Meer dan 63.000 rijksmonumenten


Sint-Jacobsgasthuis (Stedelijk Museum) in Schiedam

Gebouw

Hoogstraat 112
3111HL Schiedam
Zuid Holland

Bouwjaar: 1792
Architect: Jan Giudici


Beschrijving van Sint-Jacobsgasthuis (Stedelijk Museum)

St. Jacobsgasthuis (thans Stedelijk Museum). COMPLEX, bestaande uit een op kruisvormige plattegrond opgetrokken Gasthuiskerk met neo-klassicistisch front (Korinthische zuilen met fronton) en twee vooruitspringende zijvleugels, die een voorplein voor de kerk omsluiten. De zijvleugels hebben hoekpaviljoens, behandeld als herenhuizen met verdieping, schilddaken met schoorstenen, gebosseerde middenrisaliet met ingangspartij en eveneens gebosseerde hoekpilasters. Vensters met schuiframen, waarin kleine roedenverdeling. De kerk heeft inwendig galerijen op gemarmerde zuilen, eenklaviers orgel, in 1773 gemaakt door H.H. Hess. In 1969 gerestaureerd door Leeflang Orgelbouw, en een Lodewijk XVI preekstoel. Het complex is een der belangrijkste scheppingen van Giudici, die het in 1787 bouwde ter plaatse van een middeleeuws gasthuis. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Rijksmonument nummer: 33144
Laatste wijziging: 2014-10-12 20:04:29.0

Recensies en ervaringen

Toevoegen

Wikipedia artikel

Dit artikel is volledig afkomstig van Wikipedia en valt onder de CC BY-SA licentie
Stedelijk Museum Schiedam
Stedelijk Museum Schiedam.jpg
Opgericht 1899
Locatie Schiedam
Type Hedendaagse Nederlandse beeldende kunst
Website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het Stedelijk Museum Schiedam profileert zich als museum voor moderne en hedendaagse Nederlandse beeldende kunst. De grote collectie kunstwerken uit de Cobra-beweging is hier een voorbeeld van. Het museum is opgericht in 1899 en was gevestigd in de Sint Joris Doelen aan het Doeleplein en sinds 1940 gevestigd in het voormalige Sint Jacobs Gasthuis, op de Hoogstraat 112-114 in Schiedam.

Conservatoren

De eerste conservator, C.H. Schwagermann, wordt aangesteld in 1938. Hij wordt in 1952 opgevolgd door zijn zoon Daan Schwagermann. Al vrij snel na zijn aanstelling doet Schwagermann jr, onder invloed van een aantal gedreven verzamelaars van eigentijdse kunst in Schiedam, het voorstel om de nadruk voortaan op moderne kunst te leggen. Dit wordt goedgekeurd door politiek en deskundigen en in 1954 wordt het officiële nieuwe uitgangspunt van het museum dat het zich toelegt op werk van 'thans levende beeldende kunstenaars', zelfs van 'jonge kunstenaars'. De eerste aankopen van kunstwerken uit de Cobra-beweging zijn in 1954 een feit.

Pierre Janssen is in 1956 de opvolger van Schwagermann jr. Het aankoopbeleid met betrekking tot Cobra wordt voortgezet. Daarnaast breidt Janssen de collectie uit met informele en abstract-expressionistische kunst. Pierre Janssen blijft tot 1963 conservator. Zijn opvolger is Hans Paalman, die ook directeur van het museum is en dat blijft tot 1991. In die 28 jaar wordt de collectie behoorlijk uitgebreid. De nadruk van het aankoopbeleid komt vanaf eind 1964 ergens anders te liggen. Er worden geen schilderijen van de Cobra-beweging gekocht, omdat die te duur zijn. Er wordt op andere manieren getracht de collectie uit te breiden, via langdurige bruikleen of schenkingen. Er worden werken aangekocht van Nederlandse kunstenaars die nog geen naam hebben verworven, onder wie Ad Dekkers, Bob Bonies, Peter Struycken, Hans Koetsier, Pieter Engels en Daan van Golden die tot de groep van de koel-abstracten horen. Naar eigen zeggen richt het aankoopbeleid van Paalman zich op vier stromingen: de systematische kunst, het abstract expressionisme, de figuratie en de fundamentele schilderkunst.

