Beschrijving | Recensies (0) | Wikipedia
Beschrijving Buitenplaats Westhove
Inleiding 1: HOOFDGEBOUW. A. EXTERIEUR: Na verwoesting in 1572 van het grootste deel van het middeleeuwse kasteel (behalve de torens) is vermoedelijk in de 17de eeuw het kasteel in twee bouwlagen baksteen herbouwd; in de 18de eeuw is het kasteel tot een U-vormige plattegrond uitgebreid, met daarin opgenomen twee 15de eeuwse hoektorens; deze torens dragen tentdaken met windwijzers; de oostelijke hoektoren is gedekt met gesmoorde pannen, de westelijke door leien; het zadeldak van de middenpartij is aan de noordzijde eveneens met leien gedekt, de overige aansluitende daken van het samengestelde dak zijn gedekt met gesmoorde pannen; de oostelijke hoektoren is van kantelen voorzien en van een boogfries; ten zuidoosten (als vleugel toegevoegde) aanbouw van één bouwlaag, daterend van omstreeks 1900; ten zuidwesten in de 16de eeuw toegevoegde vleugel van twee bouwlagen; de westelijke hoektoren is in de 16de eeuw verhoogd. Binnengevels aan de zuidzijde van het U-vormige deel: de zuidoost-vleugel sluit niet op de hoek van de middenpartij aan, maar is iets naar het westen geplaatst; de zuidoostvleugel is geheel gepleisterd links en rechts twee strokendeuren; de tuitgevel aan het eind van de zuidoost-vleugel is blind op een kruisroede-venster onder de kap na; de zuidoost-vleugel heeft aan het noordelijke eind een dakschild met pannen gedekt; de zuidwest-vleugel bestaat uit twee delen van twee bouwlagen met muurankers onder doorlopend zadeldak; tussen beide delen in een natuurstenen hoekketting; rechts daarvan een gedeelte met speklagen en natuurstenen plint; op de b.g. bevindt zich een dichtgezette muuropening waarin nu modern venster, op verdieping Empire schuifraam (2x4); in het meest linkse deel van deze gevel een deurtje omlijst door natuursteenblokken; tuitgevel aan het eind van de zuidwestvleugel blind op een kruisroede-venster op verdieping na; daar toegepast oude grote steen, gesneden voeg, geglazuurde koppen; binnengevel hoofdvleugel centraal 18de eeuwse ingangspartij met dubbele glasdeur en bovenlicht met spaakvulling; links en rechts naast de ingang uit baksteen gemetselde pilasters met kapiteel; boven ingang een Empire venster (2x4), aan beide zijden een soortgelijk raam op de verdieping (met rollaag aan de bovenzijde); op b.g. rechts en links, recht onder de verdiepingvensters, Empire vensters met gebogen strekkenlaag; tussen de Empire vensters vier kleinere stolpramen met gebogen strekkenlaag; metselwerk bestaat tot en met borstwering uit kloostermoppen, daarboven kleine fijne 18de eeuwse baksteen; rechts van de zuidoostvleugel (die zoals bovenvermeld iets uit de hoek is geplaatst) zowel op de b.g. als op de verdieing een getoogd spaarveld; op het dakvlak uiterst rechts, een dakkapel. Tussen de zuidoost- en zuidwestvleugel voor de slotgracht nog restanten van gewelven en metselwerk in oude grote steen met 20ste eeuwse toevoegingen ter bescherming tegen weersinvloeden. De buitengevel van de zuidoostvleugel bestaat uit twee gedeelten; het eerste deel dateert vermoedelijk uit de 18de eeuw, heeft twee bouwlagen, een klein (toegevoegd) venster in de eerste bouwlaag en een in natuursteen gevat oorspronkelijk venster in de tweede bouwlaag; daarnaast twee Empire schuifvensters boven elkaar (2x3). Aansluitend een vermoedelijk uit 1900 "daterend deel van één bouwlaag met daarin drie grote vensters en één klein venster. In buitengevel 16de eeuwse zuidwest-vleugel zes venstertraveeën met Empire schuifvensters (2x4); op het dakvlak één dakkapel; tussen toren en zuid-westgevel rechthoekige uitbouw over twee bouwlagen met daarin drie ruitpatronen boven elkaar van geglazuurde baksteen. Noordgevels en torens van het hoofdgebouw: oostelijke toren is de laagste, min of meer rond, en met pannen gedekt, windwijzer met wapen, toren is voorzien van kantelen en rondboogfries, heeft daar twee schuifvensters (2x3) boven elkaar; westelijke toren is hoger, de toren is voorzien van een rondboogfries, die zich bevindt op een hoogte die iets
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Beschrijving | Recensies (0) | Wikipedia
Wikipedia over Buitenplaats Westhove
Deze pagina is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC licentie
(?)
