Meer dan 63.000 rijksmonumenten


De Keet in Leiden

Woonhuis

Rijnsburgerweg 35
2334BE Leiden
Zuid Holland

Bouwjaar: 1905/06
Architect: H.J. Jesse


Beschrijving van De Keet

Inleiding Naar ontwerp van architect H.J. Jesse (1860-1943), in 1905- 1906 gebouwd eigen WOONHUIS met ATELIER. Het huis is vormgegeven in een tamelijk expressionistische, aan het rationalisme verwante bouwstijl, die kenmerkend is voor het werk van Jesse in deze periode. Het huis draagt de naam "DE KEET", die wordt vermeld in uitgemetselde baksteen in de linker zijgevel. In het interieur bevinden zich diverse onderdelen, die afkomstig zijn uit afgebroken panden. Ze werden door Jesse verzameld en onder meer gebruikt ter verfraaiïng van zijn eigen huis. Het voor een belangrijk deel, zowel uit- als inwendig, nog in oorspronkelijke staat verkerende pand is sinds 1989 in gebruik als advocatenkantoor. De zolderverdieping is nog steeds in gebruik als woning. De bestrating van de voor- en de zijtuin dateert eveneens van 1989. In 1925 is de oorspronkelijke aanleg van de tuin met vijver en perenboomgaard voor een deel gewijzigd, waarbij ook het linksvoor in de tuin staande theehuis is afgebroken; de voor- en de zijtuin zijn tegenwoordig bestraat. Een nog wel in de tuin staand schuurtje dateert mogelijk uit de bouwtijd van het huis, maar verkeert in slechte staat en valt buiten de bescherming van rijkswege. Het huis is gesitueerd aan een belangrijke historische uitvalsweg die Leiden (via Oegsgeest) aansloot op de weg tussen Den Haag en Haarlem. Omschrijving Het vanuit een onregelmatige plattegrond in schone baksteen opgetrokken huis met asymmetrische gevels telt twee en drie bouwlagen boven een souterrain en staat onder een met geglazuurde Hollandse pannen gedekt schilddak met uitkragende dakschilden van variabele lengte, die rusten op klampen. De meeste, grotere vensters hebben bovenramen met een roedenverdeling en een invulling van helder groen glas. Alle vensters hebben groen geglazuurde onderdorpels met afzaat. Alle rechtgesloten vensters staan bovendien onder een hardstenen of houten latei. Aan de gevels zijn muurankers bevestigd ter hoogte van de vloeren. Alle gevels zijn op souterrainniveau voorzien van diverse rondboog-gevelopeningen. De rondboogvensters met kruisramen zijn bovendien beveiligd met diefijzers. Op de bel étage van het brede, terugliggende deel van de voorgevel een entree in een portiek met een bordestrap, drie kleine vensters en een grote en een kleinere rondboog opening. In het verlengde van de grote portiekboog een groot rondboogvenster, in het verlengde van de kleine boog een deur met gewelfd kalf en roedenverdeling in het rondboog bovenlicht. Gemetselde tongewelfjes tussen de portiekopeningen en voornoemde deur en venster. Portiekmuurtjes en traptreden afgedekt met dekplaten van grijze hardsteen. Links van het portiek een driedelige vensterpartij onder verspringende lateien. Op de verdieping hierboven een diepliggend, tweedelig venster, eveneens onder latei. Rechts hiervan een drietal rondboog vensters. Rechts in de bovenste bouwlaag een loggia met twee gemetselde kolommen tussen de borstwering en de kap. Links hiervan een tweetal rechtgesloten vensters. Risalerende rechter gevelpartij met twee bouwlagen onder een afhangend deel van het dakschild. In het souterrain een driedelige (garage)deur met korfboogvormige beëindiging en roedenverdeling in het eveneens driedelige korfboogvormige deurraam. Twee rechtgesloten, onder één latei staande vensters op de bel étage. Drie diepliggende, eveneens rechtgesloten vensters op de verdieping. Op de begane grond van de linker zijde van het risaliet een rondboog-nis met houten zitbank. Daarboven een klein, met luik behangen venster. Boven het lessenaardakje een terugliggend gevelveld met een met luik behangen venster onder latei, alsmede een klein venster pal onder het schuine dakoverstek. Tussen de twee voornoemde bouwdelen de deels uit één, deels uit twee smalle gevelvelden bestaande binnenhoek, deel uitmakend van een vanuit een octogonale plattegrond opgetrokken traptoren met een bovenbouw onder een met pannen gedekt tentdak met bolbekroning. In het linker veld vier rechtgesloten, boven elkaar staande vensters met zesruits ramen onder latei. In het rechter veld twee identieke vensters. In de bovenste geleding van de uit de kap stekende toren een aaneengesloten vensterreeks met houten hoekpenanten. Linker zijgevel met linksvoor een serre, met in de vijfzijdige, bakstenen onderbouw een rondboog venster in elk van de gevelvelden. Hierboven een aaneengesloten reeks vensters met op hardstenen hoekelementen staande houten hoekpenanten en bovenlichten met reeksen smalle raampjes onder een houten bovenrand. Op de serre een octogonaal, met Hollandse pannen gedekt en op houten klampen rustend tentdak met bolbekroning. Tussen de serre en een risalerend bouwdeel een laag, geknikt tussenlid, opgebouwd uit onderdelen als die van de serre en staand onder dakschilden met een rechte beëindiging. In het gevelveld boven de serre een klein venster en de naam "DE KEET" in uitgemetselde baksteen. Op de bel étage van de risaliet drie vensters met rondboog bovenlichten. Onder het overstek van het lessenaardak twee rechtgesloten vensters. In het linker deel van deze zijgevel een onder lessenaardak staand portiek met rechtgesloten ingang onder houten latei, een rondboogopening in het zijmuurtje (achtergevel) en een bakstenen trap met bordes. Deur met rondboogvormig raam en traliewerk. In de bouwlagen hierboven, een rechthoekig venster, waarvan de onderste onder latei en met een luik behangen. In de dakschilden boven de linker gevel een hoge en kleine bakstenen schoorsteen, waarvan de bovenste delen zich verjongen. Het dakschild wordt verder doorbroken door een zich licht uit het dakvlak verheffend dakkapelletje. Vlakke achtergevel met diverse grote en kleine gevelopeningen. Souterrain met zes kleine rondboogvensters, alsmede twee deuren, vergelijkbaar met die in de risaliet van de voorgevel. In de bouwlaag hierboven van links naar rechts: twee gekoppelde