Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Voormalige bomvrije schuilplaats van Seyss-Inquart aan de oostzijde van de Loolaan in Apeldoorn

Militair Object

Loolaan 554
7315AG Apeldoorn
Gelderland

Bouwjaar: 1943

(1 recensie)

Beschrijving van Voormalige bomvrije schuilplaats van Seyss-Inquart aan de oostzijde van de Loolaan

Inleiding Voormalige BOMVRIJE SCHUILPLAATS van Seyss-Inquart aan de oostzijde van de Loolaan. Dr Arthur Seyss-Inquart werd in 1922 geboren in Stannern in Oostenrijk. Na zijn studie vestigde hij zich als advocaat in Wenen. In 1938 werd hij bondskanselier van Oostenrijk. Op zijn verzoek trokken de Duitse torpen Oostenrijk binnen en werd hijzelf Rijksstadhouder in de rang van SS-Obergruppenführer. In 1939 werd hij Gouverneur-Generaal van Polen en in mei 1940 Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied. Van 1940-1945 was hij hier de hoogste civiele autoriteit. In het Neurenberg-proces is hij ter dood veroordeeld en op 16 oktober 1946 opgehangen. Na 'dolle dinsdag' (juni 1944) besloot Seyss-Inquart vanuit Den Haag te verhuizen naar het landhuis Spelderholt in Beekbergen. Hij hield echter in Apeldoorn kantoor in de (niet beschermde) villa Loolaan 554, die werd bewoond door Dr Friedrich Wimmer, 'commissaris-generaal voor het bestuur en justitie'. Ter bescherming voor Seyss-Inquart en zijn staf bij luchtalarm is, in de periode juni 1944 - april 1945, zowel in de voor- als de achtertuin van de villa een schuilplaats gebouwd. De schuilplaats in de achtertuin is deels afgebroken en het overige deel is dichtgestort. De schuilplaats in de voortuin is intact. Deze heeft twee uitgangen, één aan de zijde van de villa en één aan de zijde van de Loolaan. De bouw van de schuilplaats kostte f 175.000 en was, voor zover mogelijk, van alle gemakken voorzien. De wanden waren behangen met Perzische tapijten, die deels waren 'geleend' van het paleis Het Loo. De schuilplaats kon luchtdicht worden afgesloten en speciale luchtpompen, waarin gasfilters waren aangebracht, maakten toevoer van gezuiverde buitenlucht mogelijk. De schuilplaats bevatte ook een telefooncentrale die was gebouwd door ingenieurs van de PTT. Ondanks streng toezicht waren zij erin geslaagd een aftakking te maken naar de verzetsbeweging. Kort na de bevrijding is de schuilplaats opengesteld voor het publiek en zijn ten behoeve daarvan op de muren schilderingen aangebracht. Enerzijds duiden zij de functies van de ruimten aan, anderzijds duiden zij op de gebruiker en waar hij voor stond. Op dat moment was een groot deel van de inrichting nog aanwezig, zoals de telefooncentrale en het bad. De openstelling heeft geduurd tot 1947. In de jaren ,50 is de schuilplaats opnieuw kort opengesteld. Toen waren alleen de telefooncentrale en de luchtzuiveringsmachines nog aanwezig. Op dit moment staan alleen deze laatste er nog in deplorabele toestand. Omschrijving De schuilplaats is opgetrokken op een langwerpige smalle tweebeukige plattegrond. De vloer is uitgevoerd in gewapend beton, de wanden van baksteen, gemetseld in kruisverband. Het dak van de schuilplaats is van beton, afgedekt met een dunne laag grond. Zichtbaar aan de buitenzijde zijn een verhoging in het terrein met een viertal keramische ontluchtingspijpen en de in baksteen uitgevoerde toegang aan de Loolaan. De twee L-vormige beuken grijpen in elkaar en zijn op twee punten met elkaar verbonden. De korte poot van de L is telkens een kleine halvormige ruimte. Een trap aan de Loolaan geeft toegang tot zo'n hal en van daaruit wordt de oostelijke beuk bereikt. Deze geeft aan begin en uiteinde toegang tot de westbeuk. Het zuidelijke uiteinde van de westbeuk geeft toegang tot het tweede halletje, van waaruit men naar de villa kan gaan. De indeling van de schuilplaats is nog geheel intact. In het interieur bevinden zich nog tenminste twee luchtzuiveringstoestellen. De toe- en doorgangen bevatten stelen deuren. De wanden zijn voorzien van naoorlogse tekeningen en teksten. Waardering Voormalige BOMVRIJE SCHUILPLAATS van Seyss-Inquart uit ca. 1943. - Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld uit de functionele en typologische ontwikkeling van de bunkerbouw. Het object is een voorbeeld van een in exterieur en interieur goeddeels gaaf en herkenbaar gebleven schuilbunker waarin gewapend beton is toegepast. - Van cultuurhistorische waarde vanwege het belang van deze schuilplaats voor de geschiedenis van Nederland en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Bovendien van belang vanwege de verschijningsvorm en de voormalige functie, welke verbonden is met de krijgsgeschiedenis. Een toegevoegde cultuurhistorische waarde is gelegen in de aanwezigheid van vele, satirisch bedoelde, naoorlogse schilderingen die verwijzen naar de voormalige functie als schuilbunker voor Seyss-Inquart. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 514582
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen (1)