Pieter Tjabbes volgt Paalman in 1991 op. Hij schrijft in zijn beleidsplan dat hij de collectie zo wil opvullen dat een overzicht ontstaat van de ontwikkeling van de moderne kunst. Daarnaast worden er retrospectieve aankopen gedaan om bepaalde hiaten in de collectie op te vullen. Ook moet meer nadruk worden gelegd op beeldhouwkunst, die tot dan toe onderbelicht is gebleven. Deze doelstellingen zijn met wisselende resultaten behaald.

Onder leiding van de directeur sinds 1995, Diana A. Wind, wordt besloten dat collectievorming weer centraal staat en dat het tentoonstellingsprogramma en de collectie meer een eenheid moeten vormen, omdat het veelvormige, explosief gegroeide tentoonstellingsprogramma ten koste van de collectie is gegaan. De doelstelling wordt weer dezelfde als in 1954 en 1964. Aandacht besteden aan jonge Nederlandse kunstenaars, waarbij er ook aandacht is voor ruimtelijk werk, fotografie en nieuwe digitale technieken. In 1999 vindt een belangrijke gebeurtenis plaats als 1100 werken uit de Altena Boswinkel-collectie aan het museum worden geschonken.

In de herfst van 2014 wordt bekendgemaakt dat het museum in financiële nood verkeert, onder meer doordat er gekort is op de gemeentelijke subsidie. Hoewel het museum meer eigen inkomsten heeft weten te verwerven, is ter overbrugging een kortlopend krediet van de gemeente nodig. Dit wordt verleend op voorwaarde dat het museum op 1 maart 2015 een toekomstvisie heeft ingediend.[1] In de zomer van 2015 reikt de gemeente het museum de helpende hand met een extra subsidie voor de duur van vijf jaar, onder voorwaarde dat het zelfstandiger wordt en zich meer gaat richten op de Schiedammers onder leiding van een 'transitiemanager'.[2] Sinds mei 2016 is Deirdre Carasso directeur van het museum.

Gebouw

Het museum is gevestigd in het voormalige Sint Jacobs Gasthuis dat is gesticht tussen de jaren 1262 en 1272. Na het slopen van het originele gebouw aan het eind van de 18e eeuw, wordt het in neoclassicistische stijl weer opgebouwd. De architect Jan Giudici ontwerpt een gebouw in U-vorm met twee vleugels die verbonden zijn door een kapel.

In 1940 neemt het museum intrek in het gasthuis. De museumzalen en de kantoren bevinden zich dan in de rechtervleugel. Het depot is gevestigd op zolder. In 1966 wordt ook de linkervleugel in gebruik genomen door het museum. Na een grondige restauratie tussen 2003 en 2006 heeft het museum nu elf tentoonstellingszalen, de Giudici-kapel, een museumwinkel en een restaurant. Onder het voorplein is toen een kelder aangebracht met de entree. In 2014 is de entree opnieuw verplaatst, naar oorspronkelijke ingang aan het voorplein. Behalve tentoonstellingen in het museum houdt het museum tentoonstellingen op locatie. Een voorbeeld hiervan is de Cobra-tentoonstelling: As cores da liberdade, de kleur van vrijhei, op drie plaatsen in Spanje.

Collecties

Het museum heeft twee grote collecties, een collectie moderne en hedendaagse Nederlandse beeldende kunst en een Cultuurhistorische collectie.

