Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Olympisch Stadion in Amsterdam

Overig

Olympisch Stadion 1
1076DE Amsterdam
Noord Holland

Bouwjaar: 1928
Architect: Jan Wils


Beschrijving van Olympisch Stadion

OLYMPISCH STADIONGEBOUW Op ovalen grondslag - rondom een betonnen wielerbaan, sintelloopbaan, voetbalveld en twee atletiekvelden - als amfitheater in baksteen en beton opgetrokken OLYMPISCH STADIONGEBOUW in een voor het werk van Wils typerende zakelijk-expressionistische trant en te onderscheiden in de oorspronkelijke, geheel met baksteen beklede 'binnenring' uit de eerste bouwfase (1926-28) en een in onbekleed gewapend beton uitgevoerde 'buitenring' met twee schelpvormige tribune-uitbreidingen aan beide korte zijden uit de tweede bouwfase (1936-37). De betonwerken zijn uitgevoerd in samenwerking met Ir. G. Jonkheid, de meervoudig samengestelde ijzerconstructies samen met Ir. E.A. van Genderen Stort. Het twee hoofdlagen tellende stadion heeft aan de beide lange zijden overdekte tribunes van 100 meter lengte, respectievelijk aan de westzijde de 28,5 meter brede Eretribune met centraal de Koninklijke Loge en aan de oostzijde de 18 meter brede Marathontribune met in het midden de lagere Marathonpoort, waarbij de ruim 17 meter respectievelijk ruim 11 meter vrij overstekende tribune-overkappingen zijn elk uitgevoerd met ijzeren vakwerkspanten en zes ver naar achteren geplaatste ijzeren kolommen ter ondersteuning van het houten dakbeschot. Onder de door een stelsel van vierkante betonkolommen en schuin oplopende betonbalken ondersteunde tribunes, zijn de - deels gemoderniseerde doch merendeels nog met de oorspronkelijke, eenvoudige inrichting uitgeruste - kleedkamers, kantoren en andere dienstverlenings-vertrekken, werk- en bergplaatsen, wachtkamer, cafe's, restaurant en toiletruimten ondergebracht (en in oorsprong ook perskamers en laboratoria). De merendeels sober ingerichte vertrekken zijn zo logisch mogelijk gesitueerd in relatie met hun oorspronkelijke functie, uitgaande van een destijds wenselijke scheiding van sportlieden, officiele personen, pers en bezoekers; zij komen alle uit op een rondgaande gang, vanwaaruit via twee tunnels het speelveld aan de noord- en zuidwestzijde betreden kan worden. Verspreid over de bakstenen bekledingsmuren is, met uitzondering van de benedenpartij van de Eretribune, de oorspronkelijke venster-verdeling nog grotendeels gehandhaafd gebleven (zij het niet meer overal met de oorspronkelijke stalen raamkozijnen) en resteren aan de buitenzijde nog enkele van de buitenlampen met buisvormige armaturen en klokvormige kappen uit de bouwtijd. De beide overdekte tribunes zijn niet geheel identiek. De in oorsprong hoger dan de Marathontribune uitgevoerde Eretribune heeft in het midden de aan beide zijden door een houten beschot afgeschermde Koninklijke Loge, waarvoor het oorspronkelijk open platform voor de prijsuitreiking aan de winnaars is gesitueerd, en te weerszijden de loges voor de officiele personen, alle drie met afzonderlijke toegangspartijen; de Koninklijke Loge heeft aan het hoofdeind een eenvoudige luifel en in de achtermuur een plaquette ter nagedachtenis van radio-verslaggever Han Hollander uit 1953; boven de toegangspartijen te weerszijden elk een op de antieke Griekse kunst geinspireerd reliëf op blauw fond met voorstellingen die betrekking hebben op de antieke Olympische Spelen. De Eretribune heeft verder een afzonderlijke ingangspartij met stoep in het midden van de westgevel, gemarkeerd door een dubbele luifel waarboven de uitkragende middelste vensterreeks en twee staande hardstenen platen, en voorts twee vierkante bloembakken op de uiteinden van het terras. Op de door drie langgerekte, door luifels afgesloten stalen vensterreeksen verlichte verdieping bevindt zich het restaurant, waarbij de betonnen skeletconstructie geheel in het zicht komt en in het midden het vloerniveau is verhoogd, in oorsprong leidend naar de koninklijke verblijfsruimten. Bij de centrale overloop op de verdieping zijn bovenaan de trap twee natuurstenen gedenkplaten met inscripties van alle eerste prijs-winnaars van de Olympische Spelen van 1928 geplaatst. Te weerszijden van de middenpartij en aan beide korte einden van de naar achteren uitgebouwde Eretribune zijn de - in oorsprong niet met hekken afgesloten - opgangen naar de zitplaatsen aangebracht, met trap uitkomend op de half-open wandelgang; tevens zijn er afzonderlijke ingangen voor spelers en pers. De zonder half-open wandelgang uitgevoerde Marathontribune heeft bij beide hoeken aan de oostzijde elk een in verspringende cubische vormen met luifels uitgevoerde uitbouw met dwars geplaatste stoep, waarvan de noordelijke leidt naar de kantoorruimten en de zuidelijke naar de vroegere werkplaats. In het midden van beide vleugels te weerszijden van de Marathonpoort telkens in het midden de opgaande trap naar de tribune met links en rechts de teruggerooide oorspronkelijke toiletruimten, aan beide uiterste zijden gemarkeerd door een verticale, plastisch-geometrisch gedetailleerde sculptuur van natuursteen op een gemetselde dwarsmuur. Aan de buitenzijde wordt de door een balkonconstructie gedekte Marathonpoort (met rechts de gedenksteen die blijkens inscriptie op 18 mei 1927 is gelegd door Prins Hendrik) gemarkeerd door twee overstekende betonnen luifels, zes verticale stenen ornamenten, de vijf Olympische ringen in de kleuren blauw, zwart, rood, geel en groen, en het motto citius altius fortius uitgevoerd in ijzer; in de rechthoekige doorgang zijn aan weerszijden twee natuurstenen gedenkplaten aangebracht met inscripties van de Nederlandse Olympische kampioenen (tot 1932), waaronder aan de noordzijde de naam van de stadion-architect Wils bij het onderdeel architectuur van de kunstwedstrijden. In oorsprong waren de vijf rechthoekige openingen tussen de behakte hardstenen ornamenten niet met glas gedicht en was de poortdoorgang niet door hekken afgesloten, maar waren de dwarsmuren naar voren verlengd en aan de uiteinden voorzien van twee, thans naar de hoofdingang verplaatste sculpturen. Aan de zijde van de tribune is midden bovenaan een op de antieke Griekse kunst geinspireerd reliëf met voorstellingen van de antieke Olympische Spelen op een blauw fond aangebracht op het muurvlak boven de radiokamer, met door een stalen middendeur onderbroken reeks horizontale vensters. De oudste tribunes worden van bovenaf gevuld via