Beschrijving | Recensies (0)
Beschrijving Gemeentehuis met Openbare lagere school en onderwijzerswoning gebouwd in Neo-Renaissancestijl
Inleiding. GEMEENTEHUIS met Openbare lagere SCHOOL en ONDERWIJZERSWONING gebouwd in Neo-Renaissancestijl naar ontwerp van de architecten Joh. Kayser uit Venlo en Jean Speetjens in de jaren 1887-1888. Het pand verving een ouder pand met dezelfde functie, waarvan de kelder bewaard bleef in de nieuwbouw. Het hoekpand is gelegen op een perceel tussen Vrijthof en de Plats in het centrum van Echt en speelt hier vanwege de prominente ligging en de opvallende vormgeving een belangrijke rol in diverse zichtassen. De oorspronkelijke gecombineerde functie van het pand is o.a. herkenbaar aan de drie verschillend vormgegeven ingangspartijen en voorts kenmerkt het gebouw zich door een uitbundige gevelversiering. Na enkele wijzigingen in de jaren dertig en vijftig van de twintigste eeuw is in 1981 het pand ingrijpend verbouwd en is op de plaats van de voormalige klaslokalen op de begane grond, en de achter de school aanwezige ommuurde speelplaats een bibliotheek gerealiseerd. De voormalige waskeuken is hierbij tot inpandig trafohuisje verbouwd. Omschrijving. Het blokvormige, gedeeltelijk onderkelderde GEMEENTEHUIS is gebouwd op een rechthoekige plattegrond met een afgeschuinde zuidwestelijke hoek. Over de hele eerste bouwlaag bevindt zich aan de achterzijde de in 1981 gerealiseerde uitbouw. Het pand telt twee volledige bouwlagen en een zolderverdieping en wordt gedekt door een schilddak voorzien van een licht geknikt plat met zinken roevendekking. De schilden zijn belegd met gesmoorde kruispannen, de drie aanwezige topgevels hebben leigedekte aangekapte zadeldaken. Langs achtergevel en rechter zijgevel loopt een bakgoot. In voorschild, achterschild en rechter zijschild bevinden zich eenvoudige gemetselde schoorstenen. Het pand is opgetrokken in baksteen in kruisverband, waarbij de voorgevel en linker zijgevel rijk gedecoreerd zijn met neorenaissance elementen in Savonnière steen en blauwe hardsteen. Beide gevels zijn voorzien van een lage plint van natuurstenen blokken met een gebouchardeerd oppervlak. Ter hoogte van de wissel- en bovendorpels van de vensters lopen witte sierbanden en voorts zijn de gevels geleed door hardstenen waterlijsten en een cordonlijst. De gevel wordt afgesloten door een soort attiek waarin zich boven elke vensteras een cirkelvormig casement bevindt. Deze attiek wordt met een hardstenen lijst afgedekt. De gevelhoeken, ook van de topgevels en risalieten zijn voorzien van natuurstenen hoekblokjes en tussen de vensters bevinden zich sierankers. De vensters in de voorgevel en linker zijgevel bestaan uit grote kruiskozijnen in blauwe hardsteen, met een extra tussendorpel in het bovenraam. Deze kozijnen hebben houten, deels vernieuwde en hier en daar van dubbel glas voorziene ramen. De bogen boven vensters en deuren in de eerste bouwlaag zijn uitgevoerd in profielsteen, met een buitenste steenrode boog op hardstenen consoles rust. De ontlastingsbogen zijn voorzien van natuurstenen blokjes en de boogtrommels zijn gevuld met eenvoudig siermetselwerk. De vensters op de verdieping worden evenals die in de topgevels bekroond door timpanen met schelpvulling, die gevat zijn in een in baksteen gemetselde korfboog voorzien van natuurstenen boogsteentjes. In de achtergevel zijn eenvoudige houten vensters gebruikt. De VOORGEVEL aan de Plats heeft een vijf vensterassen tellend rechter gedeelte waarvan de licht uitspringende centrale travee wordt benadrukt een topgevel. De vijf assen bevatten in de eerste en tweede bouwlaag natuurstenen kruisvensters zoals boven beschreven. In de eerste bouwlaag van de middenas bevindt zich de entree naar de voormalige school, met drie hardstenen treden. De dubbele paneeldeur ligt in een ondiep portiek, met geprofileerde natuurstenen dagkanten. De vrij gedrukte deuropening wordt van het ongeveer even hoge bovenlicht gescheiden door een geprofileerde natuurstenen latei op hoekconsoles. Het bovenlicht met eenvoudig glas-in-lood is zesruits, voorzien van geprofileerde stijlen en regels en wor
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed