Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Mariënbosch in Nijmegen

Kerkelijk Gebouw

Groesbeekseweg 351
6523PB Nijmegen
Gelderland

Bouwjaar: 1923 - 1924
Architect: C. Estourgie


Beschrijving van Mariënbosch

Inleiding Het voormalig KLOOSTER en PENSIONAAT MARIENBOSCH, is gebouwd in 1923-1924 door Charles Estourgie in opdracht van de SociÙteit van Jezus, Maria en Jozef (Zusters van de Heilige Maagd). Het pensionaat was verbonden aan de eerste katholieke M.M.S. in Nederland. Ten tijde van de aanwijzing is het gebouw in gebruik als bejaardenhuis. Het gebouw bestaat uit vier vleugels rondom een binnenplaats en is ontworpen op een vierkantraster van 3m. op het hart der kolommen en muren. In 1929 bouwde Estourgie een kapel tussen de voor- en de achtervleugel van het klooster, waardoor de binnenplaats werd gereduceerd tot twee smalle stroken aan weerszijden van de kapel. In 1925 was het gebouw aan de achterzijde reeds uitgebreid met een apart schoolgebouw, dat d.m.v. een gang met de achtervleugel in verbinding staat. Het schoolgebouw, dat in 1951 een extra verdieping kreeg, valt niet onder de bescherming. Oorspronkelijk werd het torendak bekroond door een kruis in het midden en zestien gebeeldhouwde uilen op de hoeken. Deze zijn bij een verbouwing verwijderd. De compositie van het zware gesloten gebouw met de massieve, 29m. hoge middentoren lijkt be'nvloed door het werk van Oscar Leeuw uit diens tweede periode en door de zenderzaal van Radio Kootwijk, die is gebouwd tussen 1920 en 1922 door Jules Luthmann. Luthmann is evenals Estourgie werkzaam geweest op het bureau van Ed. Cuypers in Amsterdam. Estourgie vermengt in het gebouw traditionele elementen (hoofdvorm van het gebouw, afgeplatte schilddaken, kruisvensters) met modernere motieven (vorm van de traptorens, siermetselwerk, vensters achtergevel), die zijn ontleent aan de Amsterdamse School. De kapel is een goed voorbeeld van baksteenexpressionisme. Het burchtachtige karakter van het gebouw wordt versterkt door de hoge ligging op een heuvelrug aan de oostzijde van de Groesbeekseweg. Hierdoor domineert het klooster samen met het Neboklooster en het complex van de Heilig-Landstichting het stadssilhouet in het zuidoosten van Nijmegen. Omschrijving De plattegrond van het KLOOSTER MariÙnbosch bestaat uit vier vleugels die samen een binnenhof omsluiten. De binnenhof wordt in twee rechthoekige stroken verdeeld door een driebeukige kapel, die is gebouwd tussen de voorvleugel (west) en de achtervleugel (oost). De westvleugel heeft een tweemaal vooruitspringende middenpartij, de zuid- en de noordvleugel hebben licht vooruitspringende traptorens en op de noordoosthoek van het gebouw bevindt zich een uitspringend bouwvolume op rechthoekig grondplan, terwijl de noordwest-, de zuidwest- en de zuidoosthoek licht inspringen. Het klooster heeft een souterrain en afgezien van de middentoren, de traptorens en de inspringende hoeken, drie bouwlagen onder platte daken met bitumineuze dakbedekking. De traptoren heeft vijf bouwlagen onder een gebroken, met koper bekleed tentdak, waarvan het onderste gedeelte concaaf is. De traptorens hebben vier bouwlagen onder halfronde, overstekende tondaken met bitumineuze dakbedekking, windveren en bakgoten op gesneden, getrapte klossen. De drie inspringende hoeken hebben twee bouwlagen en een zolderverdieping onder platte daken met gebroken, omlopende dakschilden, gedekt met rode tuiles du Nord. De dakschilden zijn voorzien van dakkapellen met platte daken, geprofileerde goten en twee draairamen. Getuige oude bouw- en presentatietekeningen waren de ramen oorspronkelijk 6-ruits. Beide westhoeken hebben vier dakkapellen en de zuidoosthoek heeft er twee. Het klooster is opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in kruisverband op een