Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Huis Doorn: tuin- en parkaanleg in Doorn

Tuin Park Landgoed

Langbroekerweg 10
3941MT Doorn (gemeente Utrechtse Heuvelrug)
Utrecht

Bouwjaar: 1790-1875


Beschrijving van Huis Doorn: tuin- en parkaanleg

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG MET DE DAARTOE BEHORENDE TUINSIERADEN, GRAFZERKEN ED. van Huis Doorn gaat in oorsprong terug naar het begin van de 18de eeuw. Van voor deze tijd zijn er geen stukken bekend dat de tuinen een ander dan utilitair karakter hebben gekend. Zoals te zien is op een tekening uit ca. 1660 werd het huis omringd door twee natte grachten: een binnen- en een buitengracht, waartussen een voorplein met bijgebouwen. Van de 18de eeuw zijn eveneens weinig gegevens bekend. In een verkoopbericht van Huis Doorn in 1721 wordt geschreven over "Den adelijken Huize Doorn, met zijn binnen en buitenpleyn, Stallinge, Hoveniers-woning, Duiven en Duiven-Torens, bermen, grachten, Cingels, Boomgaarden [...]". Het huis lag in deze tijd binnen een, voor de tijd niet ongebruikelijke, ingewikkelde geometrische structuur van waterwerken en omgrachte terreinen, die vermoedelijk in de 17de eeuw of daarvoor al aanwezig is geweest. De aanplant van de thans nog bestaande beukenlaan ten oosten van het huis, is vóór de tweede helft van de 18de eeuw geschied, ditzelfde kan verondersteld worden voor de noord-zuid zichtas, waarvan een deel de voormalige oprijlaan was, die dwars door het huis liep. Tevens lag ten westen van het huis, parallel aan de twee voornoemde lanen, een dwarslaan. Deze lanen worden op een kaart uit 1792 weergegeven. Het huis wordt thans nog omgeven door de 18de-eeuwse, grotendeels intact zijnde lanenstructuur. Aan het einde van de 18de-eeuw werd een aanzet gegeven tot verlandschappelijking van de parkaanleg. In een verkoopacte van het huis in 1792 wordt vermeld dat bij het huis een slingerbos ligt; deze eerste fase van de verandering in landschapsstijl in het noordoosten van het park is grotendeels nog intact. Ten noord-oosten van het huis ligt de voormalige 'Bloem- en Moes-tuin' die omstreeks 1790 op een kaart werd weergegeven. Deze rechthoekige tuin is thans als grasveld ingezaaid en in het noorden van de tuin ligt een vroeg 20ste-eeuwse lange koude bak die aan weerszijden is voorzien van enkele schuurtjes uit het begin van deze eeuw. Ten westen van de koude bak staat tevens een vroeg 20ste-eeuwse bakstenen tuinmuur voorzien van steunberen en houten versterkingen aan de achterzijde. De tuinaanleg kent een aanleg in landschapsstijl die in verschillende fasen in de periode 1790-1875 tot stand is gekomen. Het park van Huis Doorn werd niet in zijn geheel maar voor een betrekkelijk klein deel verlandschappelijkt en het is voor Huis Doorn karakteristiek dat er in deze periode geen coherente aanleg is ontstaan, maar enkele verspreide kernen van vernieuwingen in landschapsstijl ten zuiden en zuidwesten van het huis. Aan het einde van de 18de eeuw, waarschijnlijk in opdracht van mevrouw Godin, werd met gebruikmaking van de twee 18de-eeuwse formele karpervijvers in het zuiden, die weergegeven worden op een kaart van Huis Doorn van voor of rond 1790, en de slotgracht een onregelmatige structuur van waterlopen uitgegraven waarin twee eilanden zijn uitgespaard. De formele lanenstructuur werd eveneens tijdens veranderingen in de aanleg door de heer Munter omstreeks 1830 gehandhaafd; hij liet waarschijnlijk voor ca. 1830 het neogotische kalverhok (thans verdwenen), de neogotische kapel, het huis Campanella en de tuinmanswoning Vedetta (omstreeks 1920 verplaatst) bouwen. Of is bij deze verschillende veranderingen een tuinarchitect betrokken is geweest is niet bekend. Rond 1900 heeft er voor het huis een onregelmatig patroon van paden en bloemperken gelegen, kort na 1903 werd deze aanleg gewijzigd; de oprijlaan is bij deze gelegenheid recht getrokken en aan weerszijden zijn symmetrisch geplaatste, rechthoekige perken aangelegd. Het is mogelijk dat de tuinarchitect Hugo A.C. Poortman in de 1909 en 1914 wijzigingen in het park heeft aangebracht, welke dit zijn is niet bekend. In 1919 werden wederom veranderingen in de tuin aangebracht in opdracht van Wilhelm II; waaronder het licht gebogen begrenzen van de walkanten van het kasteeleiland aan de zuid- en westzijde, ten zuidwesten van het huis werd een formele 'Rosengarten' aangelegd op T-vormige basis, waarvan thans nog slechts de ruwe contouren resten. Ten oosten hiervan