acht brede en zes smallere trappartijen, die op de hoofdverdieping onderling verbonden zijn door middel van een brede wandelgang - verlicht door rechthoekige openingen boven de gemetselde borstweringen tussen de in het zicht komende betonkolommen - en die bij de tribunes gemarkeerd worden door hoog opgemetselde vleugelmuren met schuine bovenzijden en door zich sprongsgewijze versmallende vleugelmuren bij de interne wandelgang. De acht brede trappenhuizen, met beneden een dubbelbrede trap en vanaf de wandelgang twee afzonderlijke trap-armen leidend naar de in oorsprong met staanplaatsen ingerichte tribunes aan de gebogen korte zijden, zijn boven de opgang, doorlopend boven de vloer van de wandelgang, telkens voorzien van een decoratief gemetselde afscherming bestaande uit acht muurdammen waartussen telkens twee smallere muurdammen, gezamenlijk gedragen door een betonbalk met cubische ornamenten. Te weerszijden van deze (in oorsprong niet met hekwerken afgesloten) opgangen zijn de oorspronkelijke toiletgroepen gesitueerd, afgeschermd door een naar voren gerooid stelsel van verspringende muren en voorzien van een overstekende betonnen luifel boven de open ingangen. Aan de gebogen noord- en zuideinden bevinden zich de in oorsprong als cafe ingerichte zalen, aan de buitenzijde gemarkeerd door een lang gebogen terras met stoep, en in oorsprong beide voorzien van een vijftal dubbele deuren van staal en glas met boven de luifels rechthoekige panelen van vierkante glasstenen en bij de plastisch- geometrisch gedetailleerde muurdammen vrijwel vierkante bloembakken. Inwendig zijn in de hoge, door de zichtbare vierkante betonkolommen gedeelde zaalruimte tegen de gebogen binnenwand de buffetten geplaatst in de door luifels bekroonde nissen. De geheel vrijstaande wielerbaan is evenals het stadion samengesteld uit een geraamte van kolommen, balken en vloeren van gewapend beton, en heeft een lengte van 500 m, een breedte van 9 m, waarvan 1 m uitloop, en een hellingshoek van 5 graden bij de lange rechte einden en een naar 35 graden oplopende hellingshoek bij de bochten; de baan is rondom voorzien van een dubbele borstwering in beton, waarvan de binnenste een hol opgaand profiel heeft en tussen beide een holle betonnen afwateringsgoot is aangebracht. In 1936-37 is het stadion terwille van een capaciteit van 50.000 toeschouwers - eveneens naar ontwerp van Jan Wils - uitgebreid door middel van een 'buitenring' met schelpvormige verhogingen bij de vroegere staanplaatstribunes aan de noord- en zuidzijde, waarbij het gewapend beton in het zicht is gebleven en waarbij de overkappingen van de Marathontribune zijn opgevijzeld met gelijktijdige ophoging van de afsluitmuren, uitgezonderd de op oorspronkelijke hoogte gebleven Marathonpoort; de vier hoge gemetselde lantaarnmasten met asymmetrische kruisvormige doorsnede en gesitueerd in het midden bij de bochten tussen de acht brede hoofdtrappen naar de vroegere sta-tribunes, zijn bij deze uitbreiding afgebroken en ook werd bovenaan de noord-tribune het oorspronkelijke aanwijsbord vervangen door een moderner exemplaar. De over de oudste tribunes uitkragende tribune-uitbreidingen met schuin oplopende betonvloeren worden ondersteund door een stelsel van vierkante kolommen en rechthoekige en schuin oplopende dwarsbalken in gewapend beton. De tribune-uitbreidingen worden evenals de oudste tribunes van bovenaf ontsloten, met per vak telkens twee door afgeschuinde vleugelmuren gemarkeerde trappartijen. Deze zijn aan beide uiteinden verbonden met een zestal uitwendige trappartijen, die elk rondom een kolom slingeren met telkens boven elkaar geplaatste steektrappen met afgeronde bordessen en die door ruime rechthoekige poorten leiden naar de grotendeels afgeschermde, door inwendige steektrappen onderbroken gaanderij. De betonnen borstwering van deze gaanderij is bovenaan voorzien van in smalle stalen kozijnen gevatte glaspartijen met verticale onderverdeling (per vak acht smalle ramen in twee lagen boven elkaar), omgezet bij de korte uiteinden (met elk vier smalle ramen in twee lagen boven elkaar). De trappartijen en gaanderij hebben betonnen borstweringen met dubbele stalen buisleuningen; de korte uiteinden van de 'tribune-schelpen' worden afgesloten door licht uitkragende betonranden met driedubbele buisleuningen; de schuin boven de gaanderij uitkragende bovenringen van de tribune- uitbreidingen hebben elk een hoge borstwering van betonplaten met aan de buitenzijde bij elke derde schuine dwarsbalk ijzeren beugels voor het plaatsen van vlaggemasten. Van de vier door de bovenring van de beide 'tribune-schelpen' gestoken ijzeren lichtmasten - in oorsprong bestaande uit samengestelde kolommen met driehoekige windverbanden en een boogvormige beëindiging - resteren alleen nog de onderste raamwerken aan de buitenzijde van de gaanderijen, verankerd in de daartoe aangebrachte betonnen consoles aan de onderaan extra aangebrachte betonbalk. De zitplaatsen, oorspronkelijk alle houten banken die met een ijzeren beugel waren vastgezet op de trapsgewijze geconstrueerde tribunevloeren, zijn naderhand vernieuwd, terwijl alle oorspronkelijke staanplaatsen tot zitplaatsen zijn omgevormd. In 1947 werd bovenaan de zuid-tribune van het - ook op andere plaatsen van memorerende kunstwerken voorziene - stadion nog een monument (naar ontwerp van F. Carasso) geplaatst, ter nagedachtenis van de in de oorlog gevallen sportlieden. waardering Olympisch Stadiongebouw met bijbehorende Olympische decoraties, uitgevoerd in de voor het werk van Wils kenmerkende zakelijk- expressionistische trant, van algemeen belang wegens de architectuur-, cultuur- en sporthistorische waarde en als symbool van de Olympische Spelen in Nederland bij uitstek; voorts van groot belang als hoofd-onderdeel van het Olympisch Stadion-complex. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 451749
Laatste wijziging: 2014-10-12 19:38:37.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Olympisch Stadion
Olstadion.jpg
Plaats Amsterdam
Capaciteit 22.500[1]
Bouwjaar 1927-1928
Geopend 28 juli 1928
Architect(en) Jan Wils
Eigenaar Stichting Olympisch Stadion Amsterdam en BPF Bouw
Beheerder Stichting Exploitatie Olympisch Stadion Amsterdam
Bespelers Phanos (atletiekvereniging)
Gerenoveerd 1998-2000
Portaal  Portaalicoon   Sport
Het Olympisch Stadion in 1928
Bouw van het Olympisch Stadion, 1927 (?)
Het Olympisch Stadion in aanbouw (1927)

