlagen; destijds bedoeld om het stof van de boeken te kloppen. Het interieur bevat de rijk uitgemonsterde hal met balcon en met koepel en met uitbundig gebruik van twaalf zeldzame soorten Italiaans marmer, waaronder vert polcevera. De grote marmeren vloerplaten zijn zo gezaagd dat ze een tapijtpatroon vormen. Verder messing lampen, wandschilderingen, herdenkingsplaquettes en beeldhouwwerken, waaronder de bustes van de initiatiefnemers J.F. Cremer en H.F.R. Hubrecht. De majolica-decoraties zijn vervaardigd door De Porceleyne Fles te Delft. Ook de overige gangen met gordelbogen met gedichte zwikken en trappenhuizen zijn rijk gedecoreerd met marmeren vloeren en natuurstenen aankleding en tegel- en snijwerk en sierlijk smeedijzeren hekken. Verbindende trappen leiden naar de grote aula ten noorden van de hal met zeer fraaie open dakstoel en grote collectie beeldhouwwerken op onder meer kraagstenen en balkkoppen en met met zeer uitgebreid iconografisch programma. De bestuurskamers onder de aula hebben lambrizeringen van Scandinavisch eikenhout, geschilderde cassetteplafonds en - als in de overige ruimten - messing hang- en sluitwerk in de vorm van dierfiguren. In de raadzaal bevindt zich de monumentale schouw met beeldhouwwerk. In de vestibule en toiletruimte van deze bestuursvleugel bevindt zich een decoratie met tegelwerk. In de vleugel met de burelen en lokalen bevinden zich ook grote verblijven met ranke houten wenteltrap en borstwering met houten snijwerk naar entresol met boekenkasten. In een van deze ruimtes nabij het linker trappenhuis bevindt zich een zeldzame'houtbibliotheek'. De kleine aula heeft een houten lambrizering en een driezijdig uitgebouwde toegang en absis en een beschilderd cassetteplafond. In de bibliotheek bevindt zich op de verdieping een rechthoekige leeszaal met open dakstoel en fraaie lambrizering met boekenkasten en beeldhouwwerk. Het kwadrant: Voormalig kantoorgedeelte, in oorsprong gebruikt voor de handel in tropische producten. Dit kwartronde gebouw met dito binnenplaats bevindt zich als een verbindende gang in de oksel tussen het instituutsgebouw en het museum en bevat kantoren aan de zijde van de Mauritskade. Aan het exterieur bevindt zich in het midden een entree met trap met gemetselde posten waarop smeedijzeren sierlantaarns. Verder een gemetselde wering en een klein bordes waaraan de getoogde en dubbele eikenhouten toegangsdeur in rijk geornamenteerd en van beeldhouwwerken voorzien kader met onder meer tekstfries en dubbel bovenlicht. De entree met flankerende vensters risaleert ten opzichte van de aan beide zijden vier traveeën brede segmentvormige vleugels. Rechte gevelbeëindiging met lage balustrade met gemetselde tussenposten. In het interieur bevindt zich een eenvoudige hal met kantoorruimte aan weerszijden en met een gebogen gang met zicht op de binnenplaats. Het museum: Ten opzichte van het geheel bevindt het museum zich in het oosten. Het museum vindt slechts op één hoek aansluiting met het kwadrant en is verder een zelfstandige eenheid. Gebouw met grote afmetingen op rechthoekig grondplan en met vier tot vijf bouwlagen en met aangebouwd deel voor de kantoren en directievertrekken en ateliers en werkplaatsen aan de zijde van het Oosterpark. Het museum, met de imposante voorgevel waarin de entree aan de Linnaeusstraat, is een zogenaamd daglichtmuseum, met grote en centrale en rechthoekige overdekte lichthof met dubbele glazen bekapping. De binnenste schil heeft een langgerekt en gedrukt tongewelf; de buitenste schil heeft een zadeldak. Vier en een halve intercolumnia met spanten van voorgetrokken beton waartussen ijzeren geleding. Op de lichthof komen van de drie bouwlagen de arcades met deels gekoppelde zuilen uit. Verder natuurstenen balustrade, bewerkte kapitelen, gemetselde bogen met natuurstenen hoek- en sluitstenen, majolica-decoratie bij het fries en een monumentaal en fraai geornamenteerd open trappenhuis aan de korte zijde in het westen. De depots