Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Twickel: historische park- en tuinaanleg in Ambt Delden

Tuin Park Landgoed

Twickelerlaan 1
7495VG Ambt Delden (gemeente Hof van Twente)
Overijssel

Bouwjaar: 17e - 18e eeuw


Beschrijving van Twickel: historische park- en tuinaanleg

Omschrijving onderdeel 2: HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Twickel. Het huis Twickel ligt aan de voet van een stuwwal (de Deldener Esch); de grachten worden gevoed door kwelwater uit de stuwwal. Voor het kasteel ligt een laagte waar vroeger de Oelerbeek liep, dwars daarvoor loopt op de rand van dit beekdal de Twickelerlaan. De twee belangrijkste waterlopen zijn de (opgelegde) Oelerbeek en de Twickeler Vaart. De hoofdstructuur van de historische buitenplaats Twickel wordt bepaald door de Twickelerlaan (noord-zuid) en de haaks daarop staande Kooidijk (thans Bornsevoetpad), die op het midden van het huis is georiënteerd. Aan de Twickelerlaan tegenover het huis staat een grote zwerfkei met inscriptie aangeboden in 1959 door de Deldense burgerij ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van M.A.M.A. van Heeckeren van Wassenaer. Ten westen van de Twickelerlaan ligt direct rondom het huis het geheel omheinde KASTEELPARK in landschapsstijl met daarin opgenomen neoformele elementen zoals de oranjerie- en voormalige rozentuin. Ten oosten van de laan strekt zich een OVERPARK uit, dat te onderscheiden is in: a) de overplaats, b) het Twickelerbosch, c) de Ruwe Braak, d), de Breeriet e) Umfahrungsweg. De gehele aanleg van de buitenplaats kent een drieledige historische gelaagdheid, die nog duidelijk aanwezig is. De basisstructuur wordt gevormd door de 17de-eeuwse formele aanleg waarvan ondermeer de Twickelerlaan en de Kooidijk deel uit maken. Vervolgens heeft de tuinarchitect J.D. Zocher jr. tussen 1830-1835 de aanleg in landschapsstijl gewijzigd, waarna de Duitse tuinarchitect E. Petzold tussen 1885-1891 de aanleg verder in landschapsstijl heeft verfraaid. Hoewel het kasteelpark door de dichte beplantingsstrook langs drie zijden een zeer besloten karakter heeft, is het door Petzold middels vijf zichtassen, die uit de Twickelerlaan zijn gespaard, bij de aanleg van het overpark betrokken en vormt het een eenheid. Het overpark is in landschappelijke stijl ingericht, door plaatsing van boomgroepen en solitairen en door het scheppen van een groot aantal perspectivische zichtlijnen. KASTEELPARK. De kern van het kasteelpark wordt bepaald door het laat 17de-eeuwse classicistische concept van een hoofdas uitkomend op het huis met symmetrische geplaatste bouwhuizen, die een voorplein omsluiten. Het huis met voorplein is gelegen binnen het 17de-eeuwse grachtenstelsel, waarvan de binnengracht in zijn geheel en twee restanten van het oostelijk deel van de buitengracht nog aanwezig zijn. Vanaf het voorplein lopen enkele zichtassen, restanten van de 17de/18de-eeuwse formele aanleg, door het park; deze lijnen worden gevormd door de loodrechte as op het huis en een noord-zuidas; ook de rechte eikenlaan in het park, komende vanaf de eikelschuur, maakt deel uit van het assenstelsel, dat op het centrum van de buitenplaats is georiënteerd. Het voorplein kent een historiserende neoformele aanleg gevormd door een achtkantig bloemperk voorzien van een balustrade met in het midden een fonteinbak. Deze aanleg kwam rond 1864 gereed toen de balustrade werd geleverd. Aan weerszijden van de toegangsbrug naar het kasteel zijn in 1886 boulingrins gelegen aangelegd naar een ontwerp van de Franse tuinarchitect E. André, die blijkens een situatietekening van H. Poortman uit 1926 ook de aanleg van de achterplaats voor zijn rekening heeft genomen (1888). In 1996 is de structuur van de boulingrins met buxushaagjes aangegeven (andere invulling). Na de archeologische opgravingen op de achterplaats in 1978 werd daar een tuin aangelegd voor de huidige bewoner, Chr. graaf zu Castell Rüdenhausen. Vanaf de derde kwart van de 18de eeuw wordt de landschapsstijl in het kasteelpark doorgevoerd te beginnen in 1769 met de aanleg van een wildbaan en in 1770 met de aanleg van het 'Engelsche bosch' ten zuiden van het kasteel (zie Twickelervaartkaart ca.1785). Enkele elementen die aangegeven staan op de Hottingerkaart en de kaart van Hartmeijer uit 1794 zijn nu nog aanwezig, zoals de begrenzing van de wildbaan (zuid) door een eikenlaan met dubbele bomenrij, deels nieuwe inplant, welke nog goed herkenbaar is in het landschapspark. Evenals de zogenoemde Schneckenberg heuvel in de noordwesthoek van het park die in 1791 werd opgeworpen; aan de voet daarvan bevond zich een loofgang waaraan nu nog zes doorgeschoten oude haagbeuken herinneren. De top van de heuvel, die functioneert