Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Landgoed Clingendael, landhuis in Wassenaar

Kasteel Buitenplaats

Clingendaal 7
2244VH Wassenaar
Zuid Holland

Bouwjaar: 1570-1600


Beschrijving van Landgoed Clingendael, landhuis

Inleiding onderdeel 1. De geschiedenis van het (land)HUIS Clingendael gaat terug tot het einde van de 16de eeuw. In 1591 werd in de binnenduinen in het zuidwesten van de gemeente Wassenaar de boerenhofstede Clingendael gekocht door Philips I Doublet, die de boerderij uitbreidde met een herenkamer. De hofstede werd door Philips Doublet's gelijknamige zoon en kleinzoon in de 17de eeuw getransformeerd tot een aanzienlijke buitenplaats, die in de periode 1634-1680 meermalen werd uitgebreid. Omstreeks 1830 liet de toenmalige eigenaar, W.J. Baron van Brienen, het huis over de volle breedte zeven meter naar voren toe uitbreiden, de gevels wit pleisteren en de vensters voorzien van Empire-schuiframen. Om de eenheid te vergroten werd toen waarschijnlijk tevens die drie afzonderlijke bouwmass's onder één kap gebracht. Aan het einde van de 19de eeuw verrees ter rechter zijde van het huis een aanbouw met serre en werd een aantal ruimtes ingericht in verschillende neostijlen. In 1939 kwam de buitenplaats in het bezit van Baron Michiels van Verduynen. Kort daarop werd in 1940 het huis Clingendael gevorderd door de Duitse bezetter en ingericht als hoofdkwartier van de rijkscommissaris Seyss-Inquart. Tijdens de bezetting is de serre tot kamer verbouwd en zijn er pantserluiken voor de ramen geplaatst. Nadat de gemeente in 1968 de nieuwe eigenaar van het huis werd stond het enige jaren leeg. Daarna werd het gerestaureerd en sinds 1983 wordt het gebruikt door het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen 'Clingendael'. Omschrijving Met een overkluizing over een kleine waterloop gebouwd, in opzet vrijwel symmetrisch opgezet landhuis met lijstgevels, dat bestaat boven de kelder uit een vrij lage parterre, een eerste verdieping (bel-etage), een vrij lage tweede verdieping (mezzanino) en een zolderverdieping onder afgeknotte schilddaken die zijn gedekt met gesmoorde Hollandse pannen en loden nok- en hoekkepers. Het huis is opgetrokken vanuit een vrijwel rechthoekige plattegrond met tegen de zuidoostgevel een minder hoog opgaande, tot een uitbouw verbouwde serre met plat dak, waarvan de noordoostgevel aansluit op een ondiepe uitbouw, welke met een omlopend, afgeknot schilddak aansluit op de hoofdkap. Rondom zijn de dakschilden voorzien van dakkapellen waarin vensters met openslaande tweeruits ramen en driehoekige frontons. De gemetselde schoorsteen is voorzien van een ijzeren windkap. De gevels zijn boven de hardstenen (voorzijde) en gepleisterde plinten opgetrokken in schone, rode baksteen in kruisverband en worden op de hoeken geaccentueerd door wit geschilderde, gepleisterde blokpilasters. De gevels bevatten rechtgesloten, binnen profiellijsten staande gevelopeningen en worden beëindigd door een entablement met geprofileerde, op klampen rustende gootlijsten. De in Empirestijl vormgegeven vensters in de voorgevel zijn alle met persiennes behangen. De op een plein georiënteerde symmetrisch ingedeelde voorgevel is zeven vensterassen breed en heeft een drie-assig middenrisaliet. De middenrisaliet heeft een uitpandig ingangsportaal, dat is voorzien van een hardstenen stoep met een bordesje en openslaande glasdeuren, geflankeerd door vrijstaande Ionische zuilen en rechthoekige hoekkolommen. Het portaal heeft een entablement met geprofileerde kroonlijst en draagt een balustrade met gedraaide balusters. Aan weerszijden van de entree bevindt zich een zesruits venster. Centraal op de eerste verdieping staan openslaande glasdeuren die uitkomen op het platte dak van het ingangsportaal, dat tevens als balkon fungeert. De deuren staan onder een op twee consoles rustende kroonlijst, waarboven 'HUYS CLINGENDAEL' staat vermeld. Het balkon is toegankelijk middels openslaande glasdeuren onder een op consoles staande