Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Van Nellefabriek in Rotterdam

Nijverheid Industrie

Van Nelleweg 1
3044BC Rotterdam
Zuid Holland

Bouwjaar: 1925-1930
Architect: J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt

Top 100 monument

Van Nellefabriek

Rotterdam, Van Nellefabriek: het fabriekscomplex is in de jaren 1925-1931 gebouwd naar ontwerp van de architecten J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt. Het bestaat uit een tabaks-, koffie- en theefabriek en verder uit een vrijstaand kantoorgebouw, een ketelhuis, expeditiegebouw, werkplaatsen en een garagegebouw. Bij het ontwerp behoorden ook sportvelden aan de achterzijde van het complex. De waarde van de gebouwen is in architectuur-historisch opzicht uniek te noemen. Met het gebouw wilden de opdrachtgever en zijn architecten het fenomeen fabriek een "schoon" en zuiver karakter geven. De dispositie en inrichting der gebouwen moest bijdragen aan een nieuw arbeidsethos. Voorts geldt het fabriekscomplex als schoolvoorbeeld van Nieuw Zakelijke Architectuur, doordat het ontwerp is gebaseerd op een voorgaande analyse van het toenmalige fabricageproces en wegens de verdere toepassing van algemene functionalistische principes - zoals de nadruk op zoveel mogelijk toetreding van licht en lucht, op doelmatigheid, gunstige situering en flexibiliteit van de verschillende ruimten met inbegrip van uitbreidingsmogelijkheden, en wegens de met deze principes verbonden esthetiek - met accent op de tranparantie van de bouwvolumes, zowel inwendig als uitwendig - door het gebruik van smalle staalprofielen in de vliesgevels en scheidingswanden, alsook door de toepassing van vele ononderbroken ruimten, op de eigen kwaliteiten van de toegepaste materialen en op gebruik van ritme en heldere verhoudingen. Tevens is dit een der eerste complexen met een paddestoel-kolomconstructie en het merendeel der heipalen in gewapend beton en met toepassing van vliesgevels, bestaande uit staal en glas (met beton de "moderne" bouwmaterialen) en daardoor is het een baanbrekend werk in de ontwikkeling van de moderne architectuur en van internationale betekenis. Door de grote aandacht voor zo gunstig mogelijke arbeidsomstandigheden - maximale toetreding van licht en lucht, uitzicht, hygiene, aanwezigheid van sportvelden en bibliotheek - is het fabriekscomplex bovendien van groot belang in sociaal-historisch opzicht.