Voormalige bomvrije schuilplaats van Seyss-Inquart aan de oostzijde van de Loolaan
2
Recensie door: ()
k ontdek een slordige fout in de tekst betreft schuilkelder van Seyss-Iquart loolaan Apeldoorn. Na 'dolle dinsdag' (juni 1944) dat moet natuurlijk D-day zijn. Dolle dinsdag was 5 september '44. Groet Sofie
Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart
Arthur Seyss-Inquart
Geboren 22 juli 1892
Stannern, Oostenrijk-Hongarije
Overleden 16 oktober 1946
Neurenberg, Duitsland
Minister van Binnenlandse Zaken van Oostenrijk
Aangetreden 1938
Einde termijn 1938
Bondskanselier van Oostenrijk
Aangetreden 1938
Einde termijn 1938
Rijksstadhouder in Oostenrijk
Aangetreden 1938
Einde termijn 1939
Rijksminister zonder portefeuille
Aangetreden 1939
Einde termijn 1945
Rijkscommissaris in de bezette Nederlandse gebieden
Aangetreden 29 mei 1940
Einde termijn 5 mei 1945
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Arthur Seyss-Inquart (Duits: Seyß-Inquart), geboren als Artur Zajtich[1] (Stannern, 22 juli 1892Neurenberg, 16 oktober 1946), was een Oostenrijks jurist en nazipoliticus. Hij behoorde aanvankelijk tot de 'gematigde' vleugel van de Oostenrijkse nazi's, maar later ontpopte hij zich, als Rijkscommissaris van Nederland in het bezette Nederland, als een extremistische hardliner.

Seyss-Inquart bevond zich onder de 22 oorlogsmisdadigers die tijdens het Proces van Neurenberg werden berecht. Hij werd op 1 oktober 1946 op drie van de vier aanklachten schuldig bevonden en ruim twee weken later ter dood gebracht.[2]

Familie

Seyss werd in het voormalig Duitstalige stadje Stannern (thans Stonařov) in zuidwestelijk Moravië, provincie van de multi-etnische dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, geboren als zoon van de docent klassieke talen Emíl Zajtich (later Emil Seyß, daarna Seyss-Inquart, geboren te Jaroslau, Galicië in 1840 en overleden in Wenen in 1920)[3] en diens echtgenote Auguste Hyrenbach. Zijn vader was deels van Tsjechische afkomst, zoals vele Duitstaligen in deze regio, en rooms-katholiek van geloof, terwijl zijn moeder uit een voornamelijk etnisch Duits geslacht kwam en het protestants-lutherse geloof aanhing.[4] Seyss-Inquart was het zesde kind, zijn oudere broers/zussen waren Hedwig, Richard († 1941, was gepromoveerd in de opvoedkunde, justitieel directeur van de jeugdgevangenis Wenen-Simmering tot 1939 en gold als zachtaardige jeugdwerker),[5] Irene, Henriette en Robert.

In 1907 verhuisden zijn ouders met hun gezin naar Wenen. In de Oostenrijkse rijkshoofdstad liet vader Emil onder invloed van de liberaal-nationalistische Duitse tendensen (zie Georg von Schönerer) de Tsjechische naam Zajtich - die hij al vóór 1900 als Seyß had gevoerd en geschreven - in datzelfde jaar tegen een aanzienlijk bedrag officieel in het Duitser klinkende Seyss-Inquart veranderen. Seyss-Inquart sr. probeerde daarmee zijn West-Slavische wortels te verbergen, hoewel hij deze gemeen had met vele leidende nationaalsocialisten in het multiculturele Wenen.

