Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Het Apeldoornsche Bosch, Linnenkamer (Gebouw A) in Apeldoorn

Gebouw

De Voorwaarts 61
7325AA Apeldoorn
Gelderland

Bouwjaar: 1907
Architect: E.M. Rood en F.W.M. Poggenbeek Rood E.M. Rood en F.W.M. Poggenbeek


Beschrijving van Het Apeldoornsche Bosch, Linnenkamer (Gebouw A)

Inleiding Dit in 1907 door de Amsterdamse architecten E.M. Rood en F.W.M. Poggenbeek ontworpen GEBOUW A ligt in de noordoost hoek van het complex dat nu onder de naam 'GROOT SCHUYLENBURG' bekend staat, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarvoor bekend stond als 'HET APELDOORNSCHE BOSCH'. Het vrijstaande gebouw was in gebruik als wasgebouw en wordt tegenwoordig de linnenkamer' genoemd. Het is samen met de andere beschermde paviljoens en de voormalige directiewoning gebouwd aan de noordzijde van het complex, parallel aan de Zutphensestraat. In de architectuur worden witgepleisterde gevels, zoals die bij de in die tijd gangbare stadsvakwerk- en Chaletstijl gebruikt werden, gecombineerd met aan diverse andere bouwstijlen ontleende elementen als segmentbogen en speklagen. In de witgepleisterde gevels zijn horizontale sierbanden in baksteen vrijgelaten. Het platte dak zou een verwijzing kunnen bevatten naar de traditioneel Joodse architectuur. Omschrijving Het gebouw heeft een ongelijkvormig grondvlak met een samengestelde plattegrond, twee bouwlagen en een plat dak. Tegen de linkergevel is later een enkellaags aanbouw geplaatst met een L-vormig grondvlak, een plat dak en een veranda. Daarnaast bevindt zich een tweede uitbouw met gepleisterde vakwerkgevels op een bakstenen plint met een verblendstenen waterlijst. De daken zijn voorzien van houten bakgoten op geprofileerde klossen. De gevels zijn gepleisterd en witgeschilderd en bezitten een bakstenen plint die is afgesloten door een in rode verblendsteen uitgevoerde, afgeschuinde waterlijst. Halverwege de eerste bouwlaag en op de verdiepingscheiding bevinden zich in rode verblendsteen uitgevoerde horizontale sierbanden. De vensters zijn over het algemeen afgesloten door in rode verblendsteen uitgevoerde segmentbogen. De op de Zutphensestraat gerichte brede FRONTGEVEL heeft een symmetrische indeling. In het middengedeelte van de eerste bouwlaag bevindt zich een vijfzijdige erker met een plat dak. Aan weerszijden van de erker bezit de gevel twee vensterassen. De tweede bouwlaag bevat vijf vensters. De vensters in de eerste bouwlaag van de kernbouw zijn hoger dan die van de tweede bouwlaag en sluiten in het algemeen af met segmentbogen. Alle vensters in het tweelaags gedeelte hebben verblendstenen lekdorpels. De ramen hebben ongeprofileerde kozijnen met een vast kalf, 4-ruits onderramen en 8-ruits bovenlichten. De vensters in de erker zijn smaller en hebben zowel in het onderraam als in het bovenraam een 4-ruits verdeling. De vensters van de tweede bouwlaag sluiten eveneens af met een segmentboog. Het muurwerk is ter plaatse van de kalven voorzien van blokjes in rode verblendsteen. Diezelfde blokjes zijn toegepast op de gevelhoeken. De uitbouw met de vakwerkgevels heeft grote rechthoekige vensters met daartussen smalle muurdammen, waarin gekoppelde stijlen met korte dwarsverbindingen zijn geplaatst. Daartussen bevinden zich verdiept gelegen gepleisterde gevelvlakken. De lange gevel (gelegen in het verlengde van de frontgevel van de hoofdmassa) heeft zeven vensterassen. De gedeeltelijk uitspringende linkerzijgevel heeft zes vensterassen en een veranda. Waardering PAVILJOEN uit 1907, gelegen op het terrein van GROOT SCHUYLENBURG. - Van architectuurhistorische waarde als goed en voor de tijd van ontstaan (1907) typerend voorbeeld van een paviljoen op het terrein van Groot Schuylenburg. Deze instelling stond oorspronkelijk bekend als de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch. De bouw van dit soort vrijstaande paviljoens is typerend voor de vroege twintigste eeuw. De functionele opzet ervan, werd meestal gecombineerd met een interpretatie van in die tijd gangbare bouwstijlen. Dit gebouw is in hoofdvorm en detaillering redelijk goed bewaard gebleven en heeft door haar opvallende architectuur met witgepleisterde gevels en accenten in rode verblendsteen een belangrijk beeldbepalend karakter. De vier te beschermen paviljoens zijn herkenbaar aan deze architectuur en vormen zo een belangrijk ensemble. - Van stedebouwkundige waarde als belangrijk onderdeel van een viertal in hoofdvorm nog oorspronkelijke paviljoens, gelegen aan de Zutphensestraat. De vier in functie van elkaar verschillende paviljoens liggen in een parkachtige aanleg in het noordelijke deel van het complex. Ze liggen in elkaars verlengde en vormen zo de zuidelijke begrenzing van dit gedeelte van de Zutphensestraat. - Van cultuurhistorische waarde als oorspronkelijk onderdeel van de voormalige Joodse inrichting voor Geesteszieken Het Apeldoornsche Bosch. Deze inrichting was voor de Tweede Wereldoorlog één van de grootste en meest vermaarde instellingen op dit gebied. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vond er vanuit deze inrichting een grootschalige deportatie van Joodse patiënten en verplegend personeel plaats. Hierdoor heeft het gehele complex ook een belangrijke herinneringswaarde aan de periode van de Tweede Wereldoorlog en de daaruit volgende verschrikkingen van de Holocaust. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 514490
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Hoofdgebouw, omstreeks 1930

