Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Canisius College in Nijmegen

Gebouw

Berg en Dalseweg 81
6522BC Nijmegen
Gelderland

Bouwjaar: 1898-1900
Architect: N. Molenaar sr.


Beschrijving van Canisius College

Het "Canisiuscollege", genoemd naar de in 1521 te Nijmegen geboren en in 1925 heilig verklaarde Jezuiet Petrus Canisius: in 1898-1900 naar ontwerp van architect N. Molenaar in opdracht van de paters Jezuieten, in neo-renaissance stijl opgetrokken gebouwencomplex ten behoeve van het eerste Nederlandse R.K. Gymnasium (in- en externaat), dat voldeed aan de in de wetten op het bijzonder onderwijs (1900 en 1905) gestelde eisen om door het Rijk als zodanig erkend te worden en dat derhalve te beschouwen is als een belangrijk symbool voor de katholieke emancipatie. Gebouwencomplex oorspronkelijk bestaande uit een parallel aan de Berg- en Dalseweg gelegen noordvleugel, waarop haaks staande drie onderling verbonden zijvleugels, die tesamen twee binnenplaatsen omsloten. De bescherming betreft de aan linker- en rechterzijde even omlopende aan de Berg- en Dalseweg gelegen in oranje-rode baksteen opgetrokken, twee respectievelijk drie bouwlagen omvattende, hoofdvleugel uit 1898-1900 en is aangegeven op de bijbehorende tekening; hierin zijn onder andere ondergebracht:de grote hal (midden), spreek-, woon- en slaapkamers der professoren (tussenleden), twee trappehuizen (direct aansluitend op de tussenleden), de studiezaal der externen, de grote en de professoren-bibliotheek (links), de ontvangstzaal en de congregatiekapel (rechts), heeft (een) trapsgewijs uitspringend(e) midden- en zijrisaliet(en), ten dele onder hoge schilddaken met op de nok (bij trappehuizen nok I straat; overige // straat) fraai smeedijzeren hekwerk en met kleine, houten, met leien gedekte dakkapellen met luik, ten dele onder insteekkappen tegen topgevels met pinakels en rondboognissen en -vensters en voor het overige evenals de tussenleden, die aan de voorzijde elk drie gemetselde dakkapellen met topgevel en 4-ruits venster hebben, onder omlopende schilddaken. De gevels hebben hardstenen plinten en waterlijsten, natuurstenen horizontale banden en dito negblokken en sluitstenen bij de vensters, hebben rondgesloten vensters met hoofdzakelijk houten, doch deels ook natuurstenen, rechtgesloten 2-, 3- en 4-ruits ramen en met siermetselwerk in gele en rode baksteen en ten dele rondboogtraceringen in de boogvelden, zijn afgesloten aan de uiteinden met een reeks rondgesloten blindnissen en voor het overige met een rondboogfries, waaronder, bij de trappehuizen een reeks rondgesloten blindnissen, en zijn overvloedig voorzien van smeedijzeren sierankers. In het middenrisaliet bevindt zich de door rijk gedecoreerde en anno 1890 gedateerde dubbele pilasters omsloten hoofdingang met gesneden dubbele paneeldeur, 4-ruits bovenlicht en erboven een balcon met fraai smeedijzeren hek en rustend op gebeeldhouwde dubbele consoles, die neerkomen op de dubbele pilasters. Bij het rechter zijrisaliet zijn in 1925 ter hoogte van de eerste verdieping op consoles en onder baldakijns aangebracht de door Egidius Everaerts vervaardigde beelden van de vier jezuieten heiligen (H. Ignatius, H. Aloysius Conzaga, H. Franciscus Borgia en H. Stanislaus Kostka) en daarboven een groot rondgesloten kerkvenster (twee doubletten met rondboog-, cirkel- en visblaastracering). Aan de achterzijde bevindt zich bij elk der binnenplaatsen op de begane grond een inpandige, oorspronkelijk open, doch later met vensters gesloten galerij, aan de rechterzijde overkluisd door gemetselde kruisribgewelven, rustend op gemetselde pilasters (binnenzijden), zandstenen kolommen (midden) en gemetselde pijlers met zandstenen hoekkolommen, alle met hardstenen basement en polygonale bladkapitelen van zandsteen, en