Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Kilsdonkse Molen in Heeswijk Dinther

Molen

Kilsdonkseweg 4
5473KK Heeswijk Dinther (gemeente Bernheze)
Noord Brabant

Bouwjaar: 1842


Beschrijving van Kilsdonkse Molen

Inleiding In het buurtschap Beugt bij Dinther, aan het riviertje de Aa gelegen molen, bestaande uit een voormalige WATERMOLEN en de romp van een voormalige WINDMOLEN. Op aangrenzende percelen bevinden zich een voormalige molenaarswoning en een grote vijver. De watermolen gaat terug op een stichting die reeds in een oorkonde van kort voor 1233 wordt vermeld en in 1491 wordt genoemd "die watermolen tot Kilsdonk". De huidige water- en windmolen dateert uit 1842 omdat de houten voorganger in dat jaar is afgebrand. Door het ter beschikking staan van wind- zowel als waterkracht werd het mogelijk het gehele jaar door te malen. Met het oog op de wisselende waterstanden was het niet toegestaan het gehele jaar een watermolen in bedrijf te hebben. De molen is opgetrokken in ambachtelijk-traditionele stijl. Het geheel is gelegen aan een weg in een open landschap met verspreide bebouwing. Van de oorspronkelijke aftakking van het inmiddels gekanaliseerde riviertje de Aa, bedoeld voor de watervoorziening van de molen en die tussen de beide onderdelen doorliep, resteert nog een grote vijver. De vijver, gelegen aan de uitspoelzijde van de watermolen, is deels omgeven door oude knotwilgen. Het huidige gebouw van de watermolen is al in het laatste kwartaal van de negentiende eeuw van zijn waterrad (onderslagtype) ontdaan en heeft vervolgens tot 1954 als woonhuis gediend. Daarna is het, voorzien van een dieselmotor, tot 1994 wederom als molen in gebruik geweest. De windmolen van het stellingmolentype (bovenkruier) is in 1842 in steen herbouwd. Het wiekenkruis is in 1954 afgenomen en in Deventer hergebruikt. De romp is vervolgens verlaagd omstreeks 1970. De deels verbouwde molenaarswoning alsmede een rond 1950 ter plaatse van de vroegere waterloop opgetrokken schuur tussen wind- en watermolen en de even oude aanbouw aan de watermolen, vallen niet onder rijksbescherming. De landschappelijk fraai gelegen molen heeft behalve een interessante voorgeschiedenis door zijn diversiteit een indrukwekkende verschijningsvorm met een karakteristiek silhouet. De nog slechts uit een romp bestaande windmolen ligt in een kromming van de weg. De van zijn schoepenrad ontdane watermolen ligt erachter en wel zodanig dat de windmolen in de lengteas van de watermolen ligt. Deels tegen de watermolen strekt zich de grote vijver uit. De voormalige molenaarswoning ligt aan de overzijde van de weg. De elementen vertonen door hun visuele en functionele betrokkenheid op elkaar een sterke onderlinge samenhang. Omschrijving De voormalige watermolen bestaat uit een eenlaags gebouw op rechthoekige plattegrond. De muren zijn gemetseld uit roodbruine baksteen, afwisselend koppen en strekken, en zijn grotendeels gewit. Het zadeldak met overwegend rode Hollandse pannen was oorspronkelijk aan beide zijden afgewolfd, maar vertoont nu nog slechts aan de zijde van de windmolen een wolfseinde. De andere korte gevel laat ter plaatse van het vroegere wolfseinde een bouwspoor zien. Het dakschild aan de zijde van de vijver is doorbroken ten behoeve van een vierkante, uit aluminiumplaten gebouwde silo die boven de nok uitsteekt. Het andere dakschild telt twee onopvallende kleine, ijzeren dakramen. Uit de periode dat het gebouw als watermolen functioneerde, resteert een aantal rondboogvensters met ijzeren ramen. De boog is steeds voorzien van strekken, de borstwering van een rollaag. Opvallend is dat ook de windmolen dergelijke vensters met identieke raamvullingen kent. De zesruits schuiframen met luiken dateren uit het vierde kwartaal van de negentiende eeuw, toen de molen tot woonhuis is verbouwd. De korte gevel met wolfseinde, aan de zijde van de windmolen gelegen, vertoont op zolderniveau twee boogvensters waartussen een vierruits venster met middenstijl