als uitzichtpunt, is bereikbaar via een rondlopend pad waarlangs een balustrade van boomstammen is bevestigd. Naast deze heuvel ligt een cascade. Op de kaarten is tevens te zien dat de buitengracht achter het huis tot een vijverpartij vergraven is. Vanaf 1830 zijn grote delen van het park door J.D. Zocher jr. in landschapsstijl gewijzigd, waarbij het grillige padenpatroon van de eerste landschappelijke aanleg (zie Hartmeijer) in ruime curven is veranderd, die zich langs glooiingen in het terrein bewegen. De oevers van de waterpartij achter het huis hebben ronde vormen gekregen. Typisch voor het werk van Zocher is het suggereren van een oneindige verloop van de vijverpartij, bewerkstelligd door de wegbuigende lijnen. In de waterpartij zijn twee eilandjes aangelegd, die zich tijdens het verloop van de wandeling zich in een steeds ander tafereel vertonen. Het op de Hartmeijerkaart voorkomende eilandje in het zuiden is door Zocher verbonden met het vaste land middels een brug. Op dit eilandje staat een rustiek 19de-eeuws prieel. In de bocht van de grote vijver ligt een rond eilandje dat door twee bruggen met het vasteland in verbinding staat. Over de vijverpartij lopen verschillende zichtassen gericht op het prieel op het zuidelijk eiland, dat nu door begroeiing aan het zicht is ontrokken. Zocher creëerde geraffineerde doorzichten waaronder een schuine zichtlijn vanaf de genoemde uitzichtheuvel, die hij als restant van de vroeg-landschappelijke aanleg handhaafde. Deze vijverpartij en ook het padenverloop van Zocher zijn in de tijd dat Petzold op Twickel werkzaam was van 1885 tot 1891 door hem ongemoeid gelaten (vergl. kaart Twickel voor aanleg Petzold en de Petzoldkaart). Petzold heeft voornamelijk de aanleg van de wildbaan veranderd door deze uit te breiden met een strook grond aan de noordzijde en opnieuw met boomgroepen in te richten. De boomgroepen van Petzold hebben een typisch lobbenachtige vorm en vaak geen ondergroei. Ten noorden van de oranjerie wordt, eveneens naar ontwerp van Petzold, een kleine waterstroom vergraven tot een vijver. In het landschapspark zijn drie afzonderlijke tuinen gelegen, de oranjerie-, rots-, en rozentuin, waarvan de laatst genoemde sinds 1971 opgeven is. De beschut liggende rozentuin in het noordelijke deel van het park langs de Bornseweg werd tussen 1911 en 1920 aangelegd vermoedelijk naar de plannen van de Engelse tuinbaas W.H. Rabjohn; de lange rijen rozen en brede borders aan de zijkanten zijn thans vervangen door langwerpige stroken gras. In deze grasparterre zijn de sporen van het oude padenpatroon door reliefverschillen nog duidelijk herkenbaar. Achter de rozentuin in de noordhoek van het park aan de Twickelerlaan (nr. 9) ligt een dienstwoning die in 1996 in historiserende stijl is herbouwd, deze woning is voor de bescherming van ondergeschikt belang. Typerend voor het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw is het toepassen van neoformele elementen in de directe omgeving van het huis. Zo werden voor Twickel ontwerpen gemaakt door André voor de aanleg van een oranjerietuin ten noorden van het huis. Uiteindelijk is de aanleg van de rechthoekige tuin voornamelijk naar idee van Hugo Poortman tot stand gekomen (deze was tot 1930 op Twickel werkzaam). De geometrische invulling met de bloembedden in symmetrische patronen en de geschoren palm- en taxusfiguren volgde de trend om in de directe omgeving van het huis de overgang van architectuur naar natuur soepel te laten verlopen door middel van een neo-formele aanleg. De verdiepte parterre voor de oranjerie werd al in 1897 gerealiseerd naar een schetsontwerp van Poortman. De invulling is in enigszins gewijzigde vorm nog aanwezig. Achter de oranjerietuin werd vanaf 1932 door barones van Heeckeren met behulp van Poortman een begin gemaakt met de aanleg van een rotstuin. Zij werd hiertoe geïnspireerd door Engelse tuinarchitecte Getrude Jekyll. Met zwerfkeien en zandstenen bouwrestanten van het huis legde de barones rondom een gazon gebogen terrassen aan, beplant met vaste planten, bollen, één-, en tweejarigen. Door de onregelmatige gevormde terrassen, de verschillende hoogten in de tuin en het gebruik van bouwonderdelen heeft de tuin een geheel eigen sfeer. In de tuin staan verschillende beelden en een rond houten tuinprieel die de pachters en het personeel aan de barones hadden gegeven voor haar tachtigste verjaardag (1959). Het kasteelpark wordt aan de oostzijde begrensd door de Twickelerlaan die gevormd wordt door een in oorsprong 16de-eeuwse met eiken beplante oprijlaan tussen het kasteel en het kruispunt Delden-Borne. In 1684 werd de laan in de richting van de Deldener Esch verlengd. In 1993 is de laan voor een deel met eiken opnieuw