Beschrijving | Recensies (0) | Wikipedia
Beschrijving Heilig-Hart of Paterskerk
Inleiding R.K. Heilig Hart- of Paterskerk, gebouwd in 1897-1898 in Neo-Gotische stijl. P.J. Bekkers en J.P.I. Hegener. De kerk ligt op de hoek van de Tramstraat met de Kanaalstraat in het centrum van Eindhoven, nabij het beschermde Augustijnen klooster (monumentnummer 14627) Omschrijving Driebeukige neogotische KRUISKERK. Het schip telt vijf traveeën met zijbeuken, de transeptarmen zijn van twee traveeën diep. Het priesterkoor kent een vijf-achtste sluiting en is voorzien van een kooromgang, geflankeerd door sacristie en paterskoor en traptorentjes. Tegen de zijbeuken zijn uitgebouwde biechtstoelen en twee kapellen zichtbaar. Voor het schip bevindt zich een smal portaal, geflankeerd door kapellen op zeshoekige plattegrond met traptorens, de meest noordelijke daarvan is uitgebouwd tot toren met zes geledingen, bekroond door een H.Hart beeld van verguld koper (Jean Geelen). De zuidelijke kapel wordt bekroond door ingesnoerde spits. Het geheel is uitgevoerd in baksteen onder een samengesteld zadeldak, gedekt met leien. Op de viering staat een achthoekige dakruiter. De gevels zijn voorzien van speklagen en metselmozaieken in gele strengperssteen en natuursteen elementen. Het interieur is uitgevoerd in schoon metselwerk, in de koorsluiting is siermetselwerk aangebracht. Pijlers en scheibogen zijn van eenvoudige profielen voorzien en daarboven bevinden zich blindnissen en lichtbeukramen. Het interieur wordt overwelfd door bakstenen kruisribgewelven, in het transept is een stergewelf aangebracht. De kerk heeft een omvangrijke Neogotische inventaris, geconcentreerd rond de voormalige Augustijnerorde en de late negentiende eeuw typerende devoties. De inventarisstukken werden tussen 1898 en 1918 vervaardigd door het Eindhovense atelier J. Custers. Het hoogaltaar met de ramen erboven stelt de Eucharistie en het H. Hart centraal. De commmuniebank bevat voorstellingen van de predikende Christus en symbolen, de preekstoel toont de westerse kerkvaders, evangelisten en de bergrede. In het koor koorbanken. In de transeptkapel vier altaren met Augustinus, Jozef, Nicolaas en Tolentino en Maria. Neogotische biechtstoelen, kerkbanken en kruisweg. In de transepten ramen van Ch. Eyck en D. Wilschut. In de kapel van O.L. Vrouw van Goeden Raad Neogotische ramen, in de Mariakapel ramen van Wilschut. Neogotisch orgel van M. Maarschalkerweerd (1906). Waardering De kerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het katholicisme in het zuiden, in het bijzonder de stichting van openbare kloosterkerken en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de kloosterkerk. Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de stijl en de detaillering en is van kunsthistorisch belang door de rijk gedetailleerde Neo-Gotische interieuronderdelen, welke gerelateerd zijn aan de wijze waarop de paters Augustijnen hun geloofsvisie uitdroegen. Het gebouw is tevens van belang als voorbeeld van het oeuvre van de architecten Bekkers en Hegener. Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van de stad, tot uiting komend in de uitzonderlijke en markante plaatsing van het H. Hartbeeld op de toren. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Beschrijving | Recensies (0) | Wikipedia
Wikipedia over Heilig-Hart of Paterskerk
Deze pagina is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC licentie
(?)
Het Heilig Hartbeeld voor het op de toren werd geplaatst
Eindhoven, Heilig Hart of Paterskerk
De Heilig-Hartkerk,[1] ook Paterskerk genoemd, is een kerkgebouw op adres Tramstraat 37 in het stadsdeel Centrum van de gemeente Eindhoven.
De kerk is aan het eind van de negentiende eeuw gebouwd voor de augustijner paters van het naastgelegen Klooster Mariënhage. De kerk is nog steeds hun eigendom en is een rijksmonument.