en draairamen. Alle borstweringen zijn voorzien van rollagen op dezelfde hoogte. Ter hoogte van het uiteinde van de gording bevindt zich linksboven in het gevelvlak een S-vormig muuranker. Op begane grondniveau of lager bevond zich oorspronkelijk een dubbel schoepenrad, na de verbouwing tot woonhuis nog slechts een zesruits schuifraam uiterst links. Overigens is deze gevel, die aan het oog onttrokken wordt door een deels uit betonplaten, deels uit baksteen met licht hellend golfplaten lessenaarsdak opgetrokken verbindingslid met dubbele schuifdeur tussen watermolen en windmolen, daterend van ca. 1950, geheel blind. Ook de lange zijgevel aan de kant van de weg wordt grotendeels aan het oog onttrokken door een ca. 1950 uit betonplaten opgetrokken aanbouw onder licht hellend lessenaarsdak uit golfplaten. De oorspronkelijke zijgevel vertoont naast enkele latere doorbraken ten behoeve van een nieuwe brede bedrijfsingang en twee vierruits betonramen een zesruits schuifraam met luiken uiterst rechts en links daarvan het bouwspoor van een oorspronkelijk boogvenster. Ongeveer halverwege nog een zesruits schuifraam. Staafankers. De korte achtergevel is geheel blind. Het bovenste deel van de puntgevel is ter plaatse van het vroegere wolfseinde in een afwijkende baksteen rechtgetrokken. Direct daaronder bevindt zich centraal in het gevelvlak op zolderniveau een groot rechthoekig venster dat met baksteen is dichtgezet. Rechts daaronder op begane grondniveau nog een dichtgezet venster, waarvan binnen nog de vulling te zien is: een negenruits gietijzeren raam. Gordingen en zoldervloer zijn in de gevel verankerd door middel van staafankers. Ter hoogte van de achtergevel ligt op het erf een molensteen. De lange zijgevel aan de kant van de vijver ligt ongeveer voor de helft in het water. Min of meer regelmatig verdeeld in het muurvlak bevinden zich drie boogvensters, waarvan alleen het middelste nog van een zesruits ijzeren raam voorzien is, maar aan de onderzijde ingekort is. Het linker venster is deels dichtgezet en heeft voor het overige een vierkanten houden vulling met kruisroede. Het meest rechtse boogvenster, dat eveneens aan de onderzijde is ingekort, is geheel dichtgezet. Uiterst rechts nog een later, op slordige wijze aangebracht venster met negenruits gietijzeren raam. Van later datum zal ook een klein hooggeplaatst vierkant venstertje zijn tussen het linkse en het middelste boogvenster. Staafankers op twee niveaus. Het interieur bestaat zowel op de begane grond als op de zolder uit één ongedeelde ruimte, waarin silo's hangen. De begane grond wordt overspannen door vier zware gezaagde grenen moerbalken, die blijkens de aanwezige inkepingen oorspronkelijk alle van korbelen voorzien waren en deels op muurstijlen rustten. Alleen het achterste gebint laat deze nog zien en vertoont bovendien het ingehakte telmerk IIII. De kinderbalken zijn opgelegd en deels nog afgedekt met brede delen. Op de gebinten staan vier rechte eiken spanten met boven elkaar twee overstekende koppelbalken waarop gordingen liggen. De elkaar in de nok kruisende spanten zijn aldaar gepend. Nokgording. De spanten zijn voorzien van ingehakte telmerken. De kap is geheel met brede delen beschoten. De uit gele IJsselsteen opgetrokken en zich naar boven verjongende molenromp van de windmolen is blijkens een sluitsteen met inscriptie in 1842 is gebouwd. De tekst luidt: "den eersten steen / gelegd door / J.M. van Schijndel / Huisvrouw / Van C. van Aart / 18 22/9 42" en is aangebracht op een sluitsteen van hardsteen boven de halfcirkelvormig gesloten poort zonder kozijn met vernieuwde dubbele opgeklampte deuren op de begane grond. De boog heeft evenals die van de overige raam- en deuropeningen een rollaag van oranjerode baksteen van een groter formaat. Aan weerszijden van de ingangspoort vindt men een halfcirkelvormig opgesloten deuropening zonder kozijn met een vernieuwde opgeklampte deur. Ervoor ligt een halve molensteen als stoep. De overgang van begane grond