kroonlijst. Aan weerszijden van de openslaande deuren een zogenaamd 'fenêtre à terre'. De drie vierruits vensters van de mezzanino staan boven en dunne cordonlijst, waarin de onderdorpels zijn opgenomen. Het entablement is verkropt over de middentravee en de hoeklisenen. De attiek op de middenrisaliet is voorzien van reeksen gedraaide balusters en staat boven de uitkragende, geprofileerde kroonlijst van het entablement. De middenrisaliet wordt bekroond door een attiek met balustrade met daarachter tegen het dakschild van het hoofddak een hoger opgaande vierkante sokkel, waarop een minder brede houten dakruiter staat. Deze is voorzien van een uurwerk, een luidklok, rondboogvormige galmgaten, balustrades en aan de zuidwest- en noordoostzijde tevens van ronde wijzerplaten. De dakruiter wordt bekroond door een helmvormig, met koperplaten gedekt koepeldakje met een windvaan. Aan weerszijden van de middenrisaliet bevinden zich twee koekoeken met hardstenen randen. De linker (noordwestelijke), vijf-assige zijgevel is vrijwel symmetrisch ingedeeld en voorzien van vensters die per bouwlaag vergelijkbaar zijn met die in de voorgevel. De vensters in de tweede en de vierde travee zijn blind, dan wel dichtgemetseld. Boven het in de onderste bouwlaag staande venster van de tweede travee van links staat een blind venster dat in vorm en formaat afwijkt van die aan weerszijden. De vensters in deze travee staan boven de boogvormige doorgang van de waterloop onder het huis. Een tweede doorgang is dichtgezet. De symmetrie van de langsgevel aan de noordoostzijde is in zuidoostelijke richting verstoord door de toevoeging van een twee venstereenheden brede uitbreiding ter linker zijde van de nog zichtbare bouwnaad. De gevelindeling van de hoofdvorm is te vergelijken met die van de voorgevel met per bouwlaag zeven gevelopeningen, vergelijkbaar met die in voornoemde gevels, en een middenrisaliet met openslaande glasdeuren. Het toegevoegde geveldeel heeft een eerste bouwlaag met twee vensters. De bouwlagen erboven zijn elk voorzien van één venster. De zuidoost gerichte kopse zijde van deze uitbreiding bevat eveneens één venster per bouwlaag, die alle met persiennes zijn behangen. De hier links van staande gevel van de lagere toevoeging uit 1940 heeft op de begane grond een loggia met vier vierkante kolommen die een gepleisterd entablement dragen. In de terugstaande gevelpartij achter de kolommen bevinden zich twee grotere, zesruits vensters en een onder tweeruits bovenlicht staande deur. Rechts van de gevel bevindt zich een klein venster. Boven de loggia bevinden zich drie met persiennes behangen verdiepingsvensters. Op de rand van het platte dak staat een balustrade met gedraaide balusters. De voorzijde van de uitbreiding uit 1940 bevat twee vensters in beide bouwlagen en wordt ook hier beëindigd door een balustrade met gedraaide balusters. INTERIEUR. Het inwendige van het huis bevindt zich voor een deel nog in de oude staat en bevat diverse belangrijke interieurdelen. Wel zijn in meerdere ruimtes wijzigingen doorgevoerd. Onder meer in de kelder zijn diverse wanden bedekt met de originele witjes en handbeschilderde tegels. De kelders zijn voorzien van gewelven en plavuizen. De meeste enkele en dubbele paneeldeuren tussen diverse ruimtes op de begane grond zijn ook oud en staan vaak nog binnen de bijbehorende, geprofileerde kozijnen. Een aantal van de dubbele deuren heeft een bovenzijde in de vorm van een geknikte boog. Rechts van de entree bevindt zich een kleine ruimte (voormalige vestibule?) met lambriseringen en omlijste schilderingen tussen vroeg-19de-eeuwse kastjes. De vloer in de hal van de entree is betegeld met marmeren platen, evenals de vloer van de gang, waarvan één wand is bekleed met een paneellambrisering. Het trappenhuis met de brede marmeren trap behoort tot de oudste grotendeels intact zijnde onderdelen van het huis. Tussen de 17de-eeuwse betimmeringen bevinden zich schilderingen. Het achtruits venster bevat glas-in-lood met gebrandschilderde