Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Voormalig hoofdkantoor Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland in Bloemendaal

Gebouw

Ign. Bispincklaan 19
2061EM Bloemendaal
Noord Holland

Bouwjaar: 1935
Architect: H.T. Zwiers


Beschrijving van Voormalig hoofdkantoor Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland

INLEIDING HOOFDGEBOUW, hoofdonderdeel van het voormalige PEN-complex (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland), gebouwd in 1935 naar ontwerp van architect R.H.T. Zwiers. N.B. Aan de zijde van de binnenhoven is het hoofdgebouw voorzien van enkele uitgebouwde delen uit de jaren '50 van de 20ste eeuw en van verschillende dakramen. Deze vallen niet onder de bescherming. OMSCHRIJVING Het in aanleg en opbouw symmetrische PEN-gebouw is opgetrokken op een rechthoekig grondplan, rondom twee binnenhoven. Het PEN-gebouw bestaat uit een langgerekt hoofdvolume, voorzien van drie haaks erop staande achtervleugels die aan de oostzijde zijn verbonden door een laag bouwvolume, waardoor twee binnenhoven worden omsloten. Het langgerekte hoofdvolume bestaat uit een souterrain, twee bouwlagen plus kapverdieping en is opgetrokken uit een betonskelet (ook de kapconstructie). Hoofdvolume en drie haakse vleugels hebben zadeldaken met een houten overstek en zijn gedekt met zwart geglazuurde Hollandse pannen, de oostelijke uiteinden van de drie vleugels hebben een schildeind. De gevels zijn bekleed met gele baksteen, gemetseld in Vlaams verband boven een plint afgezet met kalkzandstenen afzaat. De gevels worden geleed door lange reeksen staande vensters met houten kozijnen en bronzen ramen met meerruitsroedenverdeling, voorzien van smalle bronzen profielen. Het souterrain is herkenbaar aan de reeks segmentboogvormige bronzen vensters. Ook dakgoten, regenpijpen en oorspronkelijke detailleringen in het interieur zijn uitgevoerd in brons. De gevels bevatten voorts detailleringen in kalkzandsteen, waaronder de omlijsting van de hoofdentree, de spekblokken in de middenpartij, de omlijsting van de glaspuien van de trappenhuizen op de kopgevels, diverse vensteromlijstingen en lateien, enzovoort. De langgerekte voorgevel bevindt zich aan de westzijde. Een verhoogde middenpartij onder opgetild zadeldak accentueert de hoofdentree: op de begane grond bevindt zich de risalerende entreepartij, gekenmerkt door een bronzen pui met glasinvullingen en omlijsting in kalkzandsteen, waarboven in bronzen letters "PROVINCIAAL ELECTRICITEITSBEDRIJF VAN NOORDHOLLAND" staat aangegeven. De eerste verdieping van de middenpartij heeft een breedte van drie vensterassen elk met openslaande bronzen deuren, waarachter zich de directiekamers bevinden. De tweede verdieping is terugliggend en bevat vier vensters (waarachter zich de werkkamers van hoofdmedewerkers bevonden). Aan weerszijden van de middenpartij bevindt zich een langgerekte gevel met repeterend gevelschema met reeksen bronzen vensters: in het souterrain segmentboogvormige, op de begane grond en eerste verdieping rechthoekige staande vensters. Parallel aan de voorgevel lopen van beide kanten hellingbanen die naar de secundaire entree in het souterrain voeren. Achter de middenas en aachter de uiteinden van het hoofdvolume bevinden zich trappenhuizen; de achtervleugels sluiten aan op deze drie trappenhuizen. De achtervleugels hebben reeksen rechthoekige vensters, ook in het souterrain. Aan de oostzijde worden de vleugels door laagbouw met elkaar verbonden, waardoor twee binnenhoven worden omsloten. Deze laagbouw bestaat uit één en twee bouwlagen met een plat dak en wordt gekenmerkt door een grote transparantie van de gevel (vliesgevel), bestaande uit stijl- en regelwerk waarin aaneengesloten reeksen bronzen vensters met smalle profielen zijn geplaatst. Het casco van het gebouw is nog intact: het betonskelet, de in betonnen spanten uitgevoerde kapconstructie, het dak en de vloeren. Van de oorspronkelijke indeling van de ruimtes zijn de volgende ruimtes van belang: de entree met centrale hal, hal van het souterrain, de drie trappenhuizen in het hoofdvolume, directiekamers met specifieke detailleringen. De entreepartij met centrale hal en hoofdtrappenhuis bevat trappen uitgevoerd in travertin, de leuningen, de binnenpuien, draai- en klapdeuren zijn uitgevoerd in brons met glaspanelen. Na binnenkomst betreedt men een tochtportaal met brede steektrap die naar de draai- en klapdeuren voert. Na deze deuren betreedt men de centrale hal; op de hoofdas bevindt zich het hoofdtrappenhuis: steektrappen voerden naar de directiekamers (op de eerste verdieping) en de hoofdmedewerkerskamers (op de tweede verdieping). In tenminste één van de twee directiekamers is het authentieke eiken interieur nog aanwezig, bestaande uit eiken deuren, parket en lambrizeringen alsmede het oorspronkelijke cassetteplafond. Ook de trappenhuizen op de uiteinden van het hoofdgebouw, eveneens uitgevoerd in travertin, zijn nog intact. In de achtervleugel op de middenas bevinden zich nog enkele in brons uitgevoerde vitrinekasten, die zich oorspronkelijk in de ruimte naast de grote vergaderzaal bevonden. WAARDERING Het hoofdgebouw is van algemeen belang als historisch functioneel hoofdonderdeel van het voormalige PEN-complex en vanwege architectuurhistorische, cultuurhistorische en typolgische waarden als representatief, gaaf bewaard gebleven en zeldzaam geworden voorbeeld van een uit de jaren '30 van de 20ste eeuw daterend groot kantoorgebouw, opgetrokken in een betonskelet met gevels in traditionalistische bouwtrant die kenmerken van de Delfste School vertonen. Tevens is het gebouw van belang vanwege het heldere ontwerp en vanwege het materiaalgebruik met grote hoeveelheden brons. Daarnaast vormt het gebouw een karakteristiek onderdeel van het oeuvre van architect R.H.T. Zwiers. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 508167
Laatste wijziging: 2014-10-12 19:38:37.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Voormalig PEN-hoofdkantoor te Bloemendaal.