trasraam, dat ter hoogte van de onderdorpels van de vensters van de eerste bouwlaag wordt afgesloten met een rollaag. Het metselwerk wordt verlevendigd door natuurstenen accenten zoals lijsten, blokken en dorpels van graniet en geboorte- en sluitstenen en gevelbeeldhouwwerk van zandsteen. De gevels worden behalve bij de torens en de hoeken, verticaal geleed door gemetselde, tweemaal uitspringende lisenen tussen de vensterassen, die de eerste en de tweede bouwlaag bestrijken. De lisenen zijn bekroond met zandstenen gevelbeeldhouwwerk, afwisselend in de vorm van een gestileerd motief en twee gekoppelde vogels. Tussen de vogels zijn telkens de hemelwaterafvoeren aangelegd, die aan de bovenzijde zijn voorzien van zinken, polygonaal uitspringende vergaarbakken. De lisenen worden boven de vensters van de tweede bouwlaag onderling verbonden door hanekammen van drie-en-halve steen hoog, die zich tussen de zandstenen elementen bevinden. De lisenen hebben overigens bij de achtergevel en bij de binnenhofgevels een iets afwijkende vorm. De gevels zijn verder versierd met kleine vierkante veldjes, waarin zich telkens ÚÚn rode of zwarte tegel bevindt. De vensters worden afgesloten met hanekammen, waarvan de bovenzijde trapsgewijs oploopt of gebogen is, strekken of rollagen. De gevels worden afgesloten met twee uitgemetselde randen, een houten lijst en een bakgoot, die bij de drie inspringende hoeken een groter overstek heeft en rust op gesneden, getrapte klossen. Boven de goten bevindt zich de borstwering van het platte dak in de vorm van een gemetselde, in- en uitzwenkende attiek, die is voorzien van siermetselwerk en een afsluitende rollaag. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL is zeventien vensterassen breed en heeft een vooruitspringende middenpartij met een wederom vooruitspringende toren. In de toren is de ingangspartij gesitueerd. De ingangspartij is opgebouwd uit een ÚÚnlaags vooruitspringend bouwvolume, waaruit op de hoeken twee torenachtige vijfzijdige erkers met balkons oprijzen. Tussen de erkertorens bevindt zich eveneens een balkon. De balkons hebben gesloten, gemetselde balustrades. De ingangspartij bestaat uit een enkele malen inspringend rondboogportiek, dat wordt geflankeerd door twee zijlichten. In het portiek bevindt zich een vijfdelig rondboogvormig bovenlicht en twee zijlichten. De deur is vervangen door een modern tochtportaal. In de tweede bouwlaag van de toren bevinden zich drie balkondeuren met gedeelde bovenlichten en tweemaal drie smalle vensters in de erkertorens. De erkerbalkons zijn toegankelijk via diepliggende, rondboogvormig afgesloten openingen waarin zich deuren en rondboogtrommels met siermetselwerk bevinden. In de derde bouwlaag bevinden zich boven de balkondeuren drie vensters met gedeelde bovenlichten. Hierboven bevindt zich een gemetseld veld, waar oorspronkelijk de naam van het klooster was aangebracht. In de zijgevels van de toren bevinden zich drie vensters met 8-ruits ramen en in de achtergevel is een deur aangebracht, die wordt geflankeerd door twee raampjes en toegang geeft tot het platte dak. De vijfde bouwlaag heeft aan alle vier de zijden drie, d.m.v. natuurstenen afzaten, gekoppelde vensters met 3- of 6-ruits ramen. Hierboven wordt de gevel afgesloten met siermetselwerk. Vanaf de vierde bouwlaag springen de hoeken van de toren driemaal licht in. Iedere inspringing is geaccentueerd met natuurstenen blokken. Het middenblok heeft aan weerszijden van de toren in de eerste en de tweede bouwlaag twee vensters met houten kruiskozijnen met draairamen en 6-ruits bovenlichten. In de derde bouwlaag bevinden zich drie kleinere, gekoppelde vensters met draairamen en 4-ruits bovenlichten. De terugspringende hoekpartijen hebben in de eerste en de tweede bouwlaag vier vensters met houten