Meer dan 63.000 rijksmonumenten


HBS Voorm. HBS (Veenkoloniaal Museum) in Veendam

Gebouw

Museumplein 5
9641AD Veendam
Groningen

Bouwjaar: 1910
Architect: J.A. Vrijman Vrijman 1910 J.A. Vrijman


Beschrijving van HBS Voorm. HBS (Veenkoloniaal Museum)

Omschrijving Het twee verdiepingen hoge, deels onderkelderde SCHOOLGEBOUW gebouwd in 1910 in Um-1800 stijl heeft een U-vormige plattegrond. Het front wordt gevormd door een afgeschuinde zijde, gelegen aan de zuidkant tussen de linker en de centrale vleugel. Het schoolgebouw is opgetrokken in bruine baksteen aan de voorzijde (zuidgevel) op een hardstenen trasraam en wordt gedekt door een samengestelde kap met leidekking; cordonlijsten van zandsteen; fries van zandsteen; vijf hoge gemetselde schoorstenen; houten goot op houten klossen; zeventien dakkapellen bekroond met een houten fronton waarin twee vierruits vensters; vergaarbakken van lood versierd met engelenkop; tien pirons. De gevels worden geleed door T-vensters met twaalfruits bovenlicht op de begane grond onder een latei van zandsteen en gemetselde segmentboog, op de eerste verdieping onder strek. De voorgevel (zuidzijde) van het gebouw wordt gevormd door een afgeschuinde gevel, bekroond met een driehoekige fronton en een dakruiter. Middels acht gemetselde pilasters met basement en kapiteel van witte steen wordt de gevel verdeeld in gevelvelden. In het fronton een guirlande en plaquette van zandsteen waarop staat geschreven `Hoogere Burgerschool'. De dakruiter is opgebouwd uit een vierkant basement bekleed met leien waarboven aan elke zijde een uurwerk; spits bekleed met koper en bekroond met een koperen windvaan waarin de letters `HBS'. De entree bevindt zich centraal in deze symmetrische voorgevel en bestaat uit twee houten paneeldeuren met halfrond bovenlicht met roedenverdeling waarvoor een decoratief halfrond ijzeren paneel. De entree wordt omlijst met zandsteen met als sluitsteen het hoofd van Athena. Voor de entree een twee treden hoge hardstenen stoep; niet-originele invalidenopgang. Aan weerszijden van de entree een T-venster met halfrond bovenlicht met roedenverdeling. Boven de entree een cordonlijst waarin de niet-originele letters `Veenkoloniaal Museum'. Op de eerste verdieping centraal een driedelig venster met stijlen en regels van zandsteen met bovenlichten met roedenverdeling, bekroond met een segmentvormig fronton van zandsteen. Aan weerszijden van dit venster een T-venster onder een latei van zandsteen waarboven aan de linkerzijde het wapen van Veendam en aan de rechterzijde de Nederlandse leeuw. In de achtergevel van dit schuine geveldeel drie smalle staande zesruits vensters waarboven een groot getoogd gekleurd glas-in-lood venster dat uit 1962 stamt. In het hoekrisaliet aan de voorzijde van de linker vleugel (zuidwestzijde) zes T-vensters. In het terugspringende rechter geveldeel achttien T-vensters. In de linker gevel van deze vleugel vier T-vensters. In het hoekrisaliet van de achtergevel van deze vleugel zes T-vensters. In het terugspringende geveldeel drie T-vensters en een niet-originele dubbele houten paneeldeur met achtruits bovenlicht, waarvoor een niet-originele brandtrap is geplaatst. Voor dit geveldeel een plat rechthoekig volume met aan de voorzijde vijf smalle H-vensters waarvan één is dichtgezet; aan de rechterzijde twee smalle staande vensters met roedenverdeling. In het hoekrisaliet aan de voorzijde (zuidoostzijde) van de centrale vleugel zes T-vensters. In het terugspringende linker geveldeel zesentwintig T-vensters. In de achtergevel van deze vleugel drie twaalfruits vensters waarboven vier T-vensters; op de begane grond een afdak onder lessenaarsdak, rustend