Het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland, afgekort P.E.N. of PEN was het productie- en distributiebedrijf voor elektriciteit van de Provincie Noord-Holland. Het bedrijf werd als overheidsbedrijf opgericht in 1917, en fuseerde in 1996 met vier andere energiebedrijven in Noord-Holland tot Energie Noord-West, dat later opging in Nuon.

Oprichting

Elektriciteitscentrale van de voormalige K.E.M. te IJmuiden, ontworpen door J.B. van Loghem. Deze centrale werd overgenomen door het P.E.N., maar al in 1921 gesloten.

In 1917 werd de Kennemer Electriciteit-Maatschappij (K.E.M.), waarin de provincie al aandelen bezat, genaast, en werd een overheidsbedrijf gevormd onder de naam Provinciaal Electriciteitsbedrijf van Noord-Holland, P.E.N. Een jaar later werd ook de Hollandsche Electriciteits Maatschappij (H.E.M.), die in het Gooi actief was, overgenomen en in het P.E.N. geïntegreerd. Het P.E.N. kreeg een rijksconcessie voor de elektrificatie van de gehele provincie, met uitzondering van Amsterdam en Texel. Al spoedig ging het P.E.N. een samenwerking aan met de gemeentelijke energiebedrijven van Amsterdam en Haarlem, met als doel de productie te centraliseren en de leveringsgebieden te verdelen. Het GEB Amsterdam zou leveren in Amsterdam en Zaandam (en later ook in Oostzaan en Diemen), het GEB Haarlem in Haarlem en Heemstede, en het P.E.N. in de rest van de provincie. Deze Provinciale En Gemeentelijke Electriciteits Maatschappij (P.E.G.E.M.) bleek geen succes, en in 1928 kwamen de centrales weer onder het beheer van de afzonderlijke maatschappijen. De P.E.G.E.M., met een eigen centrale te Amsterdam, bleef wel bestaan en zou later de elektriciteitslevering aan de Nederlandse Spoorwegen in Noord-Holland verzorgen.

