Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Binnengasthuis: Vrouwenverband in Amsterdam

Gebouw

Turfdraagsterpad 15
1012XT Amsterdam
Noord Holland

Bouwjaar: 1874-1877


Beschrijving van Binnengasthuis: Vrouwenverband

Inleiding Tussen Grimburgwal, Binnengasthuisstraat en Turfdraagsterpad in 1874-77 naar eclectisch ontwerp van A.N. Godefroy en B. de Greef opgetrokken gebouw, in oorsprong bestemd als VROUWENVERBAND, in opdracht van de regenten van het Binnen- en Buitengasthuis. Het pand maakt deel uit van het complex Binnengasthuis. N.B. Het oorspronkelijke van 1870 daterende ontwerp van A.N. Godefroy werd in 1873 met uitzondering van de voorgevel gewijzigd door B. de Greef. Omschrijving Voormalige uit donkerkleurige baksteen en volgens het corridorsysteem opgetrokken vrouwenkliniek op rechthoekig grondplan bestaande uit drie bouwlagen en een mezzanino onder een samenstel van schilddaken. Deels gebouwd op een natuurstenen plint. Het sober gedetailleerde gebouw is aan de voorzijde (Grimburgwal) voorzien van door topgevels bekroonde midden- en zijrisalieten. De achterzijde is voorzien van lage uitbouwen. Voorgevel Grimburgwal (N). De gevel wordt horizontaal geleed door geprofileerde cordonlijsten van natuursteen. Het middenrisaliet is drie vensterassen breed. De boven de kroonlijst uitkragende middelste vensteras is geplaatst tussen halfpilasters die beganegronds in blokverband zijn uitgevoerd. Beganegronds een zwaar aangezette rondboogvormige vensteropening. Op de eerste verdieping eveneens een rondboogvormige vensteropening, versierd met een spitsboogvormige gotiserende bekroning. De bovenste twee verdiepingen hebben aan weerszijden een naar onder toe zich verjongende, overhoeks geplaatste colonnet. De vensters zijn geplaatst in een rondboogvormig spaarveld. De twee buitenste vensterassen van het middenrisaliet hebben getoogde vensteropeningen en hebben op de bovenste verdieping op de hoek een naar onder toe zich verjongende, overhoeks geplaatste colonnet. De mezzanino is voorzien van drielichten. De twee naar achter geplaatste en drie vensterassen brede zijvleugels hebben beganegronds in de middelste vensteras een rondboogvormige entree-opening versierd met een gotiserende spitsboogvormige bekroning. De vensters in de zijvleugels zijn getoogd en in de middelste vensteras geaccentueerd door lisenen (eerste verdieping) en een natuurstenen omlijsting (tweede verdieping). Geprofileerde kroonlijst. De beide hoekrisalieten hebben gekoppelde en getoogde vensters op de verdiepingen. In de topgevel zijn drie smalle rondboogvormige vensters geplaatst. Twee traveeën brede linkerzijgevel (O) aan Binnengasthuisstraat voorzien van per drie gekoppelde blinde vensters met diepliggende bovenlichten. Gelijkstraats en ter hoogte van de eerste verdieping zijn de vensters geplaatst in flauw risalerende muurdammen, aan de bovenzijde voorzien van een gemetseld fries. Twee traveeën brede rechterzijgevel heeft per drie gekoppelde blindvensters met diepliggende bovenlichten. Achtergevel met gekorniste kroonlijst heeft in het midden driezijdige erker-uitbouw waarin entree. Gelijkstraats zijn de zijvleugels voorzien van een over de gehele breedte aangebrachte lage uitbouw met rechthoekige vensteropeningen en een brede daklijst. Overige vensters zijn getoogd. Kademuur met ijzeren hekwerk. Interieur. Nog oorspronkelijk het trappenhuis met de brede trappen bedoeld om de patiënten horizontaal over te vervoeren. Waardering Voormalig vrouwenkliniek van algemeen belang vanwege architectuurhistorisch waarde als goed en voor wat het exterieur betreft gaaf bewaard gebleven voorbeeld van utilitaire architectuur in de jaren zestig van de 19de eeuw. Bovendien samen met de vm. Kraamkliniek van stedebouwkundig belang als zuidelijke afsluitende wand van de Grimburgwal. Eveneens van belang als onderdeel van het Binnengasthuiscomplex. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 518303
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Het Binnengasthuiscomplex gezien vanaf de Grimburgwal.
Nieuwbouw-woningen, met daarvoor een kunstwerk van Thom Puckey.