aan de linkerzijde met vlakke overdekking, rustend op gemetselde pilasters en kruispijlers met hardstenen basementen. Van het qua hoofdopzet en detaillering in belangrijke mate nog gave interieur zijn speciaal van belang: - de in schoon siermetselwerk van rode en gele baksteen uitgevoerde hal met in het midden een houten lichtkap met glas-in-lood raam, met rondom op de begane grond een door gemetselde kruisribgewelven overkluisde galerij met gemetselde pilasters en roze marmeren kolommen en op de eerste en tweede verdieping vlakgedekte galerijen met gemetselde pilasters en muurstijlen, zandstenen kolommen en smeedijzeren hekken, alle pilasters en kolommen voorzien van (op de begane grond zwart gepolijste) zandstenen basementen en gebeeldhouwde kapitelen, en alle muurstijlen van dito consoles; direct hierop aansluitend en qua vormgeving overeenkomend de door kruisribgewelven overkluisde entree. - de vanaf de eerste verdieping in vijf etages opgebouwde grote bibliotheek met langs de korte zijden vier en langs de lange zijden drie grenehouten galerijen met trappen en kasten langs de wanden. - de ontvangstzaal, waarvan de ruimte onderverdeeld is door twee paar rondbogen, rustend op een marmeren kolom (midden) en gepleisterde pilasters, alle met vergulde, gebeeldhouwde kapitelen en zwart gepolijste zandstenen basementen; tegen de NO-gevel een gebeeldhouwde zandstenen schouw met zwart marmeren dekplaat. - de congregatiekapel met een vier traveeën lang schip voorzien van houten tongewelf, en twee traveeen lang, smal, rechtgesloten koor met tongewelf en aan weerszijden een sacristie, waartegen aan de schipzijde hoge rondboognis ten behoeve van de zij-altaren; neo-gotisch hoofdaltaar, neo-gotische banken en grotendeels oorspronkelijke schilderijen van Albert Arens uit 1908; in de NO-gevel per travee een rondboogvenster, evenals het grote koorvenster, in 1950 voorzien van glas-in-lood ramen van Max Weiss. Van het beschreven oorspronkelijke gebouwencomplex, is op uitdrukkelijk verzoek van de opdrachtgever, om wille van representatie een zwaar accent gelegd op de voorvleugel, zowel door middel van de architectonische vormgeving, als door middel van materiaalgebruik, detaillering en decoratie. Als zelfstandige eenheid binnen het oorspronkelijk complex, is deze vleugel te beschouwen als een der meest rijke, gave en monumentale voorbeelden van zowel neo-renaissance architectuur, als van scholen-, klooster- en internaatsbouw rond 1890, zijnde het hoofdwerk der profane bouwwerken van architect N. Molenaar (1850-1930) en tevens een belangrijk symbool van de katholieke emancipatie, als zodanig van algemeen belang uit oogpunt van sociale, cultuur- en architectuurgeschiedenis. N.B. Bij de omschrijving behoort tevens een plattegrond waarop de omvang van de bescherming (ex artikel 9 Monumentenwet) door middel van een arcering is aangegeven. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 46805
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Zie het artikel Voor het gelijknamige opvolgende college, zie Canisius College (Nijmegen).
Canisius College
Gebouw Canisius College in 2010
Gebouw Canisius College in 2010
Locatie Berg en Dalseweg, Nijmegen
Bouw gereed 1900
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 46805
Architect Nicolaas Molenaar sr.
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het Canisius College (internaat) van de orde der jezuïeten was een katholieke jongenskostschool te Nijmegen. Dit internaat (met toegang voor ‘externe’ leerlingen uit Nijmegen) bestond in deze vorm van 1900 tot 1970. Er waren een gymnasium, een HBS en een handelsschool (vrij snel omgezet tot HBS-a). Er hebben in totaal ongeveer 55.000 jongens hun middelbare school gevolgd, onder wie ex-premier Ruud Lubbers en D66-voorman Hans van Mierlo.