Collectie Moderne en Hedendaagse Nederlandse beeldende kunst

De vaste collectie bestaat uit circa 250 schilderijen van Karel Appel, Eugène Brands, Constant, Corneille, Jan Nieuwenhuys, Anton Rooskens en Theo Wolvecamp. Zij zijn allemaal lid van Cobra geweest. Ook worden Jan Elburg en Lucebert, beiden dichter en schilder, tot de collectie gerekend.

Een aantal topwerken binnen de collectie zijn:

  • Oerbeest van Karel Appel
  • De Wilde Jongen van Karel Appel
  • Betaille van Lucebert.

Bovendien koopt het museum ook regelmatig werken van kunstenaars als Henri Jacobs, Fransje Killaars, Koen Vermeule, Herman de Vries, Marlies Appel en van vele anderen om de collectie moderne hedendaagse Nederlandse beeldende kunst te verrijken. De collectie is de laatste tien jaar sterk gegroeid, door een aantal schenkingen van de collecties van de heer en mevrouw T. de Vos, de heer C. van der Geer, Altena-Boswinkel Collectie en de heer en mevrouw G. Verweij.

De opbouw van de collectie moderne kunst loopt via de volgende stromingen: allereerst Cobra in de jaren 50, informele kunst en 'abstract-expressionisme', vervolgens systematische kunst en 'geometrische' abstractie in de jaren zestig, en in de jaren zeventig fundamentele schilderkunst en op de schilderkunst reflecterende tendensen. Werken uit deze stromingen zijn aangekocht in de tijd dat zij 'actueel' waren. Zolang het museum nog steeds de doelstelling uit 1954 hanteert, worden werken van jonge Nederlandse en in Nederland wonende kunstenaars aangekocht.

Cultuurhistorische Collectie

Behalve de moderne kunst beheert het museum meer dan 1000 voorwerpen die iets vertellen over de geschiedenis van de stad. Belangrijk onderdeel hiervan zijn de gebruiksvoorwerpen die te maken hebben met jeneverproductie, die onlosmakelijk is verbonden met Schiedam. Deze voorwerpen zijn sinds 1996 te zien in een eigen museum, het Jenevermuseum aan de Lange Haven.

Externe link


Monumenten in de buurt van Sint-Jacobsgasthuis (Stedelijk Museum) in Schiedam

Herenhuis met lijstgevel van vier vensterassen. Gesneden deuromlijsting en kalf in Lod. XVI-stijl. Hardstenen vensterdorpels; kroonlijst met verdiepte ..

Lange Haven 88
Schiedam
Herenhuis met lijstgevel (XVIIId) van vier vensterassen. Gesneden deuromlijsting en kalf in Lod. XVI-stijl. Hardstenen vensterdorpels; kroon..

Woonhuis in rijke Eclectische stij

Lange Haven 90
Schiedam
Inleiding WOONHUIS met bijbehorende STOEPPALEN, gelegen aan de kade van de Lange Haven en gebouwd in rijke Eclectische stijl in het laatste..

Pand met eenvoudige tuitgevel gedekt door rollaag. In de top een rond venster. In de verdieping zesdelige schuiframen

Lange Haven 82
Schiedam
PAND met eenvoudige tuitgevel (XIX) gedekt door rollaag. In de top een rond venster. In de verdieping zesdelige schuiframen.

Herenhuis met lage bovenverdieping en lijstgevel, waarvan de middenas een rijke stucwerkversiering heeft. Getoogde vensters. Gang met stucplafond

Lange Haven 92
Schiedam
Herenhuis met lage bovenverdieping en lijstgevel (XIXc), waarvan de middenas een rijke stucwerkversiering heeft. Getoogde vensters. Gang met..

Monumentaal koopmanshuis van parterre en twee verdiepingen met omlopend schilddak

Lange Haven 80
Schiedam
Monumentaal KOOPMANSHUIS van parterre en twee verdiepingen met omlopend schilddak. Vijf vensterassen brede lijstgevel (XVIIId) met middenris..

Kaart & Routeplanner

Route naar Sint-Jacobsgasthuis (Stedelijk Museum) in Schiedam

Foto's (1)