Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Sanatorium Zonnestraal in Hilversum

Gebouw

Loosdrechtse Bos 7
1213RH Hilversum
Noord Holland

Bouwjaar: 1926-1934
Architect: Jan Duiker en Bernard Bijvoet


Beschrijving van Sanatorium Zonnestraal

In oorsprong axiaal-symmetrisch aangelegd geheel van losstaande gebouwen met verbindend wegenstelsel, ontworpen als sanatorium met voor- en nazorginrichting en arbeidstherapie, genaamd "Zonnestraal" bestaande uit een hoofdgebouw, waarin destijds de medische afdelingen en eetzaal waren ondergebracht, twee paviljoens, waarin te weerszijden van een conversatiezaal twee ziekenafdelingen voor elk 25 patiënten waren geprojecteerd, alles tot stand gebracht in een voor het Nieuwe Bouwen kenmerkende stijl naar ontwerp van J. Duiker en B. Bijvoet in 1926-28, met latere, reeds bij de aanvang voorziene uitbreidingen, een in fasen tot stand gekomen groep van vier werkplaatsen met mottoren (1927-1934) en een dienstbodengebouw uit 1931. De gebouwen, waarin uitsluitend geometrische vormen in nauwgezet berekende maten zijn aangewend, zijn geheel geconstrueerd uit gewapend beton, dat witgepleisterd is, met glas en staal, met toepassing van vrijstaande kolommen die aan de bovenzijde van afgeschuinde verzwaringen zijn voorzien; de onversierde vlakke gevels bevatten over de gehele lengte tot het plafond en tot de hoekpunten doorlopende ramen, gevat in, oorspronkelijk blauw geverfde, stalen sponningen, op subtiele wijze varierend in grootte. Ook de deuren bestaan geheel uit glas, gevat in stalen sponningen. De onderlinge verbondenheid van deze losstaande gebouwen wordt voorts beklemtoond door de herhaling van de hoofdvormen en door de rondom geplaatste, witgepleisterde betonnen tuinmuurtjes. Het platafgedekte hoofdgebouw met twee bouwlagen is samengesteld uit drie evenwijdige vleugels, in de benedenverdieping oorspronkelijk bestemd voor respectievelijk medische afdeling, keuken en apotheek, badgelegenheid en ketelhuis, met daar tussen in gesitueerde doorritten. In de NW-hoek sluit hier via een gang een vierde, korte vleugel aan, bestemd tot ziekenafdeling. Op de bovenverdieping is het hoofdgebouw samengesteld uit een ongedeelde, oorspronkelijk voor eet- en recreatiezaal bestemde ruimte, met als grondvorm een grieks kruis. Het wordt bekroond door een lage, vierkante lantaarn onder cirkelvormig dak. De noordgevel bevat in het midden een half over de rooilijn heen gebouwde wenteltrap, welke is opgenomen in een kubusvormige ruimte in de benedenverdieping en in een glazen cilindervormige ruimte op de bovenverdieping. De zuidgevel bevat links van het midden een half open trappenhuis eveneens half over de rooilijn heen gebouwd, waarin een spiltrap. Op de verdiepingloze gedeelten der benedenverdieping bevinden zich terrassen, behalve aan de noordzijde, ten dele overhuifd door de als luifels doorgetrokken daken van de bovenbouw, ten dele onoverdekt en voorzien van een lage borstwering met leuning; stalen balconnetjes in de "oksel" van de bovenbouw. In de westelijke hoek tussen de zuidvleugel beneden en de Z-arm der bovenverdiepingen bevindt zich de watertoren, waarvan de eenmaal uitgekraagde cilinder van het waterreservoir boven het dak uitsteekt en waarvan de oorspronkelijk bijbehorende dunne pijp thans is verdwenen. Van de lage tuinmuurtjes rondom het hoofdgebouw resteren alleen nog die aan de oostzijde. Uitgesloten van de bescherming zijn de latere, in afwijkende vorm uitgevoerde, uitbreidingen van operatiezalen, ketelhuis en schoorsteen (1951-'53, naar ontwerp van B.Bijvoet) en van J.P.Kloos uit 1967, aan ZW-, NW-, en NO-zijde, alsmede de recente dichtzetting van de noordelijke doorrit. De twee plat afgedekte paviljoens met verdieping zijn onder een hoek van 22gr30' ten opzichte van het hoofdgebouw geprojecteerd en spiegelbeeldig aan elkaar ontworpen. Van de paviljoens, oorspronkelijk A en B genaamd, later Prof. Henri ter Meulen- en Mr H.C.Dresselhuyspaviljoen geheten, is het eerste thans sterk gewijzigd (ondermeer door het in 1955-'58 dichtzetten van de bovenbalcons en het aanbrengen van een andere raamvorm), maar niettemin als pendant herkenbaar. Het tweede werd, na tijdelijke stopzetting van de bouw, in 1931 voltooid. Elk paviljoen is in oorsprong samengesteld uit een langgerekte noordelijke vleugel met een uitbouw langs de halve gevel, onder een hoek van 135 gr aansluitend aan het