Meer dan 63.000 rijksmonumenten


vm. MTS in Leeuwarden

Gebouw

Molenstraat 36
8913BC Leeuwarden
Friesland


Beschrijving van vm. MTS

Inleiding Schoolgebouw met muur en hekwerk voor middelbaar technisch onderwijs in 1934/'35 gebouwd in de Dudok-trant, de kubische Amsterdamse School-stijl, naar ontwerp van architect Andries Baart sr., docent bouwkunde aan de school. In 1915 was in de Vredeman de Vriesstraat naast de enkele tientallen jaren eerder gestichte ambachtsschool de middelbare technische school gesticht. Bij overleg stelde de rijksoverheid begin 1933 voor om een nieuwe mts te bouwen, waardoor tevens de expansiemogelijkheden van de ambachtsschool voldoende zou worden bereikt. Die zou de bestaande mts dan kunnen gaan betrekken. Nieuwbouwplannen werden bestudeerd en in maart kreeg docent bouwkunde Andries Baart sr. de opdracht om plannen te maken. Al op 19 april leverde de architect zijn eerste schetsplan in, een plan waar in het vervolg grotendeels uitvoering aan is gegeven, al vergde overleg met het ministerie van onderwijs en de Rijksgebouwendienst nog een jaar. Op 24 mei 1934 kon de bouw aanbesteed worden en op 14 juni werd de bouw gegund aan aannemersfirma H. van Heeswijk in Best. In januari 1936 opende prinses Juliana de school met de onthulling van een borstbeeld van haar moeder. In een krantenartikel van vlak voor de opening wordt een karakteristiek gegeven: "Het eenvoudige doch wel verzorgde gebouw sluit in strakke lijnen het Westerpark af [...] De nieuwe Middelbare Technische School, ontworpen in platbouw, geeft in z'n duidelijke uitbeelding van de beide vleugels en hoekpartij de strooming van de meer zakelijke en nieuwere richting van de architectuur aan." De nieuwe mts kwam tot stand in een kenmerkende wijk uit de Interbellum-periode, een wijk met voornamelijk woningen voor middenstand en gegoede burgerij aan meest ruime wegen en straten afgewisseld met hier en daar een plantsoen. De meest opmerkelijke groenvoorziening in de wijk is het Westerpark. In 1874/'75 aangelegd als een door plantsoen omgeven verswatervijver die tot 1888 heeft gefunctioneerd, is het gebied in 1926 heringericht en uitgebreid tot park. Aan het eerste gedeelte van de aangrenzende Molenstraat stonden een restant van een molen en een paar bedrijfsgebouwen en op de hoek van de Westerparkstraat lag nog een flinke kavel grond braak. Geheel in de jonge traditie van de wijk waar opmerkelijke gebouwen, zoals Coornhertschool, Wilhelminaschool, Dominicus- en Pelikaankerk op hoeken van straten werden gesitueerd, kwam ook de mts op deze hoek en aan de zoom van het uitgebreide park terecht. Architect Baart (1885-1969), als leraar aan de Leeuwarder ambachtsschool begonnen, kreeg vervolgens een directiefunctie aan een dergelijke school in Amersfoort, maar keerde in 1922 als zelfstandig architect in Leeuwarden terug en kon spoedig ook bouwkundig onderwijs gaan geven op de mts. In die kringen bouwde Baart kennelijk een reputatie op, want in 1927 kon hij een nijverheidsschool voor Velzen ontwerpen, een flink schoolgebouw in stijlzuivere en decoratieve Amsterdamse School-stijl. Eind 1931 hield Baart een lezing ter gelegenheid van een tentoonstelling van architect W.M. Dudok in museum Het Princessehof. In 1932 heeft Baart (in samenwerking met stadsarchitect Krook) de ambachtsschool voor Zwolle ontworpen in de Dudok-stijl en ook de kort daarna ontworpen mts in Leeuwarden kreeg in die stijl gestalte. Omschrijving EXTERIEUR: Schoolgebouw, bestaand uit twee vleugels aan Molenstraat en Westerparkstraat van drie bouwlagen met platte daken, een hoekpartij van gevarieerde kubische elementen en een aangebouwde machinehal met glazen tentdak. Het schoolterrein wordt van de openbare ruimte afgegrensd door een gemetselde muur, waarop een decoratief gesmeed hek in art déco-vormen en voorzien van eenzelfde dubbel zwaaihek. Het geeft de bijzondere situering in de stedenbouwkundige structuur nader vorm. De twee lokalenvleugels zijn eenvoudige bakstenen dozen met vensterlinten die slechts geleed worden door smalle muurdammen en op de begane grond mede door rondstaven van gefrijnde hardsteen. Beneden zijn de vensters daardoor vooral vertikaal gericht. Op de verdiepingen zijn ze meer horizontaal van geleding en daar bestaan de vensters uit brede benedenstroken met uitzetramen en hoge, brede bovenlichten met kleine roedenverdelingen, alles in staal uitgevoerd. Het metselwerk van de begane grond is van paarsrode baksteen en het overige muurwerk van een heldere roodbruine steen opgetrokken, wat verfijnde kleurnuances opleverde. In vorm is eveneens een subtiel effect bereikt doordat het metselwerk van de zuidvleugel aan de zijde van de hoekpartij even uitwijkt en afgerond is. Uit de korte oostzijde van deze vleugel is over de tweede en derde bouwlaag en boven een ingangspartij, aan het einde van de middengangen, een uitbouw met halfronde sluiting, voorzien van raampuien en gemetselde borstweringen aangebracht. Na dit element springt het volume een raamvak terug met op de begane grond een kwartronde afsluiting van een gemetselde borstwering en raampui. De hoekpartij met bijzondere functies bestaat uit gevarieerde, rechthoekige volumes met een laag, afgerond element: de portiersloge die als een tuinpaviljoen naar voren steekt en aan die zijde tevens drager is van de betonnen luifel boven de ingang. Aan de andere zijde wordt de luifel gedragen door een kolom. Boven deze ingangspartij en luifel ligt de hoge trappenhal, die door een door paarsrode baksteen omkaderde vensterpui met vertikaal gerichte ramen wordt verlicht. Iets verschoven achter de trappenhal rijst de toren op: een forse, gemetselde bakstenen piloon met in art déco-letters `M T S' van Oberkirchner zandsteen. Daar weer naast begint de andere lokalenvleugel op een hoogte van twee bouwlagen om na een raamvak op drie lagen hoogte voortgezet te worden. De hoekpartij vormt zo een pregnante compositie van kubische volumes die het gebouw in belangrijke mate zijn karakteristiek verleent. Achter de westvleugel waarin ook een transformatorhuisje is ingebouwd staat de oorspronkelijke machinehal: een rechthoekig bouwelement met hier en daar in kleur (paarsrood en roodbruin) verspringend metselwerk en een glazen tentdak. Aan de voorzijde heeft een glazen pui gezeten die later, vermoedelijk in de jaren-zestig, van een lage borstwering is voorzien. Aan het exterieur de enige ingreep die de gaafheid heeft aangetast. INTERIEUR: De vleugels bevatten middengangen met aan weerszijden lokalen. De gangen sluiten op elkaar aan in een rechthoekige hal (met borstbeeld van Wilhelmina), waar achter de hoofdingang nog een vestibule aan voorafgaat en waar de portiersloge naast ligt. De structuur van deze ruimten en van alle lokalen is nog oorspronkelijk. De trappenhal sluit aan op de centrale hal. De trap heeft brede en zware granieten treden en forse houten leuningen. In het ruime trapgat is in de jaren zeventig een liftschacht aangebracht. Een achter de lichtpui van de trappenhal geplaatst glas-in-loodvenster, bij de opening geschonken door leerlingen en oud-leerlingen, ontworpen door W. Bakker en uitgevoerd door J. Haasdijk, werd in 1942 door oorlogsgeweld vernietigd, maar in 1946 min of meer gereconstrueerd. Alle verkeersruimten zijn betegeld, op de vloer blokvormig in beige en geel met zwarte kaders, tegen de wanden lichtgeel met een decoratief randje van groen, rood en zwart. Slechts kleine gedeelten van deze bekledingen zijn beschadigd of verdwenen. In de zuidvleugel volgt op een ruimte voor administratie een nog oorspronkelijk, onder meer van houten lambrizeringen voorzien, vertrek van de directeur. Dit vertrek, maar ook alle lokalen zijn voorzien van verlaagde systeemplafonds. Verschillende tussenpuien met tochtdeuren zijn vernieuwd; enkele zijn nog aanwezig. Veel van de oorspronkelijke deuren zijn nog aanwezig. De machinehal bezit nog de oorspronkelijke vloerbetegeling van afwisselend beige en gele stroken met zwarte randen ertussen. De ongeveer twee meter hoge lambrizering is in schoon metselwerk uitgevoerd en daarboven gestuct. Helemaal boven in de lange wanden zijn zware I-balken verwerkt, kennelijk niet voor de structuur van het bouwwerk, maar waarschijnlijk voor de inmiddels verloren gegane functie. De glazen kapconstructie rust op stalen spanten, alles nog in oorspronkelijke staat. Het inwendige is door diverse verbouwingen weliswaar op een aantal plaatsen aangetast, maar in grote lijnen en bij veel onderdelen is de oorspronkelijke inrichting nog te herkennen. WAARDERING Schoolgebouw met muur en hekwerk van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege - de vooral uitwendig gave stijlzuiverheid in de Dudok-trant; - de belangrijke plaats die het gebouw inneemt in het leven en het oeuvre van architect Baart; - de stedenbouwkundige ligging als een ruimtevormend accent in de Westerparkwijk en aan de zoom van het Westerpark. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 519836
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Monumenten in de buurt van vm. MTS in Leeuwarden