Het Apeldoornsche Bosch was een Joodse psychiatrische inrichting, die van 1909 tot 1943 gevestigd was aan de Zutphensestraat te Apeldoorn. Van 1938 tot 1943 en van 1946 tot 1966 bevond zich naast het Apeldoornsche Bosch het Paedagogium Achisomog (Achisomog betekent "mijn broeder tot steun"), dat opvang bood aan Joodse kinderen met opvoedingsmoeilijkheden en aan zwakzinnige kinderen.

Stichting en opening

Het Apeldoornsche Bosch en Achisomog gingen beide uit van de vereniging Centraal Israëlietisch Krankzinnigengesticht (CIK), die zich ten doel stelde Joodse geesteszieken te laten verzorgen in een Joodse omgeving. Op 24 mei 1909 werd Het Apeldoornsche Bosch geopend. Vanaf 1925 werden kinderen opgevangen in vier villa’s in Apeldoorn, tot ook voor hen op het terrein van Het Apeldoornsche Bosch een voorziening gebouwd werd, “Achisomog” geheten, die 6 september 1934 betrokken werd.

Het Apeldoornsche Bosch

Gebouw Hannah van "Het Apeldoornsche Bosch"
Het "Ontspanningsgebouw" in 2007
De voormalige directeurswoning.
Eén van de vier paviljoenen (Ruben-Simeon) van "Paedagogium Achisomog"

Geneesheer-directeur waren achtereenvolgens dr. Nico. J. Lemei van 1907 tot 1914; dr. Jan Kat van 1914 tot 1936 en ten slotte van 1936 tot 1943 dr. Jaques Lobstein. De instelling behandelde psychiatrische patiënten naar de normen en inzichten van die tijd. Zo werd in 1926 "actievere therapie" ingevoerd, een soort arbeidstherapie. Wetenschappelijk onderzoek vond plaats naar het verband tussen erfelijkheid en geestesziekte. In de verpleging werd, zoals in die tijd gebruikelijk, verschil gemaakt tussen 1e en 2e en 3e klasse, terwijl Sanatorium Rustoord als "open afdeling" weer andere zorg leverde. De rabbijn leverde godsdienstige bijstand en er werden gebedsdiensten georganiseerd in de eigen synagoge.

Voor het personeel werden de "Boschblaadjes" uitgegeven. De ontspanningsvereniging Tot Ons Vermaak spaarde honderdduizend gulden bij elkaar, waarmee in 1938 het Ontspanningsgebouw geopend werd.

De instelling groeide snel: in 1909 werkten 53 verplegenden voor 235 patiënten; in 1921 werden 542 patiënten verpleegd door 144 medewerkers. Vanaf 1939 werd de inrichting overstroomd door vluchtelingen uit Duitsland. Het officiële maximum lag toen op 762, maar zou steeds verder worden overschreden.

Achisomog

Het aantal patiëntjes van Achisomog groeide tussen 1925 en 1938 van 7 tot 74. De kinderen waren aanvankelijk afkomstig van de kinderafdeling van Het Apeldoornsche Bosch, waar, ook na de opening van Achisomog, steeds meer zwakzinnige kinderen een plek kregen. Aan deze toestand kwam pas een eind toen, een jaar na de opening van de nieuwe gebouwen (Ruben-Simeon; Naftali-Zebulon en Efraïm-Manasse) van Achisomog (op het terrein van Het Apeldoornsche Bosch) een vierde paviljoen Benjamin, huisvesting ging bieden aan dertig van deze kinderen. Benjamin werd tot in de jaren "90 van de 20e eeuw gebruikt voor school en dag/uuractiviteiten en is in het begin van deze eeuw afgebrand. De overige gebouwen hebben nu de namen Fazant, Bosduif en Appelvink.