een bouwlaag hoge middengedeelte, en een daaraan evenwijdig gesitueerde zuidelijke vleugel, alle onderling verbonden door middel van een doorlopende middengang en voorzien van half open, cilinder-vormige en spiraalvormige trappenhuizen met spiltrap aan de korte zijden. Aansluitend aan de benedenverdieping, merendeels aan de zuidzijde (maar nooit aan de noordzijde) terrassen, voorzien van een lage, witgepleisterde tuinmuur; op de verdieping bevinden zich, thans alleen bij het Dresselhuyspaviljoen, langs de gehele gevel balcons, welke worden overhuifd door de als luifels doorgetrokken daken en welke zijn voorzien van een lage borstwering met stalen leuning; het dak van de beide uitbouwen dient als terras en is rondom voorzien van een stalen leuning. Twaalfzijdig dienstboden/verpleegstershuis van twee bouwlagen onder een plat cirkelvormig dak met flauwhellend twaalfzijdig dakvenster. Het gebouw is voorzien van een betonnen draagconstructie, stalen borstweringen en grote vensters. Inwendig achttien spievormige kamertjes rondom een centrale, ronde vide. Vier werkplaatsen met gebogen daken, gesitueerd in halfcirkelvorm tegenover een mottoren die bovengronds bestaat uit een witgepleisterde ronde pijp met stookluik. De twee in 1927 gebouwde werkplaatsen hebben houten spanten, voorgevels met afgeschuinde windverbanden en een glaspui. De twee werkplaatsen uit 1931 en 1934 hebben houten spanten en voorgevels met glaspui. Samenstel van gebouwen dat, op internationaal niveau, exemplarisch is voor het Nieuwe Bouwen wegens a) de geheel op de oorspronkelijke bestemming van het geheel, sanatorium met voor- en nazorg-inrichting, en arbeidstherapie, afgestemde opzet, waarbij het bewegen tot uitgangspunt heeft gediend, en waarbij bepaalde vormen welbewust zijn herhaald om zo visueel een verbinding te leggen tussen ruimten met eenzelfde gebruik, hetgeen tot uitdrukking komt in de axiaal- symmetrische groepering van de losstaande, lage gebouwen, de oorspronkelijke doorritten in het hoofdgebouw, doorlopende gangen in de paviljoens en de vierkante en cilindrische vorm van respectievelijk conversatieruimten en trappenhuizen, alsook in de toepassing van zoveel mogelijk terrassen, balcons, draaibare ramen en scheve projectie van de paviljoens ten opzichte van het hoofdgebouw ten behoeve van een maximale toetreding van licht en lucht, mede terwille van de destijds in zwang zijnde zonnetherapie, en een zo rechtstreeks mogelijk contact met de natuur. b) de consequente toepassing van de esthetische principes van het functionalisme, uitgaande van de eigen kwaliteiten en eigenschappen van het bouwmateriaal en een vaste maat-eenheid, afgestemd op de menselijke schaal, hier gebaseerd op vierkanten van 1,50 m x 1,50 m., die zowel in grondplan als in ruimtelijke opbouw steeds is volgehouden ten behoeve van heldere verhoudingen. Hierdoor is het complex een der eerste voorbeelden, waarbij het gebruik van beton welbewust zichtbaar is gemaakt en tevens een geheel nieuwe, op de grotere overspanningsmogelijkheden van beton gebaseerde architectuur tot stand is gekomen, waarvan constructie en vormgeving van exterieur en interieur aan elkaar gelijk zijn en waarbij voorts ontmaterialisering en een zo groot mogelijk verweven van binnen- en buitenruimte is nagestreefd door toepassing van witgepleisterde, vlakke gevels met zoveel mogelijk glasvensters, terrassen, balcons, open trappenhuizen en tuinmuurtjes. Als zodanig is dit geheel, ondanks de later wijzigingen, van algemeen belang wegens bijzondere architectuur-historische en oudheidkundige waarde en tevens uit sociaal-historische oogpunt als eerste therapeutisch sanatorium-complex, dat uit eigen kring voor de arbeiders tot stand is gekomen. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 46771
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Sanatorium Zonnestraal
Hoofdgebouw Sanatorium Zonnestraal
Hoofdgebouw Sanatorium Zonnestraal
Plaats Hilversum
Land Nederland
Basisgegevens
Organisatie Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond
Opening 1928
Kenmerken
Architect Jan Duiker
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 46771
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde
Het Ter Meulen paviljoen
Klok op standaard in Duiker-blauw
Afdak
De Koepel huisvestte de dienstboden
De villa
Werkplaatsen voor de patiënten
Watertoren Zonnestraal[1] in het hoofdgebouw in 1986

