Meer dan 63.000 rijksmonumenten


De Ruwenberg: landhuis Kleine Ruwenberg in Sint Michielsgestel

Kasteel Buitenplaats

Ruwenbergstraat 1
5271AG Sint Michielsgestel
Noord Brabant

Bouwjaar: 1430 (oorsprong) 1532 (delen) 1842 (rest.)


Beschrijving van De Ruwenberg: landhuis Kleine Ruwenberg

Omschrijving onderdeel 1: LANDHUIS. Inleiding Landhuis, genaamd De Kleine Ruwenberg, voorheen De Ruwenberg en Huis Boecoop, oorspronkelijk behorend tot een omgracht landgoed waarvan ook het tegenover gelegen koetshuis deel uitmaakte. De oorsprong gaat terug tot 1430; in het huidige huis zijn delen van de voorganger uit 1532 opgenomen. Na te zijn afgebrand, in 1842 door P. Berail herbouwd. In de voortuin liggen onder het maaiveld nog de fundamenten van een ronde of veelhoekige traptoren en een aansluitende haakse vleugel, geheel overeenkomstig een achttiende-eeuwse tekening van het pand die de situatie van 1532 weergeeft. De familie Berail exploiteerde in de verdwenen bijgebouwen o.a. een bierbrouwerij en een azijnstokerij. In 1838 was het huis de zetel van de Maatschappij tot Invoering van de Zijdeteelt in Noord-Brabant. Het huidige landhuis is opgetrokken in Ambachtelijk-traditionele bouwtrant en ligt in een parkachtig landschap met aan het begin van de oprijlaan een gietijzeren spijlenhekwerk tussen veelhoekige posten met de naam Ruwenberg. Restauratie circa 1990. Omschrijving Landhuis, rechthoekig, boven een zwart geschilderde plint geheel licht gepleisterd, tweelaags onder schilddak met gesmoorde Hollandse pannen. Op de uiteinden van de nok een gemetselde schoorsteen. De voor- en achtergevel zijn vijfassig, beneden vensters met zesruits schuiframen, op de verdieping met vierruits schuiframen. De vensters van de begane grond zijn voorzien van dubbele opgeklampte luiken. In de middenas van de voorgevel bevindt zich de uit 1842 daterende voordeur met panelen, ruitmotieven en oorspronkelijk hang- en sluitwerk. Hardstenen onderdorpel, neuten en stoep. Boven een eenvoudig geprofileerd bovenkalf een gedeeld bovenlicht met glas-in-lood uit circa 1990. Rondom een deels houten, geprofileerde kroonlijst. Zowel in de as van de voor- als van de linker zijgevel een dakkapel met tympaanachtige afdekking en gezwenkte zijwangen. De blinde zijgevel links - met een zesruits venster met schuifraam en dubbele opgeklampte luiken op de begane grond en een vierruits venster met schuifraam op de verdieping - en het rechter deel van de achtergevel vertonen sporen van een oudere muur met speklagen (1532). In de achtergevel ook sporen van ontlastingsbogen met aanzetstenen. De vensters aan de achterzijde corresponderen niet met die van de voorgevel. Behalve het venster uiterst links en uiterst rechts beneden, dat voorzien is van dubbele opgeklampte luiken, hebben alle vensters persiennes. De rechter zijgevel heeft in de plint drie kleine keldervensters, uiterst links een circa 1990 vernieuwde keukendeur met glas en kruisroeden in het bovenste deel, daarnaast een hooggeplaatst, van gehengen voorzien keukenvenster met kruisroedenraam onder vierruits bovenlicht en uiterst rechts een zesruits venster met schuifraam en dubbele luiken. Op de verdieping in de middenas een 16-ruits venster met schuifraam en gehengen. De opvallend blauwe kleur van deuren, kozijnen en luiken is gebaseerd op een bericht uit 1842 waarin sprake is van 'dutch blue'. De ramen zijn wit, de kroonlijst is beige. Inwendig is de oorspronkelijke indeling van het pand, zoals die in 1842 is ontstaan, grotendeels bewaard gebleven. Van het oude huis resteren, behalve delen van de linker zijgevel en de aansluitende delen van de achtergevel, nog de drie evenwijdig naast elkaar gelegen toogkelders met rode keramische plavuizen onder de meest rechtse travee van het pand en de daarboven gelegen keuken. Achter de gehele voorgevel met uitzondering van de meest rechtse travee ligt een gang waarin een hardhouten open trap uit circa 1990. Op de vloer liggen, zoals ook elders in de natte ruimten, door de bewoners ontworpen veelkleurige keramische tegels van Marokkaanse makelij, eveneens circa 1990. Recht tegenover de voordeur bevindt zich de grote woonkamer met stucplafond, bestaande uit een middenrozet met bladmotieven en een geprofileerde lijst rondom. Tegen de korte linker wand een schoorsteen met Franse kalkstenen schoorsteenmantel in achttiende-eeuwse vormen, afkomstig uit de antiekhandel. De schoorsteen zelf is gedecoreerd met gecanneleerde pilasters en een grote arabesk, alles uitgevoerd in stucwerk, circa 1842. Vanuit de kamer voeren drie treden rechts naar een opkamer, gelegen boven de kelders. In de opkamer met oorspronkelijke houten vloer een bankje met ruggewarmer, gelegen aan de achterzijde van het fornuis in de keuken, die aan de opkamer grenst. De keuken, tegenwoordig vanuit de opkamer toegankelijk via een uitgebroken kast, heeft een vloer van Naamse steen en een groot fornuis die beide deels nog van voor de brand dateren. Boven het fornuis een vijftal zeventiende-eeuwse Delfts-blauwe tegels, ingebed in "witjes". De voorzijde van het fornuis is bekleed met langwerpige crème-kleurige tegels met facet uit XIXB. Boven het fornuis een rondom doorlopende, geprofileerde schouwbalk, waarboven een tweetal spekkasten. Terzijde een provisiekast met twee zesruits draairamen. Daarboven een oculus naar de oorspronkelijke trapruimte, nu herbestemd als toilet. Balkenplafond uit 1842. Vanuit de keuken leiden drie hardstenen treden omlaag naar de gang. Een trap van zes gemetselde treden in een afgeschoten ruimte met paneeldeur leidt naar een kennelijk secundair aangebracht voorportaaltje, overkluisd met een troggewelfje op ijzeren liggers dat op zijn beurt toegang geeft tot de reeds genoemde drie toogkelders. In de middelste kelder een gemetselde voorraadkast. Aan het uiteinde van de kelders bevindt zich steeds een klein keldervenster. Op de begane grond bevindt zich uiterst links nog een ruime kamer met vernieuwd stucplafond en "zwartmarmeren" schoorsteenmantel (XIXd). Op de verdieping slaapkamers waarvan enkele met bedsteden en kasten. In het hele huis oude paneeldeuren in geprofileerde kozijnen. Op de verdieping ook opgeklampte deuren van kasten en bedsteden. De vensters zijn circa 1990 aan de binnenzijde voorzien van dubbele ramen, zodat wintervensters zijn ontstaan. Op zolder staan vijf grenen spantjukken met houten pen- en gatverbindingen waarop driehoeksspanten, twee gordingen, beide met windschoren, alles uit 1842. In een hoek een afgeschoten knechtenkamer met opgeklampte deur met oorspronkelijk hang- en sluitwerk. Op zolder wordt een deel van de oude trap met geprofileerde trappost en balusters bewaard. Waardering Het LANDHUIS genaamd De Kleine Ruwenberg is van algemeen belang. Het huis heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling, als voorbeeld van een zich steeds verjongend landhuis in een parkachtig landschap, voortgekomen uit een klein kasteel. Het pand heeft architectuurhistorische waarde vanwege de in- en uitwendig gaaf behouden hoofdstructuur en het traditionele materiaalgebruik alsmede vanwege onderdelen van het interieur. Vanwege de goede afleesbaarheid van de bouwsporen is het pand van belang voor de bouwgeschiedenis. Historisch is het huis van belang vanwege de betekenis voor de ontwikkeling van de nijverheid in de provincie Noord-Brabant. Het landhuis heeft samen met de overige complexonderdelen grote ensemblewaarde. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 526862
Laatste wijziging: 2014-12-09 19:55:05.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
De Kleine Ruwenberg