medaillons. Op de eerste verdieping bevinden zich de meest representatieve ruimtes. De centrale hal met vide, lambriseringen en paneeldeuren wordt onder meer verfraaid door een 17de-eeuwse muurschildering, lambriseringen, een plafond met een netwerk van profiellijsten, geprofileerde hoeken, paneeldeuren onder kroonlijsten, een fraai vormgegeven haard met een omlijste spiegel en een wapenschild met kroon. Een kamer aan de zuidzijde heeft een bijzondere, vroeg-19de-eeuwse haardpartij met een grisaille met idyllisch tafereel en een vaas met festoenen op de houten boezem. De voormalige, in (neo-)rococostijl uitgevoerde salon bevat een decoratief stucplafond, wanden met profiellijsten, een gebeeldhouwde marmeren schouw en een spiegel met rijk versierd lijswerk. De voormalige balzaal is voorzien van een houten paneellambrisering in Neorenaissance stijl, de binnen een versierde omlijsting staande dubbele deur met gesneden panelen heeft een kroonlijst, verlevendigd met snijwerk. Een enkele deur heeft een vergelijkbare omlijsting. De haardpartij wordt verfraaid door op sokkels staande zandstenen kariatiden die consoles dragen, een betegelde schoorsteenmantel en dito achterwand, alsmede een boezem met snijwerk in de panelen. Een kamer in de noordoosthoek, achter de balzaal bevat een overhoekse schoorsteenmantel en koven met tandlijst. De 19de-eeuwse trap naar de tweede verdieping is een tweedelige scheluwe trap met tussenbordes en balustrades met gietijzeren spijlen en geprofileerde handlijsten. Ook hier meerdere enkele en dubbele paneeldeuren voor de ruimtes die zich bevinden rondom de centrale, boven de hal gesitueerde vloer. In het midden hiervan bevindt zich een rechthoekige vide. Deze is omheind door een balustrade van gietijzeren hekken, die zijn bevestigd aan octogonale hoekbalusters. De wanden zijn ook hier voorzien van paneellambriseringen. De hoeken van de stucplafonds zijn verlevendigd met versierde koven. Een zware profiellijst omrandt de ovale vide tussen de tweede verdieping en de zolderverdieping. Deze ovale opening heeft op de zolder een balustrade, die voor een deel is opengewerkt met in elkaar grijpende cirkels en deels bestaat uit een dikke profiellijst, waarop een moderne verhoging van de balustrade is gezet. Een tweede trap in het huis is een uit meerdere scheluwe trappen bestaande diensttrap, die zich bevindt tussen alle bouwlagen en balustrades met gedraaide houten spijlen heeft. Waardering Het (land)huis van de historische buitenplaats Clingendael is van algemeen belang vanwege de grote cultuurhistorische waarde, de architectuurhistorische waarde en de ensemblewaarde: - als een behoorlijk gaaf en waardevol voorbeeld van een in oorsprong laat-16de-eeuwse buitenhuis, waarvan de 17de-eeuwse kern voor een groot deel nog aanwezig is; - als een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling, door de bijzondere bouwgeschiedenis van het huis, die nauw is verbonden met de ontwikkeling van de omliggende tuin en als zodanig een belangrijk onderdeel van een zeer vooraanstaande buitenplaats in de 17de eeuw; - als een essentieel onderdeel van een groter geheel en vanwege de nauwe functionele en historisch-ruimtelijke relatie met de tuin en de overige onderdelen van de buitenplaats; - als onderdeel van de historische landgoederenzone die zich aan weerszijden van de rijksstraatweg uitstrekt tussen Den Haag en Leiden, welke een min of meer aaneengesloten geheel vormen en bepalend zijn voor het aanzien van de streek; - door de hoge architectonische kwaliteiten van het huis, vanwege de bijzondere bouwgeschiedenis en door de bijzondere samenhang tussen het exterieur en delen van het interieur; - door de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en belangrijke delen van het interieur. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 525978
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Huys Clingendael.
Clingendael in 1967.
Freule Daisy
Oprijlaan van het landgoed.
Park bij Clingendael.
Hollandse tuin.