Het Olympisch Stadion is een stadion met atletiekbaan in Amsterdam, gelegen aan het Stadionplein in het westelijk deel van het Amsterdamse stadsdeel Zuid.

Het stadion is in 1927 door de Voorburgse architect Jan Wils in opdracht van het NOC ontworpen voor de Olympische Zomerspelen van 1928. Na 1937 werd het aanzienlijk uitgebreid en was het onder meer in gebruik voor belangrijke voetbalwedstrijden en als thuisstadion van FC Amsterdam dat de laatste jaren zijn thuiswedstrijden op het bijveld speelde. Na de in 2000 voltooide restauratie, waarbij het stadion in zijn oorspronkelijke staat hersteld werd, is het in gebruik voor kleine en grote evenementen en biedt het onderdak aan zo’n dertig zelfstandige ondernemingen. Van 2005 tot 2014 was er ook een sportmuseum, de Olympic Experience Amsterdam.

Voorgeschiedenis

Nadat Nederland in 1923 de Spelen van de negende moderne Olympiade toegewezen kreeg, koos het NOC het Stadion van Harry Elte uit 1914 in het zuiden van Amsterdam als locatie. Dit stadion was gemakkelijk bereikbaar en de omgeving bood voldoende ruimte voor alle overige faciliteiten. Hiervoor werd in november 1924 de architect Jan Wils gevraagd. Wils was goed bevriend met NOC-vicevoorzitter, P.W. Scharroo,[2] en had zich in oktober 1924 onderscheiden als ontwerper van een groot sportcomplex aan de Wassenaarseweg in Den Haag.

In 1925 verscheen van Wils en Scharroo het boekje Gebouwen en terreinen voor gymnastiek, spel en sport. In het voorwoord schreef IOC-voorzitter Pierre de Coubertin dat de architectuur van het te bouwen stadion ‘in overeenstemming moest zijn met’ de olympische gedachte en dat een stadion ‘goede verhoudingen’ en een ‘opgewekt karakter’ moest bezitten en bestaan uit ‘een samenstel van gevoelige, zuivere lijnen, die op gelukkige wijze zijn samengevoegd in overeenstemming met de omgeving of afsteken tegen de horizon’.[3]