In 1911 leerde Arthur zijn latere partner Gertrud Maschka kennen. Het paar trouwde in 1916 en kreeg drie kinderen: Ingeborg Caroline Auguste (1917), Richard (1921) en Dorothea (1928).

Vroege carrière

Arthur Seyss-Inquart (1925)

Hij studeerde rechten. Zijn tweede en laatste juridische staatsexamen deed hij met goed gevolg in 1917 op 25-jarige leeftijd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht hij als militair in het Oostenrijks-Hongaarse leger in Rusland, Roemenië en Italië. In de jaren twintig en dertig was hij werkzaam als advocaat. Vanaf 1931 maakte hij deel uit van nazistische Oostenrijkse groeperingen. In 1934 begon zijn politieke loopbaan toen hij medewerkend lid werd van het kabinet van Engelbert Dollfuss. Seyss was slechts passief betrokken bij de geslaagde nazimoordaanslag op de katholieke en antinazistische Oostenrijkse bondskanselier Dollfuss in datzelfde jaar. Deze moordaanslag werd met geheime steun van Duitsland voltrokken, terwijl de Italiaanse dictator Mussolini toen nog vijandig tegenover de nazi's stond en het corporatistische Oostenrijk te hulp wilde schieten in geval van een Duitse inval.

Anschluss

Seyss-Inquart tijdens de Anschluss in Wenen (1938)

In 1938 werd hij onder de enorme druk en dreiging van de Duitse dictator Adolf Hitler tot minister van Binnenlandse Zaken in het Oostenrijkse kabinet van Kurt Schuschnigg benoemd.

In datzelfde jaar speelde hij een belangrijke rol bij de aansluiting (de zogeheten Anschluss) van Oostenrijk bij Duitsland (zgn. Groot-Duitse oplossing). Onder dwang en dreiging van de zijde van de nationaalsocialistische Duitse Rijksregering benoemde president van Oostenrijk Wilhelm Miklas hem midden maart 1938 tot bondskanselier, waarna hij de Duitse troepen zonder enige militaire tegenstand binnen liet trekken. Seyss-Inquart was slechts een paar dagen bondskanselier. Hitler benoemde hem zeer kort daarna tot rijksstadhouder van het geannexeerde Oostenrijk (Ostmark), wat hij tot eind april 1939 bleef.

Op 1 mei 1939 werd de Oostenrijkse regering opgeheven. Op diezelfde datum werd Seyss-Inquart rijksminister zonder portefeuille, een functie die hij formeel tot het einde van de oorlog in 1945 bleef bekleden. Later in 1939, na de inval in Polen, werd hij ook plaatsvervanger van gouverneur-generaal Hans Frank van de bezette Poolse gebieden.

Rijkscommissaris van Nederland

Seyss-Inquart spreekt de Ordnungspolizei toe in Den Haag (1940)
Pagina 1 van de door Hitler ingestelde decreten met links de Duitstalige verordening en rechts de Nederlandse vertaling. Dit supplement was achter in het wetboek toegevoegd.

In 1940 werd hij rijkscommissaris (officieel voluit Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete) van het door de Duitsers bezette Nederland en in de Ridderzaal officieel door de Duitse Wehrmachtgeneraals, Nederlandse en Duitse ambtenaren ingehuldigd. Deze verplaatsing van Wenen naar Den Haag werd overigens door velen als degradatie gezien. Seyss stond binnen de NSDAP als te gematigd bekend om de 'joodse problematiek' in Wenen op te lossen. De aanstelling werd als decreet aan de Nederlandsche wetboeken toegevoegd onder 'decreet 1, artikel 6'.