kruiskozijnen met draairamen en 6-ruits bovenlichten. De asymmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEVEL heeft rechts de inspringende, tweelaags hoekpartij, die op dezelfde wijze is gedetailleerd als aan de voorzijde. Uiterst links bevindt zich de uitbouw op de noordwesthoek. Tussen beide bouwvolumes ligt de symmetrisch ingedeelde kloostergevel, die tien vensterassen breed is en ligt ingeklemd tussen de ÚÚn travee brede traptorens. In de eerste bouwlaag bevinden zich brede vensters met driedelige kozijnen en bovenlichten. De tweede bouwlaag heeft vensters met kruiskozijnen van hetzelfde type als in de voorgevel. In de derde bouwlaag bevinden zich boven elke twee vensters drie kleinere vensters met draairamen en 4-ruits bovenlichten. De torens hebben een drie bouwlagen bestrijkend driedelig spaarveld, waarin zich van onder naar boven drie kleine en tweemaal drie smalle langwerpige vensters bevinden. Tussen de vensters is siermetselwerk aangebracht. De halfronde beÙindiging van de torens wordt geaccentueerd door een viermaal inspringend, rondboogvormig afgesloten spaarveld, waarin zich achter een gemetselde balustrade een deur bevindt. Boven de deur is verticaal metselwerk aangebracht en in de top van het spaarvelden zijn kleurige tableau's van gele, lichtblauwe, witte en grijze tegels geplaatst met voorstellingen: rechts een kruis en links een wereldbol ('de kerk en de wereld'). De uitbouw op de noordoosthoek heeft ÚÚn vensteras aan de westzijde, vier aan de noordzijde, drie aan de oostzijde en twee aan de zuidzijde. In de eerste bouwlaag bevinden zich vensters met kruiskozijnen van hetzelfde type als in de voorgevel. De vensters van de tweede en de derde bouwlaag zijn expressiever vormgegeven. In de tweede bouwlaag bevinden zich liggende vensters tussen iets uitspringende, schuin geplaatste dagkanten. De vensters hebben zware natuurstenen boven en- onderdorpels en driezijdige, inpandige, ijzeren erkerramen. Boven de middenramen bevinden zich bovenlichten in de vorm van Florentijnse boogvensters. De bovenlichten hebben 3-ruits ijzeren ramen met glas-in-lood. De vensters van de derde bouwlaag zijn T-vormig, waarbij een vierkant onderraam gecombineerd is met twee naast elkaar geplaatste, vierkante bovenlichten van dezelfde afmetingen. De onderramen zijn gemoderniseerd. De bovenlichten zijn 2-ruits met een horizontale roedenverdeling. De onderramen zijn onderling verbonden d.m.v. een brede fries van uitspringende baksteenstroken. De asymmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL heeft links de verbindingsgang met het later gebouwde schoolgebouw, rechts een licht uitspringend bouwvolume (trappenhuis) en uiterst rechts de hierboven besproken uitbouw. De achtergevel heeft tussen de gang en het trappenhuis acht vensterassen, die worden gescheiden door lisenen die rechthoekig zijn ter hoogte van de eerste bouwlaag en overhoeks geplaatst ter hoogte van de tweede bouwlaag. De afdekplaten van het onderste deel van de lisenen liggen op dezelfde hoogte als de onderdorpels van de vensters van de tweede bouwlaag. De lisenen worden beÙindigd met een wigvormig, in het vlak van de muur opgenomen, natuurstenen element en een uitspringend natuurstenen blok. De vensters van de eerste en de tweede bouwlaag hebben kruiskozijnen van vrijwel hetzelfde type als in de voorgevel. de vensters zijn breder en de bovenlichten zijn 9-ruits i.p.v. 6-ruits. De bovenlichten in de tweede bouwlaag zijn voorzien van glas-in-lood in geometrische patronen. De vensters van de derde bouwlaag zijn van hetzelfde type als de vensters in de derde bouwlaag van de uitbouw op de noordoosthoek. De RECHTER ZIJGEVEL is afgezien van de zuidoosthoek en het souterrain op dezelfde wijze vormgegeven als de linker zijgevel. Door de glooiing van het