Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Complex Sint-Adelbertabdij: abdij en abdijkerk in Egmond Binnen

Kerkelijk Gebouw

Abdijlaan 26
1935BH Egmond Binnen (gemeente Bergen)
Noord Holland

Bouwjaar: 1933
Architect: A.J. Kropholler


Beschrijving van Complex Sint-Adelbertabdij: abdij en abdijkerk

Omschrijving Abdij en abdijkerk behorende bij het complex St. Adelbertusabdij. De ABDIJ bestaat uit een in bruine baksteen opgetrokken samengesteld bouwvolume op een onregelmatige L-vormige plattegrond. De oost-west georiënteerde ABDIJKERK is aan de noordzijde via de kloostergang verbonden met de abdij. Het bouwvolume is samengesteld uit enkele in hoogte verschillende onderdelen die worden afgedekt door hoge met rode pannen gedekte geknikte zadeldaken met uitzwenkende dakvoet. De uitgebouwde en deels als zelfstandig bouwvolume opgevatte kloostergang verbindt aan de oostzijde de verschillende onderdelen. De afwisseling in hoogte en oriëntatie van de daken, in combinatie met de tuitgevels en de trapgevel van het hoogste bouwvolume bepalen het silhouet van het abdijcomplex. Het gebouw bevat deels rechtgesloten vensters en deels spitsboogvensters. Het oudste gedeelte van de abdij bestaat uit een noord-zuid georiënteerde lange vleugel van twee bouwlagen en zolderverdieping en haaks daarop een lagere korte vleugel met de voormalige kapel (nu: kapittelzaal). Bij deze vleugel is het dakschild aan de noordzijde verlengd tot boven de kloostergang. De symmetrisch opgebouwde tuitgevel (Z) van de lange vleugel (oorspronkelijk de voorgevel) is op de hoeken voorzien van afgesnoten steunberen. In het midden van de gevel de oorspronkelijke spitsboogvormige hoofdentree met dubbele eikenhouten deuren voorzien van zwaar, gesmeed geheng, geflankeerd door twee kleine spitsboogvensters. Recht boven de entree een klein roosvenster tussen twee rechthoekige vensters en daarboven een vierkant tegeltableau met afbeelding van een wapen en de tekst "DEO VACARE". Aan weerszijden van het tegeltableau per twee gekoppelde rechthoekige vensters en in de geveltop eveneens twee rechthoekige vensters. De tuit van de topgevel is opgemetseld als een Latijns kruis. De zijgevel (W) telt zeven vensterassen met op de begane grond kruisvensters en op de verdieping gekoppelde rechthoekige vensters en uiterst rechts in de gevel drie langwerpige spitsboogvensters. Recht boven deze vensters bevindt zich in de kap een dakkapel met drie vensters onder lessenaardak. Aan de oostgevel bevindt zich op de begane grond de uitgebouwde kloostergang onder lessenaardak met spitsboogvormige deur en drie paar gekoppelde spitsboogvensters met roedenverdeling tussen steunberen. De kloostergang is in een hoek van negentig graden voortgezet aan de noordgevel van de korte dwarsvleugel en bevat eveneens spitsboogvensters tussen steunberen. De zuidgevel van de korte dwarsvleugel toont links een spitsboogvenster met daarboven een roosvenster en rechts hoog in de gevel vier enkele en één dubbel spitsboogvenster. De oostgevel bezit één klein spitsboogvenster op de begane grond rechts. De tuit van de topgevel bestaat uit een gemetselde klokkestoel onder klein zadeldakje. De overige bouwmassa van de abdij bezit dezelfde stijlkenmerken als het oudste gedeelte en bestaat uit twee bouwvolumes. De hoogste vleugel telt vijf bouwlagen onder een oost-west georiënteerd zadeldak met aan de westzijde een trapgevel. De tweede (meest noordelijke) vleugel telt boven een kelder drie bouwlagen onder een dak waarvan de noklijn noord-zuid is gericht. In de westgevel zes vensterassen en in het dakschild drie dakkapellen. De huidige hoofdentree bevindt zich in een lage platte aanbouw aan de noordgevel van deze vleugel. Links van de entree is de kloostergang als zelfstandig bouwvolume onder zadeldak in noordelijke richting voortgezet en sluit in een hoek van negentig graden aan op de kloostergang langs de zuidgevel van de abdijkerk. De oost-west georiënteerde bakstenen zaalkerk heeft een halfronde absis in het oosten. Aan de zuidgevel een vierkante toren onder schilddak die architectonisch is opgenomen in de kloostergang. De entree bevindt zich in de tuitgevel met uitgemetselde aanzetten aan de westkant en bestaat uit een uitgebouwd portaal onder lessenaardakje. Aan de noordgevel van de kerk is een lagere zijbeuk met kapellen. De kerk bevat overwegend spitsboogvensters. Het sobere interieur van de abdij en de abdijkerk verkeert wat plattegrondindeling en detaillering betreft grotendeels in de oorspronkelijke staat uit de bouwtijd. Met name in het oudste gedeelte is de karakteristieke Kropholler-vormgeving bewaard gebleven met onder meer in de entreehal en het trappenhuis in schoon metselwerk uitgevoerde kolommen en spitsbogen en in de kloostergangen kruisgewelven. De oorspronkelijke uitmonstering van de kapel is nagenoeg in oorspronkelijke staat bewaard gebleven met onder meer vier gebeeldhouwde consoles die de dakspanten dragen van de hand van John Raedecker. In de kloostergang een zandstenen Mariabeeld van pater Jac. van der Mey, een eveneens door hem ontworpen wandtapijt in de refter (vervaardigd door de zusters van de Liobastichting), in de recreatiezaal een fresco van Han Bijvoet, in het trappenhuis van het gastenverblijf een terra-cotta beeld van Lambertus Zijl voorstellende St. Antonius Abt en in de oorspronkelijke kapittelzaal gebrandschilderde vensters met voorstellingen van Benedictus, Willibrord, Bonifatius en Gregorius de Groote welke gemaakt zijn door Karel Trautwein. Van dezelfde kunstenaar zijn in de noordelijk van de abdijkerk gelegen kapellen glas-in-loodvensters en in de Abdijkerk bevindt zich een hoogaltaar van René van Seumeren. Waardering De abdij met abdijkerk en bijbehorend interieur is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als functioneel hoofdonderdeel van het abdijcomplex "St. Adelbert", gebouwd naar ontwerp van A.J. Kropholler uit 1933. Zowel de abdij als de abdijkerk bevatten interieuronderdelen van kunsthistorische waarde, o.a. beeldhouwwerk, fresco's en vensters. Het geheel is nagenoeg gaaf bewaard. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 515957
Laatste wijziging: 2014-12-09 19:54:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Sint-Adelbertabdij
Adelbertabdij - Egmond-Binnen - 20349882 - RCE.jpg
Land Nederland
Plaats Egmond-Binnen
Religie katholicisme
Kloosterorde benedictijnen
Gebouwd in begin 10e eeuw, 1933
Gesloopt in 1573 (later herbouwd)
Gewijd aan Sint-Adelbert
Architectuur
Architect(en)  B.J. Koldewey (uitbreiding 1948-1953)
Portaal  Portaalicoon   Religie
Deel van de serie over
kloosters
en het christelijke monastieke leven
Carlo Crivelli 052.jpg