Beschrijving van Van Nellefabriek

Fabriekscomplex van Nelle. Fabriekscomplex, bestaande uit een tabaks-, koffie- en theefabriek - aansluitend naast elkaar geplaatst, met een gezamenlijke lengte van circa 220 meter - alle drie plat-afgedekt, maar in hoogte telkens afnemend en bij de tabaks- en koffiefabriek voorzien van sheddaken; nabij de ingang een vrijstaand kantoorgebouw - met een concave en een haakse vleugel, verbonden met de tabaksfabriek door middel van een luchtbrug; midden tegenover de tabaksfabriek een ketelhuis met bijgebouwen en schoorsteen; tegenover de koffiefabriek een centraal expeditiegebouw; tegenover de theefabriek een L-vormig werkplaatsen-, annex garage-gebouw; het geheel is ontworpen door J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt in 1925-'30, in Nieuw-Zakelijke stijl, in opdracht van C.H. van der Leeuw. De fabrieken zijn gebouwd met behulp van een gewapend beton-constructie waarbij - voor het eerst in Nederland - gebruik is gemaakt van achtzijdige, paddestoelvormige kolommen en waarbij de gevels niet-dragend zijn, doch over de gehele breedte voorzien van in zeer smalle stalen kozijnen gevatte draairamen van halve breedte ten opzichte van het kantoor waarbij de glasmaat is gebaseerd op het toenmalige tuindersglas; aan de lange zijden staan de ramen in een verhouding van 2 : 1 ten opzichte van de stalen borstweringen, ten behoeve van zoveel mogelijk uitzicht voor het personeel, aan de korte zijde is de verhouding vanwege de aldaar gesitueerde bijzondere ruimten andersom en zijn de borstweringen van steen. Op de hoeken zijn namelijk vooruitstekende trappehuizen in combinatie met liftschachten, toilet-, was- en kleedruimten, geplaatst, teneinde de eigenlijke fabrieksruimten ononderbroken te houden; tevens zijn de gebouwen daartoe gedeeltelijk onderkelderd. De beganegrondverdieping is daarentegen hoger ten opzichte van de andere bouwlagen; de vensters zijn langer ten gunste van zoveel mogelijk daglicht, bovendien is nog een aparte halfondergrondse gang met zwart betegelde gevel aangebracht langs alle fabrieksgebouwen doorlopend aan de voorzijde ten behoeve van de directie. De fabrieksgebouwen bezitten een aparte fundering van betonnen heipalen ter plaatse van de weeginstallaties bij hun oorspronkelijke situering. Voorts zijn de gebouwen m.u.v. het centrale expeditiegebouw voorzien van een omlopend, buisvormig hekwerk aan de bovenzijde, alsmede van een apart leidingbuizenstelsel in de kelders. De trappenhuizen bevatten stalen buisleuningen, met roodgeverfde leuningen; de meeste deuren zijn van staal. De tabaksfabriek (1926-'28) telt acht bouwlagen en bevat boven het oostelijk trappehuis een vrijwel rondom uitkragend uitzichtspaviljoen op een slakkehuisvormige plattegrond opgetrokken in staal en glas, waarvan de bovenramen een bijna kwartrond profiel bezitten met rond gegoten glasruiten. Dit trappehuis bezit overigens een geheel uit vensters bestaande voorgevel, welke om de hoeken wordt voortgezet, maar aan de Z.O.-zijde verder is gesloten met uitzondering van een cirkelvormig venster bij de begane grond, nabij de uitspringende kleedkamervleugel, die op de beganegrond open is gelaten waardoor de drie in de openlucht staande kolommen de ingang benadrukken. Het noordelijk trappehuis is in vergelijkbare trant uitgevoerd, zij het dat de voortgezette N.W.-wand geheel van vensters is voorzien; de N.W.-wand van de eigenlijke fabrieksruimte is daarentegen geheel gesloten. Op de beganegrond is aan de N.O.-zijde een lage, geheel beglaasde schakelruimte uitgebouwd. De eigenlijke fabrieksruimte is veertien vakken breed en drie vakken diep. Aan de achterzijde zijn echter de droogruimten - ter hoogte van een bouwlaag en rondom in oorsprong voorzien van een lage reeks vensters - uitgebouwd en in oorsprong overhuifd door een twaalftal afgeronde sheddaken. De koffiefabriek (1928-'29) telt zes bouwlagen, waarbij wegens de voor het keuren van de koffie verlangde lichtinval, de vloer op de derde verdieping gedeeltelijk is weggelaten, met als gevolg dat de glazen N.W.