terrein ligt het souterrain aan de zuidzijde vrijwel geheel boven het maaiveld. Het souterrain springt t.o.v. de gevel enkele meters naar voren. De bovenkant is plat en voorzien van een balustrade. In de gevel van het souterrain bevinden zich vensters met natuurstenen onderdorpels en 6-ruits ramen. Enkele vensters zijn later gewijzigd of vergroot. De balustrade is versierd met gemetselde vierkante veldjes. De zuidoosthoek is op dezelfde wijze vormgegeven als de zuidwest- en de noordwesthoek. De bouwvolumes met de tonvormige daken hebben in de spaarvelden tegeltableau's met voorstellingen van een zonnewijzer en een windwijzer. Bij de linker 'traptoren' zijn alle bouwlagen voorzien van dezelfde kleine vensters. Aan de BINNENPLAATS hebben de GEVELS van de west-, de zuid- en de noordvleugel dezelfde opzet. Voor de oostvleugel geldt dit enkel bij de eerste bouwlaag. De eerste bouwlaag van de vier vleugels is voorzien van een arcade van grote rondboogventers met gemetselde lekdorpels en natuurstenen geboortestenen. De rondboogvensters, die zorgen voor de lichttoetreding van de omlopende kloostergang, hebben driedelige ramen en bovenlichten. De eerste bouwlaag van de westvleugel is deels aan het oog onttrokken door de kapel en door een later gebouwde invalidentoegang tot de kapel. De tien vensterassen van de noord- en de zuidvleugel worden van elkaar gescheiden door gemetselde lisenen die om en om ÚÚn en twee bouwlagen bestrijken. De lisenen zijn afgesloten met siermetselwerk. De gevel van de oostvleugel wordt deels aan het zicht onttrokken door de kapel. Aan weerszijden van de kapel is i.p.v. een rondboogvenster een dubbele deur met driedelig rondboogvormig bovenlicht aangebracht. Voor het overige is de binnenplaatsgevel van de oostvleugel op dezelfde wijze vormgegeven als de buitengevel van de oostvleugel. In de tweede bouwlaag van de drie andere vleugels bevinden zich vensters met kruiskozijnen van hetzelfde type als in de voorgevel. De derde bouwlaag heeft afwisselend vensters met kruiskozijnen en twee 4-ruits bovenlichten, vensters met 4-ruits bovenlichten, al dan niet per drie gekoppeld of vensters met driedelige kozijnen en drie 4-ruits bovenlichten. De noordoost en de zuidoosthoek van de binnenplaats zijn voorzien van een vooruitspringende, afgeschuinde hoekpartij, die drie bouwlagen bestrijkt. In de eerste bouwlaag hebben deze hoekpartijen een rondboogvormig afgesloten portiek, waarop twee rondboogvensters uitkomen. De portieken hebben driedelige ribgewelven. In de tweede en de derde bouwlaag zijn resp. drie en twee kleine vensters met 6- en 4-ruits ramen geplaatst. De binnenhof is bedekt met grint. In het linker gedeelte zijn in het grint enkele perken uitgespaard in de vorm van de letters J M J. Boven de letter M bevindt zich tegen een steunbeer van de kapel, een hardstenen sokkel met een hardstenen kruis. Het kruis is tijdelijk op het vooruitspringende gedeelte van de steunbeer geplaatst De driebeukige KAPEL heeft een basilicale opbouw, een rechthoekig grondplan, een kelder en ÚÚn bouwlaag onder een schilddak, dat is gedekt met rode betonpannen. Op de oostelijke nokpunt is een houten dakruiter geplaatst met een vierkante gepotdekselde voet met vier galmgaten. De dakruiter is gedekt met een met koper bekleed tulpdak, bekroond met een wereldbol en een kruis. Het dak, dat binnen de omtrek van de gevels valt, is voorzien van een met zink beklede goot. De daken van de smalle zijbeuken zijn plat en gedekt met bitumineuze dakbedekking. De gevels van de kapel zijn opgetrokken in rode (plint) en gele baksteen, gemetseld in resp. kruisverband en staand verband. Graniet en rode zandsteen zijn gebruikt op plaatsen, die uit constructief oogpunt bezien belangrijk zijn. De plint en de lichtbeuk worden afgesloten met rollagen. De