Sanatorium Zonnestraal was een sanatorium in de Nederlandse gemeente Hilversum. Het complex was oorspronkelijk bestemd voor diamantslijpers die tuberculose hadden opgelopen. Het werd ontworpen door de architect Jan Duiker, in samenwerking met Bernard Bijvoet en Jan Gerko Wiebenga. Het hoofdgebouw werd geopend op 12 juni 1928. Het Ter Meulen paviljoen werd tegelijkertijd geopend met het hoofdgebouw, het Dresselhuys paviljoen volgde in 1931. In 1957 werd Zonnestraal een ziekenhuis en ging verder als Algemeen Ziekenhuis Zonnestraal te Hilversum.

Zonnestraal beslaat circa 120 hectare, en ligt in het Loosdrechtse Bos. Het complex is een officiële kandidaat voor de werelderfgoedlijst van de UNESCO. Het heeft nog steeds een medische functie.

Beschrijving

Zonnestraal is gebouwd in beton, met stalen raamsponningen en enkel glas. Duiker heeft zijn standaardkleuren gebruikt: wit, zwart en een specifieke kleur lichtblauw, het zogenoemde "Duiker-blauw". Het complex is een beroemd voorbeeld van het Nieuwe Bouwen. Toen het werd ontworpen, dacht men dat tuberculose binnen dertig jaar uitgeroeid zou zijn. Zonnestraal werd daarom ontworpen voor een relatief geringe levensduur. Omdat later werd ingezien dat de gebouwen waarde hebben als monument, is vanaf de jaren negentig een omvangrijk restauratieprogramma in gang gezet (kostprijs 12 miljoen gulden).[2] De restauratie wordt uitgevoerd aan de hand van plannen van de architecten Hubert-Jan Henket en Wessel de Jonge die de stijl van het oorspronkelijke ontwerp willen respecteren. Op het landgoed worden weer diverse vormen van zorg aangeboden. Het hoofdgebouw is sinds mei 2004 in de oude glorie hersteld.

