Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Academiegebouw in Utrecht

Gebouw

Domplein 29
3512JE Utrecht
Utrecht

Bouwjaar: 1892


Beschrijving van Academiegebouw

Inleiding UNIVERSITEITSGEBOUW van de Universiteit Utrecht, gebouwd in 1891-1894, met bijbehorende uitbreidingen, vooral uit de periode 1917-1924. Het hoofdgebouw, gelegen in de zuid-oosthoek van het Domplein, is geschonken door de Utrechtse burgers ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de Universiteit. Aan het ontwerp van E.H. Gugel en F.J. Nieuwenhuis in neo-renaissance ging een nationale polemiek vooraf, waarin aan de keuze tussen neo-gotiek en neo-renaissance een politieke lading gegeven werd. Het uitgevoerde ontwerp voor het Academiegebouw werd ingepast tussen bestaande gebouwen: aan de noordzijde de kloostergang van de Dom en aan de oostzijde de kapittelzaal van de Dom en de oude senaatszaal, van de kapittelzaal gescheiden door een gang die door de steunberen ervan loopt en naar het voormalige claustrale huis Achter de Dom 7 leidt. De senaatszaal werd in 1917 gesloopt, de uitgebreidere nieuwbouw, naar ontwerp van J.H. Hermelink, met onder meer de nieuwe senaatszaal werd in 1924 in gebruik genomen. Het complex werd in de loop der tijden in gebruik gekoppeld aan een groot aantal omringende panden. Omschrijving Het front aan het Domplein wordt bepaald door twee haaks op elkaar staande vleugels (de linker aan de noordzijde: Bouwdeel a en de rechter aan de westzijde: Bouwdeel b), met, in de inspringende hoek, de overhoeks geplaatste hoofdingang. Doordat min of meer in het verlengde van deze twee vleugels twee andere aansluiten (een korte aan de zuidzijde, bouwdeel c en een forse aan de oostzijde, bouwdeel d), heeft het voorste deel van het gebouw een onregelmatige kruisvorm. Op de kruising is, tegenover de ingang, een monumentaal trappenhuis geplaatst. De vanaf de kruising naar het oosten lopende vleugel (d) vormt de ruggegraat van het complex; aan de oostzijde sluit naar links een korte vleugel aan (bouwdeel e), zo een kleine, nu overdekte binnenplaats omsluitend, waardoor de apart beschermde kloostergang van de Dom bereikbaar is en de in het Academiegebouw opgenomen apart beschermde middeleeuwse voormalige kapittelzaal van de Dom, nu Aula. Aan de zuid-oostzijde sluit de nieuwbouw uit 1917-1924 aan (bouwdeel f) met een hal, tevens trappenhuis vormend, van waaruit de op de verdieping ernaast gelegen senaatskamer bereikbaar is. De bouwmassa wordt aangevuld met diverse kleine aanbouwen, waardoor via tal van gangen andere gebouwen bereikbaar zijn, deels zelfstandig beschermd, niet behorend tot het complex van het Academiegebouw. De genoemde bouwdelen van het Academiegebouw hebben twee bouwlagen. De vleugels a en b hebben een zadeldak met eindschild, de vleugel c heeft een zadeldak eindigend tegen een topgevel, de vleugel d heeft een zadeldak met een smal plat als top en is omgezet naar het zadeldak van vleugel e, die met een trapgevel boven de kloostergang uitsteekt. De genoemde zadeldaken dragen pannen, met uitzondering van de dakschilden aan het Domplein, die met leien gedekt zijn. Bouwdeel f heeft twee, iets in hoogte verschillende platte daken. De overhoekse ingangspartij heeft een rijke topgevel en een steekkap, die tot de kruising loopt, waar een rijke dakruiter staat. De eindschilden aan het Domplein hebben een rijke dakkapel, diverse dakschilden dragen schoorstenen met banden en natuurstenen afdekkingen en dakkapellen met luiken en pirons. De decoratie van de gevels is sterk verschillend. Aan de zuid-westzijde zijn de gevels blind of vrijwel blind met hoekblokken en waterlijst. De gevels aan de binnenplaats, tussen de vleugels a,d en e, zijn uitgevoerd in ingehouden neo-renaissance-vormgeving. De zuidgevel van de vleugel d aan de tuin is soortgelijk, maar links springt de gevel wat terug onder