op drie ijzeren zuilen op een natuurstenen basement waaronder twee getoogde tweedelige vensters onder rollaag en een getoogde dubbele houten paneeldeur met roedenverdeling onder rollaag met hardstenen stoep. Aan de rechterzijde van deze gevel een plat rechthoekig volume waarin twaalf smalle staande zesruits vensters. In het linker geveldeel van de voorgevel van de rechter vleugel (noordoostzijde) een niet-originele paneeldeur met stoep waarboven twee zesruits bovenlichten (oorspronkelijk twee H-vensters), waarboven een vierdelig vierruits venster. In het centrale geveldeel een samengesteld tweedelig H-venster waarboven drie staande zesruits vensters. Dit geveldeel wordt bekroond met een attiek van zandsteen. In het risalerende rechter geveldeel vier samengestelde driedelige H-vensters met stijlen van witte steen onder een segmentvormig fronton waarboven vier T-vensters en twee boven de gootlijst doorgetrokken negendelige vensters deels met roedenverdeling, bekroond met een fronton. In de rechtergevel van deze vleugel een niet-originele nooduitgang. In het risalerende linker geveldeel van de achtergevel van deze vleugel vier dubbele getoogde houten paneeldeuren met roedenverdeling onder rollaag waarboven vier samengestelde driedelige zesruits vensters met stijlen van witte steen. In het rechter geveldeel een T-venster en drie staande zesruits vensters. In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: de vensterbanken van granito, de houten tochtdeuren waarin glas met zij- en getoogde bovenlichten waarin roedenverdeling, de houten paneeldeuren, in het voorportaal de plaquette waarop Winkler Prins en Adam en Eva staan afgebeeld ontworpen door Tjipke Visser in 1916 en de plaquette waarop onder andere de namen van B&W, in de hal de bordestrap van granito met leuning van ijzer en hout, de zuilen van granito op een betonnen basement, de consoles van papier-maché, de hardstenen trap naar de kelder met ijzeren leuning en het gekleurde glas-in-lood venster uit 1962 ontworpen door Johan en Femina Schilt Geesink, in de toiletten de wasbakken, op de eerste verdieping in de hal de granito vloer, de zuilen van granito op een betonnen basement en de balustrade van ijzer en hout, in de lerarenkamer het beschoten tongewelf gedragen door zuilen bekleed met papier-maché op een houten basement, de houten kastenwanden, op zolder de beschoten kap en het mechanische uurwerk van ijzer. Waardering Schoolgebouw van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde: - als voorbeeld van een HBS uit 1910 in de provincie Groningen in Um-1800 stijl - vanwege de evenwichtige compositie en zorgvuldig vormgegeven detaillering - vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur - vanwege de waardevolle interieuronderdelen - als zeer goed voorbeeld van het oeuvre van architect J.A. Vrijman - vanwege de monumentale ligging in het gebied Tusschendiepen, dat zal worden voorgedragen als beschermd gezicht (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 515375
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Hoorn - HBS.jpg
Voormalige HBS te Hoorn
Voormalig Rijks HBS - Groningen - 20412977 - RCE.jpg
Voormalige Rijks HBS te Groningen
20120519 Vm RHBS Harlingen NL.jpg
Voormalige RHBS te Harlingen
1035 Brouwenaarstr 2 508775.JPG
Voormalige HBS te Vlissingen
Beilerstraat 30 Assen.jpg
Voormalige Rijks HBS te Assen
Oude RijksHBS.jpg
Voormalige RHBS te Venlo
't Venster 1.jpg
Voormalige Rijks-HBS te Wageningen
P1010175Koningin Wilhelmina-Paviljoen.JPG
Het Koningin Wilhelmina Paviljoen van de KMA in Breda, in 1867 geopend als gemeentelijke HBS
Rotterdam mecklenburglaan school.jpg
Voormalige HBS voor meisjes in Rotterdam

