Meer dan 63.000 rijksmonumenten


De Leemkuil in Wageningen

Kasteel Buitenplaats

Keijenbergseweg 10
6705BN Wageningen
Gelderland

Bouwjaar: 1909


Beschrijving van De Leemkuil

Inleiding Voormalig LANDHUIS, ('HUIZE DE LEEMKUIL'), gebouwd door architect C.G.M. Nieraad uit Arnhem, in 1909 in eclectische stijl. Opdrachtgever was de heer Helenus Ingerman. Enkele jaren na de bouw werd het huis door het vroege overlijden van de eerste bewoner verkocht. Met de nieuwe eigenaar veranderde ook de funktie van het gebouw en werd het landhuis verbouwd tot een luxe hotel. Maar al snel stagneerde de klandizie, waardoor verkoop noodzakelijk bleek. Daarmee veranderde nogmaals de funktie. Vanaf ca. 1924 was er namelijk een herstellingsoord (voor ambtenaren uit Amsterdam) in gevestigd. Sinds beginjaren negentig van de twintigste eeuw, is het in gebruik als asielzoekerscentrum met enkele uitbreidingen van bijgebouwen. Het huis ligt temidden van een uitgestrekte tuin beplant met grote bomen en wordt aan de voorzijde door een hek van de Keyenbergseweg gescheiden. Tuinaanleg en hekwerk vallen, evenals de met een tussenlid verbonden, moderne aanbouwen aan de linker- en achterzijde, niet onder de bescherming. Omschrijving Het landhuis is op een samengestelde plattegrond uitgelegd en is met de zuidelijke voorgevel naar de weg gekeerd. De uit twee bouwlagen en een verdieping bestaande hoofdmassa (onder een met leien in maasdekking bedekt samengesteld dak), is aan de achterzijde uitgebouwd met een tweelaagse aanbouw onder plat dak. Het pand bezit in baksteen (kruisverband) opgetrokken gevels boven een omlopend door een rollaag afgesloten trasraam, natuurstenen detailleringen, twee erkers, een veranda en een zuidwestelijk gelegen hoektoren boven een inpandig portiek. De gevels worden architectonisch geleed door enkelvoudige of dubbele witte verblendstenen sierlijsten ter hoogte van wissel- en bovendorpels van de vensters en worden onder de daklijst door een eveneens omlopende rollaag beëindigd. Alleen in de hoofdmassa verbindt een sierlijst ook de lekdorpels van de vensters. Van de hoofdmassa bevatten de meeste vensters stolpramen; in de achterzijde komen voornamelijk driestrooksvensters voor. Opmerkelijk zijn de gespaard gebleven glas-in-loodramen in bijna alle bovenlichten. De ramen rusten alle op natuurstenen dorpels, bezitten in de voor- en linker zijgevel begane gronds een natuurstenen bewerkte, latei en zijn in de verdieping in de 1½ steense strek boven de vensters voorzien van aanzetstenen in hetzelfde materiaal. In de portiek en het bovengelegen balkon zijn de onderdelen als kolommen, balusters, latei en boogdelen eveneens van natuursteen. De open torengeleding onder het zinken klokdak met windvaan is in hout uitgevoerd. Een door gesneden houten korbelen gedragen bakgoot onder een gepleisterde fries, verzorgt de afvoer van hemelwater in de hoofdmassa. In de tweelaagse aanbouw wordt de bakgoot door gesneden klossen ondersteund. In de dakvlakken komen platgedekte en aangekapte dakkapellen voor met stolpraam of vier gekoppelde draairamen. Alleen twee dakkapellen in de voorzijde op de hoeken worden door een zinken koepeldakje met piron gedekt. De zuidelijk georiënteerde VOORGEVEL bevat vijf vensterassen en wordt door een brede ronde erker in de centrale as van de gevel, symmetrisch ingedeeld. Op de erker sluit een balkon met dubbele deuren en ter weerszijden een smal raam aan. In het dakvlak komt hierboven een dakkapel met vier gekoppelde ramen voor; links en rechts de eerder vermelde dakkapellen met koepeldak. De hoektoren links springt ten opzichte van de gevel iets terug. De portiek leidt via een hardstenen trapje naar de beglaasde paneelvoordeur. Rechts van het trapje komt een gevelsteen voor: 'EERSTE STEEN GELEGD/ DOOR/ ANNA INGERMAN/ OUD 13 JAAR/ HUIZE LEEMKUIL/ 3 JULI 1909'. Het bordes is voorzien van granito en wordt overwelfd door troggewelven met rood en geel verblendsteen metselwerk. De voorzijde en linkerzijde met borstwering (balusters), worden afgesloten door een rondboog van uit drie rijen bestaande koppenlaag met natuurstenen aanzet- en sluitstenen. De hoekkolom en de muurdammen waarop de bogen rusten zijn bewerkt. Het inpandige balkon wordt aan de voor- en linkerzijde door een natuurstenen, bewerkte latei afgesloten die in het midden van de boogopening halverwege de borstwering door een natuurstenen zuil wordt ondersteund. De latei rust in tegenstelling tot de situatie begane gronds, op een gemetselde hoekkolom en op een gemetselde muurdam. Het balkon wordt door een identiek troggewelf als in de portiek overkluisd. De derde geleding van de toren is zoals eerder gezegd, open en door houten stijlen per zijde in drieën verdeeld. Een klokdak met leien vormt de bekroning. De LINKER ZIJGEVEL bestaat links uit de lagere en terugwijkende aanbouw met drie vensterassen waarvan de linkse twee, begane gronds, door de plaatsing van het tussenlid naar de nieuwbouw zijn gewijzigd. De bovenlichten zijn al dan niet door roeden gedeeld. De linkerzijde van de hoofdmassa eindigt in een topgevel die boven de aanbouw reikt en waarin zich in de top een stolpraam