Clingendael, een landgoed met een 17e-eeuws huis gelegen op het grondgebied van de gemeente Wassenaar tegen de Haagse wijk Benoordenhout, is eigendom van de gemeente Den Haag. Sinds 1982 is het Huys Clingendael in gebruik bij het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.[1]

Geschiedenis

In de 16de eeuw stond er een boerderij in de clinge (duinvallei) waar nu Clingendael ligt. In 1591 kocht Philips Doubleth de landerijen. Zijn kleinzoon Philips Doubleth III brak de boerderij af, bouwde er een landhuis en legde onder invloed van de Franse classicistische tuinarchitectuur een tuin in barokstijl aan met veel buxushagen en symmetrische patronen. Het huis werd een centrum van kunst en cultuur. Zijn vrouw Geertruid en zijn schoonvader Constantijn Huygens speelden daarbij een belangrijke rol.

In 1804 kwam het landgoed Clingendael in handen van W.J. baron van Brienen van de Groote Lindt. In 1839 kocht diens zoon Arnoud het naastgelegen Landgoed Oosterbeek, dat slechts door een bochtige gracht van Clingendael is gescheiden. Hij huurde Jan David Zocher in om de tuinaanleg voor beide landgoederen aan te passen aan de eisen van zijn tijd. Arnoud van Brienens achterkleindochter, Marguérite barones van Brienen, bijgenaamd Freule Daisy (Den Haag 1871-aldaar 1939), woonde er tot haar overlijden. Na een bezoek aan Japan liet zij op het landgoed een Japanse tuin aanleggen. In 1914 werd het huis verbouwd door de architect Johan Mutters en in 1915 uitgebreid door Co Brandes en J.Th. Wouters.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Hij liet de opstaande stenen bij de hondengraven platleggen omdat hij bang was dat zich er sluipschutters achter zouden verstoppen. Tevens werden er meerdere bunkers gebouwd.

Na de oorlog trok Edgar baron Michiels van Verduynen, een neef van Marguérite van Brienen, er in met zijn echtgenote, Henriëtte Elisabeth baronesse Michiels van Verduynen-Jochems, alsook de Duitse baron Johann von Ripperda. In 1953, een jaar na het overlijden van Michiels van Verduynen, werden de tuinen en het park van Clingendael-Oosterbeek verkocht aan de gemeente en voor het publiek opengesteld. Tot haar overlijden in 1968 mocht de barones op Clingendael-Oosterbeek blijven wonen. De zoon van de Duitse baron woonde tot zijn overlijden in het koetshuis.

Huys Clingendael werd in 1982 grondig verbouwd. Sindsdien is er het bekende Instituut Clingendael gehuisvest.

De bijgebouwen

Het koetshuis

Tegenover het grote huis staat een oud koetshuis. Een deel ervan wordt bewoond, het overige is atelierruimte voor kunstenaars.

Omdat Instituut Clingendael dringend opslagruimte nodig heeft, werd begin 2008 beslist dat vrijgekomen ruimte in het koetshuis niet meer aan kunstenaars zal worden gegeven. Ook is er al een deel van de theeschenkerij in gebruik als opslag.