naar eerste verdieping wordt aan de buitenzijde gemarkeerd door de dichtgezette balkgaten van de stellingconstructie die rond 1950 is afgebroken. De eerste verdieping telt twee halfcirkelvormig gesloten deuropeningen en een soortgelijke vensteropening, die alle zijn gevuld met vernieuwde gelaste stalen ramen. De deuropeningen hebben 16 ruiten, waarvan 4 in de boog; het venster 10 ruiten, waarvan 4 in de boog. Ter hoogte van de eerste verdieping bevinden zich ijzeren ankers waaraan in het interieur de hijsinrichting voor het verwisselen van de molenstenen is opgehangen. De vroegere tweede verdieping is rond 1970 afgebroken, nadat de kap met het wiekenkruis al in 1954 was verwijderd. Alle deuren van de windmolen zijn groen geschilderd. Het interieur is uiterst eenvoudig en bestaat uit twee cirkelvormige ruimtes, een op de begane grond en een op de verdieping. De wanden van de begane grond zijn gepleisterd, maar op de verdieping is de gehele IJsstelsteen zichtbaar. Het vloerniveau van de begane grond is verlaagd. Recht tegenover de dubbele poort bevindt zich een secundaire cirkelvormige muurdoorbraak die het mogelijk maakte door middel van een aandrijfas van de naastgelegen watermolen en vervolgens de rond 1930 in de belendende ruimte opgestelde dieselmotor gelijktijdig het maalwerk in de windmolen in werking te stellen. De ruimte beganegronds wordt overspannen door een zware grenen balkenzoldering. Op twee zware moerbalken liggen negen dwarsbalken, waarvan er twee ingelaten zijn en de rest opgelegd. De dwarsbalken zijn in het middel deels onderbroken ten behoeve van hijswerkzaamheden. Op een van de moerbalken rechts bij de poort prijkt de decoratief opgeschilderde naam van een van de vroegere molenaars: "R. DuffHues". Via een open houten trap bereikt men de verdieping die is afgedekt met een eenvoudig houten noodplafond uit ca. 1070. De balkgaten voor de zware balken van de vloer van de tweede verdieping zijn nog zichtbaar. Het enige opmerkelijke element vormt de ijzeren hijsinrichting voor het verwisselen van de molenstenen. Waardering De molen, bestaande uit een watermolen en de romp van de voormalige windmolen is van algemeen belang. Het geheel heeft cultuurhistorische waarden. Het is van belang voor de sociaal-economische ontwikkeling van het molenaarsbedrijf gedurende een groot aantal eeuwen. Het heeft bovendien zeldzaamheidswaarde vanwege de bijzondere combinatie van een watermolen met een windmolen, waardoor het mogelijk werd het gehele jaar te malen. Als zodanig vertegenwoordigt het een hoogontwikkeld stadium in de technische/typologische ontwikkeling van molens in het algemeen. De molen heeft architectuurhistorische waarde voor de geschiedenis van de bouwtechniek, inzonderheid van die van water- respectievelijk windmolens. De molen heeft in combinatie met de (niet beschermde) molenaarswoning en landschappelijke onderdelen als de uitspoelvijver, de knotwilgbeplanting en het nabijgelegen riviertje de Aa, een hoge ensemblewaarde. Tot slot is de molen van belang in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de landschappelijke omgeving waarin het een duidelijk herkenbaar element vertegenwoordigt. 1 (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 514732
Laatste wijziging: 2014-12-09 19:54:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Kilsdonkse Molen
De Kilsdonkse Molen
De Kilsdonkse Molen
Basisgegevens
Plaats Heeswijk-Dinther
Waterloop Aa
Bouwjaar 1842 / 2008
Type stellingmolen en onderslagmolen
Kenmerken watervluchtmolen
Functie korenmolen (windmolen) en oliemolen (watermolen)
Monumentnummer  514732
Externe link(s) en afbeeldingen
Molendatabase
De Hollandsche Molen
Molendatabase (oliemolen)
Stichting 'De Kilsdonkse Molen'
De Kilsdonkse molen voor de restauratie
De Kilsdonkse molen voor de restauratie
Het kettingkruiwerk van de Kilsdonkse molen
Het kettingkruiwerk van de Kilsdonkse molen
Omleiding van de Aa vanaf de stuw
Omleiding van de Aa vanaf de stuw
Portaal  Portaalicoon   Molens