-gevel hier niet wordt onderbroken; aan de achterzijde springen de drie bovenste bouwlagen iets minder dan een vak terug; voorts bezit de allerbovenste bouwlaag waar in oorsprong de sorteerafdeling was gesitueerd vierkante kolommen in het midden, naast paddestoel-kolommen; ten behoeve van een maximale en neutrale lichttoetreding zijn boven elk vak sheddaken aangebracht die vanwege de oriëntatie op het noorden scheef op de overige ruimten zijn geprojecteerd. De eigenlijke fabrieksruimte is hier zestien vakken breed en drie, respectievelijk twee, vakken diep. Op het dak is ter reclame de naam van de fabrieken aangebracht door middel van losse letters, gesteund door een staalconstructie, naar ontwerp van de architecten. Het drie vakken brede trappehuis, met annexen, bezit grotendeels gesloten wanden met lage, horizontale vensterstroken, en is op de beganegrond opengelaten, ter benadrukking van de ingang aldaar; het is zodanig geplaatst dat aan de N.W.-zijde nog twee vakken van de fabrieksruimte daarachter doorlopen. De theefabriek (1928-'29) telt drie bouwlagen en is voor het overige uitgevoerd als de tabaksfabriek; de eigenlijke fabrieksruimte is acht vakken breed en drie vakken diep. Hier bevinden zich nog twee oorspronkelijke mengmachines vervaardigd door Bartlett & Son Ltd,. Het terzijde aangebouwde trappehuis met bijruimten springt ten opzichte hiervan aan beide zijden in; de N.O.-wand is aan de linkerzijde geheel gesloten en aan de rechterzijde geheel van vensters voorzien; de Z.W.-wand is hieraan spiegelbeeldig; de korte eindgevel aan de N.W.-zijde is geheel van vensters voorzien. Het kantoorgebouw (1928-'29) bevat een concave vleugel ter hoogte van drie bouwlagen en ter breedte van zeven vakken, een haakse vleugel met een vide waarin een insteek, en twee bouwlagen daarboven, ter breedte van acht vakken, en een spievormige verbindingsruimte ter hoogte van de vide. Het geheel is opgetrokken met gebruikmaking van een skeletconstructie van betonnen kolommen en wat betreft de schuine 2-gevel van stalen kolommen en voor het overige in vergelijkbare trant uitgevoerd als de fabrieksgebouwen. Ook dit gebouw is onderkelderd en zoveel mogelijk van stalen draairamen voorzien. De twee bovenste bouwlagen van de concave vleugel hebben aan de ingezwenkte zijde een licht overstek; aan de linkerzijde bevinden zich een drietal garages, aan de rechterzijde de ingangspartij - met stoep - waarbij wederom de omsluitende wand achterwege is gelaten. De in de openlucht staande steunkolommen zijn met zwarte tegels bekleed, evenals die bij de garages. Op de hoek van de concave en de haakse vleugel sluit aan de N.W.-zijde ter hoogte van de tweede bouwlaag de luchtbrug van staal en glas met de tabaksfabriek aan; daarachter is een licht uitspringend trappehuis aangebracht met afgeronde zijde. Inwendig zijn de kantoorruimten zoveel mogelijk opengelaten; in de haakse vleugel wordt de gehele vide in beslag genomen door een kantoorzaal, waarin enkele in staal en glas uitgevoerde spreekkamers zijn afgescheiden; de insteekverdieping is bestemd voor de directie en bevat een ingezwenkte galerij die in open verbinding staat met de kantoorzaal. Hier bevindt zich nog ten dele het oorspronkelijke meubilair, bestaande uit stalen buisstoelen en -tafels met hardblauwe ronde bladen. Het eigenlijke ketelhuis (1928-'29, uitgebreid 1930-'31) is in gewapend beton opgetrokken op een vierkante grondslag en wordt door twee bolronde asfaltdaken overdekt; de Z.O.-wand is geheel gesloten met uitzondering van de vensters in de ronde top; de N.O.-gevel bevat drie lage vensterreeksen; de uitgebouwde Z.W.