Nieuwe centrales en elektrificatie van Noord-Holland

Transformatorhuisje in Halfweg. Dit rijksmonument werd in 1915 ontworpen door J.B. van Loghem.

In Velsen werd een nieuwe centrale met twee eenheden van 30 MW gebouwd (gereed in 1931), die het overtollige hoogovengas van de Hoogovens zou gaan verstoken. Aanvankelijk leverde het P.E.N. vooral aan de gemeentelijke netten, die zelf de distributie in beheer hadden. Het P.E.N. nam echter gaandeweg de meeste gemeentelijke netten over, mede om door concentratie van de middelen ook onrendabele aansluitingen van eindgebruikers (zoals op het platteland) tot stand te kunnen brengen. Ondertussen nam de productiecapaciteit gestaag toe door uitbreidingen van de centrale te Velsen en door de bouw van een tweede centrale aldaar. De totale levering bedroeg in 1964 ruim 2000 GWh, waarvan de Hoogovens alleen al ruim 40% voor hun rekening namen. In dat jaar was vrijwel geheel Noord-Holland geëlektrificeerd, op enkele tientallen percelen na (vooral omdat de toenmalige bewoners geen aansluiting wilden). In Diemen werd in 1970 een tweede productielocatie in gebruik genomen. De totale jaarlijkse productie bedroeg toen bijna 4000 GWh, het aantal gebruikersaansluitingen was 300.000.

Distributie en het koppelnet

Hoogspanningsmasten bij de oversteek van het Noordhollands Kanaal nabij Jisp. Onderdeel van de verbinding Amsterdam - Oterleek, met 3 lijnen van 150 kV.

Al in de jaren veertig beseften de elektriciteitsbedrijven dat onderlinge koppeling noodzakelijk was, en er werd een begin gemaakt met een landelijk koppelnet met een spanning van 150 kV. Het P.E.N. was daar sinds 1949 op aangesloten, met de verbinding Leiden-Velsen-Amsterdam. De distributie in het eigen gebied vond tot 1961 alleen plaats met een 50 kV-net; daarna werd een 150 kV-net aangelegd dat onder andere Velsen en Amsterdam/Diemen verbond met het in de jaren 60 gebouwde 150 kV-station te Oterleek, en dat tot op heden de ruggengraat vormt voor de elektriciteitsdistributie in Noord-Holland. Vanaf eind jaren zestig bleek de capaciteit van het landelijk koppelnet onvoldoende, en werd er begonnen met een landelijk "ultra-hoogspanningsnet" van 380 kV, waarop het P.E.N. bij Diemen werd aangesloten. Een eigen 380 kV-verbinding tussen Diemen en Velsen werd ook gebouwd, maar deze is tot 2007 met 150 kV in bedrijf geweest.

Liberalisering en fusies

Tijdlijn van de fusies en splitsingen van de verschillende provinciale, regionale en gemeentelijke energiebedrijven in Nederland, 1986–2014

Begin jaren 90 werd door regelgeving van de Europese Gemeenschap een proces van liberalisering van de energiemarkt in gang gezet. In het kader hiervan werden energiebedrijven die zowel opwekking als distributie deden, gesplitst. De distributietak van het PEN werd verzelfstandigd onder de naam PEN Energiebedrijf Noord-Holland; de productietak ging samen met de productietakken van Amsterdam (GEB) en Utrecht (PEGUS) onder de naam UNA en werd later aangekocht door Reliant Energy.