werd een 'Blumengarten' aangelegd op basis van enkele in elkaar geplaatste ovalen, van deze tuin is thans niets meer over. Ten noorden van het huis, ter plaatse van het oorspronkelijke voorplein, werd een gazon aangelegd waarvan de randen naar het huis toe een sierlijk geometrisch verloop kregen. Op dit gazon werd in 1942 het mausoleum voor Wilhelm II gebouwd. In 1920 werd de oprijlaan aan de noordzijde verlegd naar de Langbroekerweg en kwam de nieuwe toegang recht op de as, in het verlengde van de oude oprijlaan te liggen. Tevens werden twee bruggen gebouwd waaronder de houten ophaalbrug die over de gracht ten noorden van het huis werd gelegd. In deze tijd werd de van oorsprong laat 18de-eeuwse noordelijke zichtas, de Gezichtslaan, afgesloten door een hek en een Rododendrongordel en werd in 1924 aan de gemeente Doorn verkocht. De gemeente rooide de dubbele laan van loof- en naaldbomen voor het grootste deel. In 1928 werd in het noorden van de aanleg een openbaar rosarium geopend; symbool van erkentelijkheid van de ex-keizer jegens de bevolking van Doorn en het Nederlandse volk. In maart 1920 beëindigde Hugo Poortman de samenwerking met de ex-keizer en de firma Van Noordt uit Boskoop. In 1921 richtte Van Noordt de voornoemde rozentuin opnieuw in, nog voor het gereedkomen van deze tuin stierf ex-keizerin Victoria en wordt de rozentuin postuum naar haar vernoemd: Augusta-Victoria Garten. In 1921/22 werd de thans nog bestaande zuidelijke zichtas van slotgracht tot de vijver aangelegd, waarvoor Van Noordt de zogenaamde 'durchblickbepflantzung' samenstelde. Deze 'bepflantzung' ging de naam van de nieuwe echtgenote, prinses Hermine von Schonaich-Carolath, van Wilhelm dragen: 'Hermo-Garten'. Vanaf 1932 stelde Wilhelm een pijnbomenbos samen, het thans nog bestaande 'Pinetum'. Het werd Wilhelms laatste grote tuinproject. In het Pinetum stonden in 1933 meer dan 400 soorten pijnbomen, uit alle delen van de wereld bijeen gebracht. Resumerend; in de aanleg van besloten parkgedeelte zijn vanaf 1920 tot voor de dood van de ex-keizer in juni 1941 een aantal veranderingen aangebracht die een hoge decoratieve aard hebben gekend: veelkleurige bloembedden en sierlijke borders zoals deze te vinden waren in de Augusta-Victoria Garten en de Hermo-Garten. Omstreeks 1950 werd in het noordwesten van de aanleg het thans nog bestaande hertenkamp aangelegd. Tevens werd omstreeks 1955 evenwijdig aan de beukenlaan ten oosten van het huis een tweede beukenlaan ingeplant. Zowel het hertenkamp als de tweede beukenlaan komen thans (1996) niet voor bescherming van rijkswege in aanmerking wegens te geringe ouderdom. In de jaren na 1950 werden de meeste van de nieuwe elementen in de aanleg die in opdracht van Wilhelm II werden aangelegd, sterk vereenvoudigd of verwijderd, waardoor de tuinaanleg thans grotendeels nog bestaat uit de 18de-eeuwse formele en de gefaseerd tot stand gekomen laat 18de- en 19de-eeuwse landschappelijke aanleg in een open structuur van (dwars)lanen, grasvelden, weiden en bossen. Het oorspronkelijk bij de aanleg horende ten noorden van de Molenweg gelegen terrein, valt thans buiten de bescherming van rijkswege, vanwege de nauwelijks meer aanwezige relatie met de buitenplaats. Thans (1996) bevindt zich er een midgetgolfbaan. In de tuin- en parkaanleg bevinden zich verspreid een aantal tuinsieraden die waarschijnlijk ten tijde van Wilhelm in de tuin werden geplaatst; een bronzen beeldengroep 'Undine', een bakstenen voetstuk met bronzen adelaar, een hardstenen voetstuk met een amazone te paard, allen vermoedelijk uit ca. 1925; twee natuurstenen voetstukken waarop een 18de-eeuwse mannen- en een vrouwenbuste, twee hardstenen voetstukken met lantarens uit ca. 1920, een bakstenen voetstuk met de buste van Wilhelm uit ca. 1913 door Max Bezner en een natuurstenen sokkel in Lodewijk XV-stijl uit ca. 1750 met een zonnewijzer, die omstreeks 1920 in de tuin werd geplaatst. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 506963
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Huis Doorn
Huis Doorn
Huis Doorn
Locatie Doorn
Algemeen
Kasteeltype waterburcht
Stijl Hollands classicisme
Bouwmateriaal baksteen
Eigenaar Rijksgebouwendienst
Huidige functie rijksmuseum
Gebouwd in 9e-18e eeuw
Monumentale status Rijksmonument
Monumentnummer  506961
Bijzonderheden ridderhofstad
Website www.huisdoorn.nl
Huis Doorn in 1925 ten tijde van de bewoning door Wilhelm II
Huis Doorn in 1925 ten tijde van de bewoning door Wilhelm II