onder één latei staande rechtgesloten vensters, een klein rondboogvenster, een liggend venster met liggende ellipsboog, twee kleine rondboogvensters en een rechtgesloten venster onder latei. Op de verdieping van links naar rechts: twee grote vensters onder één latei, twee boven elkaar staande rondboog venstertjes, een groot rondboogvormig traplicht met roedenverdeling, wederom twee rondboogvenstertjes, een klein en rechtgesloten, met luik behangen venster onder latei en twee smalle, hoog in de gevel staande lichten. Uit het dakschild hierboven steken een dakkapel met lessenaardak, een grote en een kleine schoorsteen, waarvan de bovenste delen zich verjongen. Uit het dakschild boven de niet zichtbare rechter zijgevel steekt een een hoge bakstenen schoorsteen. Het huis is aan deze zijde verbonden met het eveneens door Jesse ontworpen huis met huisnummer 33. Interieur met in het souterrain, op de bel étage en de eerste verdieping nog de oorspronkelijke ruimteïndeling. De ruimteïndeling van de zolderverdieping is gewijzigd. In het huis gestucte wanden, boogdoorgangen met bogen van schone baksteen en keramische, natuurstenen, houten en metalen interieuronderdelen en details, die afkomstig zijn uit afgebroken panden. Souterrain, oorspronkelijk met autostalling, voorzien van troggewelfjes, houten palen, en rondboogvormige openingen, deuren en nissen met bogen van schone baksteen in de gestucte buiten- en tussenmuren Bel étage met achter de voordeur een tochtportaaltje met in een "dampatroon" betegelde vloer, oude handbeschilderde tegels op de wanden, een opgeklampte, ruwhouten deuren binnen een dito omlijsting en overhoeks geplaatste, openslaande portaaldeuren naar de centrale hal. In deze ruime hal een schouw met een schoorsteenmantel van geel geglazuurde baksteen, een met massief parket bedekte vloer, een balkenplafond met op consoles rustende balken en naast het tochtportaal een compartiment met houten tongewelfje en loodrecht op het grote rondboogvenster geplaatste vensterbanken. Voorts in de hal een houten bordestrap naar de verdieping. Naast de aanzet van deze trap een diepe nis met een marmeren fonteintje met koperen kraan. Links van de hal een kamer en suite met in de achterkamer (oorspronkelijk de ontvangkamer) een afgesnoten hoek met een oude marmeren schoorsteenmantel, een doorgeefluik in een met oude tegels bekleed muurdeel stucplafond met geometrische motieven en een ster, een balkenplafond en een ijzeren scheepsdeur tussen de kamer en het tussenlid naar de serre. In de voorkamer (oorspronkelijk de huiskamer), rechts van de serre een schouw van groen geglazuurd keramisch materiaal, versierd met zeedieren (ontworpen door Jesse en oorspronkelijk bestemd voor het stadhuis -voormalige rederswoning- in Katwijk), waarboven een spiegel met houten spiegelomlijsting d.d. 1890, bewerkte consoles aan de plafondbalken, en een doorgang met roedenverdeling in het rondboog bovenlicht naar de serre. De ruimte tussen het plafond en de verdiepingsvloer is opgevuld met zand. Serre met ribben aan het houten koepelplafond en een houten ventilatierooster boven deze en andere deuren. Rechts van de traptoren de voormalige eetkamer met een overhoeks geplaatste schouw van groen geglazuurde baksteen, een balkenplafond met bewerkte consoles en een grote rondboog. Keuken (rechtsachter op de bel étage) met houten plafond, tegeltableaus met vogelkooitjes, schouw van wit geglazuurde baksteen, een achterwand met blauwe en witte geglazuurde tegels in dambordmotief en een boezem bekleed met oude, handbeschilderde tegeltjes boven een houten basis. Aan weerszijden een ingebouwde kast met glasdeuren, waarboven een oeil de boeuf met roedenverdeling. Eerste verdieping ook met houten ventilatieroostertjes boven de deuren. Boven andere deuren een oeil de boeuf met roedenverdeling. Linksvoor, de "groene kamer" (voormalige slaapkamer) met schouw van groen geglazuurde baksteen, twee rondboog doorgangen naar een kleine belendende ruimte met half tongewelf en klapkozijnen onder de ramen in de zijgevel. De kamers boven de hal en rechts van de traptoren zijn de voormalige werkruimtes (ateliers) van de architect, waarin diverse rondboogopeningen, eiken balken met gesneden consoles en een overhoeks rookkanaal. Aan weerszijden van een deuropening naar deze kamer een figuur in reliëf, voorstellend een Katwijker man en vrouw. Oorspronkelijk vormde de kamer een doorlopend geheel met de nu zelfstandige ruimte in de risaliet rechts, die eveneens is voorzien van een balkenplafond. De kamers aan de tuinzijde zijn respectievelijk de noord- westelijk gesitueerde "blauwe kamer" (oorspronkelijk een logeerkamer die is voorzien van een blauw geglazuurde bakstenen schouw) en de noord-oostelijk gesitueerde voormalige kinderkamer, de "bruine kamer" oorspronkelijk met een schouw van bruin geglazuurde baksteen. De entree naar de (zolder)verdieping is te bereiken via de reeds genoemde traptoren. Entree met ruwhouten, opgeklampte deur binnen dito omlijsting. De oorspronkelijke ruimteïndeling in deze bouwlaag, waar zich oorspronkelijk twee dienstbodekamertjes bevonden, is in de Tweede Wereldoorlog gewijzigd door de familie Jesse. Waardering Woonhuis met atelier ontworpen door en bestemd voor architect H.J. Jesse van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van woningbouw voor welgestelden uit de betreffende bouwperiode, als karakteristiek ontwerp uit het oeuvre van H.J. Jesse en als vrij gave representant van niet stijlgebonden vroeg-twintigste eeuwse bouwkunst. Esthetische kwaliteiten dankt het huis vooral aan de interessante details in het in- en in het exterieur, die het ontwerp verlevendigen en beaccentueren. Voorts van situationele waarde vanwege de ligging en als representatief onderdeel van een waardevolle, vroeg-twintigste eeuwse gevelwand. Het huis is bovendien van belang vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van in- en exterieur. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 515129
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Monumenten in de buurt van De Keet in Leiden