De Sint-Adelbertabdij is een benedictijnenabdij in Egmond-Binnen. De overblijfselen van de heilige Adelbert van Egmond rusten onder het altaar van de abdijkerk. Ook de Hollandse graven Dirk II, Aarnout, Dirk III, Dirk V, Floris I en Floris II werden er begraven.

Geschiedenis

De Sint-Adelbertabdij is de oudste abdij van Holland, gesticht aan het begin van de 10e eeuw door graaf Dirk I van Holland als houten nonnenklooster. Dirk I schonk het nonnenklooster de bezittingen van de nabijgelegen kerk, die hij 15 juni 922 had gekregen van de West-Frankische koning Karel de Eenvoudige voor de hulp tegen opstandige vazallen. Dirk I liet het lichaam van Adelbert opgraven uit de kerk van Egmond en in het nonnenklooster herbegraven. Volgens de Vita S. Adelberti (985) zou Adelbert zelf de non Wulfsit hiertoe hebben opgedragen. De abdij ontwikkelde zich in de middeleeuwen tot een belangrijk religieus en cultureel centrum in Holland, met een omvangrijke bibliotheek. Het adellijke huis Egmont is voortgekomen uit de advocati (voogden) van de abdij. Graaf Dirk II liet het houten nonnenklooster vervangen door een stenen gebouw en monniken overkomen uit de hervormde Sint-Pietersabdij in Gent. Gravin Petronilla van Saksen liet na het overlijden van haar echtgenoot Floris II in 1121 het gebouw afbreken en vervangen door een veel grotere kerk. Ze maakte haar kapelaan Ascellinus tot abt. In 1129 was het echter nodig deze abt te vervangen door Wouter uit de Sint-Pietersabdij van Gent, die orde op zaken moest stellen. In 1143 werd het hoofdaltaar van de nieuwe abdijkerk gewijd door de bisschop van Utrecht, in tegenwoordigheid van graaf Dirk VI en zijn vrouw, gravin Sophia.