De architect J.J. Jelles, in wiens werk men de verworvenheden van het Nieuwe Bouwen of de Nieuwe Zakelijkheid het meest terugvindt, werd ronduit lyrisch als hij dacht aan Sanatorium Zonnestraal:

"Uit een tijd van chaos is kristalhelder Zonnestraal ontstaan. Een verschijning uit een denkwijze die nieuw was voor het waarneembaar maken van de structuur in samenleven. Een denkwijze, die opende en insloot: uit een niet herkenbare veelheid, chaos, met intelligent stellen van de opgave, bevrijdend te vereenvoudigen tot de kern en gelijkertijd weer tot een herkenbare veelheid te komen: orde in een nieuwe verhouding."

Historie

Jan van Zutphen was begin 1900, in een tijd van malaise, een van de voormannen van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB). Hij zocht naar middelen hulp te bieden aan tuberculose-lijders onder zijn vakgenoten. Op maandagochtend werd de opbrengst van het afval, de gebroken koperen steeltjes van de diamanthouders, "verdronken". Door discipline in eigen kring en stellen van het doel maakte "Ome Jan" een eind aan dit "maandagochtendvieren". Het geld werd bijeengebracht en in 1905 werd de Stichting Diamantbewerkers Koperen Stelenfonds opgericht.

Maar er was niet voldoende geld om alle zieken afzonderlijk te helpen. Opnieuw werd gezocht naar mogelijkheden, en de gedachte ontstond om uit het afvalslijpsel het zuivere diamantstof vrij te maken. Uiteindelijke slaagde de Delftse hoogleraar H. ter Meulen hier in. Door het procedé verwierf het "Koperen-Stelenfonds" grote inkomsten. Uit dank werd later een van de paviljoens van Zonnestraal naar Ter Meulen vernoemd.

Bij Hilversum werd het landgoed "de Pampahoeve" gekocht. In de villa kon een beperkt aantal patiënten (19) kuren in zon en buitenlucht. Met de ervaringen van dit begin kon de opgave voor een nieuw sanatorium geformuleerd worden: verhouding van ziek zijn/beter maken en geleidelijk weer deelnemen aan veelheid in samenleven. Te vaak was een terugvallen gebleken door geestelijke en lichamelijke overbelasting van een net verkregen evenwicht. Duiker, die in 1924-25 voor het Koperen-Stelenfonds de zeepfabriek in Diemen bouwde, maakte de ontwikkeling en het stellen van deze nieuwe opgave mee.

Met het doel een sanatorium, voor- en nazorginrichting met arbeidstherapie te bouwen, werd op 16 september 1925 de vereniging "Zonnestraal" (Nederlandsche vereeniging tot het oprichten van arbeidskolonies voor tuberculoselijders) opgericht, met Van Zutphen als voorzitter. Duiker kreeg de opdracht en in 1926 werd begonnen met de bouw van een uitgebreid complex voor 100 patiënten op het terrein van de Pampahoeve.

De witte gebouwen van beton, staal en glas werden in 1928 in gebruik genomen: de ziekenafdeling voor 28 patiënten; het hoofdgebouw met in drie evenwijdige vleugels: de medische afdeling in het noorden, terrassen, badgelegenheid en ketelhuis op het zuiden, keuken en apotheek in het midden, waartussen de hoofdweg en waar overheen de grote eetzaal ligt; twee paviljoens aan weerskanten van het hoofdgebouw op het zuidoosten en zuidwesten gericht met elk twee afdelingen voor 25 patiënten, een conversatiezaal waaromheen de verbinding loopt.

Architectuur

Duidelijk en direct zijn verhouding en ligging ten opzichte van elkaar: grote eetzaal, kleine conversatiezaaltjes, gangen, muren, paden, terrassen, trappen en balkons.