Achisomog stond onder leiding van het hoofd van het internaat, een verpleegkundige die "tante" genoemd werd, onder supervisie van de geneesheer-directeur van Het Apeldoornsche Bosch. Vanaf 1930 was de onderwijzer Philip Fuldauer onderdirecteur. Om de kinderen ontspanning en plezier te bieden werd de vereniging Lesammeiag Hajeled opgericht. In 1938 kwam prinses Juliana op bezoek.

Deportatie en massamoord in 1943

1rightarrow blue.svg Zie Deportatie van het Apeldoornsche Bosch voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de eerste jaren van de oorlog steeg het aantal opgenomen patiënten tot 1181 in 1943 doordat Joodse patiënten niet meer in niet-Joodse instellingen mochten worden opgenomen en men bovendien meende hier beschermd te zijn tegen deportatie. In 1942 was er even een tekort aan personeel, toen men door de bezetter gedwongen werd alle niet-Joodse personeel te ontslaan, maar al snel meldden zich veel Joodse medewerkers aan, onder wie Eli Asser en zijn toekomstige vrouw, tot er in 1943 330 personeelsleden waren.

Aanvankelijk leek het erop dat de Nazi’s Het Apeldoornsche Bosch ongemoeid zouden laten, in Apeldoorn sprak men van de "Jodenhemel". Woensdag 20 januari 1943 verscheen echter de Ordedienst van Kamp Westerbork, naar bleek, een dag te vroeg. Op het station van Apeldoorn werd ondertussen een goederentrein met 40 wagons gereed gemaakt. De helft van het personeel is in die nacht gevlucht en ondergedoken. In de nacht van donderdag 21 januari op vrijdag 22 januari 1943 werden alle patiënten, soms naakt, verward of in dwangbuis, door eenheden van de Waffen-SS en de Ordnungspolizei onder de persoonlijke leiding van Hauptsturmführer Ferdinand aus der Fünten van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (daarbij geholpen werd door Albert Konrad Gemmeker, de SS-commandant van Kamp Westerbork) in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht.

Deze trein vertrok de volgende ochtend om 7 uur en bracht de bijna 1200 patiënten en 50 van de personeelsleden, rechtstreeks naar Auschwitz, waar de patiënten bij aankomst direct zijn gedood. Over de manier waarop spreken de bronnen elkaar tegen.[1] Van deze 1250 mensen heeft niemand het drama overleefd. Het resterende, in Apeldoorn gebleven personeel, is samen met de laatste ruim honderd Joodse Apeldoorners in een gewone trein naar Kamp Westerbork gebracht en werd vandaar uit gedeporteerd. Enkelen van hen hebben, net als een deel van degenen die ondergedoken waren, na de oorlog hun verhaal kunnen doen.

Gebruik van het terrein na de deportatie

Na de deportatie van de patiënten en personeelsleden werd het terrein van Het Apeldoornsche Bosch en Achisomog een Erholungsheim voor de Waffen-SS. Op 2 oktober 1944 werd het terrein gebruikt voor de standrechtelijke executie van zes leden van de Verzetsgroep Narda en twee door hen verborgen geallieerde piloten.

Na de bevrijding werden tot 1946 Canadese verbindingstroepen in de gebouwen gelegerd.

In 1946 startte Philip Fuldauer (die door zijn gemengde huwelijk gered was), Paedagogium Achisomog weer op, waaraan hij leiding bleef geven tot het in 1966 opging in het Sinaï-centrum te Amersfoort.

Van 1947 tot 1948 werden 500 verweesde Joodse kinderen uit kampen in Roemenië opgevangen in Het Apeldoornsche Bosch, dat voor de gelegenheid een Hebreeuws-talige kibboets (Ilaniah) was geworden. Na de onafhankelijkheid van Israël zijn deze kinderen daarnaartoe geëmigreerd, de meeste met het schip Negbah.

Het terrein van Het Apeldoornsche Bosch was veel te groot geworden voor de gedecimeerde Joodse bevolking. Het CIK, omgedoopt tot Joodse Geestelijke Gezondheidszorg, opende in 1962 het veel kleinere Sinai Centrum te Amersfoort, dat met name zeer deskundig is op het gebied van traumazorg. Het terrein van Het Apeldoornsche Bosch werd via de overheid verkocht aan wat nu de 's Heeren Loo zorggroep is, die er in 1952 Groot Schuylenburg, een christelijk centrum voor mensen met een verstandelijke beperking, opende en in 1966 ook de grond, gebouwen en enkele patiënten van het ernaast gelegen Achisomog overnam.

