Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Hoofdkantoor Gemeentetram in Amsterdam

Gebouw

Stadhouderskade 1
1054ES Amsterdam
Noord Holland

Bouwjaar: 1921-1923
Architect: P.L. Marnette


Beschrijving van Hoofdkantoor Gemeentetram

Object-Omschrijving HOOFDGEBOUW van het voormalige Gemeentetram-kantoor, ontworpen door PW-architect P.L. Marnette op een samengestelde U-vormige plattegrond (ca. 51 x 21 m), bestaande uit een middenblok en twee hoekpaviljoens. Alle bouwdelen worden gedekt door een plat dak en zijn door Hildo Krop van beeldhouwwerk voorzien. Het middenblok bevat een breed middendeel en twee smalle risalerende overgangsdelen naar de hoekpaviljoens. De voorgevel van het middendeel is sterk horizontaal en verticaal geleed. De onderste drie bouwlagen hebben een symmetrische verdeling van identieke vensters: laag benedenraam en drie smalle en hoge bovenlichten. Tussen de vensters als liseen uitgewerkte muurdammen. Aan de bovenzijde van de muurdammen en ter hoogte van de bovenzijde van de vensters van de begane grond verschillende figuratieve bouwceramiek. De bovenste, vierde, bouwlaag bestaat grotendeels uit blind metselwerk, onderbroken door een zestal vensters met middenstijl en horizontale roedenverdeling. De zijkanten van de kozijnen zijn iets gehoekt, met klein omvattend ornament. De gevel-beëindiging is getand. De toegangspartij in het midden bestaat uit een zich verjongend portiek met natuurstenen stoep, zware dubbele houten toegangsdeur met horizontale elementen van verschillende lengte waartussen vensterglas. Aan weerszijden van de toegang aan de bovenzijde een uitgewerkte lantaarn in Amsterdamse School-stijl. Verder een groter bouwceramisch ornament in het gevelvlak boven de toegang. De gevelvlakken tussen de vensterseries van de onderste drie bouwlagen en die boven de toegang zijn opgebouwd uit gemetselde vlakken zonder verband. Het gevelvlak bij de bovenste verdieping isin ruitmotief gemetseld. De achtergevel van het middendeel is vrijwel identiek aan de voorgevel. Afwijkend is de aanwezigheid van een rechtstreeks uit de Singelgracht opgaande kelderverdieping. Vensters met brede driezijdige onderdorpel. In het midden van de begane grond twee toegangsdeuren. Een kleine trap verleent vanaf een aanlegsteiger toegang tot deze deuren. De gevelbeëindiging is recht. De voorgevel van het smalle linker-overgangsdeel, risalerend ten opzichte van het middendeel, heeft een ladderraam over drie verdiepingen, alwaar zich het trappenhuis bevindt. Het ladderraam bestaat uit twee gekoppelde vlakken met roedenverdeling, opgebouwd uit drie bij achtentwintig vierkante kleine ramen. De brede zijgevel van het smalle linker-overgangsdeel bevat boven het hoekpaviljoen nog enkele vensters. Op het dak een vierkante opbouw. De achtergevel van het smalle linker-overgangsdeel risaleert licht ten opzichte van de achtergevel van het middendeel en bevat per verdieping een breed venster met middenkalf en verticale roedenverdeling en tien kleine ramen. Op de bovenste verdieping een venster met dubbel draairaam. Een gebogen kademuur sluit op deze achtergevel aan. De voor-, zij- en achtergevel van het smalle rechter-over-gangsdeel zijn identiek met die van het linker-overgangsdeel. De voorgevel van het ruim zes meter ten opzichte van het middenblok naar voren gezette rechterhoekpaviljoen heeft op de eerste en tweede bouwlaag een breed venster met middenkalf en achtruitsverdeling. Op de derde bouwlaag een gelijkbenig trapezoïdaal venster met open middenstijl met verticale serie driehoekige verdeling; verder middenkalf en horizontale roeden. Het middendeel van de voorgevel is hoger opgetrokken. Op de hoeken een afgerond gemetselde overgang met ter hoogte van de derde bouwlaag een overhoeks geplaatst venster met middenstijl en horizontale roedenverdeling. Decoratief metselwerk ter hoogte van de begane grond. De zijgevel van dit hoekpaviljoen bevat op de begane grond zes vensters met boven de onderdorpel een laag benedenraam en drie smalle en hoge bovenlichten. Op de muurdammen tussen de vensters figuratieve bouwceramiek, verwijzend naar de oorspronkelijke bestemming van het gebouw. Boven de cordonlijst kraagt de gevel licht uit, voorzien van twee series van vijf vensters met middenstijl en -kalf en horizontale roedenverdeling. Plat dak met dakterras. De achtergevel van dit hoekpaviljoen heeft op de begane grond een groot venster met laag benedenraam en vijf smalle hoge bovenlichten. Verder een onderdorpel en rechts boven het venster figuratieve bouwceramiek. Op de verdere verdiepingen elk een venster met middenstijl en -kalf en horizontale roedenverdeling. De zijgevel van het linker-hoekpaviljoen heeft op de begane grond aan de rechterzijde drie gekoppelde toegangsdeuren voor de inpandige garage. Aan de linkerzijde vier vensters met boven de onderdorpel een laag benedenraam en drie smalle en hoge bovenlichten. Verdere zijgevel en achtergevel en voorgevel overeenkomstig het rechter-hoekpaviljoen. Waardering Expressionistisch kantoorgebouw, hoofdonderdeel van het vroegere Gemeentetram-kantoorcomplex, van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische en situationele waarde. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 491984
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Hoofdkantoor van de Gemeentetram aan de Stadhouderskade 1, (bouwjaar 1923).
De door de Gemeentetram in 1927 in gebruik genomen remise Lekstraat was toen de grootste tramremise van Amsterdam.
Een tramstel uit de jaren dertig van de Gemeentetram: 'blauwe' motorwagen met bijwagen.