Een sanatorium voor mensen, die kort en geleidelijk langer op mogen zijn, rond kunnen lopen en rusten om ten slotte weer enkele uren bezig te zijn op het terrein (onder andere in werkplaatsen).

Plan en constructie hebben een maateenheid van 1,50 m:
1 x 1,50 m gang, balkonbreedte,
1/2 x 1,50 m deur, glasmaat puien,
3x3m eenpersoons ziekenkamer.

Duiker heeft in 1928 door deze nieuwe verhoudingen te realiseren in deze nieuwe "hoogwaardige" materialen, ineens de grote stap gedaan naar "het nieuw beleven van ruimte."

Restauratie

Op een internationale conferentie aan de T.U. Eindhoven (sept 1990) rond de restauratie van beschermde monumenten van het Nieuwe Bouwen lichtte architect Wessel de Jonge de bijzondere aanpak ervan toe. Bij de restauratie van Sanatorium Zonnestraal zouden bijvoorbeeld geen gegalvaniseerde ramen aangewend worden. Het behandelen van de ramen door de patiënten zou deel van de therapie uitmaken.

Trivia

In aflevering 6 van het Nederlandse televisieprogramma Goedenavond Dames en Heren diende het hoofdgebouw van Zonnestraal als achtergronddecor bij de 'aanvang van de bouwwerkzaamheden' van het fictieve Sint Hubertus kinderziekenhuis te Maastricht (uitgezonden op 4 mei 2015).

Literatuur

  • artikel in NRC-Handelsblad 15 juni 2001
  • Wim Crouwel, Liever geen nieuw Zonnestraal, in NRC-Handelsblad dd 11 maart 1994.
  • Book of Abstracts, First International DOCOMOMO Conference, Technische Universiteit Eindhoven, september 1990.
  • Ger Dorsman, ‘Wat zegt ons het gebouwencomplex van het sanatorium Zonnestraal in relatie tot de ziekte tuberculose en de tuberculosepatiënt?’, in: Desipientia: Zin en Waan, Jaargang 12, nr. 2 (november 2005), pp. 15–23.
  • Ronald Zoetbrood, "Jan Duiker en het sanatorium Zonnestraal", Van Gennep Amsterdam, 1984

Externe link


Monumenten in de buurt van Sanatorium Zonnestraal in Hilversum

De Pampahoeve

Loosdrechtse Bos 7
Hilversum
Inleiding Het houten LANDHUIS 'De Pampahoeve' in Engelse Landhuisstijl is omstreeks 1911 gebouwd in opdracht van Smidt. Het huis is als bou..

Tbc-huisje van het open type, bestemd voor de nazorgpatienten

Loosdrechtse Bos 7
Hilversum
Inleiding TBC-HUISJE (boshutje) van het open type, bestemd voor de nazorgpatienten, omstreeks 1927 gebouwd naar ontwerp van J. Duiker. Het ..

Blokje van drie nazorgwoningen, onderdeel van het complex zonnestraal

Loosdrechtse Bos 27
Hilversum
Inleiding Blokje van drie NAZORGWONINGEN, onderdeel van het complex Zonnestraal en gebouwd naar ontwerp van B. Bijvoet in 1938-1939 in de t..

Gedenkbank

Loosdrechtse Bos 27
Hilversum
Inleiding GEDENKBANK ter nagedachtenis aan mevr. Eugenie van Moppes-Rose (1857-1932) uit omstreeks 1938, onderdeel van het complex Zonnestr..

Boerderij met pannen zadeldak tussen bakstenen topgevels met beitels

Hoorneboeg 2
Hilversum
Boerderij met pannen zadeldak tussen bakstenen topgevels met beitels; voorgevel met roedenverdeling; zijgevels met door luiken gesloten vens..

Kaart & Routeplanner

Route naar Sanatorium Zonnestraal in Hilversum