Ondertussen maakte Wils een ontwerp voor de verbouwing van het stadion van Elte. Op 6 mei 1925, echter, werd het voorstel voor overheidssubsidie van de Spelen door de Tweede Kamer afgewezen, omdat deze geen rekening hielden met de zondagsrust. Om de Spelen toch voor Nederland te behouden beloofde het gemeentebestuur van Amsterdam het NOC een lening van ƒ 500.000,- en werd er een inzamelingsactie georganiseerd, die anderhalf miljoen gulden opbracht. Hiermee had het NOC financieel voldoende armkracht om een geheel nieuw stadion te bouwen op een moerassig gebied ten westen van de Amstelveenseweg, waar het nog beter te bereiken was en na de spelen minder in de weg zou staan dan het oude stadion. Wils ging nu samen met ingenieur en betonexpert, G. Jonkheid, en zijn medewerker, Cor van Eesteren, aan de slag. Toen architectengenootschap Architectura et Amicitia hier omstreeks augustus 1925 lucht van kreeg, tekende deze protest aan. Ze vond dat een architectuurprijsvraag voor een gebouw van dit karakter op zijn plaats was, maar het NOC wilde hier niets van weten en bovendien kwam het genootschap ruimschoots te laat met haar eisen.[4]

In januari 1926 besloten de NV Nederlandsch Sportpark – de eigenaresse van het oude stadion – en het NOC officieel tot de bouw van het Olympisch Stadion. Diezelfde maand werd begonnen met de ophoging van het terrein en in oktober ging de eerste heipaal de grond in. Ondertussen stuurde de architect in mei alle ontwerptekeningen ter goedkeuring naar het Gemeentebestuur van Amsterdam en ging hij naar Parijs om de plannen daar te bespreken met twee IOC-vertegenwoordigers.[5] Het stadion werd gebouwd door de firma Kruithof en Scholten en had oorspronkelijk een capaciteit was 31.600 toeschouwers. Zowel de eerstesteenlegging op 18 mei 1927 als de openingsceremonie op 28 juli 1928 vonden plaats in het bijzijn van Prins Hendrik. Ondanks een staking onder metselaars en betonwerkers, werd het stadion op 1 mei 1928 keurig op schema voltooid,[6] hoewel de zwarte verf tijdens het eerste hockeytoernooi nog nat was.

Olympisch terrein

Het NOC wilde dat de gebouwen 'eenvoudig en strak van lijn' waren en dat ze zowel vanaf de openbare weg als vanaf het olympisch terrein toegankelijk waren. Daarom waren de belangrijkste gebouwen, het stadion, de schermzaal en het gebouw voor krachtsport, op het Stadionplein georiënteerd, met daartussen een soort cour d'honneur. Om de schermzaal en het gebouw voor krachtsport van het stadion te onderscheiden werden deze wit bepleisterd. Het ontwerp van dit plein en alle overige infrastructuur wordt toegeschreven aan Cor van Eesteren. Om de verschillende verkeersstromen (trams, auto's en voetgangers) beheersbaar te maken fungeerde het als een soort meer, ‘waarin alle verkeersstromen monden en tot rust komen’. Door vlak naast het stadion een tramhalte aan te leggen en midden op het plein een parkeerplaats werden alle verkeersstromen van elkaar gescheiden.[7]

Olympisch terrein (gedeeltelijk), 1928
De in 1937 toegevoegde en in 1998 verwijderde uitbreiding aan de korte zijden, januari 1992
Aansluiting van de verdwenen betonnen uitbreiding op het bakstenen stadion, januari 1992
Exterieur van de verdwenen betonnen uitbreiding, januari 1992
De verdwenen betonnen uitbreiding, noordzijde, oktober 1995
Achterzijde eretribune
Interieur Olympisch Stadion na renovatie

Stadion

Het door Wils ontworpen stadion bestaat uit betonconstructies bekleed met 2.000.000 bakstenen. De berekeningen van deze betonconstructies liet hij over aan G. Jonkheid. Met het oog op de stand van de zon bevindt de lengte richting zich in noord-zuidelijke richting. Op die manier wordt tevens de eretribune beschermd tegen de sterke westenwind. Tussen de atletiekbaan en de tribunes bevond zich oorspronkelijk een wielerbaan.

De hoofdingang van het stadion wordt gevormd door de Marathonpoort. In de Marathonpoort zijn twee hardstenen reliëfs aangebracht van Jan Altorf. In de jaren daarna werden de beelden enkele tientallen meters naar voren geplaatst. De afbeeldingen zijn van een man en een vrouw; de eerste een sportman en de tweede een klassiek figuur met palmtak. Sinds 2006 staan de reliëfs weer op de plek waar ze in 1928 werden neergezet.

Hierboven bevindt zich een vlakke luifel met daarboven een groot muurvlak met daarop de olympische ringen en het motto Citius, Altius, Fortius (sneller, hoger, sterker). Daar weer boven bevindt zich een balkon met zes decoratieve spanten. Ter weerszijden van de marathonpoort werden namen van Nederlandse overwinnaars van de Olympische Spelen gebeiteld. Deze traditie heeft men tot 1932 vol weten te houden en werd na de restauratie van het stadion voortgezet.