Twee poortgebouwen van het uitgebreide academische ziekenhuiscomplex, waarvan na sloop slechts enkele delen resteren

Rijnsburgerweg 8
Leiden
Inleiding Twee POORTGEBOUWEN van het uitgebreide academische ziekenhuiscomplex, waarvan na sloop slechts enkele delen resteren. De villa di..

Poortgebouw

Rijnsburgerweg 10
Leiden
Inleiding Het hoofdgebouw van het Academisch ZIEKENHUIS is gebouwd in de periode van 1925 tot 1928. Het hoofdgebouw maakte deel uit van het..

Villa, oorspronkelijk als directeurswoning gebouwd behorend bij het academisch ziekenhuis, in neo-Franse Renaissancestijl

Rijnsburgerweg 4
Leiden
Inleiding VILLA, oorspronkelijk als directeurswoning gebouwd behorend bij het academisch ziekenhuis, in neo-Franse Renaissancestijl uit 18..

Koetshuis behorend bij de villa en opgetrokken in Chaletstijl.

Rijnsburgerweg 4
Leiden
Inleiding KOETSHUIS behorend bij de villa uit 1886 en opgetrokken in Chaletstijl. Omschrijving Het koetshuis is in rode baksteen opgetr..

Vrijstaand woonhuis, waarschijnlijk vroeger behorende bij het Pesthuis. Voorste gedeelte met tentdak, achterste gedeelte even hoog, doch met zadeldak. ..

Pesthuislaan 3
Leiden
Vrijstaand woonhuis, waarschijnlijk vroeger behorende bij het Pesthuis, 18e eeuw. Voorste gedeelte met tentdak, achterste gedeelte even hoog..

Kaart & Routeplanner

Route naar De Keet in Leiden

Foto's (1)