ingeplant. Voor het einde van de Twickelerlaan liggen achter de boerderij 'De Wengel' twee rechthoekige visvijvers in elkaars verlengde en aan de overzijde van de laan een heuvel (sprengkop). Deze aanleg, die zeker in 1681 al aanwezig was, wordt in een legger uit 1726 aangeduid met 'de vijvers in de berg en met de plantage'. Op de Grauwe kaart uit het midden van de 18de eeuw wordt het complex voor het eerst aangegeven en thans is het nog steeds een kenmerkend element. Voor de heuvel ligt een derde rondvormige visvijver, die met een smalle sloot in verbinding staat met de andere vijvers. OVERPARK. De 17de-eeuwse structuur van het overpark wordt gevormd door een dijklichaam, de Kooidijk, die loodrecht op het huis ligt en de Twickelerlaan haaks kruist. Het overpark wordt doorsneden door de Oelerbeek en de Twickelervaart, deze laatst genoemde is in 1771 ten behoeve van de scheepvaart aangelegd (een bestaande beek is hiervoor geschikt gemaakt) met een verbinding naar Carelshaven. Binnen de structuur is de aanleg van Zocher herkenbaar; deze maakte gebruik van de de voor het kasteel liggende open weiden en boomgroepen. De visuele begrenzing van de weiland wordt bepaald door de bossen aan de noord- en oostzijde. Lopende op het door Zocher aangelegde padenstelsel werden steeds wisselende zichten en doorzichten gecreëerd. Daar het padenpatroon van Zocher tegenwoordig nog grotendeels aanwezig is, wordt het karakter van de overplaats sterk door zijn aanleg bepaald. Petzold heeft, naast de verfraaiing van landschappelijke elementen zoals bij het landschap rondom de Azelermeen (gebied gelegen tussen de Noordmolen en de boerderijen Bokdam en Graes) en de aanleg van een nieuw park aan de kant van Ossenweijde en Braamrot, de gehele overplaats tot een samenhangend geheel gemaakt. Het ontwerp van Petzold is door zijn dood in 1891 onvoltooid gebleven. a) Overplaats en moestuin. Het landschap van de overplaats, gevormd door het weidegebied ten oosten van de Twickelerlaan en aan weerszijden van de Kooidijk, bestond reeds in de middeleeuwen. De weilanden Beltmaat, Akker- of Ulkmaat, Havermaat, Dijkmaat en Ossenweijde vormden oorspronkelijk het beekdal van de Oelerbeek. De formele perspectiefwerking van de Kooidijk werd in 1785 te niet gedaan door de kap van de beplanting ter plaatse van de oude moestuin, die van 1715 tot 1888 aan het Bornsevoetpad was gelegen. Tussen 1831 en 1835 vinden verschillende veranderingen aan de overplaats plaats, die deels op eigen initiatief en deels naar ontwerp van J.D. Zocher jr. uitgevoerd worden. In 1832 (zie aantekeningen van Gravin van Wassenaer) werd direct aan de oostzijde van de Twickelerlaan een verdiept liggende weidepartij gerealiseerd. Met de grond van de verdiepte weide werd de halverwege de Kooidijk liggende eendenkooi en tevens enkele oude vijvers in het bos dichtgegooid. Langs de zuid- en oostkant van de oude moestuin werd een nieuw voetpad aangelegd. Zocher legde een nieuw padenstelsel aan met afwisseldende wandelingen en zichten waarbij deze gebruik maakte van de aanwezige niveauverschillen en beplantingselementen van de overplaats (zie Percelenkaart 1874). Tussen 1885 en 1891 werkt Petzold aan de aanleg van de overplaats. Vanuit het bestaande houtbestand poogde Petzold het gebied in een landschappelijke compositie te wijzigen door middel van grote doorkappingen of juist door de plaatsing van boomgroepen werden zichtlijnen gecreëerd die een dieptewerking en eindeloos perspectief suggereerden. Deze door coulissen begrensde zichtassen en doorzichten over weiden bepalen de structuur. Kenmerkend zijn de grillige en gebogen lijnen om variatie in het landschap te creëren. De loop van de Twickelervaart, die de overplaats doorkruist, werd aangegeven door aanplant van bomen. Het parkdeel bij Braamrot en de Ossenweijde is door Petzold voorzien van een nieuw pad leidend naar Carelshaven en ingericht met boomgroepen en solitairen. Hoewel dit gebouw van beeldbepalende waarde is als zicht vanuit het park, wordt het door de rondweg en als monument teveel verstoord en is zodanig voor de omschrijving van ondergeschikt belang. In dezelfde periode werd op voorstel van Petzold de moestuin verplaatst en het Bornsevoetpad achter de Schaapskooi omgeleid, zodat tegenover het kasteel een ruim uitzicht over een weidepartij ontstond. In 1980 werd het laangedeelte door de weilanden voor het kasteel weer hersteld. Op de hoek van de Twickelerlaan - Bornsestraat is in 1891 naar ontwerp van Petzold de ommuurde moestuin aangelegd, waarvan het oorspronkelijke lanenstelsel nog grotendeels intact is. Vanaf de hoofdentree aan de Twickelerlaan loopt een rechte door fruitbomen geflankeerde laan naar de westelijke tuinmuur. Halverwege