De kerk is een driebeukige kruiskerk in neogotische stijl, gemetseld in bruinrode baksteen, met siermetselwerk en horizontale banden van gele steen. De toren is zeshoekig en 66 meter hoog. In de kerk bevinden zich diverse kapellen en biechtstoelen. Opvallend aan de kerk is het Heilig Hartbeeld op de torenspits, van de hand van de Roermondse beeldhouwer Jean Geelen. Het is een beeld van Jezus die zijn armen uitnodigend openhoudt. Het is gemaakt van hout en koper, vier meter hoog, met een gewicht van 800 kilo. In de volksmond heet het beeld, dat vroeger verguld was, Jezus Waaghals.
Boven de kerkdeur bevinden zich beelden van de patroonheiligen van de orde der Augustijnen, Augustinus (midden), diens moeder Monica (links) en Nicolaas van Tolentijn (rechts).
Het interieur is uitgevoerd in schoon metselwerk. De gebrandschilderde ramen in de transeptgevels zijn van Daan Wildschut en Charles Eyck. De inrichting is neogotisch en komt deels van Jan Custers.
-
-
-
Beeld van H. Thomas van Villanova.
-
Interieur richting achterzijde.
-
Interieur richting voorzijde.
-
Kapel van de H. Rita van Cascia.
-
Kapel van de H. Nicolaas van Tolentijn.
-
Kapel van de OLV van goede raad.
-
Kapel van de OLV van Lourdes.
-
Deel kruisweg met biechtstoel.
-
-
-
-
Priesterkoor en hoogaltaar.
-
Priesterkoor en hoogaltaar.
-
Noordelijk transeptvenster.
-
Zuidelijk transeptvenster.
-
Blauwdruk uit februari 1896, ontwerp zoals uitgevoerd
Blauwdruk uit februari 1896, ligging van de kerk zoals uitgevoerd
De paters augustijnen hadden in de jaren 1890 Klooster Mariënhage betrokken en hadden slechts de beschikking over een noodkerk. Daarom besloten zij tot de bouw van een nieuwe kerk. Het ontwerp was van architect P.J. Bekkers in samenwerking met J.P.I. Hegener. Hun eerste ontwerp vond men te duur; ze maakten daarna twee nieuwe ontwerpen, één met en één zonder toren. Uiteindelijk ging de voorkeur uit naar het ontwerp met hoge toren links en kleine rechts.
De kosten werden geraamd op f. 131.566,47. Het meeste daarvan kwam beschikbaar door vrijwillige bijdragen, en een bedrag van f. 52.300,- werd geleend, voornamelijk van boeren uit omliggende plaatsen. De bouw begon in 1895. De kerk werd gebouwd op palen omdat de ondergrond drassig was, en door een voormalige gracht werden dat er uiteindelijk 1400 in plaats van de eerder begrote 1140. Er was een geschil met de gemeente over het eigendom van een deel van de grond waarop de kerk werd gebouwd; dit werd uiteindelijk, na stroeve onderhandelingen, door een grondruil opgelost. De officiële legging van de eerste steen was op 12 mei 1897. Tijdens de bouw overleed de aannemer, Wilhelmus Henricus Booms, hetgeen tot vertraging leidde. De bouw werd uiteindelijk voltooid in 1898. Het beeld op de spits werd geplaatst op 19 maart 1898; blijkens ingezonden stukken in de krant was er bezwaar tegen het opvallende beeld. De kerk werd voor de oplevering al in gebruik genomen, op 26 mei 1898, met processie en mis.
Het was de eerste Heilig-Hartkerk in het Bisdom 's-Hertogenbosch.
De noodkerk werd in gebruik genomen als school, het eveneens door de augustijnen opgerichte gymnasium Augustinianum.
De kerk behoorde niet tot een parochie en was dus geen parochiekerk maar een openbare kloosterkerk. De kloosterlingen woonden de diensten bij, novieten legden hun gelofte af in de kerk. Ook priesterfeesten en andere jubilea werden daar gevierd. Het kerkhof van de orde der augustijnen lag in de binnentuin van het klooster. Uitvaarten van augustijnen vonden daarom meestal plaats in de Paterskerk. Priesterwijdingen vonden echter elders plaats, meestal in Utrecht.