De rol en invloed van de school in de katholieke emancipatie zijn zeer groot geweest. Op deze school - het grootste jezuïeteninternaat in Nederland - werd het katholieke bestuurskader gevormd.

Ontstaan

De school ontstond uit het Sittardse internaat Aloysius College. De orde der jezuïeten beheerde dit college sinds 1851, maar verhuisde het in 1897 naar Nijmegen vanwege de betere ligging van die plaats en de mogelijkheid een nieuw gebouw te betrekken.

Gebouwen

De architect Nicolaas Molenaar ontwierp het grote gebouw aan de Berg en Dalseweg 81 met een monumentale voorgevel en drie hoge spitse daken in de stijl van de neorenaissance; hij werd beïnvloed door Pierre Cuypers, architect van het Rijksmuseum Amsterdam. Het gebouw heeft de status van rijksmonument. De opdracht voor de bouw van de kapel volgde in december 1935 aan de architekt A.J. Kropholler en de wijding in juni 1937 door de bisschop van Den Bosch. De kapel, die volgens architekten cultuurhistorische waarde bezat, bood plaats aan 600 mensen maar is in 1996 gesloopt.[1]

Schoolleven

Het Canisiuscollege was de tweede katholieke school in Nederland. Bij de start in 1900 had de school 193 interne leerlingen en 28 externe, met als leraren voornamelijk paters jezuïeten. Het onderwijs bood veel godsdienstige en culturele vorming, maar ook sport en spel op de eigen sportvelden. De leiding van het college berustte bij een rector. De groepen waarin de 'internen' (internaatsjongens) verdeeld werden hadden elk hun eigen prefect.

Vanuit het Canisius College werd in 1914 de R.K. Sportvereniging Union opgericht waarvan de hockey-, voetbal-, cricket-, tennis- en atletiekafdelingen zelfstandige verenigingen werden.

De school gold als exclusief, en in 1960 kostte één leerling 4000 gulden per jaar - destijds het jaarloon van een arbeider. In sommige gevallen werd er door de jezuïeten een uitzondering op dat hoge bedrag gemaakt. De twee andere jezuïeteninternaten voor jongens, Katwijk de Breul en De Breul waren echter nog duurder.

Het college onderhield een band met het meisjesinternaat Mater Dei, verderop op de Berg- en Dalseweg. Onder meer werden in later jaren danslessen samen met die school georganiseerd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw gevorderd door de Duitsers. Na de oorlog was de school verdeeld in drie 'cours' (afdelingen), ingedeeld naar leeftijd:

  • de kleine cour, voor jongens van 12 en 13,
  • de middencour, voor jongens van 14 tot en met 16
  • de grote cour, voor jongens van 17 en ouder.

De eindexaminandi hadden vanaf 1958 een eigen villa pal naast het hoofdgebouw, Berg en Dalseweg 83.

In 1950 verscheen Gedenkboek. St.Canisius-college 1900-1950 Nijmegen, met 171 pagina's. Een halve eeuw later verscheen het boek Meer dan het geweest is. 100 jaar met Canisius College, Mater Dei, Canisius Mavo, Pius XII Mavo, Poels-Roncalli, De Kronenburg , Michael Mavo en hun voorgangers van Will Tromp en anderen.

Dagelijks leven

De jongens werden gehuisvest in chambrettes in grote slaapzalen, met planken afgeschoten kleine kamertjes zonder plafond, waarin zij hun bed, kast en wastafeltje hadden. Gegeten werd er in de refter aan tafels van zes vaste jongens, er werd gestudeerd op vaste tijden in de studiezaal waar elke jongen zijn eigen bureautje had en waar permanent toezicht door een pater-surveillant was. Voor de vrije tijd was er een zaal, met onder meer tv en voor de hogere jaren een biljart. In het gebouw waren veel mogelijkheden voor clubs, en het eigen voetbal-hockeyveld bood ook mogelijkheden voor ontspanning. De school bezat na de oorlog een filmclub, die in een bioscoop in de stad intellectuele films aan de leerlingen bood.