De hogereburgerschool (ook: hogere-burgerschool, vaker: hogere burgerschool; destijds altijd afgekort tot H.B.S. of HBS, thans ook als hbs) was een Nederlandse onderwijsvorm voor voortgezet middelbaar onderwijs. Met de invoering van de Mammoetwet in 1968 werd de hbs opgevolgd door enerzijds de vijfjarige havo en anderzijds het zesjarige vwo (met daarin, als meer directe opvolger van de HBS, het zesjarige atheneum, naast het vanouds bestaande gymnasium). De laatste eindexamens voor de hbs werden in 1974 afgenomen (voor de zogenaamde "bezemklas" van de zesjarige hbs).

Naam

De term burgerschool ontstond op grond van een wet van 1863 en had oorspronkelijk tweeërlei toepassing:
1. a) tweejarige (burger)dagschool; in beperkt aantal in stand gehouden tot 1904

b) (burger)avondschool: geleidelijk opgegaan in de avond(ambachts)school

2. Als afkorting van hogereburgerschool (vroeger 'Hoogere Burgerschool' gespeld).

Alleen de tweede toepassing is lang in gebruik gebleven. Er was geen lagere of middelbare burgerschool. Wel kwam er al spoedig ook een Middelbare meisjesschool, qua doelstelling enigszins vergelijkbaar met de huidige havo.[1]

Er bestond een parallellie in naam en in functie met de iets later, in 1868, opgerichte Hogere Krijgsschool (vroeger 'Hoogere Krijgsschool' gespeld, afgekort tot HKS), aanvankelijk gevestigd in Haarlem, later in 's-Gravenhage. Deze werd opgericht door het Ministerie van Oorlog met als doel om officieren op te leiden voor de hogere functies in de staf van de landmacht. De oorspronkelijke naam was "School tot voorlopige opleiding van stafofficieren" en het was een voorloper van de sedert 1875 geheten "Krijgsschool voor officieren" in Breda. Zoals de HBS opleidde voor hogere functies in de burgermaatschappij moest de HKS opleiden voor hogere functies in het leger. Ook was er nog de Hogere Marine Krijgsschool.

Geschiedenis

De Hogere Burgerschool werd ingevoerd bij de Wet op het middelbaar onderwijs uit 1863 van Johan Rudolph Thorbecke. Deze nieuwe opleiding was bestemd voor dat deel van de burgerij dat geen wetenschappelijke opleiding wenste, maar een brede algemene ontwikkeling en maatschappelijk nuttige kennis. Jongelieden uit de gezeten burgerij konden daarmee worden voorbereid op 'hogere' functies in handel en industrie. Deze praktische vakken betroffen boekhouden, handelskennis, moderne talen, alsmede wis-, natuur- en scheikunde.[2] De HBS moest oorspronkelijk drie jaar duren en was tevens bedoeld als onderbouw van een aantal landbouwscholen. Op enkele plaatsen in het land moest een vijfjarige variant komen ter voorbereiding op de te stichten Polytechnische school in Delft.

In 1864 stichtte het rijk de eerste Rijks Hogere Burgerscholen, diverse gemeenten volgden dit voorbeeld. De eerste Rijks-HBS'en (RHBS) kwamen achtereenvolgens in Groningen,[3] in Roermond[4][5] en in Tilburg[6] (alle in 1864). De Eerste Gemeentelijke Hogere Burgerschool met vijfjarige cursus kwam in Den Haag in 1865.

In de praktijk ontstonden twee soorten, namelijk de driejarige en de vijfjarige hbs. Ook is er enige tijd een zesjarige cursus geweest met eenzelfde programma als de vijfjarige. Bij alle lag de nadruk op het onderwijs in wiskunde, exacte vakken en moderne talen. Terwijl de bestaande middelbare scholen, de gymnasia vooral in de grote steden stonden en door de gemeenten onderhouden werden, stichtte het Rijk in kleinere plaatsen hbs'en, bijvoorbeeld in Ter Apel en Zierikzee. Anders dan verwacht werd vooral de vijfjarige hbs een succes, de driejarige hbs werd grotendeels verdrongen door de mulo, waar in vier jaar dezelfde stof onderwezen werd. Bovendien gaf het overgangsbewijs naar de vierde klas van de vijfjarige hbs dezelfde rechten als het eindexamen driejarige.

Binnen rooms-katholieke en gereformeerde milieus was het hbs 5 j.c.-type weinig populair gezien het openbare karakter van de scholen alsmede vanwege het intellectualistische en naturalistische leerplan. Het ontbreken van klassieke talen ten gunste van de realia ('zaakvakken') zouden de scholen minder geschikt maken voor "de vorming van een levensbeschouwing die zich boven de utilistische weet te verheffen".[7]

Het onderwijs aan de hbs werd meestal gegeven door academisch gevormde en vaak gepromoveerde leraren. Zij ontbeerden echter lange tijd iedere didactische scholing.[8] Meisjes werden pas vanaf 1871 tot de hbs toegelaten en hadden hiervoor toestemming van de minister nodig. Vanaf 1906 was de toelating vrij.

Vanaf 1909 werden veel hbs'en opgenomen in lycea, waardoor de keuze tussen hbs en gymnasium een of twee jaar kon worden uitgesteld. In verband hiermee konden lycea vooral bij een tweejarige brugperiode een zesjarige HBS-opleiding aanbieden. De lycea waren overigens tientallen jaren lang niet wettelijk geregeld.

In 1917 werd de vijfjarige hbs als voorbereidingsschool voor de exacte universitaire richtingen officieel erkend.
In 1924 werd de bestaande hbs omgedoopt in hbs-b met een sterke wis- en natuurkundige component en werd als opvolger van de Handelsschool de literair-economische hbs-a ingevoerd, waar de nadruk op economische vakken en moderne talen lag. De splitsing vond plaats na het derde jaar. In 1937 verwierf ook de hbs-a studierechten voor de universiteit.