bevinden zich als oorspronkelijk in het souterrain met oorspronkelijke betegeling op de vloeren van de gangen. Het souterrain wordt verlicht door een serie deels gekoppelde en halfrond getoogde vensters met traliewerk, en is toegankelijk middels groengeschilderde dubbele deuren met lichten en met sierlijke gehengen en schampstenen. De lange vleugels zijn negen traveeën breed en hebben getoogde negenruits vensters met verdere roedenverdeling. Aan de zuid- of parkzijde wordt de strenge ritmiek onderbroken door de aanbouw. Op de vier hoeken bevinden zich licht risalerende en hoger opgetrokken paviljoens onder tentdak. Paviljoens met vensters in verschillende uitvoering; smalle vensters met bovenlicht flankeren bredere partijen met drie gekoppelde vensters. Bij de vijfde bouwlaag getoogde en minder hoge vensters als bij sousterrain. De achtergevel is zes traveeën breed en heeft een breed en diep terras met trappen. Voorgevel met hogere en rijk gedetailleerde hoekpaviljoens met tentdaken met koperen helmen en gebeeldhouwde friezen onder de vensters voorstellende de vier voornaamste godsdiensten (christendom, islam, hindoeïsme en animisme) en landbouwcultures (rubber, tabak, suiker en rijst) van het voormalig Nederlands-Indië. Het tentdak van het rechter paviljoen heeft aan de straatzijden in een kapel een wijzerplaat en reliëfs. Aan de voorgevel een drie traveeën brede middenrisaliet met hoge en brede meervoudig gelede vensters en in- en uitzwenkende geveltop met bekronend fronton en met gebeeldhouwd fries en vrijstaande beelden op piëdestals. Tussen de risalieten een één travee breed tussendeel. Het aangebouwde deel aan de zuid- of parkzijde heeft een voorgevel aan de Linnaeusstraat. Aan weerszijden van de drie traveeën brede middenrisaliet bevinden zich vier traveeën brede vleugels met kruisvensters over de twee bouwlagen boven het maaiveld. In de middenrisaliet met in- en uitzwenkende topgevel bevindt zich de oorspronkelijke hoofdingang van de 'afdeling volkenkunde' met toegangspartij met trap, bordes en natuurstenen posten en kader en ovaal bovenlicht met flankerend beeldhouwwerk voorstellende een Balinese priester en een figuur die de geschiedenis van het oosten vertelt terwijl hij wijst naar een kala-kop, een monsterkop met uithandgende lotusbloemen. De linkervleugel eindigt eveneens met een in- en uitzwenkende topgevel. Aan de achterzijde bevindt zich evenwijdig aan het musemgebouw een vier traveeën brede vleugel met in- en uitzwenkende topgevel. In de oksel tussen voorbouw en achtervleugel bevindt zich een bouwdeel van drie bij één travee. Verder een laag bordes ter hoogte van het sousterrain. Waardering Koninklijk Instituut voor de Tropen is met instituutsgebouw, kwadrant en museum met aangrenzende bebouwing van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische, cultuurhistorische en typologische waarde. Verder van belang vanwege de bijzondere positie in het stadsbeeld en vanwege de kunsthistorische waarde in verband met het aanwezige werk aan interieur en exterieur van vele bekende Nederlandse kunstenaars. In de architectuur is bewust aansluiting gezocht met de 'Hollandse bouwkunst'- traditie, terwijl in de decoratie tevens verwijzingen naar de koloniën zijn opgenomen. Zowel in het architectonisch als ornamenteel concept, als wat betreft de oorspronkelijke functionele opzet, is het gebouw kenmerkend voor de toenmalige opvattingen over Nederland en de koloniën. Tevens van belang als hoofdwerk van het bureau Van Nieukerken. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 526987
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Voorgevel Koninklijk Instituut voor de Tropen aan de Mauritskade.
Bioscoopjournaal uit 1968. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen te Amsterdam heeft een eigen campus gekregen waar mensen uit binnen- en buitenland worden opgeleid voor een taak in de ontwikkelingssamenwerking. Met archiefmateriaal van ontwikkelingshulp in Columbia en Kameroen.

Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) (kortweg Tropeninstituut) is een Nederlands multidisciplinair kennisinstituut voor internationale, economische en interculturele samenwerking, waarbij de ontwikkeling van praktisch toepasbare kennis vooropstaat. Er wordt samengewerkt met overheden, het internationale bedrijfsleven en multilaterale organisaties zoals de VN, de EU en de Wereldbank.

Het KIT is in 1910 als 'Koloniaal Instituut', destijds geheel gericht op de Nederlandse overzeese bezittingen, opgericht door particulieren, overheden en bedrijven. Op zijn beurt was het Koloniaal Instituut een voortzetting van het Koloniaal Museum in Haarlem dat al in 1864 werd geopend. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen is gebouwd op het terrein van de voormalige Oosterbegraafplaats naar het ontwerp van de architect J.J. van Nieukerken (1854-1913) en in 1926 voltooid door M.A. van Nieukerken. In 2003 werd het aangewezen als rijksmonument.

Het KIT is actief in meer dan zestig landen, waarbij het accent ligt op kennisoverdracht, capaciteitsopbouw en het stimuleren van samenwerking. Onderdeel hiervan is de cursus tropengeneeskunde of de Zaken Cultuur training. In Nederland werkt het KIT aan bewustwording over duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding en diversiteit. Het KIT vervult daarbij een forum-, ontmoetings- en traininingsfunctie en laat mensen, onder andere door middel van het Tropentheater en Tropenmuseum, kennismaken met culturen uit de gehele wereld. Het Tropentheater neemt deel aan het samenwerkingsverband Cineville.

Het KIT is een organisatie zonder winstoogmerk. Inkomsten komen uit projectfinanciering door de Nederlandse overheid en internationale organisaties, en uit projecten voor de particuliere sector. Het instituut is statutair een vereniging met particuliere en institutionele leden. Bij het KIT werkten anno 2007 ongeveer 375 mensen en de jaaromzet bedroeg toen ongeveer veertig miljoen euro. In de jaren daarna liep de omzet terug, onder meer door verlaging van de financiering door de rijksoverheid. In 2012 werd het Tropentheater gesloten. In augustus 2013 sloot de KIT-bibliotheek haar deuren. Het grootste deel van de boekencollectie ging over naar de Universiteitsbibliotheek Leiden (cultureel erfgoed, kaarten & atlassen, pre-1950 boeken, en gedigitaliseerde collecties) en naar de Bibliotheca Alexandrina (ca. 400.000 boeken van na 1950).[1]

Een selectie van de activiteiten

Economische ontwikkeling: stimulering van duurzame productieketens in West-Afrika en Noord-India; rurale ontwikkelingsprogramma’s in Benin, Haïti en Turkije; versterking agrarisch onderzoek in Ethiopië, Mali en Tanzania; bevorderen van vrouwelijk ondernemerschap in Bhutan, Costa Rica en Suriname.

Gezondheidszorg en –onderzoek: ontwikkeling van betaalbare diagnostische testen voor TBC, malaria en lepra; hiv/aids-programma’s in Namibië en Nigeria; kwaliteitsverbetering van medische dienstverlening en infrastructuur in Afrika, Azië en Oost-Europa; een mastersprogramma in gezondheidsmanagement.