Eerst probeerde hij met zachte hand de Nederlanders voor het nationaalsocialisme te winnen, onder meer door publieke optredens, strikte normen voor Duitse soldaten en het oprichten van Duits-Nederlandse vriendschapsinitiatieven. Hij was vanaf het begin van de bezetting regelmatig in de Polygoonjournaals te zien waar hij zich als weldoener en kindervriend presenteerde. Het Polygoonjournaal diende in de eerste plaats als instrument om de activiteiten van gelijkgeschakelde instellingen, zoals de Nederlandse Opbouwdienst en Winterhulp Nederland, onder de aandacht van het Nederlandse bioscooppubliek te brengen. Waarschijnlijk had hij verwacht dat de meeste Nederlanders zijn "uitgestoken hand" zouden aanpakken. Maar dat gebeurde niet en na de Februaristaking in 1941 voerde ook Seyss-Inquart -die onder druk werd gezet door de SS- de Duitse onderdrukking sterk op. Toen de oorlog langzamerhand verloren was, trad hij steeds harder en fanatieker op tegen het Nederlandse ondergrondse verzet. Verschillende keren heeft hij wel geprobeerd om harde wraakmaatregelen van de SS uit te stellen of te verbieden, wat vanwege Himmlers invloed steeds moeilijker werd.

In december 1942 werd het gerucht verspreid dat zijn dochter door verzetsstrijders ontvoerd was. Seyss-Inquart had de waarschuwing gekregen dat zijn dochter hetzelfde lot zou ondergaan als een gijzelaar terechtgesteld werd. Er was twijfel over de juistheid van het gerucht, maar het was een feit dat er in die maanden geen enkele gijzelaar gefusilleerd werd. Het gerucht was waarschijnlijk vals.Dit is wel een concreet plan geweest zoals staat beschreven in het boek "Oorlog in een dorp aan de IJsel" door Piet Willemsens. Het plan is op verzoek van andere verzetsgroepen afgeblazen omdat de repercussies en het risico te groot zouden zijn.

Hij was verantwoordelijk voor de deportatie van meer dan honderdduizend Joden naar de concentratiekampen en vernietigingskampen. Hoewel hij wist van de Jodenvervolgingen en werkkampen (onder meer Westerbork), beweerde hij tijdens het Proces van Neurenberg dat, als hij op de hoogte was gebracht van het bestaan van daadwerkelijke vernietigingskampen in Oost-Europa, hij alles zou hebben gedaan om deze deportaties te voorkomen. Bij Himmler heeft hij - dat staat vast - verschillende pogingen ondernomen om een einde te maken aan de Jodenvervolgingen met als argument dat dit tijdens de oorlog alleen maar tot onnodige onrust leidde, in zowel de materiële productie als onder de rest van de "Arische" bevolking. Hij verzette zich echter niet daadwerkelijk tegen zijn superieuren, vermoedelijk uit carrièrezucht en vanwege praktische onmogelijkheid zonder afzetting tot gevolg.

In de laatste dagen van de oorlog was Seyss-Inquart persoonlijk betrokken bij onderhandelingen met de geallieerden over voedseldroppings in de grote steden van West-Nederland. Tijdens een ontmoeting in Achterveld op 30 april 1945 weigerde Seyss-Inquart zich over te geven, terwijl hij wist dat de oorlog verloren was. Deze weigering leidde tot irritatie bij de Amerikaanse generaal Walter Bedell Smith, die Seyss-Inquart de woorden toevoegde: "Jij wordt hoe dan ook doodgeschoten", waarop Seyss-Inquart antwoordde "Dat laat me koud." Hierop sprak Bedell Smith de woorden: "Dat zal het zeker doen!"[6]

Toen de oorlog verloren was, keerde Seyss-Inquart vanuit Flensburg, waar hij met de Duitse regering van admiraal Dönitz had overlegd, per duikboot terug naar het nog "bezette" Nederland. Op 8 mei werd hij door de Canadese marine gearresteerd en wekenlang vastgehouden in een speciaal gevangenhuis in de Twentse stad Delden, vlak bij het kasteel Twickel waar hij een buitenverblijf had.

Seyss-Inquart woonde tijdens zijn verblijf in Nederland op het landgoed Clingendael te Wassenaar. Hij liet daar onder meer de grafstenen van de hondengraven plat leggen uit angst dat zich sluipmoordenaars achter die stenen zouden verstoppen. Ook liet hij tussen Clingendael en het Haagse Landgoed Oosterbeek de commandobunker bouwen die nog vlak naast de Julianakazerne te zien is. Deze bunker kreeg een puntdak, zodat hij vanuit de lucht op een huis leek. Na Dolle Dinsdag verhuisde hij met zijn gezin naar Landgoed Spelderholt in Beekbergen waar het rustiger was.