-gevel bestaat daarentegen geheel uit vensters, evenals de lagere en nog meer naar voren uitgebouwde pompenkamer die dan ook inwendig wordt gesteund door zich naar beneden verjongende stalen geklonken kolommen met I-profiel; de smalle en hoge hydrofoorruimte, die aan de N.W.-zijde hiervan is gesitueerd en een drietal stalen geklonken watervaten bevat, vervaardigd door De Nayer te Willebroek, is geheel gesloten en ondersteunt tevens de nog verder naar achteren uitstekende kolenbergplaats, die aan de N.O.-zijde rust op een cilindervormige schacht. Voor de Z.W.-hoek van dit complex bevindt zich de taps toelopende, achtzijdige schoorsteen, die op elke hoek met ribben is verzwaard, op een betegelde sokkel. Het blokvormige expeditiegebouw (1929-'30) ter hoogte van drie bouwlagen bevat gesloten zijwanden en geheel van vensters voorziene lange gevels, en is opgetrokken volgens dezelfde bouwwijze als de tegenover liggende fabrieksgebouwen waarheen door middel van beglaasde, vier stalen luchtbruggen een rechtstreeks transport is mogelijk gemaakt. De werkplaatsen en garages zijn ondergebracht in een L-vormig bedrijfsgebouw (1929-'30) ter hoogte van een bouwlaag, waarvan de gevels geheel uit vensters bestaan; de binnenruimten worden door kolommen verdeeld, waarbij elk vak extra wordt verlicht via een sheddak. Dit fabriekscomplex geldt als schoolvoorbeeld van Nieuwe Zakelijke Stijl doordat het ontwerp is gebaseerd op een voorafgaande analyse van het toenmalige fabricageproces en wegens de verdere toepassing van algemene functionalistische principes zoals de nadruk op zoveel mogelijk toetreding van licht en lucht, op doelmatigheid, gunstige situering en flexibiliteit van de verschillende ruimten met inbegrip van uitbreidingsmogelijkheden, en wegens de met deze principes verbonden aesthetiek - met nadruk op de transparantheid der bouwvolumes zowel inwendig als uitwendig (ontmaterialisering) - door het gebruik van smalle staalprofielen in de vliesgevels en scheidingswanden, alsook door de toepassing van vele ononderbroken ruimten, op de eigen kwaliteiten van de toegepaste materialen en op gebruik van ritme en heldere verhoudingen. Tevens is dit een der eerste complexen met een paddestoel-kolomconstructie en het merendeel der heipalen in gewapend beton en met toepassing van vliesgevels, bestaande uit staal en glas, en daardoor is het een baanbrekend werk in de ontwikkeling van de moderne architectuur en van internationale betekenis. Door de grote aandacht voor zo gunstig mogelijke arbeidsomstandigheden - maximale toetreding van licht en lucht, uitzicht, hygiene, aanwezigheid van sportvelden en bibliotheek - is dit fabriekscomplex bovendien van belang in sociaal-historisch opzicht. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 46869
Laatste wijziging: 2015-01-12 19:49:54.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Van Nellefabriek
Werelderfgoed cultuur
De Van Nellefabriek
De Van Nellefabriek
Land Vlag van Nederland Nederland
Coördinaten 51° 55′ NB, 4° 26′ OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria i, ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1441
Inschrijving 2014 (38e sessie)
Kaart
Van Nellefabriek
Van Nellefabriek
UNESCO-werelderfgoedlijst
Van Nellefabriek
De Van Nellefabriek
De Van Nellefabriek
Locatie Van Nelleweg, Rotterdam
Coördinaten 51° 55′ NB, 4° 26′ OL
Oorspr. functie tabaksfabriek
Huidig gebruik kantoren
Start bouw 1925
Bouw gereed 1931
Bouwstijl Nieuwe Bouwen
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 46869, 521881, 523428
Architect Johannes Brinkman, Leendert van der Vlugt
Detailkaart
Van Nellefabriek
Van Nellefabriek
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Exterieur met luchtbruggen komend uit de tabaksfabriek richting expeditiegebouw (Schiegebouw).
Gedeelte van de tabaksfabriek.
Interieur met opslagplaats voor thee.
De Van Nellefabriek - Ontwerpfabriek
Neonletters Van Nelle vanuit het gebouw gezien.