In 1573 werd de abdij op bevel van Willem van Oranje verwoest door de watergeuzen onder leiding van Diederik Sonoy. Met de bezittingen van de abdij werd de oprichting van de universiteit van Leiden gefinancierd. De ruïnes, in de jaren 1660 geschilderd door Jacob van Ruisdael, bleven liggen tot rond 1800. Toen werden de laatste resten opgeruimd. Het 12e-eeuwse Timpaan van Egmond, dat zich boven de poort in de westfaçade bevond, bleef bewaard en bevindt zich sinds 1842 in de collectie van het Rijksmuseum.

Joodse begraafplaats en ruïnes van de Sint-Adelbertabdij door Jacob van Ruisdael ca. 1655
Abtsstaf van de abdij te Egmond, ca. 1335, Catharijneconvent, Utrecht

De moderne abdij

Na de Eerste Wereldoorlog heeft de katholieke politicus jhr. Charles Ruijs de Beerenbrouck zich ingezet voor de heroprichting van de abdij. Hij kreeg de bijnaam "edelman-bedelman" omdat hij overal geld vroeg voor de aanschaf van de grond en de kosten van de nieuwbouw. Zijn acties waren succesvol, want in 1933 ging de bouw van start en op 23 augustus 1935 betrokken de eerste monniken het nieuwe gebouw. Voor de nieuwbouw had de architect A.J. Kropholler een ambitieus plan opgesteld, dat slechts gedeeltelijk werd uitgevoerd.

Op 12 maart 1936 kreeg het nieuwe klooster de status van prioratus simplex ("eenvoudige priorij"). In 1950 volgde de verheffing tot abdij.

Vanaf 1945 beschikt de abdij over een ambachtelijke kaarsenmakerij. Deze werd aanvankelijk door de monniken gedreven, maar later namen leken het werk over. In 2016 werd om financieel-economische redenen besloten geen gebruik meer te maken van betaalde medewerkers. Het produceren van kaarsen geschiedt in 2017 door monniken en vrijwilligers.[1].

In de periode 1948-1953 werd het gebouw door B.J. Koldewey uitgebreid met een woongedeelte en een kerk.

De huidige abt is Gerard Mathijsen.

Bekende werken

Het manuscript Epistolae Pauli cum argumentis (de brieven van Paulus) is afkomstig uit de Sint-Adelbertabdij. Het is verplaatst voor de vernietiging van 1573 naar de stadsbibliotheek Utrecht, en wordt tegenwoordig bewaard onder de naam Hs. 34 (Universiteitsbibliotheek Utrecht).[2]

Zie ook

Trivia

De abdij komt voor in het lied 'Het Land van Maas en Waal' van Lennaert Nijgh dat gezongen werd door Boudewijn De Groot.

Externe links


Monumenten in de buurt van Complex Sint-Adelbertabdij: abdij en abdijkerk in Egmond Binnen

Kerkterrein met Hervormde kerk

Abdijlaan 26
Egmond Binnen (Gemeente Bergen)
Kerkterrein met Hervormde kerk uit 1836, (inventaris: preekstoel en twee koperen lezenaars, XVIId. Zerken: rood zandstenen fragment, XII, en..

Complex Sint-Adelbertabdij: ingangspoort met aansluitende tuinmuren

Abdijlaan 26
Egmond Binnen (Gemeente Bergen)
Omschrijving INGANGSPOORT met aansluitende tuinmuren behorende bij het complex St. Adelbertusabdij. De ingangspoort ligt iets teruggerooid ..

Complex Sint-Adelbertabdij: kloosterboerderij

Abdijlaan 26
Egmond Binnen (Gemeente Bergen)
Omschrijving KLOOSTERBOERDERIJ behorende bij het complex St.Adelbertusabdij. De boerderij is opgetrokken in bruine baksteen op een U-vormig..

Complex Sint-Adelbertabdij: (voormalige) smederij

Abdijlaan 26
Egmond Binnen (Gemeente Bergen)
Omschrijving De (voormalige) SMEDERIJ bij het complex St. Adelbertusabdij is vanuit een rechthoekige plattegrond in bruine baksteen in str..

Complex Sint-Adelbertabdij: moestuin

Abdijlaan 26
Egmond Binnen (Gemeente Bergen)
Omschrijving Bij de kloosterboerderij van het complex St. Adelbertusabdij behorende MOESTUIN op rechthoekig terrein, waarin symmetrisch ac..

Kaart & Routeplanner


Foto's (3)