een grote rondboog voor de vensterpartij met glas-in-lood van het overhoeks geplaatste trappenhuis. De gevels van bouwdeel f, met onder meer de nieuwe senaatszaal, zijn sober vormgegeven. De frontgevels aan het Domplein zijn zeer rijk uitgevoerd in bak-, natuur- en kunststeen en pleisterwerk. Beide vleugels met hardstenen plint, zijn vier vensterassen breed, met natuurstenen kruiskozijnen, op de begane grond onder korfbogen met schelpmotieven, op de verdieping onder driehoekige frontons. Tussen de bouwlagen een fries met cartouche-ornamenten. Onder de daklijst, op rondboogfries, een hoog fries met gepleisterde decoraties, onder meer neo-renaissance-motieven en, tussen de vensters, met goud opgewerkte portretmedaillons van beroemde wetenschappers, waarvan de naam vermeld wordt op cartouches in de naastgelegen frontons. De medaillons zijn uitgevoerd door E.A.F. Bourgenjon naar ontwerp van E. Lacomblé. De overhoeks gelegen ingangspartij, met in 1993 gewijzigde bordestrap, springt uit en heeft een natuurstenen hoofdgestel met timpaan op pilasters met in het fries een tweeregelig gedicht van J. van Vliet, daarboven in het timpaan het gehelmde hoofd van Pallas Athene. De verdieping heeft boven de ingang een balkon met natuurstenen balustrade, waarop schilddragende leeuwen. De glasdeur van het balkon is opgenomen in een fors drielicht met bovenlichten, waarboven een driehoekig fronton, waarin een buste van de jonge koningin Wilhelmina door F. Leenhoff. In de over de hele frontgevel doorlopende kroonlijst, hier gekornist, het jaartal 1893. De rijke topgevel hierboven bevat beeldhouwwerk van W. Mengelberg, onder meer het Nederlandse wapen en het universiteitswapen. De kopgevels van beide vleugels aan het plein hebben gepleisterde banden, op de begane grond een nis met schelpornament en groteskendecoraties, op de verdieping een kruiskozijn en twee medaillons. Het interieur bevat, naast diverse collegezalen een aantal representatieve ruimten, met name de senaatszaal en de in 1949 voor ontvangsten ingerichte voormalige collegezaal links van de ingang, waarin de 17de-eeuwse schouw met grisaille uit de oude senaatskamer herplaatst is. De nieuwe senaatszaal uit 1917-1924 heeft een rijke neo-renaissance schouw en tegen de wanden portrettenreeksen van hoogleraren, die voordien de oude senaatszaal sierde. Het trappenhuis, met representatieve trap, heeft een plafondschildering door G. Sturm uit 1894, voorstellende Pallas Athene met de vijf faculteiten. De gebrandschilderde ramen uit 1894 zijn naar ontwerp van A.J. Derkinderen, voorstellende de Utrechtse Stedemaagd die het Academiegebouw aan de Universiteit aanbiedt. De voor de bordestrap ontworpen buste van Koningin Wilhelmina, door Bart van Hove, bevindt zich nu in de senaatszaal. In de ruimte naast de binnenplaats werd in 1936 een gebrandschilderd raam als lustrumgeschenk geplaatst. Naast tal van andere waardevolle interieurdetails verdienen de deuren en betimmeringen vermelding. Waardering Universiteitsgebouw uit 1891-1894, met bijbehorende latere uitbreidingen van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van rijke neo-renaissance en als onderdeel van de opdrachtenreeks van de Universiteit en vanwege de cultuurhistorische waarde in verband met de eind-19de-eeuwse stijldebat. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 514264
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Academiegebouw
514264Academiegebouw.JPG
Locatie Utrecht, Domplein
Start bouw 1891
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 514264
Overig
Verdiepingen 4
Architect Eugen Gugel, Cornelis Vermeijs & Ferdinand Jacob Nieuwenhuis
Eigenaar Universiteit Utrecht
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Academiegebouw in de Nederlandse stad Utrecht is het hoofdgebouw van de Universiteit Utrecht en is gelegen in een hoek van het Domplein.