De Kleine Ruwenberg was oorspronkelijk een slotje dat omstreeks 1435 gebouwd is ten zuiden van de Grote Ruwenberg. Het bevindt zich nabij Sint-Michielsgestel in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het was een leengoed van de heerlijkheid Herlaar.

Kasteeltje

De precieze stichtingsdatum is niet bekend. Sommigen menen dat het omstreeks 1530 moet zijn gebouwd door Nicolaas Spieringh. Zijn dochter Mechteld Spieringh erfde het. Zij trouwde met Gerrit van Boecop en overleed in 1652. Toen erfden twee kinderen van het echtpaar, Christoffel van Boecop en Ernest van Boecop, het kasteeltje.

Christoffel overleed in 1668 en was ongehuwd, terwijl Ernest tweemaal gehuwd was. Zijn eerste huwelijk was met Anna Veronica van der Ehren zu Birgell. Hun dochter was Anna Catharina Constantia van Boecop, die trouwde met Everard van Doerne, die heer van Asten was. Het echtpaar kwam vaak op de Kleine Ruwenberg, en hun kinderen werden er gedoopt.

Hun dochter Anna Wilhelmina van Doerne erfde het kasteeltje. Na haar dood in 1720 kwam het kasteeltje aan Johannes Christophoros de Bertholf Ruyff de Belven, die het in 1729 verkocht aan Christiaan Paulus van Beresteijn, die ook heer was van Maurick. Deze liet het danig vervallen kasteeltje herstellen en woonde er tot 1735, waarop hij het verkocht aan zijn schoonvader, Gerard van Midlum, die theoloog was.