De voormalige Van Nellefabriek aan de Delfshavense Schie in Rotterdam geldt als het voornaamste industriële monument in Nederland. Dit is als zodanig ook wereldwijd erkend, toen het in juni 2014 tot UNESCO werelderfgoed werd verklaard.[1] De voormalige fabriek van firma Van Nelle, ontworpen door Leendert van der Vlugt van het architectenbureau Brinkman & Van der Vlugt in samenwerking met constructeur Ir. J.G. Wiebenga, is een schoolvoorbeeld van het Nieuwe Bouwen.

Geschiedenis

In 1916 kocht de firma Van Nelle een terrein langs de Schie in de toenmalige gemeente Overschie. Hier werd tussen 1927 en 1930 onder leiding van Cees van der Leeuw de fabriek gebouwd door J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt. De Van Nellefabriek biedt tegenwoordig onderdak aan uiteenlopende bedrijven op het gebied van media en design. Daarnaast wordt een aantal ruimten gebruikt voor vergaderingen, congressen en evenementen. Het complex is niet vrij toegankelijk voor toeristische bezoekers.

Chronologie

1910-1919

  • 1911 Walter Gropius en Adolf Meyer ontwerpen in Duitsland de eerste fabriek in de stijl van het Functionalisme en tevens de vroegste voorloper van de nieuwe Van Nellefabriek: de Fagusfabriek.
  • 1913 Marten Mees, van Nelle-firmant Kees van der Leeuw, bankier Van der Mandele en architect Michiel Brinkman richten het studiegenootschap annex sociëteit "De Rotterdamsche Kring" op. Ontwerper Willem Gispen en architect van der Vlugt (beiden zullen later betrokken zijn bij de bouw en inrichting van de Van Nellefabriek) worden lid.
  • 1914 Eerste notities van Kees van der Leeuw over de voorwaarden (corporate identity, locatie, infrastructuur) voor, alsmede de sociaal-maatschappelijke context van een nieuwe fabriek.
  • 1916 Aankoop door Kees van der Leeuw van het eerste grondstuk in de Spaanse Polder (in samenwerking met medefirmant Henri Canters en adviseur Michiel Brinkman, architect).
  • 1917 Kees van der Leeuw na mediatie door bankier Van der Mandele benoemd tot medefirmant van de firma De erven de weduwe J. van Nelle met als specifiek werkterrein: de ontwikkeling van een nieuwe fabriekscomplex voor het bedrijf.
  • 1919 Ontstaan van een langlopend conflict met de gemeente Rotterdam over de bestemming van het op het grondgebied van de (toen nog) zelfstandige gemeente Overschie gelegen Van Nelle-terrein.

1920-1929

  • 1920 Architectenvereniging "de Opbouw" in Rotterdam door architecten Michiel Brinkman en Willem Kromhout opgericht (samen met leden als Oud, Stam en van der Vlugt een belangrijke impuls voor de opkomst van Het Nieuwe Bouwen in Rotterdam).
    • Aankoop tweede grondstuk in de Spaanse Polder in samenwerking met medefirmant Henri Canters en adviseur Michiel Brinkman (probleem: het toekomstig bouwterrein loopt spits toe, laat nog geen economische bebouwing toe).
  • 1923 Ir. J.G. Wiebenga bouwt samen met Van der Vlugt de MTS in Groningen, het eerste gebouw in de stijl van Het Nieuwe Bouwen en tevens een pionierswerk voor het bouwen met gewapend beton in Nederland. Dit gebouw valt zeer in de smaak bij Kees van der Leeuw.
    • Michiel Brinkman krijgt opdracht voor het ontwerp van het nieuwe fabriekscomplex ("Het Algemeen Plan") en zijn nog aan de TH in Delft studerende zoon Jan Brinkman wordt betrokken bij de berekeningen in verband met het opspuiten van het laag gelegen grondstuk.
  • 1924 Afronding aankoop derde en laatste grondstuk in samenwerking met medefirmant Henri Canters en adviseur Michiel Brinkman: het totale bouwterrein is nu nagenoeg vierkant.
    • De baggeraars van Adriaan Volker beginnen met het drie meter opspuiten van het grondstuk met slib uit de Merwehaven, die dan gegraven wordt.
  • 1925 Brinkman senior zakt op straat in elkaar en overlijdt, 52-jarig, ter plekke.
    • Brinkman junior breekt zijn studie af om het werk van zijn vader over te nemen en volgt de suggestie van Kees van der Leeuw te fuseren met Leen van der Vlugt.
    • De voltallige Van Nelle-top, inclusief de tachtigjarige firmant Koos van der Leeuw, bezichtigt de bijna 90.000 m2 grote zandvlakte: het opgespoten, toekomstige bouwterrein moet alleen nog inklinken vanwege de slappe veengrond eronder.
  • 1926 Kees van der Leeuw maakt een studiereis door de Verenigde Staten.
    • Het begin van de bouw betekent pionierswerk bij het heien van palen van gewapend beton, tot dan had men daar geen ervaring mee in ons land. De eerste, bijna 20 meter lange, heipalen worden ingeheid, weer getrokken, onderzocht in aanwezigheid van inspecteurs van de overheid, weer ingeheid, weer getrokken, weer onderzocht en dan definitief ingeheid. Vele honderden, ter plekke op het middelste deel van het terrein vervaardigde, palen zullen nog volgen.
    • Het eerste beton voor de fundering wordt op 8 oktober in een feestelijke entourage door Van Nelle-patriarch Koos van der Leeuw gestort.
  • 1927 Kees van der Leeuw verklaart officieel de sportvelden (tennis, voetbal) met het door van der Vlugt ontworpen "voetbalhuisje" op het achterste deel van het terrein voor geopend.
  • 1928 Tabaksfabriek gereed, eerste proefopstellingen van apparatuur en machines uitgetest.
    • Leen van der Vlugt stelt aan Kees van der Leeuw de bouw van een uitzichtpunt in de vorm van een bonbonnière boven op de gereedgekomen tabaksfabriek voor.
    • Spin-off 1 van de Van Nellefabriek gereed: het door Van der Vlugt ontworpen woonhuis voor firmant Kees van der Leeuw in Kralingen.
  • 1929 Ketelhuis en kantoorgebouw zijn gereed.
    • De Tabaksfabriek wordt in januari in gebruik genomen.
    • Beurskrach in New York leidt tot aanpassing van de bouwplannen.
  • Het hele bouwproces wordt uitgebreid gefotografeerd door Jan Kamman, de vaste, externe fotograaf van bureau Brinkman & Van der Vlugt