Proces van Neurenberg

Arthur Seyss-Inquart als aangeklaagde tijdens een schorsing van zijn proces in Neurenberg

Gedurende de Processen van Neurenberg werd Seyss-Inquart verdedigd door Gustav Steinbauer en werd hij beschuldigd van samenzwering, het plegen van misdaden tegen de vrede, de planning, het initiëren en voeren van oorlogen van agressie, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

In 1946 werd hij tijdens het Proces van Neurenberg ter dood veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid (Jodendeportaties, executie van veroordeelde verzetslieden, toestaan van wraakacties tegen 'anti-Duitse' prominente Nederlanders). In de vlak voor zijn dood geschreven brieven aan zijn pater-biechtvader (Bruno Spitzl) legde de later herbekeerde katholieke Seyss-Inquart min of meer een schuldbekentenis af, vooral over zijn optreden tegen Nederlandse burgers en het toestaan van de Jodendeportaties naar Oost-Europa. Hij werd op 16 oktober 1946 te Neurenberg opgehangen. Zijn laatste woorden waren: "Ik hoop dat deze executie de laatste daad van de tragedie van de Tweede Wereldoorlog zal zijn en dat de les die uit deze wereldoorlog geleerd is, moge zijn dat vrede en begrip tussen de verschillende volkeren moet bestaan. Ik geloof in Duitsland."

Zijn as werd verstrooid in de rivier de Isar om te voorkomen dat zijn graf een samenkomstplaats voor oud-nationaalsocialisten zou worden.

Voor zijn proces werd, net als bij de andere gearresteerde nazi's, een IQ-test uitgevoerd onder leiding van de Amerikaanse legerpsycholoog Gustave Gilbert. Seyss-Inquart scoorde hierop 141, wat na Hjalmar Schacht, minister van Economische Zaken van nazi-Duitsland, de hoogste uitslag was.

Decoraties

Bijnamen

  • Zijn naam werd door Nederlanders opzettelijk verbasterd tot (onder andere) Zes-en-een-kwart[8][9]. Ook werden bijnamen gebruikt als 'Seys Hinkelepink', 'Seyss Hinkwat' en 'Judas Mankabenus'.[10]

Zie ook

Wikiquote Wikiquote heeft een verzameling Engelstalige citaten gerelateerd aan Arthur Seyss-Inquart.
Voorganger:
Kurt Schuschnigg
Bondskanselier van Oostenrijk
1938
Opvolger:
Karl Renner (1945)
Voorganger:
Joachim von Ribbentrop
Rijksminister van Buitenlandse Zaken van Duitsland
1945
Opvolger:
Lutz Schwerin von Krosigk

Monumenten in de buurt van Voormalige bomvrije schuilplaats van Seyss-Inquart aan de oostzijde van de Loolaan in Apeldoorn

De Naald

Gedenknaald a.d. Loolaan Loolaan Gedenknaald a.d. Loolaan
Apeldoorn
Gedenknaald, 1901, opgericht door de ingezetenen der gemeente Apeldoorn als hulde aan Koning Willem III en Koningin Emma.

Het Kleine Loo

Zwolseweg 1
Apeldoorn
"Het Kleine Loo". Aan het einde van de Jachtlaan, nabij de oprijlaan naar Het Loo een gepleisterd huis, tweede kwart 19e eeuw, van begane-gr..

Villa met garage

Zwolseweg 3
Apeldoorn
Inleiding Grote vrijstaande VILLA met vrijstaande GARAGE, gelegen aan de noordwestzijde van de Zwolse Weg. De villa is in 1905 gebouwd als..

Vrijstaande villa in chaletstijl

Amersfoortseweg 1
Apeldoorn
Inleiding Vrijstaande VILLA, gelegen aan de zuidzijde van de Amersfoortseweg nabij de kruising met de toegangslaan tot Paleis Het Loo. Het ..

Vrijstaand koetshuis

Amersfoortseweg 1
Apeldoorn
Inleiding Vrijstaand KOETSHUIS ook wel aangeduid als "schuur", gelegen aan de zuidzijde van de Amersfoortseweg nabij de kruising met de toe..

Kaart & Routeplanner

Route naar Voormalige bomvrije schuilplaats van Seyss-Inquart aan de oostzijde van de Loolaan in Apeldoorn

Foto's (1)