De Kilsdonkse Molen is een unieke combinatie van een watervlucht-korenmolen en een watergedreven oliemolen. De korenmolen heeft een conisch ondergedeelte met daarboven een bijna cilindrisch gedeelte, dat bij de restauratie is hersteld met witte IJsselsteentjes. De molen heeft twee onderslag-waterraderen, die aan elkaar kunnen worden gekoppeld. De molen staat ten zuidoosten van Dinther, aan de Kilsdonkseweg aan de voormalige waterloop van de Aa.

Geschiedenis

De molen van Kilsdonk is al heel erg oud. Reeds in 1433 werd de watermolen genoemd. Vroeger was er sprake van twee watermolens. De molens staan aan weerszijden van de molenloop, de oude, kronkelende waterloop van de later rechtgetrokken Aa. De molenloop begint net voor de stuw in de Aa. Via de molenloop en de molenkolk stroomt het water een stuk verderop weer in de Aa. Op de ene oever van de molenloop staat de korenmolen en op andere de oliemolen. In de rivier de Aa waren echter nogal wat waterafvoerproblemen. Wanneer er overstromingen waren, resulteerde dat in de gemeenten langs het Aa-dal tot schade aan de gewassen. Al in 1491 werd daarom bepaald dat de molens alleen in de winter mochten malen, zodat de afvoer van het rivierwater de rest van het jaar onbelemmerd doorgang kon vinden.

Deze regeling gold tot 1799. Toen werd de molen door de heer van Heeswijk verkocht. De nieuwe molenaar wilde in tegenstelling tot de oude regeling wél malen in de zomer. Hij vroeg daarom toestemming om een windmolen te mogen bouwen. De molen werd daarop in 1813 voorzien van een gevlucht, van wieken. Zo ontstond er naast de oliemolen die op waterkracht werkte, een korenmolen die zowel door wind als water kon worden aangedreven. In de korenmolen werd rogge en boekweit gemalen, en in de oliemolen werd koolzaad tot spijsolie en veevoer geslagen. In 1840 brandden beide molens af, waarna ze in steen werden herbouwd. In de vernieuwde molens, die in 1842 weer in bedrijf werden gesteld, werden veel ijzeren en stalen onderdelen verwerkt. De afwateringsproblemen bleven voortbestaan en met name op de landerijen in de toenmalige gemeente Veghel, waarvan de gemeentegrens bij de Kilsdonkse watermolen lag, was er wateroverlast. De gemeente kocht daarop in 1880 de molens en verwijderde de twee waterraderen en de molenstuw. Het afwateringsprobleem was daarmee verholpen. Gevolg was wel dat het molengebouw in verval raakte.