De Gemeentetram Amsterdam (GTA) ontstond in 1900 door naasting van het particuliere trambedrijf AOM (Amsterdamsche Omnibusmaatschappij). Per 1 januari 1943 ontstond het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam door fusie van de Gemeentetram met de Gemeenteveren Amsterdam. Beide deelden al enige tijd hun directeur. Bovendien had de fusie een fiscaal voordeel.

Geschiedenis

Per 1 januari 1900 nam de gemeente Amsterdam het particuliere trambedrijf AOM (Amsterdamsche Omnibus Maatschappij) over. Het bedrijf ging verder als Gemeentetram Amsterdam (GTA). Van de AOM werden 242 tramwagens, 758 paarden en 15 gebouwen overgenomen.

Op 14 augustus 1900 reed in Amsterdam de eerste elektrische tram, de latere lijn 10, van het Leidseplein naar het Haarlemmerplein. Tussen 1900 en 1906 werden, op een na, alle tramlijnen geëlektrificeerd. Ook werd het AOM-tramspoor met de afwijkende spoorwijdte van 1422 millimeter verbouwd tot normaalspoor (1435 mm). In 1906 bestond het tramnet uit 12 elektrische tramlijnen (1-11 en 13). Hiervoor waren 229 nieuwe motorwagens aangeschaft. De vroegere paardentrams werden als bijwagens meegevoerd. De laatste paardentramlijn was lijn 12 Nassauplein – Sloterdijk, die in 1916 werd geëlektrificeerd. In 1921 kreeg Amsterdam door annexatie van de Gemeente Sloten er weer een paardentram bij die de Overtoomse Buurt met Sloten verbond. Deze lijn werd in 1922 omgezet naar exploitatie per tractortram om in 1925 door een busdienst te worden vervangen.

In 1922 werd (na een mislukking in 1908) de eerste buslijn A ingesteld tussen Leidsebosje en Watergraafsmeer. Deze kreeg, vanwege de vele werknemers der uitvaartondernemingen die hiermee naar de Oosterbegraafplaats reden, de bijnaam Kraaienknip (Kraai = bijnaam voor aansprekers). Het hoofdkantoor was toen gevestigd aan Stadhouderskade 1.

Verdere ontwikkeling

Tussen 1910 en 1930 kwamen met de groei van de stad vele nieuwe tramuitbreidingen tot stand. Na de eerste dertien geëlektrificeerde tramlijnen kwamen er nog bij: lijn 14 in 1910, lijnen 15 t/m 18 in 1913, lijn 19 in 1916, lijnen 22 en 23 in 1921, lijn 20 in 1922, lijn 21 in 1928, lijn 24 in 1929 en lijn 25 in 1930. In 1931 bereikte het tramnet zijn grootste omvang met 25 tramlijnen. Hiermee waren (bijna) alle wijken in de tot 1940 gebouwde stad per tram bereikbaar. Het wagenpark groeide tussen 1900 en 1930 tot 445 motorwagens en circa 350 bijwagens. Dit waren alle tweeassers met een houten opbouw.

Door de economische crisis van de jaren dertig moest de tramdienst worden ingekrompen. In 1932 verdwenen de lijnen 12, 15, 19, 20 en 21. Met de Spoorwegwerken Oost kon de tram in de jaren 1939-42 nieuwe wijken in Oost, de Watergraafsmeer en het nieuwe Amstelstation en Muiderpoortstation gaan bedienen. In de jaren 1940-45 kreeg de tram met een grote drukte en grote schaarste te maken. Diverse lijnen moesten weer gestaakt worden, totdat de hele dienst in oktober 1944 werd opgeheven door kolenschaarste. Veel tramwagens werden in oostelijke richting afgevoerd.

Fusie met de Gemeenteveren

De Gemeentetram fuseerde per 1 januari 1943 met de Gemeenteveren tot Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam.

Externe link


Monumenten in de buurt van Hoofdkantoor Gemeentetram in Amsterdam

Utilitair bijgebouw

Stadhouderskade 1
Amsterdam
Omschrijving Noordwestelijk van het voormalige hoofdgebouw van de Gemeentetram opgetrokken UTILITAIR BIJGEBOUW, bestaande uit deels geschak..

American Hotel

Leidseplein 28
Amsterdam
American Hotel, van 1898-1900 door W.Kromhout en W.G.Jansen gebouwd in een nog bij de richting van Berlage aansluitende, maar door toepassin..

Uitbreiding American Hotel

Leidseplein 28
Amsterdam
Inleiding. Naar ontwerp van de architect G.J. Rutgers in samenwerking met K. Bakker in 1927-1928 tot stand gekomen HOTEL, als uitbreiding v..

Leidsebrug

Leidseplein/Singelgracht
Amsterdam
Inleiding In 1923 door P.L. Kramer in Amsterdamse School-stijl ontworpen en in 1925 gerealiseerde vaste PLAATBRUG met twee doorvaarten, gen..

Gebouw Verkeerspolitie

Overtoom 39
Amsterdam
Inleiding In 1923-1924 tot stand gekomen bouwwerk, in oorsprong bestemd als 'POLITIEBUREAU voor het Verkeerswezen aan den Overtoom', uitgev..

Kaart & Routeplanner

Route naar Hoofdkantoor Gemeentetram in Amsterdam

Foto's (5)