Het gebouw bood tevens onderdak aan de surveillanten, ander personeel en de paters-leraren, die er meestal tweekamerappartementen bewoonden. Voor hen waren er aparte refters en recreatiezalen. De jongens mochten tot in de jaren 1960 slechts eenmaal per kwartaal naar huis. Er heerste veel heimwee.

Misbruik

In 2010 kwam de voormalige school in opspraak door onthullingen over misbruik in de jaren vijftig, zestig en zeventig.[2][3] Diverse paters hadden zich schuldig gemaakt aan misbruik van jongens voor seks. Er werd een Groep Slachtoffers Misbruik Canisius College Nijmegen opgericht die samenwerkt met de Stichting Mannenhulpverlening na seksueel misbruik[4]. Op 27 april 2010 berichtte de tv-rubriek EenVandaag dat de Jezuïetenorde op de hoogte was geweest van het misbruik, maar kans had gezien de meeste gevallen in de doofpot te stoppen, met name in een geval van een veelpleger, de prefect pater O., intussen overleden[5].

In het boek Vrome Zondaars (2010) van NRC-journalist Joep Dohmen wordt gesteld dat er heel wat paters en broeders betrokken waren bij het misbruik van jongens in kostscholen. Er werden in Nijmegen tientallen jongens door meerdere paters aangerand en verkracht. Volgens het boek hebben daardoor twee leerlingen op latere leeftijd zelfmoord gepleegd.

Bekende oud-leerlingen

Opheffing

Het internaat van het Canisius College werd na 1965 geleidelijk opgeheven. Eerst werd de samenwerking met Mater Dei uitgebreid [6] en deze liep over in een fusie. Een rol speelde ook dat het voor de orde steeds moeilijker was nieuwe jonge mannen voor haar werk te interesseren en dat zo de vacatures voor toezichthouders (de surveillanten, de rol die traditioneel door jezuïeten in opleiding vervuld werd en wordt) niet meer opgevuld konden worden. Ook de wens tot gemengd onderwijs (jongens en meisjes bij elkaar in de klas) speelde een grote rol. Door het teruglopend aantal jezuïeten daalde ook het aantal beschikbare leraren, zodat de kosten bleven stijgen en er steeds meer leken in dienst kwamen.

Ten slotte ging, mede door de Mammoetwet van 1968, het Canisius College na 1973 op in de RK Scholengemeenschap Canisius College-Mater Dei (CCMD) met ongedeeld vwo (gymnasium en atheneum) en havo, gehuisvest in de gebouwen van beide scholen. In 1980 kwam het gebouw vrij; daarna werd het enige tijd aan ingenieursbureau Haskoning verhuurd. Per 2009 is het ROC Nijmegen er gevestigd.

Het archief van het Canisius College wordt bewaard in het schoolarchief van het 'nieuwe' Canisius College.


Monumenten in de buurt van Canisius College in Nijmegen

Museum Kam

Museum Kamstraat 45
Nijmegen
Omschrijving 1. Het MUSEUM heeft een rechthoekige plattegrond met een vooruitspringende, rechthoekige voorbouw met vooruitspringende ingang..

Hekwerk Museum Kam

Museum Kamstraat 45
Nijmegen
Omschrijving 3. Het HEKWERK. De tuin van het museum wordt aan de west- en de zuidzijde (straatzijde) begrensd door een bakstenen muur, die ..

Militaire versterkingen t.b.v. legioenen

-
Nijmegen
Militaire versterkingen t.b.v. legioenen. Datering: 1e - 2e eeuw na Chr. (gedeeltelijke bescherming, zie bijlage C).

Conciërgewoning Museum Kam

Museum Kamstraat 47
Nijmegen
Omschrijving 2. De CONCIERGEWONING heeft een rechthoekig grondplan, een kelder en twee bouwlagen onder een plat overstekend dak. Materialen..

Dubbele villa

Berg en Dalseweg 146
Nijmegen
Inleiding Dubbele VILLA uit 1909 naar ontwerp van architect F. Ludewig in overgangsarchitectuur; een gemengde bouwtrant met traditionele ke..

Kaart & Routeplanner

Route naar Canisius College in Nijmegen

Foto's (2)