1930-1939

  • 1930 Bouw fabriekscomplex is voltooid.
    • Aanleg (vanwege de Luchtvaartwet met speciale ontheffing van de Minister van Verkeer en Waterstaat) van een landingsstrip voor het vliegtuig van firmant Dick van der Leeuw.
    • Firma de erven de Weduwe J. van Nelle telt 1722 medewerkers, meer dan ooit tevoren.
  • 1931 Spin-off 2 van de Van Nellefabriek gereed: het door Van der Vlugt ontworpen woonhuis voor algemeen procuratiehouder Koffie en Thee, Matthijs de Bruyn, in Schiedam is gereed.
  • 1932 Een van de grote architecten van de twintigste eeuw, de Zwitser Le Corbusier bezoekt de Van Nellefabriek en toont zich enthousiast in zijn commentaar: "U heeft in Rotterdam een schitterend bewijs van het leven dat komt! Van een puurheid, zo onvoorwaardelijk zuiver!".
  • 1933 Spin-off 3 van de Van Nellefabriek gereed: het door Van der Vlugt ontworpen woonhuis voor algemeen procuratiehouder Tabak, Bertus Sonneveld in Rotterdam-Centrum. Dit Huis Sonneveld is nu een drukbezocht museum.

1940-1949

  • 1940 Gebouwencomplex in de binnenstad vernietigd door bombardement.
    • Verdwaalde bom ontploft bij de garage.
  • 1942 Aankoop strook grond langs de Delfshavense Schie, conflict uit 1919 met Gemeente Rotterdam beëindigd.
    • Het buitenterrein wordt, vanwege de toenemende voedselschaarste, omgevormd tot tuinderij waar groente voor het personeel gekweekt wordt.
  • 1943 Bommen op en rond de koffiefabriek, 2 doden, 3000 ruiten gesneuveld, vele gewonden, waaronder de directeuren de Bruyn en Sonneveld.
    • Bouw van 9 pakhuizen langs de Delfshavense Schie.
  • 1944 Van Nellefabriek gesloten, productie gestaakt vanwege gebrek aan grondstoffen.
  • 1946 Productie van koffie, thee en tabak langzamerhand weer opgestart.
  • 1949 Start sigarettenproductie in Van Nellefabriek - "Number One".

1950-1989

  • 1950 Start kauwgomproductie in Van Nellefabriek - "Chiclets".
  • 1954 Familie van der Leeuw treedt uit de firma, geen verbinding meer met de fabriek.
  • 1956 Start productie in de Van Nellefabriek van pudding in poedervorm - "Saroma".
  • 1962 Start productie in de Van Nellefabriek van vacuüm verpakte koffie - "Supra".
  • 1967 Bouw van nog eens 3 (gelijksoortig met de 9 uit 1942) pakhuizen langs de Delfshavense Schie.
  • 1976 Van Nellefabriek in Amerikaanse handen: Standard Brands neemt Van Nelle over.
  • 1983 Van Nellefabriek weer in Nederlandse handen: grootste managementbuy-out tot dan toe.
  • 1985 Van Nellefabriek geregistreerd als Rijksmonument.
  • 1987 Van Nellefabriek in handen van Sara Lee/Douwe Egberts.