bevindt. De rechterzijde die de zijgevel vormt van de hoofdmassa, bevat links temidden van twee ramen vleugel(paneel)deuren die eens op een veranda aansloten, waarvan nu slechts de hardstenen plint en dito trap op gemetselde voetmuur resteert. Op de verdieping komen alleen boven de twee ramen identieke ramen voor. De rechterzijde van de gevel bestaande uit een lichtrisalerend muurvlak bevat boven het standaardraam in de eerste bouwlaag een smallere variant van het raam. Gescheiden door een blind uitgevoerd muurvlak bevindt zich geheel rechts de hiervoor beschreven linkerzijde van de hoektoren. In het dakvlak komt een dakkapel voor met vier ramen zoals dat ook voorkomt in de voorgevel. De ACHTERGEVEL wordt gekenmerkt door de lagere aanbouw rechts tegen de gevel en in de hoofdmassa levert het verspringen van muurvlakken, de plaatsing van driestrooksvensters op ongelijke hoogte waarbij, op Vlaamse gevels gelijkende elementen, in het dak ingrijpen, een onevenwichtig beeld op. Tegen de achterzijde van de aanbouw sluit een tussenlid aan met rechts daarvan een ongedeeld raam met een als valraam uitgevoerd bovenlicht. Voor het overige is deze zijde blind uitgevoerd. De linkerzijde bevat in de hoek met de hoofdmassa een uitgebouwd platgedekt portaal met beglaasde paneeldeur en zijlicht. Het terugliggende muurvlak met gepaarde klapramen boven een trap naar de kelder, bevat in de tweede bouwlaag een driestrooksvenster. De rechterzijde van de aanbouw bevat boven de moderne deur met bovenlicht een standaard stolpraam. Rechts van de deur is een halfsteense platgedekte uitbouw aanwezig met vleugeldeuren aan de voorzijde. De achterzijde van de hoofdmassa bezit links boven elkaar twee driestrooksvensters onder een rollaag, waarbij in het grotere venster op de begane grond de glas in loodramen in de bovenlichten ontbreken. Ter plaatse van de bakgoot en geflankeerd door vanuit het muurwerk opgetrokken opzetstukken is een aangekapte dakkapel geplaatst. Rechts bevindt zich in de hoek met het eerder beschreven, platgedekte portaal een muurvlak met begane gronds een beglaasde deur. Daarboven bevindt zich het trappenhuis met per bouwlaag een driestrooksvenster waarbij het bovenste venster in het dak ingrijpt en rijzen links en rechts een opzetstuk boven het aangekapte afdak uit. In het midden van de gevel is een uitgemetslede schoorsteen geplaatst. Rechts hiervan komt nog net zichtbaar een dakkapel voor. De RECHTER ZIJGEVEL wordt gedomineerd door een grote op een voet muur rustende houten erker op 5/8 grondslag. De vier vensterassen bevatten gedeelde grote ramen; alleen de voorzijde bevat een driedeling waarin in het midden een paar schuifdeuren voorkomt naar buiten met zijlichten. Met uitzondering van de vensteras in de voorzijde die zeven bovenlichten (glas- in-loodramen) telt, bevatten de overige vensterassen er vier waarvan er enkele als valraam zijn uitgevoerd. Het dakoverstek wordt ondersteund door gesneden klossen. Op het platte dak sluiten links en rechts een paar balkondeuren aan op het oorspronkelijke balkon. Tussen beide deuren bevinden zich drie gekoppelde glas-in-loodramen. In het dakvlak komt een aangekapte en platgedekte dakkapel voor met vier gekoppelde ramen. Het INTERIEUR valt op door zijn grote mate van gaafheid, waarbij oorspronkelijke interieur-onderdelen zijn bewaard gebleven. De onder meer met een tegellambrizering uitgeruste hal bezit van reliëf voorziene vloertegels, een vestibulewand met geslepen ruitjes, rijk gesneden korbeelstellen en een betegelde houten schoorsteenmantel op marmeren neuten. In de hal en overloop alsook in enkele kamers komt een geornamenteerd stucplafond (onder de soms verlaagde plafonds die gemakkelijk te verwijderen zijn) voor. De brede deurkozijnen zijn evenals de paneeldeuren en borstwering van de trap in de hal aanwezig maar zorgvuldig afgetimmerd. De kamer en suite is eveneens in takt en bezit geslepen glas. Vanuit twee kamers leidt een toegang via schuifdeuren naar de grote erker die een houten lambrizering bezit. De omvangrijke kelder bezit een troggewelf. Waardering LANDHUIS gebouwd in 1909 in eclectische stijl - Van architectuurhistorisch belang als voorbeeld van een in in- en exterieur goed en gaaf bewaarde villa rond 1900. Ondanks de verschillende gewijzigde gebruiksfunkties is er sprake van een goed bewaard en rijk uitgevoerd interieur met vloertegels, schouwen en lambrizeringen. Het pand valt behalve door de twee erkers, onder meer op door zijn fraaie hoektorentje boven de portiek, subtiele detailleringen in de gevels en vele gaaf bewaarde glas-in-loodramen. - Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging in een bosrijke omgeving even buiten het centrum van Wageningen. - Van cultuurhistorisch belang als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling als voorbeeld van huisvesting van een nieuwe kapitaalkrachtige elite die zich bij voorkeur vestigde buiten de stad in een omgeving met veel natuurschoon. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 522214
Laatste wijziging: 2014-10-12 19:38:37.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
De Leemkuil, Keijenbergseweg 10

De Leemkuil is gelegen aan de Keijenbergseweg in Wageningen en werd in 1909 in eclectische stijl gebouwd. Het landhuis werd gebouwd naar ontwerp van C.G.M. Nieraad uit Arnhem in opdracht van Helenus Ingerman. Ingerman kwam na enkele jaren te overlijden, het landhuis werd verkocht en werd als hotel in gebruik genomen. Financieel kon het hotel echter niet rondkomen en dus werd het hotel in 1924 verkocht. Er werd een herstellingsoord onder de naam "Willen is Kunnen"[1] gehuisvest in de Leemkuil. Het herstellingsoord was speciaal voor ambtenaren uit Amsterdam. Onder andere door wet- en regelgeving werd het herstellingsoord in 1988 gesloten.[2] In 1991 werd het gebouw als Asielzoekerscentrum in gebruik genomen. Het gebouw heeft de status van rijksmonument.


Monumenten in de buurt van De Leemkuil in Wageningen

Grafheuvel

Papenpad
Wageningen
Grafheuvel. Datering: Neolithicum en/of Bronstijd. Het monument is van wetenschappelijke- en cultuurhistorische betekenis. Gedeeltelijke ..

Grafheuvel

Geertjesweg
Wageningen
Grafheuvel. Datering: Neolithicum. Het monument is van wetenschappelijke- en cultuurhistorische betekenis. Gedeeltelijke bescherming, voo..

Grafheuvel

Keijenbergseweg
Wageningen
Grafheuvel. Datering: Neolithicum en/of Bronstijd. Het monument is van wetenschappelijke- en cultuurhistorische betekenis. Gedeeltelijke ..

De Born: Huis

Bornweg 12
Bennekom (Gemeente Ede)
RUST- EN VAKANTIEHUIS (1) waarvan het exterieur in 1932 ontworpen is door P. VORKINK (1878-1960), het interieur door F. SPANJAARD. Het gebou..

De Born: Kruiden- en bloementuin

Bornweg 12
Bennekom (Gemeente Ede)
TUINAANLEG (2) naar ontwerp van J. BOUWENS uit Nijmegen bestaande uit een rechtlijnig padenstelsel en een bloemen- en kruidentuin. De hoofda..

Kaart & Routeplanner

Route naar De Leemkuil in Wageningen

Foto's (3)