Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Neoclassicistische villa met koetshuis, stal en knechtenwoning in Groningen

Woonhuis

Zuiderpark 20
9724AH Groningen
Groningen

Bouwjaar: 1880-'82 1882 1880-'82
Architect: K. en H. Hoekzema Hoekzema K en H 1882 K. en H. Hoekzema


Beschrijving van Neoclassicistische villa met koetshuis, stal en knechtenwoning

Inleiding VILLA, vrijstaand gesitueerd aan de noordkant van het Zuiderpark tegenover het Verbindingskanaal, gebouwd in 1880-1882 in opdracht van W.W. Dinckgreve (koopman te Rangoon) met koetshuis, paardestal en knechtenwoning naar ontwerp van de Groninger architecten K. & H. Hoekzema in een gave en buitengewoon decoratieve neo-classicistische bouwstijl. Het ijzerwerk voor de warande is geleverd door de Fa. Enthoven uit Den Haag. Aan de oostgevel bevindt zich een zeshoekige aanbouw met een plat dak uit 1936 naar ontwerp van architect A.R. Wittop Koning, die voor de bescherming van ondergeschikt belang is. Sinds 1971 is het gebouw in gebruik als kantoor. Tevens zijn in 1971 een nieuwe buitentrap voor de hoofdingang en nieuwe erfafscheidingen aangebracht, die buiten de bescherming vallen. Omschrijving Het gebouw is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond en bestaat uit een hoofdgebouw met twee zijvleugels. Het hoofdgebouw bestaat uit een souterrain en twee bouwlagen onder een afgeknot schilddak, belegd met nieuwe pannen, en is vijf traveeën breed. De zijvleugels tellen één bouwlaag onder een afgeknot schilddak en zijn elk één travee breed. Het basement is bekleed met hardstenen platen. De bruin gesausde bakstenen gevels hebben op de hoeken pilasters: die van de bel étage in imitatie-rustica met bossering, die van de verdieping met spiegels en facetten. In het middenrisaliet van de voorgevel bevindt zich de hoofdingang met dubbele houten paneeldeuren en ijzeren roosters in een diep portiek met rondboog, twee rondboognissen aan weerszijden in het portiek en stuc lijstwerk en een vernieuwde trap. Hierboven bevindt zich een balkon op rijk bewerkte consoles met gietijzeren hekwerk tussen houten balusters. De segmentboogvormig gesloten schuifvensters hebben op de borstwering facetten, diamantkoppen en verdiepte spiegels en zijn gevat in stuc lijstwerk met rechte en gebogen architraven met eierlijsten. De verdiepingsvensters hebben rijk versierde kuiven. De dubbele balkondeur heeft een rondboogstelling van Corinthische pilasters, architraaf en rozetten. Hierboven is een gestucte kajuit uitgebouwd, die voorzien is van schijnvoegen, rondboogvenster en driehoekig fronton. De westgevel van de westelijke zijvleugel (voormalig koetshuis) is drie traveeën breed en heeft een risalerende ingangstravee met Toscaanse pilasters en een paneeldeur waarboven een van schijnvoegen voorziene, gestucte kajuit is aangebracht. Op de gebogen architraven van vensters en deur bevinden zich leeuwekoppen in stuc. Tegen de kap van de westgevel van het hoofdgebouw een risaliet met rondvenster en een cylindervormige dakkapel met roosvenster. Een soortgelijke dakkapel bevindt zich tegen de kap van de oostgevel boven het risaliet. De zuidelijke achtergevel bevat over de volle breedte een aardige veranda met balkon en gietijzeren kolommen. Het middenrisaliet van de achtergevel is gestuct en van schijnvoegen voorzien en heeft een rechtgesloten kajuit met rondboogvenster, lijstwerk en kuiven. De veranda heeft op de verdieping een gietijzeren hekwerk en houten ajour-overhangen. Inwendig nog van belang het trappenhuis en de monumentale gang met marmeren vloer, wanden met geprofileerd stuc lijstwerk in de vorm van rondbogen en een rijk geornamenteerd stuc plafond. Waardering VILLA, opgetrokken in neo-classicistische stijl met een buitengewoon gaaf decoratieschema naar ontwerp van de Groninger architecten K. & H. Hoekzema, van algemeen belang uit stedebouwkundig, cultuurhistorisch en architectuurhistorisch oogpunt als gaaf voorbeeld van de karakteristieke villabouw, gerealiseerd op de aan het einde van de negentiende eeuw geslechte zuidelijke vestingwerken van de stad Groningen. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 483753
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Zie het artikel Voor het gelijknamige begrip uit de muziek, zie Neoclassicisme (muziek).
Fantasievoorstelling van de Via Appia; ets van Giovanni Battista Piranesi, 1756
Jacques-Louis David, Eed der Horatii, 1784

Het neoclassicisme was aan het eind van de 18e en het begin van de 19e eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Auguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen.