Het Binnengasthuis (BG) is een voormalig ziekenhuis in het centrum van Amsterdam. Nadat het ziekenhuis in 1981 opging in het Academisch Medisch Centrum (AMC), werd het BG-terrein één van de hoofdlocaties van de Universiteit van Amsterdam, die zo'n 60% van het complex in gebruik heeft.

Het BG-terrein beslaat het gebied tussen de Oudemanhuispoort, Grimburgwal, Oude Turfmarkt, Nieuwe Doelenstraat en Kloveniersburgwal. Een groot deel van het complex is aangewezen als rijksmonument.

Het complex bestaat deels uit gebouwen uit de periode 1870-1913 en deels uit nieuwbouw. De gebouwen uit de periode 1870-1913 zijn aangewezen als rijksmonumenten. Een deel van de vroegere buitenruimte is overdekt. In het aldus gevormde atrium is een studentenmensa gevestigd, die ook Atrium heet.

Geschiedenis

Op de locatie van het Binnengasthuis bevonden zich in de middeleeuwen het Oude en Nieuwe Nonnenklooster. Het Nieuwe Nonnenklooster lag aan de Amstel en volgde de bocht die de rivier hier maakte, zoals ook te zien is op de stadsplattegrond van Cornelis Anthonisz uit 1544. Als gevolg van de oorspronkelijke kloosterfunctie heeft het terrein altijd ruimte voor tuinen behouden.

Na de Alteratie in 1578 kwamen de kloosters in handen van stedelijke liefdadigheidsinstellingen. In 1582 verhuisden een aantal gasthuizen (ziekenhuizen) naar de voormalige kloosters en vormden zo het Sint Pietersgasthuis, zoals het Binnengasthuis oorspronkelijk heette. Het Sint Pietersgasthuis was voornamelijk bedoeld voor armen, soldaten, matrozen en reizigers. Er was een mannen- en een vrouwenafdeling, een afdeling voor chirurgische patiënten, een apotheek, een "snijzaal" (operatiekamer) en een "baaierd" (rustzaal). De burgemeesters van Amsterdam dienden als bestuur van het Binnengasthuis. In de nabijgelegen Waag, een voormalige stadspoort die in 1690-'91 aanzienlijk was verbouwd, werden anatomische lessen gegeven.

Naast het Sint Pietersgasthuis kende Amsterdam een tweede ziekenhuis. Dit was het Buitengasthuis, dat in 1635 buiten de Leidsepoort werd gebouwd als pesthuis; pestlijders werden per boot van het Binnengasthuis via de Pestsloot naar het Buitengasthuis vervoerd. Met de komst van het Buitengasthuis werd de naam van het Sint Pietersgasthuis veranderd in Binnengasthuis. Voor de rijkere Amsterdammers kwamen er in de negentiende eeuw het Prinsengrachtziekenhuis (1857), nu onderdeel van het OLVG, en het Burgerziekenhuis (1891), dat later het stadsdeelkantoor van Oost-Watergraafsmeer werd en nu fungeert als hotel. Het Buitengasthuis werd in 1891 vervangen door het Wilhelminagasthuis.

Het administratieve gebouw van het Binnengasthuis, in 1912-'13 gebouwd in de stijl van de vroege Amsterdamse School
Bron: bma.amsterdam.nl

De huidige bebouwing van het Binnengasthuiscomplex werd tussen 1868 en 1890 gebouwd in Hollandse neorenaissancestijl, grotendeels naar ontwerpen van de architecten H. Leguyt en A.N. Godefroy. Het centrale gebouw had twee vleugels, één voor vrouwelijke patiënten en één voor mannelijke patiënten. De gebouwen omvatten ook een stads- en gasthuisapotheek, een klinisch ziekenhuis, twee wachtkamers, een kraamkliniek en een vrouwenkliniek. Het administratiegebouw werd in 1912-'13 gebouwd in de stijl van de vroege Amsterdamse School naar ontwerp van J.M. van der Mey. Het zuidelijke deel van dit gebouw deed dienst als kinderkliniek en bestaat nu niet meer, het werd in 1991 gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De tweede chirurgische kliniek met zusterhuis, gelegen aan de Kloveniersburgwal, werd in 1913-'14 gebouwd naar ontwerp van F.W.M. Poggenbeek.

Toestand in de 19e eeuw

Het Binnengasthuis was in de 19e eeuw berucht om zijn deplorabele toestanden. In 1867 schreven de regenten van het Binnengasthuis een rapport aan het stadsbestuur, waarin ze de afdeling verloskunde beschreven: "Zwangere vrouwen moeten haar dag- en nachtverblijf houden op sombere zolders. De verpleegkamers zijn op een andere verdieping gelegen dan de verloskamers, zodat de kraamvrouwen dadelijk na de bevalling een zeer moeilijke en nadelige verplaatsing moeten ondergaan. Voor reconvalescenten moet dienen een groot, hol, kil, kerkvormig en met stenen bevloerd lokaal, dat des winters voor geen behoorlijke verwarming vatbaar is. En de verloskamers zijn in een bouwvallig, slecht ingericht houten gebouw, dat bovendien te klein is om aan alle behoeften te voldoen".

De verpleging bestond uit "knechten en meiden" die zich, volgens een rapport van het stadsbestuur in 1882, schuldig maakten aan drankmisbruik en mishandeling, de medicijnen verkochten en het voedsel voor zichzelf hielden. In reactie besloot de stad een jaar later om gediplomeerde verplegers in dienst te nemen.

Ook met de medische behandeling was het slecht gesteld. De Oostenrijkse arts Joseph Speilt, die het Binnen- en Buitengasthuis in 1852 bezocht, schreef in zijn verslag aan het Koninklijke en Keizerlijke Artsengezelschap in Wenen: "Hoe moeten we deze twee verpleeginrichtingen beschrijven, die op geen enkele wijze die naam verdienen? Als wij bijzonderheden opsommen, blijkt als vanzelf dat ze het tegendeel zijn van wat ziekenhuizen behoren te zijn. (...) Op iedere buitenstaander maakt deze plek een hoogst onaangename indruk. Op zeshonderd zieken zijn er slechts twee artsen." Het verplegend personeel noemde hij een afschrikwekkend voorbeeld van ruwheid, traagheid en smerigheid.

Conflict over de Theaterschool

De Universiteit van Amsterdam heeft plannen gemaakt voor de bouw van een nieuwe bibliotheek voor de faculteit geesteswetenschappen die vanaf 2010 gerealiseerd moest worden. Hiervoor zou de voormalige Theaterschool moeten worden gesloopt. In dit gebouw zijn verschillende studentenverenigingen en de culturele stichting CREA gehuisvest.

De nieuwbouwplannen werden in 2001 goedgekeurd door de gemeenteraad. Het gebouw werd echter datzelfde jaar aangewezen als rijksmonument, na een intensieve lobby door bewonersvereniging VOL BG. Volgens de bewoners liet de UvA het gebouw verder verkrotten om zo een oplossing te forceren. Na een lange strijd is in 2013 uiteindelijk besloten om de bestaande bebouwing zoveel mogelijk te handhaven en aan te passen aan de nieuwe functie.

Verder lezen

D. de Moulin, I.H. van Eeghen en R. Meischke, Vier Eeuwen Amsterdams Binnengasthuis. Stichting Viering 400-Jarig Bestaan Binnengasthuis, Amsterdam 1981.

Externe link


Monumenten in de buurt van Binnengasthuis: Vrouwenverband in Amsterdam

Achterhuis aan de Grimnessesluis met halsgevel

Grimburgwal 10
Amsterdam
Achterhuis aan de Grimnessesluis met halsgevel (XVIII A). Vormt groep met nr 6 (ook samen in een hand).

Pand met halsgevel met middenrisaliet en latere bakstenen vleugelstukken

Grimburgwal 15
Amsterdam
Pand met halsgevel met middenrisaliet en latere bakstenen vleugelstukken (XVIIc). Vensters met bovenlijsten, op de bovenste verdieping tweel..

Panden met gevel onder zeer rijk gesneden rechte lijst met consoles

Grimburgwal 13
Amsterdam
Panden met gevel onder zeer rijk gesneden rechte lijst met consoles (XVIIId).

Achterhuis aan de grimnessesluis met halsgevel vormt groep met nr 8

Nes 95
Amsterdam
Achterhuis aan de Grimnessesluis met halsgevel (XVIII A) Vormt groep met nr 8 (ook samen in een hand).

Pand met halsgevel

Oudezijds Voorburgwal 332
Amsterdam
Pand met halsgevel, (XVIIIa, fronton XIX). Empire deurpartij.

Kaart & Routeplanner

Route naar Binnengasthuis: Vrouwenverband in Amsterdam

Foto's (6)