Dominicuskerk

Harlingerstraat 26
Leeuwarden
Inleiding R.K. KERK H. Dominicus, deel uitmakende van het COMPLEX van KERK en PASTORIE. Kerk met doopkapel, sacristie en bijsacristie , geb..

Pastorie Dominicuskerk

Harlingerstraat 26
Leeuwarden
Inleiding PASTORIE, behorend tot het COMPLEX van de R.K. KERK H. Dominicus met pastorie, doopkapel, sacristie en bijsacristie, gebouwd in 1..

Villa in Overgangsstijl

Harlingersingel 7
Leeuwarden
VILLA, in 1906 naar ontwerp van Hendrik Kramer gebouwd in de Overgangsstijl op een hoekkavel tussen het logement De Groene Weide en de kort ..

Blok etagewoningen en een herenhuis in neorenaissancestijl

Harlingersingel 13
Leeuwarden
Inleiding Blok ETAGEWONINGEN van vijf onder- en vijf bovenwoningen en een herenhuis, in 1898 gebouwd in Neo-Renaissance stijl. Aan het hand..

Dubbele villa in Interbellumstijl

Westersingel 10
Leeuwarden
Inleiding DUBBELE VILLA, in 1932 ontworpen door G.A. Heldoorn in opdracht van Gerrit Regneri in Interbellum Architectuur. In het in 1932 vo..

Kaart & Routeplanner

Route naar vm. MTS in Leeuwarden

Foto's (2)