Toelatingsexamen

Leerlingen van de zesde klas van de lagere school moesten een toelatingsexamen doen om tot hbs, gymnasium of lyceum te worden toegelaten. Iedere middelbare school had zijn eigen toelatingsexamen; soms werd het toelatingsexamen gezamenlijk georganiseerd door alle middelbare scholen in een bepaalde plaats. Na de Eerste Wereldoorlog schafte minister de Visser voor de hbs de toelatingsexamens af. Toen in het veld alom werd geklaagd dat de hbs werd overstroomd door leerlingen met een mindere begaafdheid, voerde minister Waszink ze tien jaar later weer in. Dat stuitte de toevloed van leerlingen overigens niet. In het tijdvak zonder toelatingsexamens groeide het aantal leerlingen op hbs-en van 23454 naar 32086 (met 36 procent). Tien jaar later waren het er ondanks de opnieuw ingevoerde toelatingsexamens 47588 (48 procent meer).[8]

Eindexamen

De eerste eindexamens hbs werden afgenomen in 1866.[9] Er waren 38 deelnemers, waarvan 15 niet op een reguliere hbs hadden gezeten. Er slaagden 23 kandidaten. De eindexamens waren per provincie georganiseerd. Een commissie benoemd door de Commissaris van de Koning(in) nam de examens af. In de commissie zaten schooldirecteuren en leraren uit de betreffende provincie.[10] Zij stelden het schriftelijk examen op en regelden het aanvullende mondeling.

Als rechtgeaard liberaal had Thorbecke maar weinig regels vastgelegd. Toen aan het diploma rechten verbonden werden, kwamen er snel meer gedetailleerde voorschriften. Op de scholen groeide een echte examencultuur.

Omstreeks 1910 kwam er een landelijk schriftelijk eindexamen. In 1920 stopten de provinciale commissies met de mondelinge examens. Die werden voortaan afgenomen door deskundigen (zogeheten gecommitteerden) benoemd door de Minister van Onderwijs.

Verder studeren

Een hbs-diploma gaf aanvankelijk slechts toegang tot de polytechnische hogeschool, de huidige Technische Universiteit Delft, de Rijks hogere land- tuin- en bosbouwschool, de huidige Wageningen Universiteit en Researchcentrum, die pas in 1905, respectievelijk 1917 tot het hoger onderwijs gerekend werden. Een andere mogelijkheid tot verdere studie waren de in 1913 opgerichte Nederlandse Handelshogeschool, de huidige Erasmus Universiteit Rotterdam en de in 1927 opgerichte Roomsch Katholieke Handelshoogeschool, de huidige Universiteit van Tilburg.

In de faculteit van de geneeskunde kon men met het hbs-diploma alle examens tot en met het artsexamen afleggen. Voor een wetenschappelijke promotie tot doctor in de geneeskunde was echter tot 1918 een gymnasiumdiploma nodig. Veel Nederlandse artsen promoveerden daarom in het buitenland. Ook legden veel hbs'ers tijdens hun studie het staatsexamen gymnasium af, dat wel volledige toegang tot de universiteit gaf. Vanaf 1918 werden studenten met een diploma hbs (vanaf 1924: met een diploma hbs-b) ook toegelaten tot de faculteit van de wis- en natuurkunde.

Dat een dusdanig zware opleiding slechts een zo beperkte toegang tot de universiteit gaf, moge ons vreemd voorkomen. Thorbecke echter had gemeend dat de hogere burgers meer dan tevreden zouden zijn met de hbs als eindonderwijs voor hun kinderen. Wetenschappelijk onderwijs ambieerden zij toch niet. Toen de hbs wel een voorbereiding op de universiteit werd, ging de doelstelling van de hbs als eindonderwijs botsen met de doelstelling van de hbs als voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.[8]

Het diploma hbs-a gaf aanvankelijk alleen toegang tot de studie in de economie. Omstreeks 1950 gaven de diploma's hbs-a en hbs-b het recht te promoveren in de volgende vakken (en dus ook om die vakken te studeren):[11] economische wetenschappen, Indisch Recht, sociale aardrijkskunde, vrije studierichting aardrijkskunde en politiek-sociale wetenschappen. Voor hbs-b kwamen daar naast alle vakken op de toenmalige technische hogescholen (later Technische Universiteit genoemd, aanvankelijk nog alleen in Delft, later ook Eindhoven en Twente) nog bij de vakken: natuurkundige aardrijkskunde, wiskunde, natuurwetenschappen, geneeskunde, veeartsenijkunde en psychologie. Tot de invoering van de Mammoetwet bleef de studie in de theologie, de rechten en de letteren voorbehouden aan gymnasiasten. Als men rechten of notariaat wilde studeren na de HBS moest men een aanvullend tentamen Latijn doen. Wie letteren of theologie koos moest een staatsexamen gymnasium doen.