LINKER (noord) en de RECHTER (zuid) ZIJGEVEL zijn op dezelfde wijze uitgevoerd. De ZIJGEVELS zijn zeven traveeÙn breed. De traveeÙn worden gescheiden door steunberen, die ter plekke van de plint een uitspringend gedeelte hebben, dat vermoedelijk oorspronkelijk diende als sokkel voor een standbeeld. De steunbeer is ter hoogte van de zijbeukvensters versneden. Deze versnijding is gemarkeerd met een granieten blok. De steunberen steken iets boven het muurvlak van de zijbeuken uit en worden afgesloten met een rollaag in rode baksteen en een zinken plaat. Op het platte dak van de zijbeuken worden de steunberen voortgezet met ÚÚn versnijding en afgestoten met een granieten blok. Tegen het muurvlak van de lichtbeuk hebben de steunberen een uitsparing voor een doorlopende goot. De traveeÙn hebben in de plint een rechthoekig keldervenster met twee ramen. Boven de plint is in het metselwerk een rechthoekig veld aangebracht, dat wordt afgestoten met een rollaag. Hierboven bevinden zich in iedere travee vijf gekoppelde, keperboogvormig afgesloten vensters. Tussen de keperbogen bevinden zich, bij wijze van geboortestenen, blokken van rode zandsteen, die van elkaar worden gescheiden door telkens ÚÚn verticaal geplaatste gele baksteen. De vensters zijn voorzien van gemetselde afzaten en glas-in-loodramen. De gevels van de zijbeuken worden afgesloten met een rand van zwarte grestegels. In de gevels van de lichtbeuk bevinden zich in iedere travee vijf rechthoekige vensters met glas-in-loodramen. De gevels worden afgesloten met houten bakgoten. De RUIMTELIJKE INDELING en verscheidene onderdelen in het INTERIEUR van het hoofdgebouw zijn bewaard gebleven. Het gebouw heeft een heldere plattegrond, op basis van vier vleugels rond een oorspronkelijk open binnenplaats waarin in 1929 de kapel werd geplaatst. De gangen liggen op de begane grond en op de eerste verdieping aan de binnenplaatszijde en zijn op de tweede verdieping aan weerszijden voorzien van moderne kamers ten behoeve van de ouderenhuisvesting. In de gangen is het aan het ontwerp ten grondslag liggende raster zichtbaar aan de op regelmatige afstand van elkaar geplaatste rondbogen. Oorspronkelijke rondboogvormige kozijnen met moderne invullingen geven soms nog toegang tot de aan de gang gesitueerde ruimten. In elke hoek van het gebouw bevond zich oorspronkelijk een trappenhuis. Drie van deze trappenhuizen zijn bewaard gebleven, het vierde in de zuidwesthoek, is vervangen door een moderne liftschacht. De bewaard gebleven trappenhuizen zijn elk voorzien van in verschillende decoratieve patronen uitgevoerde smeedijzeren trapbalusters met houten trapleuningen. De stenen trappen en de verdiepingvloeren in de trappenhuizen zijn in granito uitgevoerd en in sommige van de trappenhuizen bevinden zich nog oorspronkelijke glas-in-loodramen. De trappenhuizen eindigen in de rechthoekige dakopbouwtjes met een halfrond dak. Ook in de oostvleugel bevindt zich nog een trappenhuis met in smeedwerk uitgevoerde trapbalusters. De uitbouw in de noordoosthoek van het gebouw heeft op de verdieping een ruimte die nu 'Boshoek' wordt genoemd. In deze ruimte bevinden zich nog 10 oorspronkelijke stalen ramen, waarvan de rondboogvormig afgesloten bovenlichten met glas-in-lood zijn gevuld. In de kamer bevinden zich tevens nog oorspronkelijke zitbanken en kasten die tussen de vensteropeningen tegen de wand zijn bevestigd. Ook de kantine in de oostvleugel is nog voorzien van glas-in-loodramen in de bovenlichten. In de grote verdiepingruimte in de westvleugel bevinden zich nog enkele oorspronkelijke kapitelen. Ook de ruimtelijke indeling en het interieur van de kapel zijn bewaard gebleven. De oorspronkelijke entree aan de westkant bestaat uit een rondboogvormige dubbele deur met een kruismotief en enkele kleine