wordt deze laan doorkruist door een noord-zuid as met een kleine vijverpartij. b) Twickelerbosch. Aan de linkerkant wordt het weidegebied van de overplaats begrensd door het Twickelerbosch, dat voor het weiland functioneert als een lobbenvormige coulis. Door het bos (Beuken en Eiken) heeft Zocher een gebogen padenstelsel aangelegd, dat nog grotendeels intact is. In het parkbos ligt een open ruimte: ten noorden van de recent aangelegde parkeerplaats aan de Twickelerlaan een langgerekte weide met solitaire bomen. c) de Ruwe Braak. Haverwege de Kooidijk lag oorspronkelijk een eendenkooi en twee vijvers aan weerszijden van de dijk temidden van een bos doorkruist door lanen in sterpartoon, zoals de 'Grauwe Kaart' uit het midden van de 18de eeuw laat zien. Deze lanen worden aan het einde van de 18de eeuw vervangen door vroeg-landschappelijke kronkelpaden (Twickelervaartkaart ca.1785); hiervan is echter niets meer aanwezig, de aanleg van het sterrenbos is echter in het rabattenpatroon terug te vinden. Aansluitend op het sterrenbos met oude aanplant van Zomereik en Beuk liggen de heidegronden met naaldbomen. d) de Breeriet. In het dal van de Oelerbeek ten zuiden van het Bornsevoetpad ligt een geïsoleerd moerassig gebied, de Breeriet, dat door baron J.D.C. van Heeckeren in 1846 werd aangekocht. Tuinarchitect L.P. Zocher, de zoon van J.D. Zocher, maakte in 1871 een ontwerp in landschapsstijl, welke tussen 1872 en 1873 werd uitgevoerd. De aanleg bestaat uit een centraal liggende weide met boomgroep en een grillig gevormde, rondlopende waterpartij die een oneiding verloop suggereert. De wandeling leidt over enkele gebogen paden, verfraaid met bijzondere boomsoorten, waarvandaan wisselende zichten over de waterpartij en open weiden worden verkregen. Tussen 1996 en 1998 is de verwaarloosde aanleg (padenpatroon en vijverpartij) weer hersteld. e) Verbindingsweg station- kasteel en Umfahrungsweg. In 1886 begon Petzold met de aanleg van een 'nieuwe weg', een verbindingsweg tussen het station en de Twickelerlaan. Petzold besteedde vooral veel aandacht aan de aanplant langs de weg. Het landschap werd aan weerszijden voorzien van grasstroken en boomgroepen begrensd door meidoornhagen. Op het punt waar het huidige Rentmeesterslaantje op de Twickelerlaan aansluit, heeft Petzold door middel van een doorkapping een, thans nog zichtbare, diagonale zichtas op het huis gerealiseerd. Tegenwoordig wordt het gebied aan weerszijden van de 'nieuwe weg' naar het station doorsneden door de rondweg om Delden. De verbindende factor van het ontwerp van Petzold moest gevormd worden door de geplande Umfahrungsweg. Volgens het ontwerp van Petzold liep de weg over de Twickelerlaan tot voorbij de visvijvers, waarna de weg naar rechts afboog en ten noorden van de Noordmolen uitkwam. Vanaf de Noordmolen liep de weg met een grote bocht richting Buren en vervolgens met een scherpe bocht naar het westen om bij de Breeriet uit te komen. Van dit ontwerp is alleen het gedeelte vanaf de weg Delden - Hengelo tot aan de Meyerinkveldkampweg ten noorden van het kasteel uitgevoerd en bij de Azelerbeek zijn enkele aanzetten te zien. De bedoeling van de weg is dat ze voerde langs alle belangrijke bezienswaardigheden en de uiterste grens van het park vormde. Waardering HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Twickel van algemeen belang - vanwege de herkenbaarheid van het middeleeuwse ontginningslandschap; - vanwege het geometrische patroon van wegen, lanen en waterpartijen dat tot stand is gekomen in de 17de- en 18de eeuw; - vanwege de bij de buitenplaats behorende aanleg in landschapsstijl waarin een aantal 17de- en 18de-eeuwse formele elementen gehandhaafd zijn en die als zodanig een gaaf voorbeeld is van een aanleg in landschapsstijl met een formele basis; - als een zeldzaam gaaf voorbeeld van een aanleg van tuinarchitecten J.D. Zocher jr. (1830-1835) en E. Petzold (1885-1891); - vanwege de neoformele oranjerietuin naar ontwerp van tuinarchitect Hugo Poortman uit het begin van de 20ste eeuw; - vanwege de collectie pot- en kuipplanten; - vanwege de rotstuin, als zodanig een typologisch belangrijk, gaaf bewaard en zeldzaam Nederlands voorbeeld in een omlijsting van borders, terassen en rotspartijen met gebruikmaking van oude bouwfragmenten, uit de jaren '30 van de 20ste eeuw; - vanwege het belang van de aanleg voor de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur; - vanwege de functioneel-ruimtelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van de buitenplaats. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 507546
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Monumenten in de buurt van Twickel: historische park- en tuinaanleg in Ambt Delden