In de voormalige oranjerie is nu het museum
Terra Maris gevestigd.
Kasteel Westhove is een kasteel op Walcheren, het ligt buiten Oostkapelle.
Het kasteel werd in een oorkonde van 1277 van graaf Floris V vermeld als zijnde eigendom van de abdij te Middelburg, maar het is niet duidelijk hoe oud het kasteel toen was. Op 14 april 1401 werd het goed opgedragen aan Willem van Beijeren, graaf van Oostervant, waarna hij het als onversterfelijk erfleen terug kreeg. Telkens als er een nieuwe abt kwam, werd de tenaamstelling aangepast. De abt was een machtig man in Zeeland, hij was ook voorzitter van de Staten van Zeelanden Walcheren, en de Staten vergaderden in de abdij. In 1413 werd Westhove voor 25 jaar verpacht aan Philips van Borssele, heer van Cortgene.
Veel belangrijke personen werden op Westhove ontvangen:
In 1599 werd Middelburg een bisschopsstad waarna de bisschop over Westhove beschikte. In 1572 volgde het Beleg van Middelburg. Westhove werd bezet door krijgsvolk, dat zich tenslotte aan Bartholt Entens van Mentheda moest overgeven. Deze Groningse edelman was aanvoerder van de watergeuzen die Dordrecht hadden veroverd, waarna ze naar Zeeland trokken. Hij stak ook op 27 augustus 1572 het kasteel in brand. Walcheren kwam onder bestuur van Willem van Oranje. De kerkelijke bezittingen werden toen verkocht, de nieuwe eigenaar van Westhove werd kolonel Heijnrik Balfour, die twee jaar later overleed. Zijn weduwe Christina Kant verkocht het aan Pierre de Loiseleur, genaamd de Villiers, raadsman van prins Willem I. Hij overleed in 1590 en werd begraven in de St Pieterskerk in Middelburg.
Jacob Boreel (grootvader van Jacob Boreel) was de volgende eigenaar, en daarna zijn zoon Willem Boreel (1591-1668), ambassadeur in Frankrijk. Daarna kwam Westhove in handen van Johan van Reigersberg, zijn weduwe en vervolgens van hun zoon Jacob. Uit die periode stamt de windwijzer met een reiger. Jacob vermaakte Westhove aan zijn nicht Jacoba van den Brandde. Zij was getrouwd met mr. Johan Adriaan van de Perre maar stierf kinderloos. Zij lieten de oranjerie bouwen, waar tegenwoordig het museum Terra Maris is gehuisvest.
Op 10 maart 1799 erfde Jacoba's nicht Wilhelmina Carolina van den Brande de buitenplaats. Zij trouwde met Adriaan Kaspar Cornelis Slicher. Zij lieten de grote waterpartij aan de noordkant van het huis aanleggen. Hun zoon Johan Jacob Slicher erfde Westhove. Aangezien hij lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal was, kwam hij weinig in Zeeland en verkocht Westhove.
De volgende eigenaar was Jacques Phoenix Boddaert (1811-1885), rechter in Middelburg. Hij heeft veel onderhoud aan het kasteel gepleegd. In 1880 verkocht rechter Boddaert de buitenplaats aan zijn zuster P.P.C. De Bruyn-Boddaert (1814-1905). Zij gaf er een nieuwe bestemming aan en in 1899 werd Westhove een herstellingsoord. Haar dochter Wilhelmina Johanna de Bruyn (1842-1926) trouwde met W.A. graaf van Lynden (1836-1913), burgemeester van Koudekerke die veel hersteld heeft. Toen gravin van Lynden overleed werd het kasteel omgezet in 'Stichting Herstellingsoord Westhove'. In 1936 werd M.A.J. barones van Till, schoonzuster van Cornelis Eliza Anne van Till, directrice van de stichting.
Huidige toestand [bewerken]
Het kasteel is anno 2013 grotendeels vrij toegankelijk. In het hoofdgebouw is een horeca-onderneming gevestigd met terrassen, bar, eetzaal en slaapgelegenheden. De voormalige orangerie biedt onderdak aan museum Terra Maris. Verder is er in de tuin van het kasteel een replica neergezet van een middeleeuws mottekasteel.