glas-in-loodstroken. Rond de deur bevinden zich in baksteen gevatte glas-in-loodramen in een halve cirkelvorm. De kapel heeft een basilicale opzet en een symmetrische indeling. De interieurgevels zijn uitgevoerd in schoon metselwerk en het schip wordt geleed door op regelmatige afstand van elkaar geplaatste rechthoekige kolommen met blokvormige kapitelen van zandsteen. In de lengterichting van de kapel zijn de kolommen met elkaar verbonden door keperboogvormige arcaden met siermetselwerk en natuurstenen blokken. In het verlengde van de kolommen kragen in baksteen uitgevoerde consoles uit. Ze dragen een in het zicht gelaten houten kap met deels beschilderde en geprofileerde Philibertspanten. De vlakke zoldering is voorzien van houten profiellijsten in een rasterpatroon. Het iets verhoogd gelegen en recht afgesloten koor van de kapel bestaat uit twee, in hoogte iets verspringende, gemetselde spitsbooggewelven waarin sleufvormige spitsboogramen zijn aangebracht. Ook de per vijf gekoppelde rechthoekige glas-in-loodramen in de lichtbeuk zijn sleufvormig, evenals de per vijf gekoppelde en spitsboogvormig afgesloten ramen in de zijbeuk. In de kapel ligt nog de oorspronkelijke tegelvloer en bevinden zich nog de oorspronkelijke banken, deuren en biechtstoelen (westgevel). De trap naar de orgelgalerij aan de westzijde is nog voorzien van tegelwerk en houten betimmeringen. In de zijbeuken bevinden zich tegen de buitenmuren een kruiswegstatie (Oberboesch, 1921) en een aantal beelden uit de bouwtijd, voorstellende Maria, Jozef, Theresia, Agnes, Ignatius en het Heilig Hart met Maria Margaretha Alacoque en de Kruisafneming. Deze beelden zijn, evenals de beeltenissen van de vier evangelisten in het koor, gemaakt door C.A. Smout (1929). Waardering In 1923-1924 gebouwd KLOOSTER en PENSIONAAT MARIENBOSCH met in 1929 bijgebouwde KAPEL, allen ontworpen door architect Charles Estourgie. - Van architectuurhistorische en typologische waarde als goed, vrij gaaf voorbeeld van een klooster met pensionaat op een strak en regelmatig grondplan, waarin een binnenplein is opgenomen. Het klooster en de iets later bijgebouwde kapel zijn ontworpen in een mengstijl waarin traditionele elementen zijn vermengd met moderne elementen, ontleend aan de stijl van de Amsterdamse School. De kapel vormt een goed en zeldzaam voorbeeld van een gebouw waarin stijlverwantschap met het baksteenexpressionisme zichtbaar is. Het gebouw heeft esthetische kwaliteiten in het ontwerp, zoals de markante hoofdvorm, de goede verhoudingen en de bijzondere detaillering van de gevels, de torenachtige opbouwen; markante interieuronderdelen als de trappenhuizen, raamvormen, glas-in-loodramen, alsmede een bijzonder gaaf bewaard gebleven kapel. Het gebouw speelt een representatieve rol binnen het oeuvre van architect Ch. Estourgie. - Van stedenbouwkundige waarde als oorspronkelijk en zeer beeldbepalend onderdeel van de bebouwing aan deze uitvalsweg van Nijmegen. Het grote, burchtachtig ogende gebouw bevindt zich op een dominante, hoge plek op een heuvelrug aan de oostzijde van de Groesbeekseweg. Het kloostercomplex vormt vormt een belangrijk onderdeel van een cluster (grootschalige) r.k. stichtingen in de directe omgeving, zoals het sanatorium Dekkerswald, het Nebo-klooster en de Heilig-Land-Stichting. - Van cultuurhistorische waarde vanwege de bestemming, welke nauw verbonden is met de ontwikkeling van het onderwijs en het katholiek-religieuze leven Nederland. Het klooster heeft lange tijd de Societeit van Jezus, Maria en Jozef (Zusters van de Heilige Maagd) gehuisvest en het pensionaat was verbonden met de eerste katholieke M.M.S. van Nederland. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 523008
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Het voormalige klooster Mariënbosch