1990-1999

  • 1990 Opgenomen in de 'Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg'.
  • 1991 Restauratie Tearoom (de "Bonbonnière" boven op de Tabaksfabriek).
  • 1995 Besluit om alle productie in de Van Nellefabriek te stoppen.
  • 1996 Overleg tussen Sara Lee/Douwe Egberts en diverse overheden over herbestemming.
  • na zware selectie van 18 verschillende concepten wordt het concept Van Nelle Ontwerpfabriek van Eric Gude ( Property Conversion) i.s.m. twee dochters van Volker Wessels (KWP en POB) gekozen als beste
  • 1998 De inmiddels opgerichte BV Ontwerpfabriek koopt het Van Nelle-complex.
  • 1998 De Maatschap Van Nelle Ontwerpfabriek ( Property Conversion, KWP & POB)sluit een ontwikkelingscontract met BV Ontwerpfabriek en start met de ontwikkeling
  • 1999 Wessel de Jonge wordt gekozen als coördinerend architect voor de renovatie. De overige architecten waren Claessens Erdmann Architecten uit Amsterdam, Molenaar & van Winden uit Delft & DS landschapsarchitecten uit Amsterdam
  • 1999 De Maatschap VNOF creëert haar eigen opdrachtgever i.v.v. de CV Van Nelle Ontwerpfabriek (780 private participanten). Het doel hiervan was om het complex bij volledige bezetting te verkopen aan een geschikte partij/institutionele belegger

2000-2009

  • 2001 Eerste huurders betrekken het inmiddels gerenoveerde deel van de Van Nelle Ontwerpfabriek.
  • 2003 Besluit Nominatie voor Werelderfgoedlijst op te schorten vanwege het toetreden van voormalig staatssecretaris van Cultuur, Rick van der Ploeg, tot het Commissie voor het Werelderfgoed in Parijs.
  • 2004 Voorzitter Barroso van de Europese Commissie bezoekt conferentie in de Van Nelle Ontwerpfabriek.
  • 2008 De Ontwerpfabriek ontvangt prestigieuze prijs van de EU-organisatie "Europa Nostra" voor de kwaliteit van de renovatie en voorbeeldig hergebruik van het Europees Cultureel erfgoed Van Nellefabriek.