Achter de Marathonpoort bevindt zich de Marathontribune. Onder deze tribune bevonden zich kantoren, werk- en bergplaatsen. Aan de achterkant van het stadion lag de eretribune, die bestemd was voor leden van het koninklijk huis, officiële genodigden en de pers. Onder de eretribune bevond zich onder meer een telegraafkantoor, een persafdeling, de geneeskundige dienst en een laboratorium voor fysiologisch en antropologisch onderzoek. Op de eerste verdieping was een foyer en een wachtruimte met daarboven een wandelgang voor bezoekers. Onder de staan- en zittribunes bevonden zich kleedkamers en, aan de zuidzijde, een café (het tegenwoordige café Vak Zuid). Verder bevond zich in de noordoosthoek een telefooncentrale, de brandweer, secretariaten van diverse sportbonden en een politiebureau met een heuse gevangeniscel.[8]

Van links naar rechts: Marathonpoort, Marathontoren en het huidige Van Tuyll van Serooskerkenmonument

Op het olympisch terrein bevonden zich verder een restaurant, een postkantoor (tegenwoordig beter bekend als het Olympiahuisje), een personeelswoning en het zwemstadion. Op het Olympiahuisje en de personeelswoning na zijn alle bijgebouwen na de Spelen afgebroken.

Marathontoren

Om tegenwicht te bieden aan de overwegend horizontale lijnen van het stadion en als oriëntatiepunt werd midden op van het olympisch terrein de 46 meter hoge Marathontoren gebouwd, ook wel 'leftoren',[9] 'het asbakje van Amsterdam' of 'het asbakje van de KLM-vliegers' genoemd. De toren bestaat uit een betonnen skelet met aan weerszijden vier bakstenen platen. Waar deze platen eindigen bevinden zich onder vier ver uitkragende luifels eenzelfde aantal balkons, van waaraf bazuinblazers het begin van de marathon aankondigden.[10] De diagonaal uitstekende betonplaten hierboven moesten het geluid van luidsprekers versterken.

Boven op de toren in een groot, betonnen bekken brandde het eerste olympische vuur in de geschiedenis. Volgens sporthistoricus Jurryt van de Vooren was dit idee afkomstig van Wils zelf, die zich als socialist af wilde zetten tegen de christelijke partijen, die tegen de Spelen waren, omdat deze geen rekening hielden met de zondagsrust. Hij koos daarom voor een heidens symbool, vuur, als herkenningsteken voor de Spelen. Overdag zou er rook uit dit bekken moeten komen, en 's avonds vuur. Door licht te laten schijnen door de verticaal opgaande ramen werd de toren 's avonds extra geaccentueerd.

Van Tuyll van Serooskerkenmonument

Gra Rueb, De Olympische groet (1928)

Ter ere van de in 1924 overleden oprichter van het NOC, Frits van Tuyll van Serooskerken, werd in 1928 links van de Marathonpoort een monument opgericht. De eveneens door Wils ontworpen sokkel doet enigszins denken aan De Stijl. Op deze sokkel stond het beeld De Olympische groet van de Haagse beeldhouwster Gra Rueb. Dit beeld is later verplaatst naar een eenvoudiger sokkel rechts van de Marathontoren. Na de Tweede Wereldoorlog werd het beeld enigszins omstreden, doordat de afgebeelde olympische groet door sommigen werd aangezien voor de Hitlergroet.

Wils paste het stadion keurig in het omstreeks 1915 door Berlage ontworpen Plan Zuid. Berlage zelf had op deze plaats industrieterreinen en derde klasse woningen van drie hoog gedacht. Berlage gaf zijn goedkeuring aan het ontwerp en ook was hij aanwezig tijdens de huldiging van Wils in het Stedelijk Museum op 30 juli 1928. Opmerkelijk is verder dat bij de latere uitvoering van Plan Zuid het ontwerp van Berlage is aangepast ten gunste van het stadion; zo is de Van Tuyll van Serooskerkenweg in de lengteas van het stadion aangelegd. Ook bij de aanleg van het Olympisch Kwartier aan het begin van de eenentwintigste eeuw is nadrukkelijk rekening gehouden met het stadion.

Galerij Olympisch Stadion in 1928

Beoordeling

Het stadion heeft iets tweeslachtigs. Van binnen is het zeer modern, terwijl het van buiten veel weg heeft van een onneembare, middeleeuwse vesting. ‘Het geheel is te zwaar, te log, zelfs de openingen zijn log, het mist luchtigheid, die luchtigheid, die mogelijk is met moderne bouwmiddelen, het mist levensvreugde’, schreef een criticus in 1928. Wils was zich hiervan bewust, maar zag uiteindelijk geen heil in de ‘uitsluitende toepassing van nieuwe materialen’ en de ‘wetenschappelijke formules’ van het Nieuwe Bouwen. Voor een belangrijke opdracht als deze nam hij geen risico’s en volgde hij gebaande paden. Daarom borduurde hij voort op zijn neo-Wrightiaans architectuurschema, zoals hij dit omstreeks 1917 ontwikkelde en waarmee hij veel succes had (zie Nieuwe Haagse School). De Duitse architectuurhistoricus Franz-Joachim Verspohl deelt het in bij de ‘constructief-zakelijke stijl’.[11]

Gebruik

Op 31 oktober 1928 werd het stadion officieel overgedragen aan de Maatschappij Het Nederlandsch Sportpark, overeenkomstig een convenant, dat gesloten werd tussen deze maatschappij, de gemeente Amsterdam en het Comité 1928.[12] Hierna werd het een belangrijk nationaal podium. Vanaf 1937 begon het concurrentie te ondervinden van de nieuwe, veel grotere Kuip in Rotterdam. In dat jaar werd daarom een tweede ring toegevoegd, waardoor de capaciteit toenam tot 64.000 toeschouwers.