Meisjes

Nadat in 1906 meisjes algemeen toegelaten waren, werden in grote steden ook aparte meisjes-hbs'en met zesjarige cursus gesticht, vaak in samenhang met een middelbare meisjesschool. In 1946 schreef Philip Kohnstamm:[8] "Vooral in de hogere klassen stelt het tempo van het onderwijs eisen aan de meisjes, die boven een heilzame krachtsinspanning uitgaan". Met deze verzuchting lijkt tot de invoering van de Mammoetwet niets gedaan te zijn.

In de jaren 60 liep het aantal inschrijvingen voor categorale jongens- of meisjesscholen geleidelijk terug. Na de invoering van de Mammoetwet mochten scholen geen onderscheid meer maken naar de sekse van de leerlingen.

Nobelprijzen

Meer dan op het traditionele gymnasium lag in de hbs de nadruk op de exacte vakken. De hbs bleek dan ook een kweekvijver voor toekomstige Nobelprijswinnaars.[12] Tussen 1901, toen de eerste Nobelprijs werd uitgereikt, en het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914), wisten Nederlandse natuurwetenschappers de ene na de andere Nobelprijs in de wacht te slepen. Men sprak wel van een 'Tweede Gouden Eeuw'. Van de vijf Nederlandse Nobelprijswinnaars in die periode waren Van 't Hoff, Lorentz, Zeeman en Kamerlingh Onnes oud-hbs'ers, terwijl Van der Waals een tijdlang leraar was aan dit schooltype.[13] Ook latere Nederlandse Nobelprijswinnaars hadden vaak een hbs-achtergrond, te weten: Einthoven, Zernike, Jan Tinbergen, Niko Tinbergen, Crutzen, Veltman en Feringa.

Galerij

De H.B.S. in het voormalige Nederlands-Oost-Indië

Zie ook

Literatuur

  • Casimir, R. en Verheyen, J.E. (red), Paedagogische encyclopaedie, Wolters, Groningen, 1937-1949.
  • Kees Mandemakers, HBS en gymnasium : ontwikkeling, structuur, sociale achtergrond en schoolprestaties, Nederland, circa 1800-1968, Amsterdam, Stichting Beheer IISG, 1996.
  • Mirjam Janssen, De andere schoolstrijd, in Historisch Nieuwsblad 1/2013
  • Bouwman, Roelof en Steenhuis, Henk, Wij van de HBS. Terug naar de beste school van Nederland. Amsterdam: Meulenhoff, 2017

Monumenten in de buurt van HBS Voorm. HBS (Veenkoloniaal Museum) in Veendam

HBS Voorm. HBS, conciërgewoning

Burgemeester de Hoopstraat 1
Veendam
Omschrijving De anderhalf verdiepingen tellende, deels onderkelderde CONCIERGEWONING (1911, Um-1800 stijl) op nagenoeg rechthoekige platteg..

Vier middenstandswoningen met aangebouwde schuren

Hertenkampstraat 1
Veendam
Inleiding Bouwblok bestaande uit VIER MIDDENSTANDSWONINGEN met vier aangebouwde SCHUREN ontworpen in 1916 door architect J. Stuivinga uit Z..

Sonnevanck

Van Beresteijnstraat 33
Veendam
Omschrijving VILLA opgetrokken in een bruine baksteen (waalklinker) op een idem trasraam afgezet met een gevelband van Beiers graniet. Het ..

Sonnevanck, garage

Van Beresteijnstraat 33
Veendam
Omschrijving GARAGE, gebouwd in 1923, opgetrokken in een bruine bezande baksteen. Het zadeldak, gedekt met leien, heeft strakke windveren e..

Schoolgebouw met conciërgewoning en gymzaal (Streekschool)

Hertenkampstraat 6
Veendam
Inleiding SCHOOLGEBOUW met CONCIËRGEWONING en GYMZAAL gesticht voor het voortgezet en het uitgebreid lager onderwijs (VLO en ULO) in 1915 ..

Kaart & Routeplanner

Route naar HBS Voorm. HBS (Veenkoloniaal Museum) in Veendam

Foto's (1)