Sociale en institutionele en ontwikkeling: participatie van vrouwen in bestuursfuncties in Zuid-Azië en Zuidelijk Afrika; managementadvies aan de WHO en aan overheden in Burkina Faso en Kaapverdië.

Cultuurbehoud en -uitwisseling: beheren, conserveren en presenteren van cultureel en koloniaal erfgoed; podium voor wereldmuziek, dans, theater en film; advies en training aan musea in Indonesië, Jemen en Kenia en internationale culturele projecten in Iran en Zuid-Afrika.

Intercultureel management en communicatie: International Business Support en training van internationaal opererende bedrijven zoals Philips en ABN AMRO Bank; geïntegreerde cultuur- en taaltrainingen voor expats en impats. Maar ook begeleiding van pre- en post merger samenwerking is een expertise van dit zelfstandige organisatieonderdeel. Sinds 2012 vermarkt het KIT deze exepertise onder de naam "Intercultural Professionals". Intercultural Professionals verzorgt trainingen en advies op het gebied van internationaal zakendoen en culturele diversiteit in Nederland.[2]

Informatie, documentatie en publicaties: informatievoorziening aan beleidsmakers, wetenschappers en journalisten; advies en training voor opbouw van informatiesystemen in Mozambique en Ghana; uitgave van boeken over internationale samenwerking en wereldcultuur.

Zie ook

Literatuur

  • Frank, Denise, Cultuur onder vuur; het Tropeninstituut in oorlogstijd. Amsterdam: KIT Publishers, 2012.
  • Hasselman, C. J., Het Koninklijk Koloniaal Instituut; wording, werking en toekomst. Amsterdam: Koloniaal Instituut, 1926.
  • Jans, Huub, Koninklijk Instituut voor de Tropen. Honderdzestig meter Mauritskade. Amsterdam: Stafbureau In- en Externe Relaties KIT, 1976.
  • Jans, Huub en Hans van den Brink, Tropen in Amsterdam: 70 jaar Koninklijk Instituut voor de Tropen. Amsterdam: KIT, z.j.
  • Muskens, Roeland, Van koloniaal naar mondiaal; 100 jaar Koninklijk Instituut voor de Tropen, 1910-2010. Amsterdam: KIT Publishers, 2010.
  • Woudsma, J. Een markant gebouw in Amsterdam-Oost. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Amsterdam: KIT Publishers, 2004.

Externe link


Monumenten in de buurt van Koninklijk Instituut voor de Tropen / Tropenmuseum in Amsterdam

Muiderpoort

Sarphatistraat 500
Amsterdam
Muiderpoort. Vlak gedekt rechthoekig gebouw, het verhoogde middengedeelte bekroond door een koepeltoren, de poortdoorgangen in zandsteen op ..

Amsterdamse Cavaleriekazerne

Sarphatistraat 470
Amsterdam
Inleiding In 1864-65 rondom een cour aangelegde AMSTERDAMSE CAVALERIEKAZERNE met HEK als erfscheiding in een sobere Neo-Classicistische tra..

Artis: groep van vier aanaangeschakelde magazijnen en werkplaatsen

Plantage Muidergracht 32
Amsterdam
Inleiding Een groep van in oorsprong vier aaneengeschakelde en grotendeels witgeschilderde MAGAZIJNEN en WERKPLAATSEN (9), onderdeel van he..

Oranje-Nassau Kazerne

Sarphatistraat 600
Amsterdam
Oranje-Nassau Kazerne. Enorm langgerekt sober bakstenen gebouw (1810-1811 door Abraham van der Hart) de gevels geleed door hoeken middenrisa..

Voormalig Rijksmagazijn van Geneesmiddelen

Sarphatistraat 410
Amsterdam
Inleiding Voormalig Rijksmagazijn van Geneesmiddelen, gebouwd in op de Hollandse Renaissance geinspireerde eclectische trant ten behoeve va..

Kaart & Routeplanner

Route naar Koninklijk Instituut voor de Tropen / Tropenmuseum in Amsterdam