Het stadion was vanaf 1928 het thuisstadion van Blauw-Wit, DWS en het in 1982 opgeheven FC Amsterdam, en was tot de opening van de Amsterdam ArenA in 1996 vaak het stadion voor Europese thuiswedstrijden van AFC Ajax. Daarnaast koos Ajax er regelmatig ook voor de Eredivisie topwedstrijden als tegen Feyenoord en PSV in het Olympisch Stadion te spelen, evenals thuiswedstrijden waarin de ploeg het landskampioenschap kon veroveren. Ook AZ'67 speelde eind jaren zeventig en begin jaren tachtig enkele Europese thuiswedstrijden in dit stadion.

Het stadion is 77 maal gastheer geweest voor interlands van het Nederlands Elftal.[13] Daarvan werden er 32 gewonnen, 21 gelijk gespeeld en 24 verloren, met een doelsaldo van +38 (151 voor en 113 tegen). Tussen 1928 en 1937 had het stadion als grootste van Nederland feitelijk het alleenrecht op de wedstrijden van Oranje. Na de bouw van De Kuip werden de interlands verdeeld. Als gevolg van de toenemende verwaarlozing van het stadion koos de KNVB er vanaf eind jaren zeventig steeds vaker voor in De Kuip of elders te spelen. Niet alleen voor belangrijke wedstrijden, ook voor vriendschappelijke duels. Slechts toen het Rotterdamse stadion als gevolg van het bomincident tegen Cyprus in 1987 door de UEFA voor een jaar voor kwalificatieduels in de ban werd gedaan keerde het Nederlands Elftal nog een keer terug naar het stadion voor een kwalificatiewedstrijd, in september 1988 tegen Wales (1-0). Het was de eerste wedstrijd van Oranje sinds het winnen van het Europees kampioenschap. De laatste interland in het Olympisch Stadion werd op 6 september 1989 gespeeld, een vriendschappelijk duel tegen Denemarken (2-2).

In 1995 en 1996 werkten het American footballteam Amsterdam Admirals, uitkomend in de WLAF, hun thuiswedstrijden hier af. Op 15 juni 2007 speelden de Admirals, toen uitkomend in de NFL Europa, in het Olympisch Stadion de allerlaatste wedstrijd uit hun bestaan tegen de Berlin Thunder en wonnen die wedstrijd met 21-20.

Sinds 2000 is het stadion de plaats van start en finish van de Marathon van Amsterdam, die jaarlijks in oktober wordt gehouden.

Tussen 2000 en 2010 speelden alleen de Suriprofs hier hun jaarlijkse benefietwedstrijd, meestal tegen de kampioen van de Eerste divisie. Het wordt nog steeds gebruikt voor verschillende doeleinden, waaronder atletiekwedstrijden. Ook wordt er door Phanos bijna dagelijks gebruik van gemaakt voor trainingen en wedstrijden. Ieder jaar in juni/juli wordt hier het NK atletiek georganiseerd. Het gerenoveerde stadion wordt ook sporadisch gebruikt voor concerten, André Hazes en Leonard Cohen traden hier op. Daarnaast is het stadion locatie voor enkele dancefestivals, zoals op Koningsdag.

Sinds 2005 was het museum Olympic Experience Amsterdam gevestigd in het Olympisch Stadion. Door geringe belangstelling werd dit museum in oktober 2014 weer gesloten.[14]

Op 24 september 2014 was het Olympisch Stadion het toneel van een wedstrijd in de tweede ronde van het KNVB bekertoernooi, tussen JOS Watergraafsmeer en AFC Ajax. Omdat het sportpark van JOS niet voldeed aan de eisen, werd besloten om de wedstrijd in het Olympisch Stadion te spelen. Ajax won deze wedstrijd met maar liefst 9-0. Het was de eerste officiële wedstrijd van Ajax in het stadion sinds de halve finale van de Champions League tegen Panathinaikos (0-1) op 3 april 1996.

Verloop en renovatie

Marathonpoort in 2008
Olympisch Stadion na renovatie
Eretribune Olympisch Stadion na renovatie

De toegevoegde tweede ring uit 1937, ook door Wils ontworpen, heeft het oorspronkelijke ontwerp grotendeels verborgen.

In de jaren zestig begonnen andere gebouwen zoals de Amsterdamse RAI en Utrechtse Jaarbeurs steeds meer evenementen over te nemen, en het gebouw raakte in de vergetelheid als locatie voor evenementen.

In 1987 maakte de gemeente Amsterdam plannen bekend om het stadion te slopen en woningen op het terrein te bouwen. Echter, op dat moment begon de Rijksdienst van Monumentenzorg een inventarisatie van interessante gebouwen uit de periode 1850-1940, die eerder niet in beschouwing genomen waren. Het Olympisch Stadion werd gezien als een belangrijk historisch gebouw, en werd, inclusief bijgebouwen als het Olympiahuisje, op de monumentenlijst gezet.[15] Belangrijk argument bij deze plaatsing was de aanwezigheid van de met het oorspronkelijke stadion sterk contrasterende betonconstructie van de uit 1937 daterende uitbreiding, omdat het geheel toonde hoe de Amsterdamse School fuseerde met belangrijke internationale ontwikkelingen op het gebied van architectuur en constructie uit de jaren dertig.[16]

In 1996 werd een reddings- en exploitatieplan opgezet met een budget van 23 miljoen gulden (10 miljoen euro). Redders van het stadion waren Bram Mulder, Piet Kranenberg en Otto Roffel. Om de laatste vijf miljoen gulden bij elkaar te krijgen konden Nederlanders een steen of een stoeltje adopteren. In 1998 begon de renovatie. De renovatie geschiedde door de Amsterdamse architect André van Stigt. Hij heeft gebruikgemaakt van de originele bouwtekeningen van Jan Wils om de oorspronkelijke vorm van 1928 te herstellen. De tweede ring van 1937, enkele jaren eerder nog essentieel bij het verkrijgen van de monumentenstatus, is dan ook weggehaald, evenals de betonnen wielerbaan. De loze ruimtes onder de tribunes werden verbouwd tot kantoren en bedrijfsruimtes. Aan de noord- en zuidzijde van het stadion bieden deze uitzicht op de atletiekbaan en het veld.