Ontwikkeling classicisme en neoclassicisme

De belangstelling voor de klassieke beschaving werd in de achttiende eeuw sterk aangewakkerd door enkele belangrijke archeologische opgravingen, onder andere de vondst van Pompeï (1748) en die van de steen van Rosetta (1799). Het werk van tekenaars die Napoleon Bonaparte met zich mee had genomen op zijn veldtocht naar Egypte sprak zeer tot de verbeelding van tijdgenoten. Een sleutelrol vervulden ook de geschriften van de archeoloog Johann Joachim Winckelmann. Een belangrijk centrum van waaruit het neoclassicisme zich verspreidde over Europa en Noord-Amerika was Rome.

Waar de grens tussen classicisme en neoclassicisme ligt, is niet altijd even duidelijk. In verschillende landen bestaan verschillende tradities rondom deze naamgeving. De term classicisme wordt veelal gebruikt voor zeventiende-eeuwse Franse kunstenaars als Nicolas Poussin en Claude Lorrain (in de Nederlanden onder andere Gerard de Lairesse). Zij lieten zich door de antieke kunst van de Grieken en Romeinen inspireren, zonder die te willen imiteren.

In de betiteling classicisme of neoclassicisme kan soms een waardeoordeel doorklinken: kunststijlen die de traditie van de klassieke Griekse en Romeinse kunst en de renaissance op 'respectabele' wijze voortzetten, worden in die visie classicistisch genoemd, terwijl hun meer eclectische varianten als neoclassicistisch worden gezien.

Schilderkunst

Belangrijke neoclassicistische schilders en etsers waren: Giovanni Battista Piranesi en Andrea Appiani (in Italië), Jacques-Louis David en Dominique Ingres (in Frankrijk), Angelika Kauffmann (in Zwitserland), en Benjamin West (in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten).

In België kunnen de kunstenaars Joseph-Benoît Suvée en François-Joseph Navez genoemd worden; in Nederland de schilders Johannes van Dreght en Joannes Echarius Carolus Alberti.

Beeldhouwkunst

De belangrijkste kunstenaars in het centrum van de neoclassicistische beeldhouwkunst (Rome) waren de Italiaan Antonio Canova en de Deen Bertel Thorvaldsen. In Frankrijk waren in deze periode een groot aantal beeldhouwers actief, onder anderen Jean-Antoine Houdon, Augustin Pajou, François Joseph Bosio, Antoine-Denis Chaudet, David d'Angers en Jean-Pierre Cortot. In Duitsland waren de voornaamste vertegenwoordigers van het neoclassicisme Christian Daniel Rauch, Johann Gottfried Schadow en zijn zoon Rudolph Schadow; in Engeland was dat John Flaxman.

In België waren Gilles-Lambert Godecharle, François-Joseph Dewandre, Jean-Louis van Geel, Louis Jehotte en Eugène Simonis de belangrijkste neoclassicistische beeldhouwers. In Nederland kan Louis Royer tot het neoclassicisme gerekend worden; de beeldhouwers Mathieu Kessels en zijn leerling Johannes Antonius van der Ven waren voornamelijk in Rome werkzaam. De meesten van deze beeldhouwers schakelden later in hun carrière over op een meer romantische stijl.

Architectuur

1rightarrow blue.svg Zie Neoclassicistische architectuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de neoclassicistische architectuur lieten architecten zich inspireren door de Griekse en Romeinse bouwkunst, vooral door de klassieke tempelbouw met zuilencolonnades. Invloedrijke neoclassicistische bouwmeesters waren de Fransen Étienne-Louis Boullée en Claude-Nicolas Ledoux, de Duitsers Karl Friedrich Schinkel en Leo von Klenze, en de Britten John Soane, Robert Adam en John Nash. In Frankrijk, Duitsland en Rusland was in deze periode de overheid de belangrijkste opdrachtgever (paleizen, regeringsgebouwen, rechtbanken, triomfbogen, musea, theaters); in Engeland ging het voornamelijk om huizen voor particulieren. In de Verenigde Staten bleef de federale stijl of Greek revival style populair tot ver in de 20e eeuw bij de bouw van onder andere regeringsgebouwen (in vrijwel alle statenhoofdsteden) en landhuizen (vooral in het Zuiden).