Huis Doorn is een kasteel, ridderhofstad en landgoed op de Utrechtse Heuvelrug in Doorn in de Nederlandse provincie Utrecht. Het is vooral bekend door de Duitse ex-keizer Wilhelm II die er van 1920 tot zijn dood in 1941 woonde.

Ontstaan en architectuur

Een eerste vermelding van de plaats Doorn stamt uit het jaar 838. Het middeleeuwse huis was oorspronkelijk een waterburcht die aan het eind van de 13e eeuw werd gebouwd voor domproost Adolf van Waldeck.[1] In de eeuwen daarna bleef het bezit en residentie van de domproosten van Utrecht. In 1322 werd het verwoest. Ongeveer vijfentwintig jaar later werd met de herbouw begonnen. Van dit bouwwerk zijn bij graafwerkzaamheden de resten gevonden, zo deelde de gemeente Utrechtse Heuvelrug mee op 23 februari 2015.[2] Het bestond uit drie ronde torens en een vierkante.

In 1536 werd het een ridderhofstad. In de 16e en 17e eeuw verrezen er rond het binnenplein woongebouwen die nu een geheel vormen met het hoofdgebouw. In 1796 werd het huis ingrijpend verbouwd, mogelijk onder leiding van de Amsterdamse architect Abraham van der Hart. Het omringende park werd aangelegd in Engelse landschapsstijl.

De omvang van het landgoed vormde een belemmering voor de ontwikkeling van het dorp Doorn. In 1874 werd het landgoed verkaveld.

Eind 19e eeuw werd het huis bewoond door Frans Labouchère (1854-1938), wethouder van de gemeente Doorn en in 1894 de eerste voorzitter van de Doornsche Golf.

Wilhelm II

Buste van Wilhelm II en op de achtergrond Huis Doorn

Op 16 augustus 1919 kocht de voormalige Duitse keizer Wilhelm II Huis Doorn, inclusief de aangrenzende zestig hectare bos, van de eigenaresse barones Van Heemstra-De Beaufort. Een van de redenen was dat het landgoed goed te beveiligen was. Hij betaalde er een half miljoen gulden voor.[3] Wilhelm liet het vervolgens verbouwen. De extra kosten kwamen uit op 850.000 gulden.[3] Het kasteel werd van alle gemakken voorzien, onder andere van elektriciteit, modern sanitair en verwarming. Verder liet hij de oprijlaan van de Dorpsstraat verleggen naar de rustigere Langbroekerweg waar een poortgebouw in Hollandse neo-renaissancestijl werd neergezet. Het kasteel werd ingericht met objecten uit zijn keizerlijke paleizen in Berlijn en Potsdam. Deze inboedel kwam in 59 treinwagons naar Nederland. Op 15 mei 1920 betrok de ex-keizer Huis Doorn.[3]