Na de ingebruikname van de kerk waren de inkomsten aanzienlijk, zowel van de collectes als van verpachting van de kerkbanken. Ook dopen, huwelijken en uitvaarten konden er plaatsvinden. Dit betekende een verlies van inkomsten voor de omliggende parochies. Ook het feit dat parochianen probleemloos konden biechten bij de paters en de soepele houding van de paters in principiële kwesties was reden tot ongenoegen bij de pastoors.
Na de ingebruikname werd een oud klein orgel geplaatst. Het interieur werd voor een groot deel in en na 1898 aangebracht. In 1906 werd een nieuw orgel in gebruik genomen.
De kerk werd pas gewijd op 5 maart 1916, bij plechtigheden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het augustijnenklooster.
Na de Russische Revolutie van 1917 kwam er een eind aan het deel van de inkomsten van de paters dat uit Rusland kwam. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er boeren in financiële problemen; veel boeren vroegen het geld terug dat ze in 1897 geleend hadden voor de bouw van de kerk. De schulden van het klooster namen in die periode dan ook sterk toe.
In de Tweede Wereldoorlog liep de kerk vrijwel geen schade op. Wel werden de klokken gevorderd door de Duitse bezetter. Een ketel uit een fabriek heeft toen twee jaar dienst gedaan als kerkklok. Het beeld op de kerk moest van de bezetter worden gecamoufleerd omdat het een goed oriëntatiepunt was voor geallieerde piloten. Daags na de bevrijding, op 19 september 1944, sneuvelde een aantal ruiten van de kerk bij een bombardement. Pas in 1956, bij het aanbrengen van een bliksemafleider op het Heilig Hartbeeld, bleek dat daar kogelgaten zaten.
In de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw was de paterskerk bekend door de vissersmis die zondagochtend om vier uur (tijdens de tweede wereldoorlog om vijf uur) werd gevierd met een gemengd publiek van vroege opstaanders en late feestgangers.
Bij het vieren van het 50-jarig bestaan van de kerk, in 1948, werden enkele nieuwe gebrandschilderde ramen geschonken door de bevolking van Eindhoven.
In de beginjaren van de televisie zond de KRO kerkdiensten uit die gehouden werden in de Paterskerk.
Er is een aantal malen brand geweest in de kerk. Op 10 september 1959 was er brand in de kapel van Nicolaas van Tolentijn. In 1974 was er een brand in een kapel gewijd aan de Heilige Rita. Door de roetschade was de kerk enige tijd buiten gebruik.
De afname van het kerkbezoek in de jaren zestig en zeventig vond uiteraard ook plaats in de Paterskerk. Soms was er bij de mis van 8 uur niet één kerkganger. Radicale vernieuwingen kwamen er niet, maar wel werd in 1963 een nieuw, naar de mensen gericht altaar geplaatst. Plannen van het dekenaat Eindhoven en het Bisdom 's-Hertogenbosch voor sluiting van de kerk en ook voor ingebruikname als parochiekerk werden wel gemaakt, maar niet uitgevoerd. Er kwam een einde aan bedevaarten en processies vanwege de sterk teruggelopen belangstelling. De rol van leken is altijd beperkt gebleven. De kerk bleef een regiofunctie vervullen voor katholieken die gesteld waren op de katholieke traditie.
Wegens hun hoge leeftijd en kleine aantal zijn de paters in 2006 gestopt met pastorale zorg in de Paterskerk. De kerk ging vanaf 6 mei 2006 bij de "Binnenstadsparochie" te Eindhoven horen. Daar komt vanaf 7 mei 2011 een einde aan: dan zijn er geen diensten en activiteiten van de Binnenstadsparochie meer in de Paterskerk, dit vanwege de hoge kosten. De kerk is aan restauratie toe en het geld daarvoor (geraamd op 6 miljoen euro) ontbreekt. De augustijner paters zullen nog wel tot eind 2011 hun zondagse conventsviering in de kerk houden.
- Jean Coenen (1998): Honderd jaar Paterskerk in Eindhoven
- Pieter Klein Beerning (1987): De Augustijnen- of Paterskerk te Eindhoven. Een rondgang.
- ↑ Voor de eerste versie van dit artikel dienden als bronnen: