Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Blokhuispoort (voorm. Huis van Bewaring) in Leeuwarden

Gebouw

Blokhuisplein 40
8911LJ Leeuwarden
Friesland

Bouwjaar: 1870-'77 1892-'94 (uitbr.) 1877 1870-'77 1892-'94 (uitbr.)
Architect: J.F. Metzelaar W.C. Metzelaar (1892-'94) Metzelaar JF J.F. Metzelaar W.C. Metzelaar (1892-'94)

(1 recensie)

Beschrijving van Blokhuispoort (voorm. Huis van Bewaring)

Inleiding BIJZONDERE STRAFGEVANGENIS EN HUIS VAN BEWARING thans alleen Huis van Bewaring, gebouwd door J.F. Metzelaar en W.C. Metzelaar op het terrein van het Blokhuis in Eclectische stijl. In 1498 werd een dwangburcht gebouwd door de hertog van Saksen om het onderworpen Friesland in bedwang te houden. In 1580 werd deze burcht door de stad in gebruik genomen als gevangenis, die dienst deed tot 1824, toen de gevangenis verhuisde naar de Kanselarij. In 1870-1877 bouwde J.F. Metzelaar ter vervanging van de bestaande gebouwen een nieuwe Bijzondere Strafgevangenis voor straffen langer dan vijf jaar tot levenslang. De nieuwbouw was mede ingegeven door een spectaculaire ontvluchting van elf gevangenen in 1868. Het was een der eerste werken van Metzelaar voor Justitie. Hij had toen reeds een vruchtbare loopbaan als particulier architect in Rotterdam achter de rug. Voor Justitie bouwt hij meestal in een sobere Eclectische stijl, waarbij de poortgebouwen de meeste aandacht krijgen. Metzelaar doet zich kennen als een knap constructeur en een visionair ontwerper. Dit is aan de uitwendige architectuur niet altijd af te lezen, maar inwendig past hij vermetele ijzerconstructies toe (zoals bij de koepelgevangenissen) en ingenieuze oplossingen voor verwarming, ventilatie en intern verkeer. Hij zette de bouw van cellulaire gevangenissen voort, die door zijn voorgangers I. Warnsinck en A.C. Pierson in 1845 onder invloed van Amerikaanse denkbeelden waren ingevoerd. Pierson leverde een standaardontwerp, dat door Metzelaar werd overgenomen. In 1892-1894 werd door zijn zoon en opvolger W.C. Metzelaar een cellenvleugel toegevoegd. Hij had in de jaren 1889-1891 al het Huis van Bewaring aan de oostzijde toegevoegd. Van het oorspronkelijke Blokhuiscomplex, dat enkele interessante onderdelen bevatte, resteert nog een gevel uit 1861? aan de Keizersgracht en werd het oude grondplan van binnenplaatsen met daaromheen gelegen gebouwen aangehouden. Omschrijving EXTERIEUR: Het terrein van het vroegere Blokhuis was geheel omgracht. Na demping van de Keizersgracht in 1956 is hieraan een eind gekomen. De hoofdpoort bereikt men over een brug over de Blokhuisgracht. Het Poortgebouw, behorende tot de eerste bouwcampagne van 1870 is een rechthoekig gebouw van negen traveeën breed en twee bouwlagen plus kap hoog onder een pannengedekt zadeldak tussen sluitgevels. De in het midden geplaatste poort wordt geflankeerd door twee traptorens op vierkante grondslag, die ter hoogte van de tweede bouwlaag in achtkanten overgaan. Boven de gootlijst kragen de torens iets uit. Boven de rondbogige, geprofileerde poort, waarvoor bij de recente restauratie een kooivormig hekwerk werd geplaatst, bevinden zich drie T- vensters. Daarboven is een licht gewijzigde trapgevel. De traveeën te weerszijden van de torens bevatten T-vensters met segmentbogen, die bij de aanzetten blokken bremer zandsteen hebben. De sluitgevels zijn voorzien van serliana's. Rechts van het poortgebouw ligt verbonden door een lage geleding het alcovengebouw, dat de hoek vormt van het Blokhuisplein en de Zuidergracht en bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde bouwvolumina op rechthoekige grondslag van gele baksteen, gedekt door flauw hellende zadeldaken tussen sluitgevels. Er zijn drie bouwlagen plus kap. De gevels worden verticaal geleed door tweemaal versneden steunberen. De versnijdingen worden gemarkeerd door geprofileerde natuurstenen afzaten. Elke travee telt twee gekoppelde vensters met stijlen van bremer zandsteen en segmentbogen van rode baksteen. Tussen beide bouwvolumina is recent een lift geplaatst. Verder strekt zich langs de Zuidergracht een langgerekt gebouw uit onder een zadeldak met een vrijwel geheel gesloten gevel Het gebouw van het Huis van Bewaring heeft de hoofdgevel en ingang aan de zijde van de Oosterstadsgracht. Voor de cellenvleugel is in de centrale as een rechthoekig gebouw met flauw hellend zadeldak geplaatst, dat de personeelsruimten bevat. Een hoge muur verbindt dit gebouw met de vleugels aan de Zuiderstadsgracht en de Gedempte Keizersgracht. Rechts van het personeelsgebouw is, minder ver naar voren springend de directeurswoning gebouwd. In het midden aan de Keizersgracht resteert een gevel uit een bouwcampagne van voor 1870 in Neo-Classicistische stijl van negentien traveeën en twee bouwlagen plus kap. In het midden bevindt zich een risaliet van vijf traveeën, aan weerszijden geflankeerd door elk drie iets terugliggende traveeën. De eindrisalieten tellen elk vier traveeën. Over de gehele lengte loopt een fries met geprofileerde kroonlijst. Alle rechthoekige vensters zijn in de jaren '50 dichtgezet. Een hoge muur van dit bouwdeel langs de Keizersgracht de hoek om totaan het poortgebouw. Hierachter bevindt zich de cellenvleugel uit 1892-1894. Deze is opgebouwd uit gele baksteen en telt drie bouwlagen plus kap onder een flauw hellend zadeldak. Er zijn vele getraliede segmentboogvormige vensters. De kopgevel aan de zijde van het Blokhuisplein heeft in het midden een over de hele hoogte doorlopende raampartij, die de galerijen waaraan de cellen liggen verlicht. Gevels aan de binnenplaatsen: vrijwel ongewijzigd bewaard gebleven zijn de vier gevelwanden van de grote luchtplaats.Boven de poorten zitten datumstenen: de westelijke 1874, de oostelijke 1875. De gebouwen hebben alle twee bouwlagen plus kap en zijn uitgevoerd in gele baksteen, doorspekt met banden in rode baksteen en segmentbogen van rode baksteen boven alle openingen. De verdiepingsvloeren worden gemarkeerd door bewerkte muurankers. De meeste vensters zijn segmentbogig met kleine ruitjes en tralies. De oostelijke (admininstratie) vleugel heeft ook segmentbogig gesloten zesruiters. In de vier hoeken en te weerszijden van de poort staan traptorens met kleine, smalle vensters, die het beloop van de trap volgen. De torens worden bekroond door met leien gedekte tentdaken, die voorts elk een dakkapel hebben. In de noordwesthoek staat een volledig hardstenen spiltrap, de vroegere opgang naar de kerk. Thans is deze trap opgenomen in een voorgeplaatste nieuwbouw. De overige binnenplaatsen zijn eenvoudiger van uitmonstering en vertonen toevoegingen van de recente verbouwing, toen de interne verkeerswegen werden veranderd. Op de oostelijke binnenplaats werd in 1948 een smederij gebouwd. INTERIEUR: Van de oorspronkelijke interieurs bleef opvallend veel gespaard, of werd bij jongstleden restauratie weer in ere hersteld. Het meest gewijzigd zijn het Poortgebouw, waar o.a. de hardstenen wenteltrappen in de torens en de kapconstructie bewaard bleef en het alcovengebouw, waarvan de orspronkelijke bestemming van slaapzalen gewijzigd is in ruimten voor bezoek, hobby, sportzalen werkzalen en magazijn. Hier bleven o.a. bewaard de gietijzeren draagconstructie en de gietijzeren trappen, benevens hardstenen trappen, waarvan de treden aan een zijde in de muur ingelaten zijn en aan de andere zijde vrij zweven. De holle gietijzeren kolommen bevatten een ventilatiesysteem. De beide cellenvleugels bleven behoudens aanpassingen in de cellen in hoge mate authentiek. De drie verdiepingen worden ontsloten door galerijen en gietijzeren trappen met roostervormige aantreden en open, segmentboogvormige optreden, waardoor een transparant geheel ontstond, wat de controle vergemakkelijkte. Alleen de leuningen werden verhoogd en de kleur gewijzigd. De celdeuren stammen nog uit de bouwtijd met de schaftklep en kijkgaten. De cellen worden geventileerd door een kanaal, dat in de vensterbank is verwerkt en aan de binnenkant drie met ijzeren klepjes afsluitbare roostertjes heeft. De cellenvleugels worden verlicht door vensters in de kopwanden en daklichten. Het plafond bestaat uit dwarsgeplaatste troggewelfjes tussen ijzeren balken. De v.m. kerk, thans recreatieruimte, behield een houten dakconstructie met boogvormige spanten, waartussen panelen met diagonale kraalschroten, ijzeren trekstangen en houten sleutelstukken, die op hardstenen consoles rusten. De galerij aan de korte zijde is thans verbouwd tot een insteekverdieping. De ruimte wordt van bovenaf verlicht door getraliede daklichten. Enkele kerkbanken bleven staan. De kantoorvleugel, gelegen tussen de grote luchtplaats en de oostelijke binnenplaats heeft een kapconstructie met geklonken ijzeren spanten en houten trekbalken. Waardering GEVANGENIS van algemeen architectuurhistorisch, stedenbouwkundig en cultuurhistorisch belang: - vanwege de hoge mate van gaafheid, zowel uit- als inwendig; - vanwege de, behoudens het Poortgebouw, eenvoudige architectuur in Eclectische stijl; - vanwege de bewaarde interieuronderdelen, met name de ijzerconstructies en het daarin opgenomen ventilatiesysteem, de hardstenen trappen en de ijzeren galerijen en gietijzeren trappen van de cellenvleugels; - vanwege de ligging op het terrein van het voormalige Blokhuis, dat in zijn vorm bewaard bleef en de indeling van de binnenplaatsen, die een herhaling van die van de afgebroken gebouwen is; - als belangrijk werk van vader en zoon Metzelaar in de reeks gevangenisgebouwen, die zij in het laatste kwart van de negentiende eeuw realiseerden. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 516486
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen (1)

Blokhuispoort (voorm. Huis van Bewaring)
5
Recensie door: ()
De geschiedenis van "De Blokhuispoort"is te lezen op www.blokhuispoort.nl
Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Blokhuispoort (2010)
Het Blokhuis (1783) door H. Wensel

De Blokhuispoort is een gebouwencomplex dat tot december 2007 dienst heeft gedaan als huis van bewaring in Leeuwarden. Het huidige gebouw is in de tweede helft van de negentiende eeuw gebouwd op de plaats waar al rond 1500 een gevangenis stond. De Blokhuispoort staat op de zuidoostelijke hoek van de oude binnenstad. Het heeft in de eeuwen vele aanpassingen en uitbreidingen ondergaan en heeft sinds 1580 dienstgedaan als gevangenis. In de vorm die het nu heeft is het complex 130 jaar oud en heeft 180 cellen. De Blokhuispoort kon niet meer voldoen aan de hedendaagse (brand)veiligheidseisen die werden gesteld aan een penitentiaire inrichting en zou voor €15.000.000 verbouwd moeten worden.

Het complex is rijkseigendom en heeft na de sluiting van de gevangenis tijdelijk de functie gekregen van cultuurcentrum. Ongeveer 130 creatieve ondernemers hebben er een plaats gevonden. Oud-personeel van de voormalige gevangenis heeft de stichting 'Blokhuispoort' opgericht die het behoud wil bevorderen van Blokhuispoort als cultureel erfgoed. Deze stichting heeft in het alcovengebouw een gevangenismuseum ingericht met aandacht voor de geschiedenis van de gebouwen. In 2012 moest het museum vanwege door complexbeheerder Carex Fryslan gestelde eisen worden ontruimd.[1]

Geschiedenis

De Friese landen waren aan het einde van de 15e eeuw het strijdtoneel van conflicten tussen de Schieringers en Vetkopers. Deze twee partijen leefden in voortdurende onmin met elkaar. In 1498 kreeg de Saksische heerser Hertog Albrecht van Saksen heerschappij over de Nederlandse provincie Friesland toegewezen van Maximiliaan I, keizer van het Heilige Roomse Rijk. Met name Schieringers ontvingen Albrecht van Saksen met open armen omdat daarmee de alsmaar groeiende macht van de stad Groningen over de Friese landen werd ingedamd. Echter waren niet alle Friezen even blij met deze komst en Leeuwarden liep voorop in de strijd tegen de nieuwe heerser voordat de overname in 1498 definitief een feit werd. Door de grote macht van het grote Heilige Roomse Rijk onder Maximiliaan I waren de inwoners van de stad genoodzaakt te gaan onderhandelen met de Hertogs Graaf en stadhouder van Leeuwarden Willebrord van Schaumburg.

Dwangburcht

Deze onderhandelingen vonden plaats in het Uniahuis die gesitueerd was op de zuidoosthoek van de stad, waar nu de Blokhuispoort staat. Toen de onderhandelingen zo goed als ten einde liepen maar nog niet geheel afgerond waren, deed Willebrord van Schaumburg een poging om alvast meerdere middelen van verzekering binnen de stad te brengen. Door een list dacht hij zijn doel te bereiken; de kruittonnen waren met boter besmeerd en het geschut op de wagens werd met riet overdekt. Deze boze opzet werd bemerkt en verijdeld door de Leeuwarders waarbij het weerloze Uniahuis het moest ontgelden. Er volgde een negen weken durend beleg van de stad die dapper werd doorstaan maar uiteindelijk zagen de Leeuwarders zich genoodzaakt het verzet te staken en zich aan te sluiten bij Willebrord van Schaumburg. Onder strenge voorwaarden werd overeengekomen dat de Graaf werd toegestaan een sterke vesting, oftewel een dwangburcht, te bouwen binnen de stad.

Door het aanhoudende gevaar rondom de stad en dreigende aanvallen en plunderingen besloot de hertog al kort na de overgave van Leeuwarden tot de bouw van een fort over te gaan. De nog weinig bebouwde zuidoosthoek van de stad werd het meest geschikt bevonden. Het huis en hof van het adellijk geslacht Hania, wat in het begin van de 15e eeuw was gebouwd, en eveneens de tuin van Jan Tammama, moesten daarvoor aangekocht en afgebroken worden. Nadat men halverwege november 1498 was begonnen met het rooien van bomen, de plaats te effenen en af te palen ving men 22 februari 1499 aan met de bouw van "Het Blokhuis". Tot het graven van de gracht werden tegen vergoeding de naastgelegen Grietenijen belast. De stenen van het gesloopte Uniahuis werden gebruikt voor de bouw, daarnaast werden stenen aangevoerd die afkomstig waren van de door de Leeuwarders en Groningers vernielde stinsen van enkele Schieringer Edelen. Er is een plattegrond van Leeuwarden van ± 1500, waarop te zien is dat het Blokhuis een verzameling van gebouwen is, waarvan er geen enkele, met uitzondering van de in 1530 geheel hernieuwde Kapel, anders dan door omvang aanzienlijk uitsteekt boven de andere.

Fortificatie

In 1557 begon men onder toezicht van een gespecialiseerde bouwmeester met het maken van nieuwe versterkingen in de vorm van nieuw en aanbouw. Meer dan 1300 ton kalk uit Dordrecht, 100 ton cement uit Amsterdam, 100 schuiten zand, 100.000 Friesche en 400.000 dubbele Leidsche stenen worden naar het Blokhuis verscheept, terwijl van het vorige jaar nog 800.000 Leidsche stenen onder de uitgaven staan geboekt. Dat alles werd verwerkt in een nieuw rondeel in de noordoosthoek van het fort. Ook arriveerde er nieuw en zwaarder geschut uit Utrecht, dat werd geplaatst op de nieuwe fortdelen. Het was in een tijd waarin verhoudingen tussen vorsten en onderdanen verslechten en het uiterlijk van het Leeuwarder Blokhuis meer verdedigende vormen aannam. Uit kaarten van 1550 en 1560 blijkt dat het fort 'Het Blokhuis' was voorzien van vier zware torens of ronddelen op de vier hoeken, het ontwerp kwam grotendeels overeen met dat van het Kasteel van Stavoren dat in 1522 was gebouwd.

In 1562-1564 werd onder andere een onderkomen gebouwd voor de maarschalk van het fort. De aanvoer van grote hoeveelheden hout, spijkers en stenen getuigt van de grote omvang van de verbouwingen. Uit plattegronden van de stad blijkt dat Het Blokhuis in deze periode grote veranderingen onderging. In volgende jaren waren het bakhuis, het kruithuis, het slachthuis, het huisken in des Heeren hof en de rosmolen aan de beurt; de wal werd hier en daar geducht onder handen genomen. Ook werd de nieuwe gevangenis waar nodig voorzien en versterkt met yseren doeren, waarvoor al in 1554 materiaal was aangekocht.

Opstand

Vanaf 1568 kwamen de Nederlanden in opstand tegen het bestuur van Filips II die steeds hogere belastingen invoerde en veranderingen in de religie niet toestond. Hiermee begon de Tachtigjarige Oorlog. De landelijke kastelen, forten, gewesten en plaatsen stonden onder het gezag van maarschalken, graven, stadhouders en de vorst. Caspar de Robles was onder het gezag van vorst Filips II stadhouder van Friesland van 1568 tot 1576. In 1579 tekenden enkele noordelijke gewesten de Unie van Utrecht, waarin zij afspraken gezamenlijk in opstand tegen de Spaanse overheersing te komen. Daardoor kreeg ieder gewest zelfbeschikking. Ook de Staten van Friesland tekende deze overeenkomst en verklaarde zich formeel onafhankelijk. De maarschalk van Het Blokhuis, George van Lalaing, graaf van Rennenberg, twijfelde en aarzelde te gehoorzamen waarna de Staten met geweld dreigden. Groepen burgers belegerden vervolgens onder leiding van de tachtigjarige gereformeerde burgemeester Adje Lammerts het Blokhuis.[2] Lalaing voelde zich gedwongen te onderhandelen. Op 1 februari 1580 werd de capitulatie getekend en namen de Staten en de Stad het kasteel in bezit. Het Blokhuis werd spoedig daarna ingericht tot een huis van arrest voor het Hof van Friesland. Tegen de westelijke gevel werd een schavot gebouwd en ten behoeve van het krijgsgericht werd vóór het huis een galg geplaatst.

Gevangenis

De woonbestemming van Het Blokhuis veranderde redelijk snel. In 1580 kreeg het inmiddels kasteelachtige gebouw, omringd met water, een bestemming als gevangenis. Bij de slechting van Het Blokhuis op 1 februari 1580 bleven de oostelijke en zuidelijke wallen bestaan en slechts één van de vier rondelen, namelijk dat op de zuidoostelijke hoek. Dit rondeel, dat de naam bleef dragen van "Pynigtoren" (Pynig betekent Pijnig), omdat de pijnbank van het Hof daarin was gevestigd, komt nog op de 17e-eeuwse plattegronden van de stad voor, onder andere afgebeeld op het 11e deel van Eekhoffs werk (Plaat VII). Op de plaat van J.H. Knoop (1760) wordt het zuidoostelijke ronddeel niet meer weergegeven. Tijdens deze slechting werd ook een gedenkpenning geslagen waarop de bevrijder Prins Willem van Oranje als David afgebeeld wordt. Wopke Eekhoff verteld in zijn geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden dat in 1783 de oude westelijke gevel geheel werd vernieuwd met een nieuwe fraaie laag, naar Toscaans voorbeeld. Daarboven werd het door twee leeuwen vastgehouden wapenschild van de provincie geplaatst. Ook de hoofdpoort in de muur van de noordzijde werd vernieuwd en voorzien van het "Beeld der Gerechtigheid". Ook inwendig onderging het gebouw de nodige veranderingen om het zo beter geschikt te maken voor zijn nieuwe bestemming. Het gebouw werd voorzien van veertien cellen, tien vertrekken, zalen en woonkamers waarvan "De Heerenzaal" (Examinatiekamer voor de Raden van den Hove) de voornaamste was. Daarnaast werden kamers zoals de pijnigkamer aangepast waarin vroeger de gebruikte pijnbank met toebehoren stond, de "Droefkamer", waarin de ter dood veroordeelden hun laatste uren doorbrachten, de civile gevangenis (ook wel "de Gijzeling" genoemd), de "Studentenkamer", de "Ontkleedkamer" en de "Geeselzaal". Aan het plafon van deze Geeselzaal hing lange tijd een opgezette krokodil waarvan ment zei dat deze ooit langs de Friese kust was gevonden. Het vertrek aan de westgevel verleende toegang tot het omheinde schavot, waarop de uitspraken (regtsoefeningen) van het Hof van Justitie werden uitgevoerd. In 1661 was achter het Blokhuis een Lands Tucht- en Werkhuis gebouwd dat in 1754 door brand werd verwoest. Er vielen vijf doden en twaalf gevangenen wisten te vluchten. Het gebouw was twee jaar later weer opgebouwd.[3] In 1824 werd Het Blokhuis zelf verbouwd en tot woning voor de commandant van de gevangenis ingericht. In 1870 werd het uiteindelijk afgebroken om plaats te maken voor de tegenwoordige rijksgevangenis.

Archeologie

Tijdens werkzaamheden van "den dienst der Gemeentewerken" in 1919 kwamen de oude fundamenten aan het licht maar deze zijn geruimd tijdens de afgraving die werd gedaan ten behoeve van de scheepvaart. Op deze hoek kwam het Nieuwe Kanaal samen met stadsgracht. Hoewel de funderingen in 1919 zijn geruimd zijn ze wel uitgebreid gedocumenteerd. Bij het opruimingswerk bleek het rondeel te zijn aangelegd op 1.50 M. beneden Fries Zomerpeil en te rusten op een fundering bestaand uit liggend roosterwerk van ribben (doorgezaagde eiken palen) en met zwaluwstaartverbindingen aan elkaar bevestigd. De ronde toren was nog tot 1 meter boven Zomerpeil aanwezig, had inwendig een doorsnee van 5.80 meter en uitwendig 12.50 meter. Maar liefst 240 kubieke meter metselwerk moesten worden verwijderd. Alle negen vakken van het achthoekige roosterwerk waren volgeslagen met ongeveer 2.50 meter lange palen, van tapse vorm en bij vier stuks tegelijk uit één ongeveer 0.30 meter dikke eiken paal van diezelfde lengte gezaagd. Deze dunnere palen waren allemaal met de punt in de grond geslagen.

Ontsnappingen

In de geschiedenis van de gevangenis hebben zich in de loop van tijd meerdere ontsnappingen en ontsnappingspogingen voorgedaan.

Een van de meest spectaculaire ontsnappingen in haar geschiedenis was de overval door het Nederlandse verzet op 8 december 1944. Er ging een feilloos door Piet Kramer uitgewerkt plan aan vooraf om te voorkomen dat de nabij gelegerde Duitsers werden gealarmeerd. Op de avond van 8 december werden 51 verzetsmensen door hun vrienden van de KP uit de cel bevrijd waarbij niet één schot is gelost. Ook besloot de Sicherheitsdienst (SD) geen represailles te nemen tegen de actie. Deze actie wordt gezien als een van de grootste verzetsdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De overval is in 1962 verfilmd door Paul Rotha onder de titel De Overval.[4] De volgende personen waren bij de aanval betrokken: Piet Kramer, Mevrouw Lammers, Eppie Bultsma, Jannie Bultsma, Koopman, Vos, Jellema, Agent Turksma, Inspecteur Bakker, Mies, Grundmann en Walther.

Andere uitbraken en pogingen die hebben plaatsgevonden:

De eerste ontsnapping dateert van 15 juni 1868. Er ontsnapten een zestal gevangenen. Christoffel Veldink en Hendrik Jan Hulsbeek werden vrij snel na hun ontsnapping door landlieden bij Goutum en Rijperkerk opgepakt. Bij Roodkerk werden twee andere gevangen opgepakt waaronder Schultz en de destijds beruchte Van Schenck. Ze werden vervoerd per trekschuit en onderweg door het overboord slaan van de geboeide Schultz kwam deze te overlijden waarbij opmerkelijk genoeg Van Schenck zijn tranen de baas niet meer was. Het waren blijkbaar twee goede vrienden. In Leeuwarden verzamelden zich mensen om de binnenkomst van de ontsnapten te aanschouwen. Daarbij kwam een veertienjarige jongen om toen de overbeladen pont die de mensen van de Oosterkade naar de Grachtswal vervoerde om was geslagen. Vier dagen later werd bij Buitenpost de vijfde gevangene door een veldwachter opgepakt. De laatste bleef echter voortvluchtig.

Op 13 januari 1883 wisten twee gevangenen door het onopgemerkt achterblijven in de verblijfszaal van de Blokhuispoort via een raam op het dak van de gevangenis te komen. Vanaf het dak lieten zij zich met een touw naar beneden zakken waarbij een van hen viel en zijn rechterbeen brak. Ondertussen waren de bewaarders al op de plek aangekomen en werden ze terug in het gevang gezet.

In 1974 wist de Haagse meester-kraker, het genie van de thermische lans, Aage Meinesz te ontsnappen uit De Blokhuispoort. De meester-kraker vluchtte op de avond van 27 april. Door hulp van buitenaf was hij in het bezit gekomen van een snijbrander waarmee hij de tralies van zijn cel doorbrandde. Met een touw is hij daarna over de muur geklommen. Een medevluchter werd bij de ontsnapping gepakt.

Externe links


Monumenten in de buurt van Blokhuispoort (voorm. Huis van Bewaring) in Leeuwarden

Pand met verdieping onder dwarsdak tussen twee topgevels

Blokhuisplein 18
Leeuwarden
Pand met verdieping onder dwarsdak tussen twee topgevels. Vensters met roeden, omlijste deur, gesneden kalf.

Werk-woonhuis

Druifstreek 63
Leeuwarden
Inleiding WOONHUIS MET ATELIER in 1932 in de stijl van de Amsterdamse School gebouwd voor zich en zijn gezin door architect Piet de Vries. ..

Pand onder dwarsdak met omlijste ingang

Druifstreek 61
Leeuwarden
Pand onder dwarsdak; omlijste ingang.

Pand thans van twee hoge verdiepingen onder dwars zadeldak tussen topgevels

Druifstreek 59
Leeuwarden
Pand thans van twee hoge verdiepingen onder dwars zadeldak tussen topgevels. Pui modern.

Pand onder zadeldak met voorschild waarvoor forse dakkapel

Druifstreek 57
Leeuwarden
Pand onder zadeldak met voorschild waarvoor forse dakkapel; kroonlijst met vijf rijk bewerkte consoles, XVIII.

Kaart & Routeplanner

Route naar Blokhuispoort (voorm. Huis van Bewaring) in Leeuwarden

Foto's (21)

Alle 21 foto's weergeven