2010-heden

  • 2010 Naar aanleiding van een aanbeveling van de Commissie Herziening Voorlopige Lijst werelderfgoed onder leiding van Ir. J.M. Leemhuis-Stout wordt besloten tot reactiveren van de nominatie voor de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
  • 2011 Een werkgroep met specialisten vanuit Rijk en Gemeente, bijgestaan door een comité van externe experts en gefaciliteerd door de Van Nelle Ontwerpfabriek, beginnen met het voorbereiden van het "Statement of Outstanding Universal Value": de officiële nominatie volgens strikte UNESCO-voorschriften die wereldwijd gehanteerd worden.
    • Eind oktober bezoekt burgemeester Aboutaleb de fabriek en zegt steun toe bij de verdere ontwikkelingen rond de nominatie van de Ontwerpfabriek
    • Medio december houden de wethouders een buitengewone vergadering in de Van Nelle Ontwerpfabriek over de rol van de gemeente Rotterdam als mede-siteholder (lokale beheerder in de relatie met UNESCO) en stemmen hiermee in.
    • Tweede Kamer keurt eind december het eindconcept van het dossier goed (de regering namens het Koninkrijk der Nederlanden dient het verzoek in)
  • 2013 Op 24 januari wordt in de voormalige Branderij van de fabriek ten overstaan van vele genodigden aan minister Jet Bussemaker het definitieve nominatiedossier overhandigd.
    • Bij die gelegenheid worden twee convenanten ondertekend.
      • De eerste overeenkomst is tussen de gemeente Rotterdam en de eigenaar van het complex, die beiden zullen gaan optreden als co-siteholders.
      • De tweede is tussen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), gemeente Rotterdam en stichting Vrienden Van Nellefabriek over het begeleiden van de gevolgen van de benoeming tot werelderfgoed met betrekking tot aspecten als toeristische functie/bezoekerscentrum, bereikbaarheid, duurzaamheid, inbedden in city-marketing Rotterdam.
    • Op 28 januari is het nominatiedossier in Parijs namens de regering door de Nederlandse permanent vertegenwoordiger bij de UNESCO met een delegatie onder leiding van de Rotterdamse wethouder van Cultuur, Antoinette Laan, bij de UNESCO aangeboden.
      • In opdracht van de UNESCO gaat The International Council on Monuments and Sites (ICOMOS), een onafhankelijke non-gouvernementele organisatie, ter plekke het dossier beoordelen.
  • 2014 Op 21 juni is tijdens de 38e sessie van de Commissie voor het Werelderfgoed te Doha de definitieve beslissing genomen tot het benoemen van de Van Nellefabriek tot UNESCO Cultural World Heritage Site. Het positieve oordeel betekent dat de Van Nellefabriek voor de hele wereld onvervangbaar en van uitzonderlijk belang geacht wordt en is daarom op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst.[2]
Industrieel monument: de voormalige Van Nelle Koffiefabriek aan de Delfshavense Schie in Rotterdam, thans Van Nelle Ontwerpfabriek (foto: Tom Ordelman).
Industrieel monument: de voormalige Van Nelle Koffiefabriek aan de Delfshavense Schie in Rotterdam, thans Van Nelle Ontwerpfabriek (foto: Tom Ordelman).
360° panorama van het binnenplein.
360° panorama van het binnenplein.
360° panorama van de karakteristieke theekoepel op het dak van het hoofdgebouw.
360° panorama van de karakteristieke theekoepel op het dak van het hoofdgebouw.
360° panorama van het interieur van een van de grote fabriekshallen in het hoofdgebouw.
360° panorama van het interieur van een van de grote fabriekshallen in het hoofdgebouw.

Bronnen, referenties

  • J.B. Bakema, "L.C. van der Vlugt", Amsterdam 1968
  • H. Hertzberger, "Lessons for students in architecture", Rotterdam 1991
  • L.F. Kooy "De bewoners van Huis Sonneveld; een onderzoek", Rotterdam 2008
  • E.A. Gude, Prof. Dr. M.C. Kuipers, e.a. "Van Nelle, Monument van de Vooruitgang", Rotterdam 2005
  • J. Geurts & J.J.H.M. Molenaar "Van der Vlugt, architect 1894-1936", Delft 1983
  • J.J.H.M. Molenaar, "Van Nelle's fabrieken. Bureau Brinkman en Van der Vlugt 1925-1931", Delft 1985

Externe link


Monumenten in de buurt van Van Nellefabriek in Rotterdam

Van Nellefabriek

Van Nelleweg 1
Rotterdam
Inleiding Vanaf 1925-31 gefaseerd tot stand gekomen aanleg van het fabrieksterrein bij het Van Nelle-complex, in oorsprong bestemd voor rec..

Schiehallen (pakhuizen)

Van Nelleweg 1
Rotterdam
Inleiding Gefaseerd tot stand gekomen reeks PAKHUIZEN ('Schiehallen') met bijbehorende kade, deel uitmakend van het Van Nelle-complex, gebo..

Spartakasteel

Spartastraat 5
Rotterdam
Inleiding Prominent in de wijk Spangen gesitueerd CLUBGEBOUW "het Kasteel", behorende bij het in 1999-2000 geheel vernieuwde voetbalstadio..

Woonblok 35 (haagse) Portiek-Etage

Mathenesserdijk 108a
Rotterdam
Inleiding WOONBLOK met 35 (HAAGSE) PORTIEK-ETAGEWONINGEN, 1 WINKEL en 2 BEDRIJFSRUIMTEN in 1935 gebouwd in Nieuw Zakelijk stijl naar ontwe..

Vier bouwlagen tellend, plat afgedekt volkswoningbouwcomplex

Justus van Effenstraat 3A
Rotterdam
Vier bouwlagen tellend, plat afgedekt volkswoningbouwcomplex - in oorsprong 264 woningen en een centraal bad- en washuis, twee liften en tie..

Kaart & Routeplanner

Route naar Van Nellefabriek in Rotterdam