De universiteit van Utrecht was vanaf haar ontstaan gevestigd in enkele bijgebouwen van de Domkerk, met name in de kruisgang en de kapittelzaal. Deze laatste zaal is verbonden met het Academiegebouw en doet tegenwoordig nog dienst als aula. Op 23 januari 1579 werd in deze zaal de Unie van Utrecht gesloten. Pas in de negentiende eeuw ontstond behoefte aan een representatief universiteitsgebouw aan het Domplein.

Het Academiegebouw heeft een nogal merkwaardige ontstaansgeschiedenis, die duidelijk de richtingenstrijd tussen de verschillende neostijlen aan het eind van de negentiende eeuw illustreert. Oorspronkelijk was het gedacht als een geschenk aan de Universiteit ter gelegenheid van haar 250-jarig bestaan in 1886, maar door een slepend conflict, en het onverwacht overlijden van één van de architecten, Cornelis Vermeijs, kon de bouw pas in 1891 beginnen. Aanhangers van de neogotische stijl onder leiding van Victor de Stuers steunden een ontwerp van P.J.H. Cuypers. Zij meenden dat het ontwerp veel beter aansloot bij de architectuur van de nabijgelegen Domkerk. De neorenaissancerichting koos voor de plannen van E.H. Gugel en F.J. Nieuwenhuis. Hun voornaamste argument was dat de neogotiek wel geschikt was voor kerkelijke gebouwen, maar dat een universiteit beter gebouwd kon worden in de neorenaissancestijl, de stijl van het humanisme die bovendien terugverwees naar de oude Griekse beschaving.

Uiteindelijk trokken de aanhangers van de neorenaissancestijl aan het langste eind, zeer tot ongenoegen van minister van Binnenlandse Zaken Tak van Poortvliet, die, naar men zegt, in 1894 als wraak pal naast het nieuwe Academiegebouw het neogotisch toegangspoortje voor de kruisgang van de Dom liet bouwen. Het is een ontwerp van Jos.Th.J. Cuypers, de zoon van P.J.H. Cuypers.

De ornamenten aan het Academiegebouw zijn van de hand van Friedrich Wilhelm Mengelberg, de medaillons in de gevel zijn een ontwerp van Eugène Lacomblé en uitgevoerd door E.A.F Bourgonjon. De buste van koningin Wilhelmina is een werk van Ferdinand Leenhoff. De beschildering van het plafond van de aula is van de hand van Georg Sturm. Op een van de wanden is een Millennium fresco 'The return of Christ' (1999) gemaakt door Jits Bakker

De wandtapijten in de aula zijn in 1936 geschonken door het Utrechtse Universiteitsfonds en werden ontworpen door Willem van Konijnenburg in samenwerking met Chris de Moor. De tapijten werden vervaardigd in de weefschool van Mevrouw Laman Trip-Aolen en in de ateliers van J.F. Semeij.[1]

Op 18 september 2010 is er door het Utrechts Klokkenluiders Gilde een luidklok gegoten ter ere van het 375-jarig bestaan van de Universiteit Utrecht in 2011. Deze klok is Anna Maria genaamd, naar Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke student in Utrecht, en hangt in het torentje boven de ingang van het Academiegebouw.


Monumenten in de buurt van Academiegebouw in Utrecht

Kapittelhuis met groot auditorium der rijksuniversiteit

Domplein 29
Utrecht
Kapittelhuis met groot auditorium der Rijksuniversiteit; XVe eeuw. Voorheen kapittelzaal van de Dom, waar Unie van Utrecht in 1579 gesloten ..

Pand met belangrijke renaissance-gevel met fraai gebeeldhouwde pilasters, banden schelpen boven de vensters, thans door rechte kroonlijst afgedekt

Korte Nieuwstraat 2
Utrecht
Pand met belangrijke renaissance-gevel met fraai gebeeldhouwde pilasters, banden schelpen boven de vensters, thans door rechte kroonlijst af..

Kloostergang Domkerk

Domplein 30
Utrecht
Kloostergang Domkerk.

Huis met rechte daklijst, boven de vensters accoladebogen met hardstenen blokken

Korte Nieuwstraat 4
Utrecht
Huis met rechte daklijst, boven de vensters accoladebogen met hardstenen blokken XVII.

Pand met brede gevel met rechte kroonlijst vooruitspringende middenpartij, zeven ramen breed

Trans 4
Utrecht
Pand met brede gevel met rechte kroonlijst vooruitspringende middenpartij, 7 ramen breed, XIX.

Kaart & Routeplanner

Route naar Academiegebouw in Utrecht