Wilhelm bewoonde Huis Doorn met zijn echtgenote Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Augustenburg, maar zij leed aan een ernstige hartkwaal en overleed op 11 april 1921. Met groot ceremonieel vertoon werd zij per trein naar Potsdam gebracht, waar ze op eigen verzoek haar laatste rustplaats vond in de 'antieke tempel'. Wilhelm hertrouwde op 22 november 1922 en leefde daarna met zijn tweede vrouw prinses Hermine van Schönaich-Carolath op het kasteel, tot zijn eigen overlijden op het landgoed op 4 juni 1941. Opmerkelijk is dat Wilhelm een grote passie voor houthakken ontwikkelde en vrijwel dagelijks was hij bezig met bomen omhakken en in stukken zagen. Dit was een grote prestatie van Wilhelm vooral omdat hij, door complicaties bij zijn geboorte, zijn hele leven lang zijn linkerarm niet kon gebruiken: hij deed dus alles met alleen zijn rechterarm. Na verscheidene jaren was het landgoed hierdoor grotendeels ontbost. Tegenwoordig is daar echter niet veel meer van te zien doordat het bos op het landgoed zich weer hersteld heeft en Wilhelm in zijn tijd ook zelf voor nieuwe aanplant zorgde. Het Huis Doorn zelf bevatte in Wilhelms periode onder andere schilderstukken van Frederik de Grote, veldslagen en parades, portretten van hemzelf, gobelins van Marie-Antoinette, een goud gedecoreerde toiletpot en meer.[4]

Hoewel Wilhelm minachtend neerkeek op de nazi's en hun ideologie, zond hij in juni 1940, amper een maand nadat Nederland in mei 1940 door het Duitse nazi-regime was bezet, wel een gelukstelegram naar Adolf Hitler in verband met diens zege in Frankrijk.[5] Dit gebaar was meer een initiatief van Hermine, die het nazisme meer was toegedaan en Wilhelm zag hierin een mogelijkheid de Führer gunstig te stemmen inzake de positie van de adel die in het Derde Rijk steeds meer in het gedrang kwam. Door veel Nederlanders en de regering, inmiddels in ballingschap in Londen, werd dit 'gelukstelegram' aan Hitler gezien als verraad van, en ondankbaarheid voor, de gastvrijheid van Nederland dat in 1918 aan Wilhelm asiel verleende. Dit was mede een van de redenen om Huis Doorn na de oorlog te onteigenen van de familie Hohenzollern.

Na het overlijden van Wilhelm II werd zijn stoffelijk overschot naar de kapel gebracht, nabij het poortgebouw. Zijn uitvaart werd, tegen de wil van de ex-keizer in, ook bijgewoond door vertegenwoordigers van nazi-Duitsland waaronder het hoofd van de Duitse bezettingsmacht in Nederland Arthur Seyß-Inquart.[6] In het park van Huis Doorn werd later onder leiding van de Duitse architect Hans Martin Kießling een mausoleum in classicistische stijl gebouwd, naar een ontwerp van Wilhelm zelf. Het lichaam van Wilhelm werd op 4 juni 1942 in het mausoleum bijgezet. Tot op heden ligt Wilhelm II er opgebaard. De wens van Wilhelm was om na herstel van de monarchie in Duitsland bij zijn overige verwanten in Potsdam te worden bijgezet, maar aangezien dat nooit is gebeurd, Duitsland is tot op heden een republiek, blijft zijn lichaam in Doorn.[7]

Confiscatie

Na de Tweede Wereldoorlog confisqueerde de Nederlandse Staat het huis en landgoed als vijandelijk vermogen. Alleen het mausoleum met daarin Wilhelms stoffelijk overschot bleef in bezit van de Hohenzollerns. De Nederlandse regering in ballingschap had in 1943 het Besluit Vijandelijk Vermogen uitgevaardigd. Dit hield in dat alle in Nederland zijnde bezittingen van vijandelijke onderdanen na de bevrijding overgingen in handen van de Nederlandse Staat. Deze confiscatie diende niet alleen als 'Wiedergutmachung', maar met de verkoop van deze bezittingen verkreeg de Nederlandse regering ook financiële middelen voor de wederopbouw van Nederland.

Huis Doorn werd ondergebracht bij het nieuw opgerichte het Nederlandsche Beheersinstituut (NBI) van het ministerie van Justitie, dat het beheer voerde totdat verkoop van de inboedel zou hebben plaatsgevonden en het huis een economisch-maatschappelijke functie zou hebben gekregen. Vijandelijke onderdanen konden een ontvijandingsverzoek indienen bij het NBI.

De voormalige kroonprins Wilhelm von Preußen eiste na de oorlog het kasteel op, maar een verkleinde ministerraad besloot in 1947 het niet aan de familie terug te geven.[8]

Georg Friedrich Ferdinand Prinz von Preußen, het hoofd van de familie Hohenzollern, claimt Huis Doorn van de Nederlandse staat als familiebezit.[9]

Huis Doorn is nog steeds bezit van de Staat der Nederlanden, als een verzelfstandigd Rijksmuseum. Sinds 2010 is het beheer en onderhoud van het gebouw en landgoed in handen van het Rijksvastgoedbedrijf.