Herdenking

Monument Prinsenpark

Op 23 april 1990 werd door prinses Juliana in het Prinsenpark te Apeldoorn een monument van Ralph Prins onthuld ter herdenking van Het Apeldoornsche Bosch. Op het monument staat een dichtregel van Ida Gerhardt uit haar gedicht Het carillon: ''Nooit heb ik wat ons is ontnomen, zo bitter, bitter liefgehad''. Het monument is geadopteerd door basisschool De Prinsenhof. Elk jaar rond 21 januari wordt bij dit monument een herdenking georganiseerd door het Comité Monument Apeldoornsche Bosch. De Prinsenhof en leerlingen van de Koninklijke Scholengemeenschap leveren ieder jaar een bijdrage aan het herdenkingsprogramma.

Op 27 mei 2009 werden op het terrein twaalf herinneringstekens onthuld ter nagedachtenis aan zowel de deportatie als de zorg die in de jaren daarvóór werd verleend aan de bewoners. Een van de weinige overlevenden van het oorlogsdrama onthulde het eerste van de tekens.

In december 2009 kregen wegen en paden op het terrein officiële straatnamen, die vaak herinneren aan Het Apeldoornsche Bosch: Lemeilaan, Laan van Achisomog, Hannahlaan, Rustoordlaan, Lobsteinlaan, Fuldauerlaan, Benjaminlaan enzovoorts.

In november 2014 werd op de Joodse begraafplaats aan de Arnhemseweg in Apeldoorn een plaquette onthuld ter nagedachtenis aan de zeshonderd patiënten die tussen de oprichting van het Apeldoornsche Bosch en de Tweede Wereldoorlog zijn overleden.[2]

Externe links

Bronnen

  • Wie in tranen zaait… Geschiedenis van de Joodse Geestelijke Gezondheidszorg in Nederland - Eindredactie Renate G. Fuks-Mansfeld en Armand Sunier, 1997, Van Gorcum, Assen
  • De Joodse gemeente te Apeldoorn en het Apeldoornsche Bosch. - Laansma, S. Zutphen, De Walburg Pers., 1979
  • Het Apeldoornsche Bosch. Joodse psychiatrische inrichting 1909- 1943. - Oosterhof, Hanneke. Heerlen, De Voorstad/Historisch Museum Marialust, 1989
  • Ondergang; de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom 1940-1945 eerste deel, bladzijde 321-333; Dr. J. Presser; 's Gravenhage, Staatsuitgeverij, 1965;
  • Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; deel 6, bladzijde 307-313; Dr. L.de Jong; Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie / Staatsuitgeverij; 1975.
  • Als ik wil kan ik duiken; Brieven van Claartje van Aals. Suzette Wyers. Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam, 1995

Monumenten in de buurt van Het Apeldoornsche Bosch, Linnenkamer (Gebouw A) in Apeldoorn

Het Apeldoornsche Bosch, Schuilhut (Gebouw B)

De Voorwaarts 61
Apeldoorn
Inleiding Dit in 1907 door de Amsterdamse architecten E.M. Rood en F.W.M. Poggenbeek ontworpen GEBOUW B ligt in de noord-oosthoek van het c..

Het Apeldoornsche Bosch, Ribes

De Voorwaarts 61
Apeldoorn
Inleiding Grote vrijstaande VILLA, genaamd 'Ribes' en behorend tot de oorspronkelijke bebouwing van de voormalige Joodse psychiatrische inr..

Het Apeldoornsche Bosch, Hannah (Berk)

De Voorwaarts 61
Apeldoorn
Inleiding Groot vrijstaand PAVILJOEN, genaamd 'Berk' en behorend tot de oorspronkelijke bebouwing van de voormalige Joodse psychiatrische i..

Hallenhuisboerderij met riet gedekt wolfdak

Woudhuizerweg 64
Apeldoorn
Boerderij, blijkens jaartalankers in de achtergevel van de stal daterend uit 1801. Hoog, met riet gedekt wolfdak. In de gepleisterde voorgev..

Hallenhuisboerderij met wagenschuur, bakhuis en houten karnmolen

Woudhuizerweg 71
Apeldoorn
Boerderij, blijkens jaartal op de sluitsteen boven de staldeuren uit 1826. Rieten wolfdak, vensters met oude kozijnen en luiken. Wagenschuur..

Kaart & Routeplanner

Route naar Het Apeldoornsche Bosch, Linnenkamer (Gebouw A) in Apeldoorn

Foto's (1)