Om in de toekomst op de Europese markt te kunnen blijven concurreren, fuseerden veel van de overgebleven provinciale, regionale en gemeentelijke distributiebedrijven. In 1994 kondigden het Energiebedrijf Amsterdam, PEN Energiebedrijf Noord-Holland, Energiebedrijf Zaanstreek-Waterland, Gasbedrijf Kop van Noord-Holland en Energiebedrijf Haarlem aan te willen fuseren, onder de naam Eneco. Eind 1994 leek deze fusie niet door te gaan, maar in 1996 vond deze alsnog plaats, onder de naam Energie Noord-West (ENW). In 1998 ging ook het Regionaal Energiebedrijf Gooi en Vechtstreek (REGEV) hierin op. In 1999 besloten NUON (Flevoland, Friesland, Gelderland), ENW, EWR (Rijnland) en Gamog (gasdistributie, Flevoland en Gelderland) te fuseren onder de naam NUON.

Op zijn beurt kocht NUON in 2004 de Europese productiefaciliteiten van Reliant Energy weer aan, waarmee de productie- én distributiefaciliteiten van het voormalige P.E.N. weer volledig in één hand waren. In het kader van de Wet onafhankelijk netbeheer is NUON in 2008 gesplitst, en wel in een productie- en leveringsbedrijf dat onder de naam NUON verdergaat, en een netwerkbeheerder onder de naam Liander.

Hoofdkantoor

In 1935 werd een nieuw hoofdkantoor betrokken te Bloemendaal. Dit gebouw was ontworpen door de architect H.T. Zwiers in een eclectische stijl. De middenpartij van de voorgevel was vrij massief en traditionalistisch, terwijl de zijvleugels en de achterzijde van het gebouw veel meer naar functionalisme neigden. Het gebouw werd in de jaren tachtig verruild voor een nieuw kantoor in Alkmaar. Het oude kantoor werd in 1999 een rijksmonument en rond 2005 werd het onder de naam Bloomingdale omgebouwd tot appartementencomplex.

Bronnen


Monumenten in de buurt van Voormalig hoofdkantoor Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland in Bloemendaal

Noordwestelijk van het hoofdgebouw gelegen bijgebouw, onderdeel van het voormalige PEN-complex (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland). Het ..

Ign. Bispincklaan 19
Bloemendaal
INLEIDING Noordwestelijk van het hoofdgebouw gelegen BIJGEBOUW, onderdeel van het voormalige PEN-complex (Provinciaal Elektriciteitsbedrij..

Zuidwestelijk van het hoofdgebouw gelegen bijgebouw, onderdeel van het voormalige PEN-complex (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland). Het b ..

Ign. Bispincklaan 19
Bloemendaal
INLEIDING Zuidwestelijk van het hoofdgebouw gelegen BIJGEBOUW, onderdeel van het voormalige PEN-complex (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf..

Dwarshuis, zonder verdieping en met pannen schilddak, waarin twee dakkapellen met geprofileerde lijsten. Gemetselde hoeklisenen. Geprofileerde gootlij ..

Bloemendaalseweg 133
Bloemendaal
Dwarshuis, derde kwart 18e eeuw, zonder verdieping en met pannen schilddak, waarin twee dakkapellen met geprofileerde lijsten. Gemetselde ho..

Laag woonhuis

Kleverlaan 6
Bloemendaal
Laag woonhuis.

Sparrenheuvel

Bloemendaalseweg 139
Bloemendaal
"Sparrenheuvel". Statig landhuis met inspringende middenpartij met zuilen, naar achteren uitgebouwd. Deels 18e eeuw.

Kaart & Routeplanner

Route naar Voormalig hoofdkantoor Provinciaal Elektriciteitsbedrijf van Noord-Holland in Bloemendaal

Foto's (2)