Eetzaal met gedekte tafel. Schilderijen van de keizer en zijn eerste vrouw. Ook bustes van keizer Wilhelm I, de grootvader van Wilhelm II en van koningin Luise, de overgrootmoeder van Wilhelm II

Museum

Huis Doorn is al sinds de Tweede Wereldoorlog, na het overlijden van Wilhelm II, ingericht als een museum. De vleugeladjudant van Wilhelm II, Sigurd von Ilsemann, werd de eerste beheerder. De openstelling werd een dusdanig succes dat Von Ilsemann de toegang verbood voor personen onder de veertien jaar om schade aan het interieur te voorkomen.[10]

In 1991 en 1992 was het kasteel dicht wegens een verbouwing. De renovatie werd noodzakelijk geacht wegens de aanwezigheid van boktor in de dakspanten. Van de gelegenheid werd gebruikgemaakt om het souterrain opnieuw in te richten met toiletvoorzieningen voor bezoekers, een koffiekamer en een publieksgedeelte met receptie. Ook werd een alarmsysteem geïnstalleerd.[10]

De Raad voor Cultuur adviseerde in 2000 om de rijkssubsidie te schrappen. Als argument werd gegeven dat het museum niet belangwekkend genoeg is voor de geschiedenis van Nederland. Na protesten werd het advies niet overgenomen. Het zou anders de doodsteek voor het museum betekend hebben. Twaalf jaar later adviseerde dezelfde raad om de subsidie te halveren. Deze keer werd het advies wel overgenomen. De Stichting tot Beheer van Huis Doorn stelde dat als gevolg daarvan opnieuw sluiting zou dreigen. Door onder andere het ontslag van medewerkers en de inzet van vrijwilligers werd dat voorkomen. In juni 2015 maakte het Rijk bekend dat het park rond het landhuis voor 2,8 miljoen euro wordt gerenoveerd.[11]

De inrichting is niet geheel meer zoals toen de keizer er woonde. Er is geprobeerd deze zoveel mogelijk authentiek te houden, maar delen uit de collectie zijn in 1964 teruggegeven aan de erfgenamen van de keizer, de familie Hohenzollern. Het 18e-eeuwse schilderij De Dans van Antoine Watteau bevindt zich eveneens niet meer in Huis Doorn. Het werd na het overlijden van Wilhelm II door nazi-Duitsland aangekocht. Op de bel-etage en de eerste verdieping zijn de kamers nog vrijwel authentiek. Naast meubilair en benodigdheden als bestek bevat het museum ook een collectie keizerlijke kunstvoorwerpen. Soms worden stukken uitgeleend voor exposities elders.

Galerij

Trivia

  • Het huis is in 1962 bezocht door Cecilia van Pruisen, een kleindochter van de keizer.
  • Kees 't Hart heeft Huis Doorn als decor in zijn roman De keizer en de astroloog gebruikt.

Zie ook


Monumenten in de buurt van Huis Doorn: tuin- en parkaanleg in Doorn

Huis Doorn: hoofdgebouw met voorplein en boogbrug

Langbroekerweg 10
Doorn (Gemeente Utrechtse Heuvelrug)
HOOFDGEBOUW (Huis Doorn) MET VOORPLEIN EN BOOGBRUG. Huis Doorn, gelegen op een vrijwel vierkant kasteeleiland met voorplein, bestaat uit ..

Huis Doorn: Garage met klokkentoren

Langbroekerweg 10
Doorn (Gemeente Utrechtse Heuvelrug)
GARAGE MET KLOKKENTOREN. De rood bakstenen garage op L-vormig plattegrond onder een samengesteld zinken zadel- en schilddak met zeer royal..

Huis Doorn: Fietsenstalling

Langbroekerweg 10
Doorn (Gemeente Utrechtse Heuvelrug)
FIETSENSTALLING. Omstreeks 1921, waarschijnlijk kort na de bouw van het poortgebouw, gebouwde fietsenstalling voor de fietsen van het pers..

Huis Doorn: Kapel

Langbroekerweg 10
Doorn (Gemeente Utrechtse Heuvelrug)
KAPEL. Omstreeks 1815-1830 in opdracht van A.C.W. Munter gebouwde neogotische bakstenen kapel, op rechthoekige grondslag en grijs geschild..

Huis Doorn: houten prieeltje

Langbroekerweg 10
Doorn (Gemeente Utrechtse Heuvelrug)
PRIEELTJE. Vroeg 20ste-eeuws houten prieel op bijna ronde grondslag onder een met riet gedekt, rond tentdak met overstek. Het op klossen g..

Kaart & Routeplanner

Route naar Huis Doorn: tuin- en parkaanleg in Doorn