Jan Wilsbrug, gezien vanaf Park Schinkeleilanden

Het vernieuwde stadion werd ingewijd op 13 mei 2000 door prins Willem-Alexander.

In 2003 is een ontwerp voor de openbare ruimte rond het Olympisch Stadion gemaakt door Buro Sant & Co. Het terrein wordt geschikt gemaakt voor het houden van kleine en grote evenementen, ook komen er een basketbalveld, een jeu-de-boules-zone en in de zomer een beachvolleybalveld. Aan de westzijde van het terrein zal een steiger worden aangelegd waar plezierboten en rondvaartboten (tijdelijk) kunnen aanleggen. Rondom het stadion en op het voorplein komt speciale verlichting, die door lichtkunstenaar Henk van der Geest is ontworpen.

Op het voormalige terrein van de "bijvelden" aan de noordkant van het stadion is een nieuwbouwwijk gerealiseerd, het Olympisch Kwartier met bijna 1000 woningen. De nieuwbouw wordt van het stadionterrein gescheiden door de Laan der Hesperiden, die in het verlengde van de Stadionweg ligt.

Op 4 oktober 2008 werd achter het Olympisch Stadion een naar Jan Wils genoemde brug geopend over de Stadiongracht, in het verlengde van de Laan der Hesperiden.

Toekomst

Amsterdam is verkozen tot de organisator van de Europese kampioenschappen atletiek van 2016. Dit evenement zal in het Olympisch Stadion plaatsvinden. Omdat de huidige capaciteit 22.500 toeschouwers bedraagt en de organisatie ten minste 30.000 eist, zullen er achter de doelen 8.000 extra plaatsen gecreëerd worden.[17] De baan is gerenoveerd met het oog op dit kampioenschap, de ligging van de faciliteiten voor de technische atletiekonderdelen is daarbij veranderd.

Belangrijke evenementen

Trivia

  • De olympische ringen die boven de ingang van het stadion hangen, waren in december 2011 enkele dagen vermist.[18] De ringen doken op 1 januari 2012 op in het Friese Oldeberkoop, alwaar de plaatselijke oudejaarsvereniging De Geitefok bekendmaakte de ringen als oudejaarsstunt ontvreemd te hebben.[19]
  • Tijdens de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji brandde in de Marathontoren voor elke Nederlandse gouden medaille de olympische vlam als eerbetoon aan de olympische kampioenen.
  • Sinds 2014 ligt in elk jaar waarin Olympische Winterspelen worden gehouden in de maand februari een ijsbaan in het stadion. Hier worden dan ook de NK's sprint en allround gehouden.

Literatuur

  • Architectuur aan de zijlijn: stadions en tribunes in Nederland. Auteur: Tijs Tummers. D'Arts, 1993. ISBN 90-800-7902-2
  • Het Olympisch Stadion. Auteurs: Tijs Tummers en Bert Sorgedrager. Bas Lubberhuizen, 2000. ISBN 90-76314-44-6
  • Het drieluik van Wils : het Olympisch Stadion en de Citroëngarages / Tijs Tummers [tekst] en Bart Sorgedrager [foto's]. - [Uitgebr. ed.]. - Amsterdam : Lubberhuizen, cop. 2002. - 143 p. : ill. ; 20×24 cm Uitg. in samenw. met Citroën Nederland. - Oorspr. titel: Het Olympisch Stadion. - Amsterdam : Lubberhuizen, 2000. ISBN 90-5937-017-1 (niet in de handel)

Externe links

Panorama-afbeelding van het stadion
Panorama-afbeelding van het stadion
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Hoofdportaal:Olympisch Stadion op Wikisource

Abe Lenstra Stadion (sc Heerenveen) · De Adelaarshorst (Go Ahead Eagles) · AFAS Stadion (AZ) · Amsterdam ArenA (Ajax) · Stadion Feijenoord (Feyenoord) · Stadion Galgenwaard (FC Utrecht) · GelreDome (Vitesse) · De Goffert (N.E.C.) · De Grolsch Veste (FC Twente) · Het Kasteel (Sparta Rotterdam) · Koning Willem II-stadion (Willem II) · Kyocera Stadion (ADO Den Haag) · MAC³PARK stadion (PEC Zwolle) · Noordlease Stadion (FC Groningen) · Parkstad Limburg Stadion (Roda JC Kerkrade) · Philips Stadion (PSV) · Polman Stadion (Heracles Almelo) · Woudestein (Excelsior)

Cambuurstadion (SC Cambuur) · Fortuna Sittard Stadion (Fortuna Sittard) · Frans Heesenstadion (FC Oss) · Stadion Galgenwaard (Jong FC Utrecht) · De Geusselt (MVV Maastricht) · De Heikant (Achilles '29) · De Herdgang (Jong PSV) · Jan Louwersstadion (FC Eindhoven) · JENS Vesting (FC Emmen) · De Koel (VVV-Venlo) · Kras Stadion (FC Volendam) · Lavans Stadion (Helmond Sport) · Mandemakers Stadion (RKC Waalwijk) · Rabobank IJmond Stadion (Telstar) · Rat Verlegh Stadion (NAC Breda) · Riwal Hoogwerkers Stadion (FC Dordrecht) · De Toekomst (Jong Ajax) · De Vijverberg (De Graafschap) · De Vliert (FC Den Bosch) · Yanmar Stadion (Almere City FC)