Mariënbosch is een voormalig klooster en meisjespensionaat in Nijmegen. In het klooster woonden de zusters van Jezus, Maria en Jozef. De kostschool was verbonden aan de eerste katholieke Middelbare meisjesschool van Nederland. Mariënbosch bevindt zich aan de rand van de stad op hoek van de Groesbeekseweg en de Sophiaweg grenzend aan Heilig Landstichting. Het is markant gelegen op een hoogte in het Mariënbosch.

Het gebouw werd in opdracht van de zusters ontworpen door Charles Estourgie. Het kwam gereed in 1923. Het klooster is opgetrokken in donkere baksteen met zandstenen versieringen, in een stijl die beïnvloed werd door Oscar Leeuw, met elementen van de Amsterdamse School. Het gebouw toont enige verwantschap met het Bisschop Hamerhuis van de architect uit dezelfde periode. In 1924 werd een schoolgebouw toegevoegd. In 1929 bouwde Estourgie een kapel in baksteenexpressionisme binnen het kloostercarré.

Nadat het klooster gesloten was, zijn er enige tijd Poolse werknemers in het pand gehuisvest. Een projectontwikkelaar zou het gebouw verbouwen tot appartementencomplex, maar dit ging niet door vanwege te weinig belangstelling. In 2010 waren er plannen om studenten in het voormalige klooster te huisvesten.[1] In 2014 is hiertoe een begin gemaakt met de renovatie en uitbreiding van het klooster. De renovatie is in mei 2015 voltooid en het klooster biedt nu huisvesting aan 347 studenten. [2]


Monumenten in de buurt van Mariënbosch in Nijmegen

Dubbel landhuis

Sophiaweg 123
Heilig Landstichting (Gemeente Groesbeek)
Omschrijving Dubbel LANDHUIS van twee bouwlagen en zolderverdieping op samengesteld grondplan. Het bouwblokje bestaat uit twee gespiegelde ..

Villa Oud-Mariënboom

Groesbeekseweg 424
Nijmegen
Inleiding Vrijstaande VILLA `Oud-Mariënboom', gelegen in een ruime tuin met enkele monumentale bomen aan de westzijde van de Groesbeeksewe..

Dubbel landhuis

Sophiaweg 119
Heilig Landstichting (Gemeente Groesbeek)
Omschrijving Dubbel LANDHUIS van twee bouwlagen en zolderverdieping op samengesteld grondplan. Het bouwblokje bestaat uit twee gespiegelde ..

Kinderhuis Villandry

Bosweg 160
Nijmegen
Inleiding Het KINDERHERSTELLINGSOORD VILLANDRY werd in 1926-1931 gebouwd voor kinderen van het Spoorweg- en Trampersoneel in opdracht van d..

Mariënboom

-
Nijmegen
Terrein met de resten van een aquaduct uit de Romeinse Tijd.

Kaart & Routeplanner

Route naar Mariënbosch in Nijmegen

Foto's (25)

Alle 25 foto's weergeven