Twickel: kademuur met duiker

Bornsestraat 5
Ambt Delden (Gemeente Hof van Twente)
Omschrijving onderdeel 71: KADEMUUR MET DUIKER behorende tot de buitenplaats Twickel. In het Twickelse bos aan de Oelerbeek gelegen 19de-..

Boerderij Voortman met vrijstaande schuur

Noordmolen 9
Ambt Delden (Gemeente Hof van Twente)
Onderdeel 67: Inleiding BOERDERIJCOMPLEX, erve Voortman, uit 1859 dat behoort bij het landgoed Twickel. Het complex bestaat uit een kl..

Boerderij Voortman met vrijstaande schuur

Noordmolen 9
Ambt Delden (Gemeente Hof van Twente)
Inleiding BOERDERIJCOMPLEX, erve Voortman, uit 1859 dat behoort bij het landgoed Twickel. Het complex bestaat uit een kleine BOERDERIJ V..

Twickel: boerderij 'Olieslager' met schuren, hooiberg en put

Noordmolen 7
Ambt Delden (Gemeente Hof van Twente)
Omschrijving onderdeel 66: BOERDERIJ 'OLIESLAGER' MET SCHUREN, HOOIBERG EN PUT behorende tot de buitenplaats Twickel. Achter de Noordmolen..

Twickel: Noordmolen

Noordmolen 5
Ambt Delden (Gemeente Hof van Twente)
Omschrijving onderdeel 68: NOORDMOLEN MET STUW, WATERRAD EN KEERMUUR behorende tot de buitenplaats Twickel. Bij de Oelerbeek staat een rode..

Kaart & Routeplanner

Route naar Twickel: historische park- en tuinaanleg in Ambt Delden

Foto's (3)