Tuinmanswoningen

Bij de ingang van het park staan twee kleine huizen met rieten dak en luiken, die beschilderd zijn in de kleuren van het familiewapen, rood-wit. Links van de oprijlaan staat nog enkele personeelswoningen. Aan de Van Alkemadelaan staan nog twee 'Noorse' houten woningen uit 1931.

Logeerhuis

Voor de Tweede Wereldoorlog stond het logeerhuis dichter bij het grote huis. In de oorlog heeft Seyss-Inquart het laten verplaatsen, zodat zijn zuster er kon wonen. Na de oorlog werd het een theeschenkerij.

De ijskelder

Landgoederen hebben vaak een ijskelder. In de winter worden ijsblokken uit de gracht gebikt, en opgeslagen in een ijskelder in het bos. Er werd ook zaagsel in de kelder gebruikt om te voorkomen dat de blokken aan elkaar vroren. De ijskelder lag in de buurt van de oud-Hollandse tuin.

De tuin

Baron van Brienen liet de tuin door Zocher aanpassen aan de Engelse landschapstijl. Na Zocher werkten de tuinarchitecten Springer en Petzold op het landgoed.

Japanse tuin

Het beroemdste deel van de tuin is ongetwijfeld de Japanse tuin, die slechts acht weken per jaar voor het publiek geopend is, omdat hij zo kwetsbaar is. Freule Daisy reisde veel en nam uit Japan lantaarns, een watervat en enkele bruggetjes mee om hier een Japanse tuin aan te leggen. Het is nu de grootste Japanse tuin in Nederland met een oppervlakte van 6800 m². Sinds 2001 is de tuin een rijksmonument.

In 2008 is het paviljoen opgeknapt. De schuifpanelen, de 'shojis', waren in de oorlog verloren gegaan en zijn nu in Japan bijgemaakt. Ook is het rieten dak opgeknapt en zijn de twee bruggetjes vervangen door de zgn. aardbrug of 'dobashi'. Tuinarchitect Saburō Sone is door de gemeente uitgenodigd om te snoeien.

In 2013 werd op 27 april het 100-jarig bestaan van de tuin gevierd met een Japans festival van 10:30 uur - 20:00 uur. Op het programma staan onder meer een Japanse fluitist, Japanse trommelaars, Japans zwaardvechten (Kendo), sushi maken en oosterse stoelmassage.

Sterrenbos

Ook het dichte Sterrenbos is uit de tijd van freule Daisy. Er is een onderbegroeing van azalea's en rhododendrons.

Slingermuur

Slingermuur
Hondegraven
Plaquette Jordaan/Boellaard

De slingermuur is rond 1727-1733 gebouwd door Wigbold Slicher, en gerestaureerd in 1985. Deze dient om luwte te scheppen voor bomen met zachte vruchten zoals abrikozen, peren, perziken en pruimen. Hij wordt ten onrechte vaak de slangenmuur genoemd, maar de constructie daarvan is anders. Een slangenmuur houdt zichzelf staande, en heeft geen verdikkingen of steunen. Een verklaring voor het experimentele karakter van de muur kan zijn dat Slicher een familielid was van Pieter de la Court van der Voort, die een handboek over de tuinkunst schreef (1737).[bron?]

Oud-Hollandse tuin

Vroeger lag hier een kaatsbaan met theehuis. Het huisje bestaat nog, en de Frans aandoende stenen trappen van Springer (1887) en het bordes maken van de tuin een afgerond geheel. In het begin van de 20ste eeuw is er een oud-Hollandse tuin aangelegd met buxushagen en bloemperken. Er staat een bronzen beeld van het 'Dansende Meisje' gemaakt door kunstenaarsechtpaar Jean en Marianne Bremers uit Helvoirt.

Hondenbegraafplaats

Freule Daisy heeft altijd honden gehad. Ze liet ze begraven onder een linde, die solitair in de tuin staat en vanuit het huis goed te zien is. De grafstenen stonden rechtop, maar Seyss-Inquart heeft ze plat laten leggen, uit angst dat scherpschutters zich erachter zouden verschuilen.