Voormalige stadions

Alkmaarderhout (Alkmaar '54/FC Zaanstreek/AZ) · De Baandert (RKSV Sittardia/Fortuna Sittard) · De Berckt (SC Venlo'54/VVV) · Berg & Bos (AGOVV Apeldoorn) · De Bijenkorf (HVV Tubantia) · Birkhoven (SC Amersfoort/HVC) · De Blauwe Kei (VV Baronie) · Bornsestraat (Heracles Almelo) · De Boschpoort (MVV Maastricht) · De Braak (SC Helmondia) · Brasserskade (DHC Delft) · Cambuur (VV Leeuwarden) · Damlaan (Hermes DVS) · Deppenbroek (Enschedese Boys) · Het Diekman (SC Enschede/FC Twente) · Driehuizerkerkweg (VSV) · Elinkwijk (USV Elinkwijk/Utrecht) · Esserberg (Be Quick 1887) · Floreslaan (Fortuna Vlaardingen/FC Vlaardingen '74) · Galgenwaard (VV DOS/Velox) · Haarlemstadion (HFC Haarlem) · Harga (SVV/Hermes DVS) · Heekpark (Enschedese Boys) · Heemstede (RCH) · 't Heuveltje (VV Oldenzaal) · Hilversum (SC 't Gooi/FC Hilversum) · Hoornseveld (ZFC) · Houtrust (Den Haag/Holland Sport/Scheveningen Holland Sport) · Houtsdonk (HVV Helmond) · De Hurk (RKVV Brabantia) · Industriestraat (NOAD) · Irislaan (VC Vlissingen/VCV Zeeland) · Kaalheide (Rapid '54/Rapid JC/Roda JC Kerkrade) · Kikkerpolder I (UVS) · De Koeburg (SV Zeist) · Koningsweg (Velox) · De Kraal (VVV-Venlo) · De Krommedijk (SVV/Dordrecht'90) · De Langeleegte (SC Veendam) · Limburgia (SV Limburgia) · De Luiten (RBC) · Mauritsstadion (Fortuna '54) · De Meer (Ajax) · Minor (Roda Sport) · Monnikenhuize (Vitesse) · Mosveld (De Volewijckers) · NAC-stadion (NAC Breda) · Het Nederlandsch Sportpark (AFC/AFC Ajax/Blauw-Wit) · Nieuw-Monnikenhuize (Vitesse) · Noordersportpark (HFC EDO) · Noord (sc Heerenveen) · Olympia (RKC Waalwijk) · Olympisch Stadion (AFC Ajax/FC Amsterdam/Blauw-Wit/AFC DWS/BVC Amsterdam) · ONA (Vv ONA) · Oosterenkstadion (Zwolsche Boys/PEC Zwolle) · Oosterpark (Oosterparkers/FC Groningen) · Pinkstraat (KFC) · De Planeet (SC Drente/VV Zwartemeer) · Herstaco Stadion (RBC) · Reeweg (SC Emma) · Rigtersbleek (Vv Rigtersbleek) · Rozenoord (SV DOSKO) · De Rusheuvel (SV TOP) · Aan de spoorbrug (T.S.V. LONGA) · Sportlaan (EBOH) · Stadspark (Velocitas 1897) · Thomassen (VV Rheden) · Het Valkennest (VV De Valk) · Veldwijk (Twentse Profs) · De Vliert (BVV) · De Vrolijkheid (PEC Zwolle/Zwolsche Boys) · Wageningse Berg (FC Wageningen) · Wassenaarseweg (UVS) · De Wolfsdonken (RKVV Wilhelmina) · Zanddijk (XerxesDZB) · Zeewijk (IJ.V.V. Stormvogels) · De Zoom (WVV Wageningen) · Zuiderpark (ADO Den Haag)


Monumenten in de buurt van Olympisch Stadion in Amsterdam

Olympisch Stadion: Marathontoren

Olympisch Stadion 1
Amsterdam
MARATHONTOREN Op twintig meter afstand van de Marathonpoort aan de noordelijke zijde gesitueerde vrijstaande MARATHONTOREN van 42,19 meter ..

Olympisch Stadion: Van Tuyllmonument

Olympisch Stadion 1
Amsterdam
VAN TUYLLMONUMENT In oorsprong zuidelijk van de Marathonpoort, als pendant van de Marathontoren gesitueerd, doch naderhand met kleinere arc..

tweede citroëngarage

stadionplein 22
amsterdam
Tweede Citroëngarage.

Olympisch Stadion: Dubbele dienstwoning

Stadionplein 32
Amsterdam
DUBBELE DIENSTWONING behorend tot het stadion-complex en gesitueerd langs de Stadiongracht, waarbij de zuidgevels deels zijn geintegreerd me..

Olympisch Stadion: Noordelijke dienstwoning

Stadionplein 18
Amsterdam
NOORDELIJKE DIENSTWONING Dienstgebouw behorend tot het stadion-complex en gesitueerd nabij de hoek van Stadionplein en Stadionstraat, in oo..

Kaart & Routeplanner

Route naar Olympisch Stadion in Amsterdam

Foto's (1)