In 1737 was het kasteel echter: bevonden onbewoont, van binnen bijnaer sonder meubelen ende morsig en vuijl...de solders niet anders als een duijfhuijs bevonden...alsof in jaren en dagen geen menschen daarop gewoont hadden...het orangiehuijs op het bassecourt staande is zeer gedevaliseert. Gerard verkocht het kasteel aan Willem van Rijssel, die luitenant-kolonel was. In 1745 stierf deze en zijn weduwe verkocht het nu aan Jacob van Brakell, een luitenant-generaal. In 1749 kwam het door koop in het bezit van Johan Heyssel en in 1762 werd het vermaaklijk wel doorbouwt en seer gelegen adellijk kasteel verkocht aan ritmeester Arnoldus des Tombe. Naast onder meer reguliere saletten, een bequame kelders en een thoorn daarboven uytstekende, gaf de koop ook recht op de graffsteede en geregtigheyd van dien in de kerke op het choir binnen dese heerlijkheyd; met de bank in deselve kerke en tal van andere provilegien.

Arnoldus trouwde met Wendelina Borgesius en later met Henriette Anna de Bons. Hij stierf in 1804. De zoon van het laatste huwelijk, Andreas Jan Jacob des Tombe, werd militair onder Napoleon Bonaparte en maakte vele van diens veldtochten mee, waaronder die naar Rusland. Aldus werd hij tot Baron de l'Empire verheven. Door Koning Willem I werd hij tot baron verheven en werd luitenant-generaal en bevelhebber van Maastricht. In 1804 erfde hij met zijn broers Daniël en Franciscus het kasteeltje. Het werd doorverkocht aan Jacob Meurs.

In 1819 werd het doorverkocht aan Henriette Struuck van der Steege, die getrouwd was met Corneille Hipolite Berail. Deze begon een bierbrouwerij en azijnfabriekje op het terrein. In 1837 moest het kasteeltje wegens financiële moeilijkheden aan Jacob van Beresteijn, kasteelheer van Kasteel Maurick, verkocht worden. Berail bleef er wonen, nu als directeur van de Maatschappij voor de Zijdeteelt. Deze maatschappij kocht het in 1838.

Landhuis

In 1842 brandde het kasteeltje echter af, waarna het tegenwoordig nog bestaande landhuis werd gebouwd.

Dit is een huis met twee bouwlagen onder een schilddak. Van het oude huis bleef vrijwel niets over. De stenen van het kasteel werden voor het huidige landhuis gebruikt.

In 1855 werd Berail opnieuw eigenaar en woonde er tot hij overleed in 1891, steeds in de weer om uitvindingen te doen. Zijn dochters, Geertruida en Cornelia, bleven er wonen. In 1899 kenschetste Alexander van Sasse van Ysselt het huis als een zeer gewoon nieuwerwetsch huis en 't is daarom niet de moeite waard er eene afbeelding van te geven.

Het huis bleef in het bezit van de familie Berail en kwam uiteindelijk in handen van Theo Tromp (1903-1984), de vicepresident van Philips, wiens moeder een Berail was. In 1974 werd het huis verkocht aan de Gemeente Sint-Michielsgestel. Om de Kleine Ruwenberg ligt tegenwoordig een park.

In 1992 werd het huis gekocht door Karin Jonkers en Jean Philipse. Zij voerden een grondige (herstel)verbouwing door in het op dat moment erg vervallen landhuis. De hal met de in 1845 "tijdelijk" geplaatste trap (omdat de toenmalige aannemer die vergeten was te plaatsen) werd weer een trappenhuis. Ook het zeer oude fornuis werd helemaal gerestaureerd. De oude kasteeltuin werd weer in alle luister hersteld. In 2008 werd het huis en de bijgebouwen weer een rijksmonument.


Monumenten in de buurt van De Ruwenberg: landhuis Kleine Ruwenberg in Sint Michielsgestel

De Ruwenberg: spijlenhekwerk

Ruwenbergstraat 1
Sint Michielsgestel
Omschrijving onderdeel 5: SPIJLENHEKWERK. Inleiding Aan weerszijden van het begin van een lange, door linden omzoomde oprijlaan bevindt zi..

De Ruwenberg: koetshuis

Ruwenbergstraat 3
Sint Michielsgestel
Omschrijving onderdeel 2: KOETSHUIS. Inleiding Voormalig koetshuis, oorspronkelijk behorend bij het landgoed genaamd "De Kleine Ruwenberg"..

De Ruwenberg: slangenmuur

Ruwenbergstraat 3
Sint Michielsgestel
Omschrijving onderdeel 3: PANNENDROGERIJ annex SLANGENMUUR. Inleiding Op het terrein van het voormalige koetshuis bevindt zich een voormal..

De Ruwenberg: duivenverblijven

Ruwenbergstraat 3
Sint Michielsgestel
Omschrijving onderdeel 4: DUIVENVERBLIJVEN. Inleiding Op het terrein van het voormalig koetshuis bevinden zich twee schilderachtige duiven..

Grote Ruwenberg

Ruwenbergstraat 7
Sint Michielsgestel
Huis De Grote Ruwenberg. In het neogotische complex van kostschoolgebouwen opgenomen is een achtkante traptoren uit de 15e of 16e eeuw, met ..

Kaart & Routeplanner


Foto's (1)