De oorlogsjaren

Het landgoed was onderdeel van de Atlantikwall, waarvoor vrij schootsveld nodig was. Bomen werden gekapt, bunkers aangelegd, en in het Benoordenhout werden huizen afgebroken. Maar huize Clingendael mocht blijven staan omdat het de woning van rijkscommissaris Seyss-Inquart was.

Op 14 maart 1942 werden Jan Jordaan en Pim Boellaard onder anderen door Seyss-Inquart buiten ondervraagd. Op een voormalig koetshuis tegenover het grote huis is een plaquette die hieraan herinnert.

Verkoop van het landgoed

In 1999 probeerde de gemeente Clingendael te verkopen aan de hoogst biedende, maar daar was veel protest tegen. Mogelijk zou er een hotel of conferentieoord komen. Om het protest te ondersteunen liet de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (AVN) een film maken door het duo Jan van den Ende en Monique van den Broek.[3]

In 2006 stond het landgoed Clingendael in belangstelling toen de gemeente Den Haag overwoog een tot het landgoed behorend stuk grond ter beschikking te stellen voor de bouw van een nieuwe ambassade voor de Verenigde Staten van Amerika. Eind 2006 werd overeenstemming bereikt over de definitieve locatie voor de ambassade: de plek waar destijds een voetbalvereniging (VV JAC) en een hondenrenbaan gevestigd waren, aan de Waalsdorperlaan en de Benoordenhoutseweg, niet ver van Paleis Huis ten Bosch.

Dit gebied behoort tot de gemeente Wassenaar, maar de grond is in 2010 verkocht door de gemeente Den Haag. Nu is de ambassade nog gevestigd aan het Lange Voorhout in Den Haag, waar de beveiligingsmaatregelen te veel problemen geven. De verhuizing naar landgoed Clingendael stuit op veel weerstand van de inwoners van de wijk Benoordenhout en van milieugroepen, vanwege de ligging midden in een kwetsbaar natuurgebied. Volgens de planning wordt echter in 2013 met de bouw begonnen en zal de verhuizing in 2016 plaatsvinden.

Brand

In de nacht van 29 op 30 augustus 2013 brandde een deel van de boerderij af.[4]. Er waren geen slachtoffers. Toen de Japanse tuin in oktober twee weken open was, stond er een melkbus bij de ingang van de tuin om geld te verzamelen voor de gedupeerde boer. Wethouder Boudewijn Revis ondersteunde deze buurtactie en verdubbelde het opgehaalde bedrag.



Monumenten in de buurt van Landgoed Clingendael, landhuis in Wassenaar

Landgoed Clingendael: historische tuin- en parkaanleg

Clingendaal 7
Wassenaar
Inleiding onderdeel 2. De bij de historische buitenplaats Clingendael behorende HISTORISCHE TUIN-en PARKAANLEG kreeg in de 17de eeuw een aa..

Landgoed Clingendael: lantaarnpaal

Clingendaal 7
Wassenaar
Inleiding onderdeel 17. De bij de historische buitenplaats Clingendael behorende gietijzeren LANTAARNPAAL op het voorplein voor het huis, ..

Landgoed Clingendael: bordestrap

Clingendaal 7
Wassenaar
Inleiding onderdeel 18. De bij de historische buitenplaats Clingendael behorende BORDESTRAP vormt de afsluiting van de ten noorden van het..

Landgoed Clingendael: tennishuisje

Clingendaal 7
Wassenaar
Inleiding onderdeel 19. Het bij de historische buitenplaats Clingendael behorende oorspronkelijke TENNISHUISJE ligt ten noorden van het hu..

Landgoed Clingendael: inrichting van de Japanse tuin

Clingendaal 7
Wassenaar
Inleiding onderdeel 20. De bij de historische buitenplaats Clingendael behorende INRICHTING van de JAPANSE TUIN welke door Baronnesse M.M...

Kaart & Routeplanner

Route naar Landgoed Clingendael, landhuis in Wassenaar

Foto's (37)

Alle 37 foto's weergeven