In 1882 werd een gedeelte van de oliemolen als woning gebruikt. Zo'n 45 jaar later kwam de korenmolen, die nu alleen nog op windkracht maalde, in eigendom van de familie Potters. Toen de molenstenen door motoren werden aangedreven en het gevlucht niet meer werd gebruikt, raakte de molen steeds verder in verval. In 1954 werden ten slotte de kap, de stelling en een deel van het metselwerk verwijderd en werd de oliemolen tot veevoedermaalderij omgebouwd. Hierna heeft de familie Potters verder verval van de molen voorkomen, maar later heeft het verval opnieuw toegeslagen.

Uiteindelijk zijn in de 21e eeuw de molens gerestaureerd en weer maalvaardig gemaakt, waarbij een nieuwe zijtak van de Aa werd gegraven voor de aandrijving van het dubbele rad. In november 2008 was de restauratie gereed.

Stichting 'De Kilsdonkse Molen'

In 2003 werd de stichting 'De Kilsdonkse Molen' opgericht met als doel het molencomplex volledig te herstellen, weer in gebruik te nemen en een actieve rol te laten vervullen op gebied van cultuurhistorie, educatie en recreatie.

De Stichting 'De Kilsdonkse Molen' heeft de Brabantse Cultuurprijs 2011 gewonnen. Hiervoor kreeg de molen een plaquette.

Restauratie

Restauratie deelnemers

Van diverse landelijke, provinciale en plaatselijke overheden, organisaties, fondsen en sponsoren zijn subsidies ontvangen. Zelfs vanuit de Europese Gemeenschap werd een groot bedrag toegekend. Ook de plaatselijke en regionale zakenwereld en particulieren hebben ertoe bijgedragen dat het benodigde bedrag van € 2,2 miljoen bijeen kwam.

  • Begin 2007: Herinrichting van rivier de Aa met een omleiding vanaf de stuw naar de molens.
  • April 2007 - 2009: Mijlpalen van de restauratiewerkzaamheden;
    • Plaatsen van gaande werk van oliemolen
    • Plaatsen van kap en gaande werk van korenmolen
    • Steken van roeden van korenmolen
    • Aansluiten van molens op rivier de Aa
    • Oplevering en feestelijke in gebruikstelling van de molens

Op 8 mei 2009 heeft ZKH prins Friso de Kilsdonkse molen officieel in gebruik gesteld.

Bij de restauratie is veel aandacht besteed aan details, zo zijn er vierkante moeren in plaats van zeskante gebruikt en zijn de vloerplanken gespijkerd met op smeedijzeren spijkers lijkende spijkers.

Inrichting korenmolen

In de korenmolen staan twee maalkoppels, een koppel met blauwe stenen en een koppel met kunststenen. De kunststenen hebben een gatenscherpsel. Het linkse maalkoppel met kunststenen heeft een tweetaksrijn met pennetjeswerk. Het koppel blauwe stenen een bolspil. Doordat de molenromp vrij smal is zijn de muren ter plaatse van de maalkoppels gedeeltelijk uitgehakt. De maalkoppels kunnen zowel door de waterraderen als door het gevlucht worden aangedreven. Onder in de molen zit op de wateras een mechanisme om het waterwiel tegen het conische, ijzeren wiel op de koningsspil te schuiven. De bovenschijfloop kan van de koningsspil d.m.v. 4 pennen worden losgekoppeld, waardoor de wieken niet mee draaien als de maalkoppels door de waterraderen aangedreven worden. De staven van de rondsels van de korenmolen zijn van hout. De twee waterraderen kunnen afhankelijk van de benodigde kracht al dan niet aan elkaar gekoppeld worden. Hiervoor zit tussen de twee waterraderen op de wateras een koppeling.