In België droegen de architecten Laurent-Benoît Dewez, Pierre Bruno Bourla en Lodewijk Roelandt het neoclassicistisch idioom een warm hart toe. De stijl is vooral zichtbaar op het Martelarenplein en op het Koningsplein in het Brusselse regeringsdistrict, maar ook de Gentse Opera, de aula van de universiteit en het Oud Gerechtsgebouw, de Antwerpse Bourlaschouwburg, de Opera van Luik en het Casino van Spa getuigen van de populariteit van het neoclassicisme in het jonge koninkrijk België. In Nederland verrezen relatief weinig neoclassicistische bouwwerken. De Beurs van Zocher in Amsterdam werd rond 1900 al gesloopt. Het Stadhuis van Groningen en het gebouw Felix Meritis in Amsterdam, beide van Jacob Otten Husly, zijn voorbeelden van het neoclassicisme in Nederland. Het Paviljoen Welgelegen in Haarlem geldt als een puur voorbeeld van deze stijl. Zowel in Nederland als in België kunnen de meeste kerken uit de eerste helft van de 19e eeuw, in Nederland meestal aangeduid als waterstaatskerken, tot de neoclassicistische architectuur gerekend worden.

Toegepaste kunst

1rightarrow blue.svg Zie Lodewijk XVI-stijl en Empirestijl voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In de toegepaste kunst spreekt men zelden van neoclassicisme, hoewel bij de vormgeving van behang, meubels, klokken, tafelzilver, porselein en glaswerk vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw een toenemende invloed van de klassieke beeldtaal valt te bespeuren. In Frankrijk - en landen die zich destijds sterk op de Franse cultuur richtten - is die invloed al te zien in de Lodewijk XVI-stijl, later in de Empirestijl. Waren aanvankelijk de opgravingen in Pompeï inspiratiebron voor interieurontwerpers, na de expeditie van Napoleon naar Egypte kwamen Egyptische motieven in de mode.

In Engeland spreekt men in deze tijd meestal over Regency. Hier waren de Schotse broers John en Robert Adam toonaangevend, zowel wat het exterieur als het interieur van adellijke landhuizen en stadspaleizen betrof. De Nederlands-Engelse bankier Thomas Hope was een belangrijke interieurontwerper en smaakmaker in 'Regency Londen'. De komst van de Portlandvaas naar Engeland in 1784 zorgde voor een stroom van imitaties, onder andere door de porseleinfabriek Wedgwood. De Britse beeldhouwer John Flaxman ontwierp neoclassicistische reliëfs voor serviesgoed van dit bedrijf ('jasperware' en 'basaltware').

Het Kasteel van Laken in Brussel en het Paleis op de Dam in Amsterdam hebben beide vrij gave Empire-interieurs. De Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, het Grand Curtius in Luik en het Museum François Duesberg in Bergen (Henegouwen) bezitten belangrijke collecties op dit gebied. De architecten Mathias Soiron en Jakob Couven ontwierpen interieurs in neoclassicistische stijl voor een groot aantal adellijke huizen in de regio Maastricht-Luik-Aken, daarbij bijgestaan door de van oorsprong Zwitsers-Italiaanse sierstucwerker Petrus Nicolaas Gagini.

Muziek

In de westerse klassieke muziek verwijst het begrip neoclassicisme niet naar de klassieke oudheid, maar verwijst het naar 20e-eeuwse componisten die teruggrijpen op de muziek uit de klassieke periode van Mozart en Haydn, zoals Francis Poulenc en Igor Stravinsky.

1rightarrow blue.svg Zie Neoclassicisme (muziek) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Externe link


Monumenten in de buurt van Neoclassicistische villa met koetshuis, stal en knechtenwoning in Groningen

Stadse vakwerkvilla

Zuiderpark 25
Groningen
Inleiding VILLA (type stadse vakwerkvilla), vrijstaand gesitueerd aan de noordkant van het Zuiderpark tegenover het Verbindingskanaal, gebou..

Dubbele art nouveau villa

Zuiderpark 12
Groningen
Inleiding DUBBELE VILLA, vrijstaand gesitueerd in het Zuiderpark, gebouwd in 1904 in opdracht van J.J. Huisman en U.J. Mansholt naar ontwerp..

Witgepleisterde vrijstaande villa (Defacto)

Zuiderpark 3
Groningen
Inleiding VILLA, vrijstaand gesitueerd in het Zuiderpark, gebouwd in 1881 in opdracht van J. Alken naar ontwerp van de Groninger architecten..

Dubbele eclectische villa

Zuiderpark 5
Groningen
Inleiding DUBBELE VILLA, vrijstaand gesitueerd in het Zuiderpark, gebouwd in 1880 naar ontwerp van architect A.R. Kramer in een eclectische ..

Dubbele bakstenen villa

Zuiderpark 8
Groningen
Inleiding DUBBELE VILLA, vrijstaand gesitueerd in het Zuiderpark, gebouwd in 1880 in opdracht van C. Matlander met een traditionele, doch ka..

Kaart & Routeplanner

Route naar Neoclassicistische villa met koetshuis, stal en knechtenwoning in Groningen

Foto's (2)