De kap van de molen is met dakleer gedekt en heeft voor het op de wind zetten van het gevlucht een voor Nederland uniek kettingkruiwerk. Bij de bouw in 1842 werd een kettingkruiwerk aangebracht dat later werd vervangen door een staartkruiïng. Nu is dus de oorspronkelijke toestand weer hersteld. De kap draait op een Engels kruiwerk.

Het gevlucht is 20,80 m lang en heeft een oudhollands wieksysteem. De roewiggen zijn in de askop met bouten vastgezet in plaats van spitijzers en wiggen.

De molen heeft voor het vangen (stilzetten) een scharnierende Vlaamse vang met vier vangstukken.

Het luien (ophijsen) gebeurt met een sleepluiwerk.

Inrichting oliemolen

De oliemolen heeft een voorslag en naslag. Het voorslag- en naslagblok en de zes stamperpotten zitten in dezelfde eikenbalk. Voor het fijnwrijven van het oliehoudende zaad zijn er de twee kantstenen. Tussen de kantstenen zit een waterbakje voor het bevochtigen van het zaad. De 16 m lange wentelas is een eikenhoutenas met stalen spaken. Oorspronkelijk is de wentelas waarschijnlijk van staal geweest. Het aswiel drijft via een tussenrondsel het wentelaswiel aan. Het rondsel op de wentelas drijft het steenwiel aan. Bij één omwenteling van de wentelas worden de heien twee keer en de stampers drie keer gelicht. Voor de aandrijving van de roermessen van de twee vuisters via de overbrengers en de kroonwieltjes zitten er op de wentelas twee kransen. De heien en stampers zijn van hout van de haagbeuk gemaakt.

De oliemolen heeft twee oliekelders gehad, waarvan de restanten nog zichtbaar zijn doordat ze met glasplaten zijn afgedekt.

Het steenwielrondsel en tussenrondsel hebben ijzeren staven in plaats van houten.

De Kildonkse olieslagers persten in 2009 olie uit lijnzaad, raapolie en zonnebloemolie, sinds 12 december 2009 ook walnotenolie.

Afbeeldingen

Korenmolen en waterraderen

Oliemolen

Literatuur

  • Nico Jurgens, De Kilsdonkse molen, Molenwereld, nr. 130, oktober 2009, 398-418

Externe links



Monumenten in de buurt van Kilsdonkse Molen in Heeswijk Dinther

Zwanenburg: hoofdgebouw

Zwanenburgseweg 8
Heeswijk Dinther (Gemeente Bernheze)
Omschrijving HUIS ZWANENBURG MET AANGEBOUWDE BOERDERIJ. Het Huis Zwanenburg is samengesteld uit vier bouwdelen die uit de 16de, 17de (eers..

Zwanenburg: tuin en parkaanleg

Zwanenburgseweg 8
Heeswijk Dinther (Gemeente Bernheze)
Omschrijving HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG. Ten noorden van de omgrachte huisplaats ligt de midden 19de-eeuwse oprijlaan die vanaf de ..

Zwanenburg: hekpalen

Zwanenburgseweg 8
Heeswijk Dinther (Gemeente Bernheze)
Omschrijving Op twee plaatsen staan hardstenen HEKPIJLERS: aan het oostelijke eind van de Zwanenburgseweg en het begin van de 19de-eeuwse..

Zwanenburg: hekpijlers

Zwanenburgseweg 8
Heeswijk Dinther (Gemeente Bernheze)
Omschrijving Op de brug aan het begin van de huisplaats staan twee van baksteen opgemetselde vierkante PIJLERS, aan beide zijden bekroond ..

woonhuis

Den Dolvert 5
Heeswijk Dinther (Gemeente Bernheze)
Inleiding. WOONHUIS, voorgevel aan het einde van de negentiende eeuw opgetrokken in een Eclectische stijl. Het ongebruikelijk geproportione..

Kaart & Routeplanner

Route naar Kilsdonkse Molen in Heeswijk Dinther

Foto's (18)

Alle 18 foto's weergeven